SGP


15 - 12 - 08 | Kabinet staart zich blind op randstad Kabinet staart zich blind op randstad

Het kabinet staart zich blind op de Randstad en heeft daarom geen oog voor het feit dat de wegen buiten de Randstad snel dichtslibben. Die kritiek uitte de SGP bij de behandeling van het MIRT met minister Eurlings van Verkeer en
Waterstaat.
Als voorbeeld noemde SGP-kamerlid Van der Staaij de situatie in Gelderland. In de periode 2001-2007 steeg het aantal auto's met 43%, terwijl de lengte van de wegen met niet meer groeide dan 2,99%. Voor personen en bedrijven moet dit verkeerd uitpakken. In zijn bijdrage ging Van der Staaij in op een groot aantal knelpunten in het land.
Onder andere de vaarwegen (onderhoud!), de A1-A6-A9 (Almere), het verkeer rond Utrecht, de Merwedebrug bij Gorcum en het doortrekken van de A4 door Midden-Delfland.

________________________________________

NO MIRT
december 2008
Van der Staaij

Ontwikkelingen
Voorzitter. Mijn fractie heeft in de nu voorliggende mobiliteitsplannen verschillende positieve ontwikkelingen en stappen kunnen noteren. Zo houdt het kabinet stevig vast aan de inhaaloperatie voor het achterstallig onderhoud aan vaarwegen. In 2016 zal deze achterstand volledig zijn ingelopen. Een belangrijk punt waaraan mijn fractie in het verleden veel aandacht heeft geschonken. Er valt natuurlijk nog wel het nodige te wensen. We zijn er immers nog lang niet. Bij zijn aantreden beloofde de minister ettelijke honderden extra kilometers asfalt. Volgend jaar wordt daarvan 2 kilometer gerealiseerd, met op- en afritten erbij in totaal 6 kilometer. Niet onaardig natuurlijk, maar ook niet echt doorslaggevend. Er is nog een lange, lange weg te gaan.

Buiten de Randstad
Voorzitter. Ik wil dit wat toespitsen. Het is duidelijk dat infrastructurele investeringen in de Randstad veel prioriteit krijgen. Terecht. Maar buiten de Randstad slibt infrastructuur momenteel ook in snel tempo dicht. Uit de cijfers van Rijkswaterstaat blijkt glashelder dat de files buiten de Randstad thans harder groeien dan daarbinnen. Dat zal voorlopig ook niet veranderen nu steeds meer mensen buiten de Randstad gaan wonen en daarbinnen blijven werken. Ook steeds meer bedrijvigheid verplaatst zich naar buiten de Randstad, vooral ook naar Oost-Nederland. Eén van de symptomen daarvan is bijvoorbeeld dat het autobezit in onder meer Gelderland en Overijssel veel sterker is toegenomen dan landelijk het geval is.

Voorzitter. Deze feiten zijn onbetwist. Maar wordt daarmee ook gerekend? Mijn beeld is, dat infrastructurele investeringen buiten de Randstad heel stevig na-ijlen op deze cijfers. Dat is juist daarom erg jammer, omdat de mobiliteitsproblematiek in deze regioâs nog min of meer oplosbaar is, met relatief veel minder geld. Is de minister niet van mening dat een herprioritering noodzakelijk is? De investeringen buiten de Randstad moeten gelijke tred houden met de groeiende problemen. Daarvan is thans geen enkele sprake. Eén concreet voorbeeld: tussen 2001 en 2007 is het aantal autoâs in Gelderland met 43% gestegen. De totale weglengte in Gelderland groeide in diezelfde periode met 2,99%. Wil de minister hierop eens reflecteren?

Vaarwegen
Voorzitter. Ik heb al een compliment gemaakt voor het wegwerken van het achterstallig onderhoud bij de vaarwegen. Het is naar de mening van mijn fractie vervolgens zaak om over te gaan tot het zoveel mogelijk opheffen van knelpunten. Het COV heeft een aantal prioritaire projecten geselecteerd, die onder meer betrekking hebben op de bevaarbaarheid van de Waal, verruiming van de Maasroute, nieuwbouw van een aantal sluiskolken, maar ook de verruiming van de routes Amsterdam-Delfzijl, Arnhem-Hengelo en Veghel-Eindhoven. Allemaal belangrijke projecten, die een impuls kunnen geven aan het vervoer over water. Welke ruimte kent het MIRT om hier versnelling aan te brengen?

Ik spreek hier over versnelling, maar feitelijk is dat enigszins versluierend, want ten aanzien van een aantal projecten gaat het simpelweg om het uitvoeren van regulier onderhoud, dat thans wordt weggeschoven. Tijdens de begrotingsbehandeling heb ik hier al de vinger bijgelegd, maar toen werd dit enigszins gebagatelliseerd. Vanuit de binnenvaartorganisaties heb ik echter concreet begrepen, dat bijvoorbeeld het ânormaleâ onderhoud aan sluizen op de Maas, het Amsterdam-Rijnkanaal, de Twentekanalen, de Brabantse kanalen en in het IJsselmeergebied niet (geheel) kan plaatsvinden in 2009. Ik vind dit toch wel een belangrijk punt, want dit impliceert een breuk ten aanzien van het ingezette beleid, waarbij we regulier onderhoud niet langer meer laten oplopen. Graag duidelijkheid hierover.

Het COV heeft voorts becijferd, dat er bij de natte waterstaat in 2009 en 2010 tenminste voor 150 tot 250 miljoen euro versnelling mogelijk is. Is dit juist en wil de minister deze mogelijkheden benutten? Hiermee zouden bijvoorbeeld een aantal renovaties van sluiscomplexen kunnen worden uitgevoerd, zoals de Houtribsluizen, Sluizen Twenthekanalen en Brabantse kanalen. Wil de minister dit mogelijk maken?

A1/A6/A9
Voorzitter. De noodzaak van het oplossen van de bestaande mobiliteitsproblematiek in de regio Amsterdam-Almere is evident. Er liggen daarvoor concrete plannen die behoren bij de weguitbreiding van de A1/A6/A9; een variant die mijn fractie expliciet steunt. De commissie voor de MER heeft aangeduid, dat er ook een referentiesituatie moet worden gemaakt waarbij rekening wordt gehouden met de kilometerbeprijzing. Op zichzelf goed, maar mijn fractie dringt erop aan dat er geen nieuwe vertraging zal ontstaan. Kan de minister deze vertraging uitsluiten? De geplande weguitbreiding is op dit moment al keihard nodig, lós van alle toekomstige ambitieuze plannen in deze regio. Het is ook klip en klaar dat de invoering van de kilometerheffing de nu geplande weguitbreiding niet minder noodzakelijk zal maken. Daarvoor is de huidige filedruk in deze regio te immens.
Dit laat onverlet, dat het geplande stroomlijnen en opwaarderen van de bestaande infrastructuur, gecombineerd moet worden met hoogwaardig openbaar vervoer, beprijzing van mobiliteit, het bijeenbrengen van werken en wonen, intelligent locatiebeleid, vervoermanagement, etc. Dit is nodig om te voorkomen dat de zaak â ook na de weguitbreiding â binnen de kortste keren weer vast staat.

Merwedebrug
Voorzitter. Een stevig deel van de A27 vormt een knelpunt. Veruit het grootste knelpunt is echter de brug over de Merwede. De voorkeur van de minister gaat er naar uit om de financiering van de aanpak van dit knelpunt aan te pakken middels tolheffing. Mijn fractie vindt niet geheel logisch. Het staat buiten kijf, dat dit knelpunt tot relatief zeer hoge economische kosten leidt. Waarom dan tolheffing en geen volledige financiering door het Rijk? In 2006 heeft minister Peijs overigens nog gesuggereerd, dat het traject tussen de verzorgingsplaats Scheiwijk en de aansluiting Werkendam, waaronder de Merwedebrug, wellicht eerder zou kunnen worden opgepakt (zie brief 23-10-2006). Dat zou dan impliceren dat het knelpunt van de Merwedebrug in 2014 zou zijn opgelost. De gedachte van minister Peijs betekende een versnelling van vier jaar. In hoeverre is dit nog een serieuze optie?

A4
Voorzitter. Zoals bekend heeft mijn fractie zich altijd kritisch opgesteld tegenover de aanleg van de A4 Midden-Delfland. Wij hebben grote vragen bij het fileoplossend vermogen van deze weg en vrezen dat we de files alleen maar verder verplaatsen naar de randen van de steden of naar andere locaties, zoals de Van Brienenoordbrug en de Beneluxtunnel.

Mijn fractie heeft daarbij altijd gezegd, dat als die weg er toch zou komen, dan zo duurzaam mogelijk, waarbij het landschap en de leefomgeving zoveel mogelijk wordt gespaard. Daarin is naar de mening van mijn fractie in de huidige plannen zoveel mogelijk voorzien (âA4 IODS). Niet voor niets zijn de kosten van deze paar kilometers snelweg buitengewoon groot. Het wordt met afstand het duurste stukje asfalt van Nederland.

Het kan natuurlijk altijd nog duurzamer en beter. Dat bewijst de variant âA4 met vaartâ. Reeds eerder heeft mijn fractie aangeduid, dat wat ons betreft de ruimtelijke meerwaarde gering lijkt ten opzichte van de bestaande plannen, terwijl deze variant wel beduidend duurder zal zijn, gecombineerd met uiteraard de nodige extra vertraging.

De recent uitgevoerde onderzoeken van de minister hebben dit beeld bevestigd. De relatieve meerwaarde van deze tunnelvariant ten opzichte van de duurzame inpassing waartoe eerder is besloten, weegt wat mij betreft niet op tegen het verder escaleren van de kosten en wat dies meer zij.

Utrecht
Voorzitter. Er zijn inmiddels de nodige plannen en varianten gepresenteerd voor nieuwe snelwegen rond Utrecht. Het is te prematuur om daarover al van alles te roepen, maar wel is duidelijk dat het bij uitstek gaat om plannen die waardevolle en thans rustige gebieden doorkruisen. Ik denk bij uitstek ook aan de consequenties voor die wijken aan de rand van de stad waar veel gezinnen naar toe zijn getrokken om een betere en schonere leefomgeving voor hun kinderen te krijgen. Het zou wel heel wrang zijn, als dit soort gebieden nu doorsneden gaan worden door snelwegen. Deze wijken zijn destijds ook bewust gepresenteerd en gebouwd als relatief groene, dorpse kindvriendelijke wijken. Mag de overheid door de aanleg van snelwegen zoân karakter dan zomaar wijzigen?

Zeeland
Voorzitter. Wij zijn blij dat de besluitvorming ten aanzien van een aantal slepende Zeeuwse projecten ten einde lijkt te zijn gekomen: dat betreft de N57 en de befaamde tunnel bij Sluiskil. Het lijkt erop dat deze tunnel in 2014 gereed zou kunnen zijn. Zijn er wat betreft de minister onverhoopt nog zaken die roet in het eten kunnen gooien?

Spoor
Voorzitter. Het spoorvervoer is voor een deel gedecentraliseerd. Mijn fractie maakt zich echter op onderdelen zorgen over de spoorveiligheid, met name als het gaat over spoorwegovergangen. Zo wordt er reeds geruime tijd de vinger gelegd bij de zeer trage beveiliging van de Valleilijn. Al meer dan twee jaar wordt hier gesproken over het sluiten of beveiligen van onveilige overwegen, maar zonder reëel resultaat. Het gaat hier om een traject met meer dan 50 overwegen en nog steeds zijn een aantal overwegen volstrekt onbeveiligd; bijvoorbeeld tussen Barneveld en Amersfoort. Dat wringt vooral nu vanaf vandaag er op dit traject 8 treinen per uur gaan rijden. Dit betekent concreet dat bijvoorbeeld bij de onbeveiligde overgang aan de Esweg te Barneveld de kans op een aanrijding verdubbelt. Ik noem de Esweg expliciet als illustratie, omdat dit een overweg is die onvermijdelijk door de omwonenden benut moet worden. Het is toch onaanvaardbaar, dat op dergelijke drukke trajecten zich volstrekt onbeveiligde overwegen bevinden en het zelfs niet mogelijk wordt geacht om waarschuwingslichten te plaatsen? Dat dit soort levensgevaarlijke situaties zomaar lijken te kunnen voort bestaan, baart mijn fractie grote zorgen. Hoe verklaart de minister dit? Staat dit niet haaks op zijn beleid? Wat gaat hij hiermee doen?

Spelregels
Nog even over de spelregels rond het MIRT. Financiële middelen voor bundeling en intensivering van verstedelijking komen doorgaans uit de Nota Ruimte. Het budget hiervoor is echter slechts beschikbaar gesteld tot het jaar 2012, terwijl het infrastructuurbudget via het Infrastructuurfonds al tot 2020 is vastgelegd. Voor ruimtelijke projecten wordt dus â in vergelijking met de infrastructuur - een onvoldoende langetermijnperspectief geboden. Ligt het niet in de rede om de looptijd van het budget van de Nota Ruimte hetzelfde te doen zijn als de looptijd van het budget van het Infrastructuurfonds?

Dank u wel