Heerlen, 14 juli 2008

aan: Gedeputeerde Staten van Limburg,
Afdeling Ruimtelijke Ontwikkeling
t.a.v.: de heer L.H.M. Vorstermans
Postbus 5700
6202 MA MAASTRICHT

betreft: Zienswijze/reactie Tracénota/MER Buitenring c.a.

De lezer gegroet,

de Fietsersbond afdeling Parkstad - Limburg wenst weer zijn mening kenbaar te maken over het voornemen tot aanleg van de Buitenring. Deze reactie is algemeen van aard en heeft daarbij betrekking op de Tracénota/MER/UVS, het Bestuurlijk Standpunt en in mindere mate de concept-Omgevingsvisie. Wij verzoeken u dan ook om deze reactie ter kennis te brengen van Commissie voor de milieueffectrapportage zodat de commissie deze zienswijze bij haar beoordeling betrekt. Wij sluiten met onze zienswijze aan bij de zienswijze van de Milieufederatie Limburg en bouwen tevens voort op de brief die de Fietsersbond u op 26 september 2006 stuurde als Inspraak op de Startnotitie Buitenring Parkstad Limburg.

Opmerkingen rechtstreeks het fietsverkeer betreffend:

Probleemstelling 3 is dat er "in de huidige situatie sprake is van onveilige situaties, barrièrevorming en doorstromingsproblemen voor het langzaam verkeer". In een poging om alle nota's, beschouwingen en kaartbeelden te bestuderen zijn wij tot de bevinding gekomen dat de effecten van de aanleg van de Buitenring zoals deze wordt voorgesteld voor het netwerk van fietsroutes en -verbindingen onvoldoende zijn beschreven.

Wij vrezen dat de Buitenring op tientallen plaatsen een barrière gaat vormen omdat door fietsers gebruikte wegen worden doorgeknipt, er gaten vallen in het routenet fiets. Door de dwarsliggende Buitenring worden routes en verbindingen verlengd omdat wegen worden omgeleid. Nabij de Buitenring zal de autoverkeersdruk toenemen. Kruisingen en aansluitingen op de Buitenring zullen waarschijnlijk onveilige plekken worden en een belemmering vormen voor het doorgaande fietsverkeer omdat fietsers bij rotondes zeer waarschijnlijk geen voorrang krijgen en bij verkeersregelinstallaties het langzaam verkeer wordt achtergesteld. Wij zijn van mening dat overal waar de Buitenring fietsverbindingen kruist, deze fietsroutes intact dienen te blijven. Om reden van veiligheid en comfort dient conflicterend weggebruik tussen fietsers en snelverkeer te worden voorkomen door de aanleg van vrijliggende fietspaden. Alle kruisingen dienen naar onze mening dan ook ongelijkvloers te worden uitgevoerd, buiten de bebouwde kom eveneens met vrijliggende fietspaden. blz. 2.

Of de Buitenring door vermindering van de verkeersdruk elders in Parkstad Limburg positieve effecten heeft op de verkeersveiligheid voor fietsers is ook onvoldoende inzichtelijk gemaakt. Het is dan ook zeer de vraag of dit mogelijke voordeel opweegt tegen de vele nadelen, ook op het gebied van verkeersveiligheid.

Er is bij het voorliggende plan ook geen enkele toegevoegde waarde te herkennen voor de fietsers, bijvoorbeeld in de vorm van parallel lopende langzaam verkeerswegen of extra fietsverbindingen. Het (toenemende) regionale fietsverkeer heeft ook behoefte aan doorgaande verbindingen, waarop veilig en met weinig oponthoud kan worden gefietst. Wij denken hierbij onder andere aan de sportieve woon-werk fietser, aan de recreatieve fietser die wat meer kilometers wil afleggen, deels met een wat hogere gemiddelde snelheid en ook aan een goede bereikbaarheid van bijvoorbeeld toeristisch - recreatieve voorzieningen voor de fietser.

Wij achten het niet van deze tijd dat er zo weinig aandacht wordt besteed aan het fietsverkeer en verzoeken u dan ook dringend om hiervoor een aanvullende nota "fietsroute effectrapport" op te stellen, zonder welke de Tracénota/MER c.a. ons inziens niet mag worden goedgekeurd. Daarbij dienen de plannen ook te worden getoetst aan het routenet voor fietsers in Parkstad Limburg.

Algemene opmerkingen over de Buitenring

Over het algemeen gesproken is de Fietsersbond geen voorstander van de aanleg van grote delen van de Buitenring. Naar onze mening is de verkeerskundige noodzaak van de weg onvoldoende aangetoond. Dat geldt zeker voor het voorstel om een vierbaansweg aan te leggen met zijn extra negatieve gevolgen vanwege het enorme ruimtebeslag van weg en kruisingen en de mindere mogelijkheden voor aanpassing aan het landschap door de grotere vereiste bochtstralen. Daarbij mag vanwege de demografische ontwikkeling in Parkstad Limburg met rede worden verwacht dat de verkeersdruk, zeker in de spitsuren, zal afnemen.

Wij stellen dat voor het oplossen van verkeersproblemen het meer voor de hand ligt en ook het beleid van de overheid zou moeten zijn, dat u ernaar streeft om de automobiliteit te verminderen en daarbij een verschuiving naar openbaar vervoer en langzaam verkeer te bewerkstelligen. Wij veronderstellen dat de voordelen voor mens (gezondheid) en maatschappij, natuur en milieu van deze keuze ook bij u genoegzaam bekend zijn, en dringen er dan ook bij u op aan hiernaar te handelen.

Als antwoord op het streven naar grootschalige, meer dan regionaal verkeer aantrekkende ontwikkelingen ten oosten van Brunssum stellen wij dat een goede ruimtelijke ordening veel problemen kan voorkomen. Grootschalige ontwikkelingen in Parkstad Limburg zouden, als deze al maatschappelijk gewenst zijn, moeten plaatsvinden in de nabijheid van de Antwerpse- en Keulseweg en ook goed ontsloten worden via het openbaar vervoer en fietsverbindingen. Ook het beter ontsluiten van de natuurgebieden in oosten van Parkstad Limburg zou volgens ons alleen gericht moeten zijn op de regionale bevolking, waarbij de fiets het meest voor de hand liggend vervoermiddel is.

Terwijl uw beleid gericht zou moeten zijn op het verfraaien van het buitengebied, onder andere om de leefbaarheid en de genietbaarheid daarvan te verbeteren, zullen de voorstellen zoals deze nu voorliggen een enorme inbreuk op natuur en landschap maken.

blz. 3.

Door versnippering en de overheersende aanwezigheid van de weg worden fietsrecreatiegebieden bedorven. De door Dirk Sijmons gemaakte Omgevingsvisie Buitenring geeft naar onze mening een veel te rooskleurig beeld voor wat feitelijk een vernietiging betekent van grote delen van het landschap. De Fietsersbond wil opkomen voor dit landschap als dé plaats voor recreatie per fiets (en te voet).

Tot slot

Volgens ons krijgt iedere fietser in Parkstad Limburg in meer of mindere mate te maken met de negatieve gevolgen van de Buitenring. Wij dringen er dan ook bij u op aan dat u bij het verdere proces rekening houdt met de belangen van fietsers over het algemeen en met onze zienswijze in het bijzonder. Indien u nog een nadere toelichting wenst, dan zijn wij hier vanzelfsprekend graag toe bereid. Tevens richten wij ons via u tot de Commissie voor de milieueffectrapportage met het verzoek om negatief te adviseren over de plannen zoals deze nu voorliggen.

Met vriendelijke groeten,
namens het bestuur van de afdeling Parkstad van de Fietsersbond,

Harrie Winteraeken (voorzitter)

adres secretaris:
Jos van Genderen
Ovidiusstraat 17
6417 VR Heerlen
tel.nr. 045 574 15 90
e-mailadres: jvgenderen@web.nl

adres voorzitter:
Esschenweg 65
6412 PW Ten Esschen - Heerlen
tel.nr. 045 522 87 20
e-mailadres: hwinteraeken@hotmail.com

Heerlen, 14 juli 2008

Persbericht

Iedere fietser krijgt in meer of mindere mate te maken met negatieve gevolgen Buitenring

betreft: Zienswijze/reactie Fietsersbond op Tracénota/MER Buitenring c.a.

De Fietsersbond afdeling Parkstad - Limburg heeft met een zienswijze weer zijn mening kenbaar gemaakt over het voornemen tot aanleg van de Buitenring.

Opmerkingen rechtstreeks het fietsverkeer betreffend:

"Probleemstelling 3" is dat er "in de huidige situatie sprake is van onveilige situaties, barrièrevorming en doorstromingsproblemen voor het langzaam verkeer". Volgens de Fietsersbond bieden de plannen voor de Buitenring hier nauwelijks een oplossing voor. De Buitenring heeft vooral negatieve gevolgen voor de fietsers in Parkstad Limburg. De Fietsersbond vindt dat de effecten de Buitenring voor het netwerk van fietsroutes en -verbindingen onvoldoende zijn beschreven. De Commissie voor de Milieueffectrapportage zou het MER op dit punt moeten afkeuren.

De Fietsersbond vreest dat de Buitenring op tientallen plaatsen een barrière gaat vormen omdat door fietsers gebruikte wegen worden doorgeknipt en er gaten vallen in het routenet fiets. Vanwege de dwarsliggende Buitenring worden wegen omgeleid waardoor routes en verbindingen langer worden. Kruisingen met aansluitingen op de Buitenring zullen waarschijnlijk onveilige plekken worden en een belemmering vormen voor het doorgaande fietsverkeer omdat bij rotondes zeer waarschijnlijk de fietser geen voorrang krijgt en bij verkeerslichten het langzaam verkeer wordt achtergesteld. De Fietsersbond is van mening dat overal waar de Buitenring fietsverbindingen kruist, deze fietsroutes intact dienen te blijven. Om reden van veiligheid en comfort dient conflicterend weggebruik tussen fietsers en snelverkeer te worden voorkomen. Daarom dienen alle kruisingen ongelijkvloers te worden uitgevoerd met vrijliggende fietspaden.

Of de Buitenring door vermindering van de verkeersdruk elders in Parkstad Limburg positieve effecten heeft op de verkeersveiligheid voor fietsers, is onvoldoende inzichtelijk gemaakt. Het is dus ook zeer de vraag of dit mogelijke voordeel opweegt tegen de overige nadelen, ook op het gebied van verkeersveiligheid.

blz. 2.

Er is geen enkele toegevoegde waarde te herkennen voor de fietsers, bijvoorbeeld in de vorm van parallel lopende langzaam verkeerswegen of extra fietsverbindingen. Het (toenemende) regionale fietsverkeer heeft ook behoefte aan doorgaande verbindingen, waarop veilig en met weinig oponthoud kan worden gefietst. De Fietsersbond denkt hierbij onder andere aan de sportieve woon-werk fietser, aan de recreatieve fietser die wat meer kilometers wil afleggen, deels met een wat hogere gemiddelde snelheid en ook aan een goede bereikbaarheid van bijvoorbeeld toeristisch - recreatieve voorzieningen voor de fietser.

De Fietsersbond acht het niet van deze tijd dat er zo weinig aandacht wordt besteed aan het fietsverkeer en verzoekt Gedeputeerde Staten van Limburg dan ook dringend om hiervoor een aanvullende nota "fietsroute effectrapport" op te stellen, zonder welke de Tracénota/MER c.a. niet mag worden goedgekeurd. Daarbij dienen de plannen ook te worden getoetst aan het routenet voor fietsers in Parkstad Limburg.

Algemene opmerkingen over de Buitenring

Naast de rechtstreeks aan het fietsverkeer gerelateerde opmerkingen, gaat de zienswijze van de Fietsersbond ook in op een aantal algemene aspecten, bezien vanuit het oogpunt van de fietser. Over het algemeen gesproken is de Fietsersbond geen voorstander van de aanleg van grote delen van de Buitenring. De verkeerskundige noodzaak van de weg is onvoldoende aangetoond. De Fietsersbond stelt dat voor het oplossen van verkeersproblemen het meer voor de hand ligt om de automobiliteit te verminderen ten gunste van het openbaar vervoer en het langzaam verkeer. Het beter ontsluiten van de natuurgebieden in oosten van Parkstad Limburg zou alleen gericht moeten zijn op de regionale bevolking, waarbij de fiets het meest voor de hand liggend vervoermiddel is. De Buitenring zal een enorme inbreuk op natuur en landschap maken. Door versnippering en de overheersende aanwezigheid van de weg worden fietsrecreatiegebieden bedorven. De Fietsersbond wil opkomen voor dit landschap als dé plaats voor recreatie per fiets en te voet.


---
Nb voor de redactie:
De zienswijze van de Fietsersbond afdeling Parkstad Limburg aan Gedeputeerde Staten van Limburg heb ik ter informatie bijgevoegd. Indien u nog vragen heeft, bent u vanzelfsprekend bij mij welkom.

Met vriendelijke groeten,
namens het bestuur van de afdeling Parkstad Limburg van de Fietsersbond,

Harrie Winteraeken, voorzitter
(tevens provinciaal vertegenwoordiger van de Fietsersbond in Limburg)

adres:
Esschenweg 65
6412 PW Ten Esschen - Heerlen
tel.nr. thuis: 045 522 87 20
tel.nr. werk: 046 420 57 66
tel.nr. mobiel: 06 523 756 11
e-mailadres: hwinteraeken@hotmail.com