Uitnodiging Persbijeenkomst Politie en Wetenschap

27/06/2008 09:59

Het Programma Politie en Wetenschap

Datum: 30 juni om 14.00 uur

Lokatie: Stadskantoor 1, Stadhuisplein 130, Tilburg

Onderwerp: Publicatie: 'De frontlijn van opsporing en handhaving. Stelselmatige bedreiging door burgers als contra-strategie', nieuwe uitgave in de reeks Politiewetenschapvan het Onderzoeksprogramma Politie en Wetenschap van de Politieacademie.

'Stelselmatige bedreigingen van overheidsfunctionarissen werkzaam in de frontlinie van opsporing of handhaving voor het eerst onderzocht'

Overheidsfunctionarissen in de frontlinie van opsporing en handhaving lopen een verhoogd risico geconfronteerd te worden met fysieke en verbale agressie en intimidatie van de kant van boze of ontevreden burgers. Soms echter hebben bedreigingen een structureel karakter en maken ze deel uit van een doelbewuste strategie van (groepen) burgers om bepaalde 'voorrechten', zoals het ontlopen van boetes of 'met rust' gelaten worden door de overheid, te verwerven of behouden.

Voor het eerst zijn aard, omvang en gevolgen in kaart gebracht voor twee categorieën overheidsfunctionarissen: politiemensen en gemeentelijke handhavers. Dat is onder meer gebeurd met een enqu(ee)te waaraan ruim 1500 van hen hebben meegewerkt. Daaruit blijkt dat ongeveer acht procent van hen te maken heeft gehad met herhaalde serieuze dreiging door dezelfde dader of dadergroep. Ongeveer een-derde ondervindt daarvan nadelige gevolgen. Daders kunnen individuele burgers zijn maar ook leden van bepaalde gemeenschappen (zoals woonwagenbewoners), criminele groepen of probleemjongeren die met de politie strijden om de macht op straat. De onderzoekers pleiten voor meer structureel beleid en een duidelijke organisatorische aanpak. Nog te veel hebben zowel uitvoerenden als hun leidinggevenden de neiging dit soort confrontaties te beschouwen als vervelende incidenten die enkel de betrokken functionaris raken.

Dit zijn enkele belangrijke uitkomsten van een studie naar het voorkomen en de gevolgen van stelselmatige bedreigingen van overheidsfunctionarissen, die in opdracht van het onderzoeksprogramma Politie en Wetenschap is uitgevoerd door het IVA Beleidsonderzoek en Advies (gelieerd aan de Universiteit van Tilburg).

De studie kan gezien worden als een vervolg op een eerdere P?-verkenning van Frank Bovenkerk 'Bedreigingen in Nederland', waaruit was gebleken dat veel beroepsgroepen met 'instrumenteel' geweld en intimidatie worden geconfronteerd door 'klanten' die daarmee voorrechten willen verwerven of instandhouden.

Dit onderzoek richt zich specifiek op stelselmatige bedreigingen, dat wil zeggen het herhaaldelijk toepassen van bedreiging en/of intimidatie door een en dezelfde dader of dadergroep. Het is toegespitst op twee typen 'frontlijners' in overheidsdienst: de politie (o.m. rechercheurs en (wijk)agenten) en gemeentelijke handhavers (o.m. leerplichtambtenaren, milieuambtenaren, sociaal rechercheurs). Behalve aard en omvang zijn ook de gevolgen van stelselmatige bedreigingen in beeld gebracht voor de betrokken ambtenaren en hun werk. Ook wordt een typologie gegeven van daders en dadergroepen en de vraag beantwoord hoe daarmee om te gaan en welke rol daarbij is weggelegd voor werknemer en werkgever.

Tijdens de persconferentie zullen de auteurs de belangrijkste onderzoeksuitkomsten presenteren en toelichten. Het rapport zal vervolgens worden aangeboden aan burgemeester Ruud Vreeman van Tilburg, tevens korpsbeheerder van het regiopolitiekorps Midden- en West-Brabant, en Erik Akerboom, korpschef van de regiopolitie Brabant-Noord en portefeuillehouder Geweld van de Raad van Hoofdcommissarissen. Zullen in een korte reactie ingaan op de conclusies en aanbevelingen uit het rapport.

Het onderzoeksrapport is uitgegeven in de reeks Politiewetenschap van het Onderzoeksprogramma Politie en Wetenschap, een zelfstandig onderdeel van het kenniscentrum van de Politieacademie. Politie en Wetenschap is in mei 1999 ingesteld om het wetenschappelijk onderzoek en de kennisontwikkeling op het gebied van politie en veiligheid te stimuleren en tevens een impuls te geven aan een betere benutting van onderzoeksresultaten in politiepraktijk en opleiding. Daartoe is een meerjarig onderzoeksprogramma ontwikkeld. De uitvoering van dit programma geschiedt onder leiding van de directeur van het programmabureau, G.C.K. Vlek.