Ingezonden persbericht

Verwarring borstkankeroperaties door verkeerde cijfers

Grote koppen prijkten afgelopen maandag 14 juli in de diverse dagbladen. 'Zorgverzekeraar dreigt met opzeggen contracten- Ultimatum rond dubbele borstoperaties bij kanker' en 'Helft ziekenhuizen gaat in de fout bij borstoperatie - Inspectie pakt onnodige ingreep bij borstkanker aan'.

Aanleiding was de eerste analyse van de AD Ziekenhuis Top 100, die later dit jaar voor de vijfde keer verschijnt. Volgens het rapport zou bij negen van de tien borstsparende operaties het resultaat direct goed moeten zijn. Hiermee wordt bedoeld dat het borstkankergezwel in één operatie geheel verwijderd dient te worden. Echter, de helft van de ziekenhuizen (bijna vijftig ziekenhuizen) haalt dit niet en 'moet daarom binnen zes weken opheldering geven over het hoge aantal heroperaties', zo is de reactie van de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IG).

Het Nationaal Borstkanker Overleg Nederland (NABON) is een landelijk overlegorgaan van alle bij de behandeling van borstkanker betrokken professionals, onder de auspiciën van de Vereniging van Integrale Kankercentra. Het NABON wil door middel van richtlijnontwikkeling een optimale diagnostiek, voorlichting en behandeling van patiënten met borstkanker bevorderen. In dat kader heeft het NABON al in 1999 de eerste versie van de zogenaamde NABON nota uitgebracht, met een laatste herziening per 1 april 2008. In deze NABON nota zijn zowel proces- als medisch inhoudelijke indicatoren vastgelegd, waarvan de Inspectie voor de Gezondheidszorg een deel heeft geselecteerd als 'IG-indicator'.

Anders dan het Algemeen Dagblad suggereert, is de indicator met betrekking tot percentage radicaliteit (tumor in één operatie compleet verwijderd) bij borstsparende operaties niet 10%, maar 20% voor zover het een invasieve tumor betreft en 30% indien het alleen een voorloperstadium betreft (DCIS).

Waarom dan deze verwarring? De vorige versie van de NABON ging nog uit van de inmiddels verouderde 10% grens. Deze grens is door een van de werkgroepen van het NABON (onder voorzitterschap van prof.dr. Emiel Rutgers, chirurg-oncoloog van het Antoni van Leeuwenhoek Ziekenhuis) verhoogd, om te voorkomen dat er ten onrechte vaak voor een borstamputatie zou worden gekozen. Bij een borstamputatie is het namelijk over het algemeen makkelijker om het gezwel in één operatie geheel te verwijderen dan bij een borstsparende ingreep.

Daarnaast zijn er nog andere factoren die het aantal heroperaties kunnen beïnvloeden. Zo is er door collega Wiggers uit het UMCG te Groningen al opgemerkt dat het ene ziekenhuis wat strenger in de leer is dan een ander ziekenhuis. 'De kans dat de borstkanker later terugkeert, is wat kleiner als er tijdens de operatie meer weefsel is weggehaald. Andere artsen vertrouwen bij twijfel over compleetheid van operatie waarschijnlijk meer op de werking van de bestraling' (die bij borstsparende ingreep standaard volgt). Ook het al dan niet verrichten van een aanvullende okselklieroperatie bij een door kankercellen aangetaste schildwachtklier telt het ene ziekenhuis mee in het aantal heroperaties, terwijl een ander ziekenhuis dit niet verdisconteert in haar berekening.

Concluderend kunnen we stellen, dat het belangrijk is om indicatoren te ontwikkelen en te vervolgen. Voor borstkanker zijn deze indicatoren door de betrokken beroepsgroepen zelf ontwikkeld en nadien door de Inspectie overgenomen. Een correcte interpretatie van de bevindingen is echter cruciaal alvorens er heldere conclusies en consequenties aan te kunnen verbinden. We zullen dan ook als NABON met de Inspectie en de zorgverzekeraars in gesprek treden om uiteindelijk tot een gebalanceerde afweging en beleid te komen. Dit alles in het belang van een goede zorg voor onze borstkankerpatiënten.

Namens het NABON,

prof.dr. Vivianne Tjan-Heijnen, voorzitter

hoogleraar Medische Oncologie

Maastricht Universitair Medisch Centrum,

---