Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

Acties van Greenpeace op de Waddenzee en Noordzee gericht tegen garnalenvissers

Bureau Bestuursraad

De Voorzitter van de Tweede Kamer

der Staten-Generaal


Postbus 20018

2500 EA 's-GRAVENHAGE

uw brief van uw kenmerk ons kenmerk datum

2 september 2008
2008Z01497 BBR. 2008/486 9 september 2008 onderwerp bijlagen

Acties van Greenpeace op de Waddenzee en Noordzee gericht tegen garnalenvissers
Geachte Voorzitter,

Naar aanleiding van het verzoek van uw Kamer bij de regeling van werkzaamheden op 2 september jl. om te worden geïnformeerd over de acties van Greenpeace op de Waddenzee en Noordzee, bericht ik u mede namens de staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat, het volgende.

Achtergrond
Greenpeace heeft in het Duitse deel van de Noordzee grote blokken natuursteen gestort. Doel van Greenpeace (volgens hun website) is het maken van een symbolisch zeereservaat om de overheid op te roepen vaart te maken van de bescherming van de zee omdat het gebied in de praktijk niet beschermd zou zijn. De stenen zijn gestort in een gebied ongeveer 30 zeemijlen ten westen van het Duitse Waddeneiland Sylt in de Noordzee. Aangezien Greenpeace met eigen schepen de stenen niet kon vervoeren of storten, is het Duitse schip ,,Noortland" gehuurd. Greenpeace heeft de Duitse autoriteiten en de visserijsector op de hoogte gesteld van de actie. Eind augustus heeft Greenpeace het gebied uitgebreid naar het noorden van het eiland Sylt.

Mijn reactie
Ik heb de actie van Greenpeace in het Duitse deel van de Noordzee onmiddellijk veroordeeld. In mijn contact met de directeur van Greenpeace heb ik dit ook aangegeven. Ik vind het belangrijk om allereerst met elkaar in gesprek aan te gaan alvorens dit soort acties worden overwogen en ondernomen. Het gesprek is al gaande in het kader van het maatschappelijk convenant Noordzee tussen de visserijsector, NGO's (Stichting De Noordzee en WNF) en mij. Het is van groot belang

dat na goed overleg en op basis van vertrouwen gevolg wordt gegeven aan het nakomen van afspraken over duurzame visserij in de Noordzee. Ik heb Greenpeace uitgenodigd aan te schuiven bij dit overleg. Tot op heden heeft Greenpeace geen gehoor gegeven aan die uitnodiging.

Datum Kenmerk Paraaf: Vervolgblad 9 september 2008 BBR. 2008/486 2

Daarnaast heb ik gesproken met mijn Duitse ambtsgenoot, staatssecretaris Lindemann, over eventueel te nemen maatregelen. De Duitse overheid heeft de actie veroordeeld, maar bleek onvoldoende wettelijke mogelijkheden te hebben om onmiddellijk tot actie over te gaan. Het Duitse verkeersministerie heeft op 5 september 2008 de politie opdracht gegeven een schip van Greenpeace te stoppen, zodra de actie in Duitse wateren dreigt te worden voortgezet. Ik word geïnformeerd als aan Duitse kant maatregelen worden genomen.

Op dit moment zijn er geen concrete aanwijzingen voor vergelijkbare acties van Greenpeace in het Nederlandse deel van de Noordzee, maar ik houd wel rekening met de mogelijkheid. In het voorkomende geval zullen de ministeries van LNV en VenW en de Kustwacht gezamenlijk opereren. Het storten van stenen is, afhankelijk van de omstandig- heden van het geval, in beginsel verboden op basis van de Wet milieubeheer, de Wet beheer rijkswaterstaatwerken en de Wet verontreiniging zeewater. Als Greenpeace ook in het Nederlandse deel van de Noordzee stenen zou gooien of pogingen daartoe onderneemt, is er dus sprake van een onrechtmatige daad.

Bescherming van gebieden op zee
Ik was reeds en ben nog voornemens om per 1 januari 2009 gebieden op de Noordzee aan te melden als Habitatrichtlijngebied. Het gaat om de Noordzeekustzone ten noorden van Bergen, de Vlakte van de Raan, Doggersbank en Klaverbank. Ik heb u over de procedure van de voorgenomen aanmelding van beschermde gebieden op zee eerder geïnformeerd (Kamerstuknummer 30195, nr. 26).

Naast het aanmelden van specifieke gebieden op de lijst van Europese Habitatrichtlijn- gebieden, is het rijksbeleid gericht op verduurzaming van het gebruik van mariene gebieden. Daarbij gaat bijzonder aandacht uit naar de gunstige effecten voor de ecologisch waardevolle gebieden, waaronder de Habitatrichtlijngebieden. Dit doe ik samen met de sector en natuurorganisaties.

DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN
VOEDSELKWALITEIT,

G. Verburg


---- --