Ministerie van Buitenlandse Zaken

kamerstuk.

Beantwoording vragen Ten Broeke en Van Baalen over kandidaat-lidmaatschappen voor Montenegro en Servië (http://www.minbuza.nl:80/nl/actueel/brievenparlement,2009/01/Beantwoording-vragen-Ten-Broeke-en-Van-Baalen-over.html) 08-01-2009 |

Samenvatting:

Graag bieden wij u hierbij de antwoorden aan op de schriftelijke vragen gesteld door de leden Ten Broeke en Van Baalen over kandidaat-lidmaatschappen voor Montenegro en Servië. Deze vragen werden ingezonden op 18 december 2008 met kenmerk 2008Z09973/2080908150.

De Minister van Buitenlandse Zaken, De Staatssecretaris voor Europese Zaken,

Drs. M.J.M. Verhagen Drs. F.C.G.M. Timmermans

Antwoorden van de heer Verhagen, minister van
Buitenlandse Zaken en de heer Timmermans, staatssecretaris voor Europese Zaken op vragen van de leden
Ten Broeke en Van Baalen
(VVD) over
kandidaat-lidmaatschappen voor Montenegro en
Servië.

Vraag 1

Heeft u kennisgenomen van het bericht dat Montenegro bij de vigerende EU-voorzitter Sarkozy een officiële aanvraag heeft ingediend voor het EU-lidmaatschap? 1)

Antwoord

Ja.

Vraag 2
Heeft u tevens kennisgenomen van het bericht dat EU-commissaris Rehn die stap heeft verwelkomd als 'een historische mijlpaal die de belangrijke gebondenheid van het land aan gemeenschappelijke Europese waarden en grondbeginselen markeert'?

Vraag 3
Deelt u de mening dat deze uitspraak van EU-commissaris Rehn rijkelijk voorbarig is?

Vraag 4
Deelt u de mening dat Montenegro nog lang niet rijp is voor het kandidaat-lidmaatschap (laat staan voor het lidmaatschap) van de EU gezien problemen met de scheiding der machten, het functioneren van het parlement, de transparantie van het bestuur, de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht, de naleving van de mensenrechten, corruptie, de vrijheid van meningsuiting enz.? 2)

Vraag 5

Welke stappen zult u ondernemen om te voorkomen dat aan Montenegro op een veel te vroeg moment de status van kandidaat-lid van de Europese Unie wordt verleend?

Antwoord
De regering heeft kennisgenomen van de lidmaatschapsaanvraag van Montenegro en de uitspraken van Commissaris Rehn.
Voor het behandelen van de lidmaatschapsaanvragen bestaan procedures. Er zijn tenminste twee toetsmomenten waarop Nederland zich in de Raad kan uitspreken over de verdere behandeling van de lidmaatschapsaanvraag. Ten eerste vergt het een besluit van de Raad om aan de Europese Commissie te vragen een advies op te stellen over het eventueel verlenen van het kandidaat-lidmaatschap. Ten tweede besluit de Raad (op basis van het verkregen advies van de Commissie) met eenparigheid van stemmen of aan het betrokken land de status van kandidaat-lid kan worden toegekend.

De Raad Algemene Zaken en Externe Betrekkingen (RAZEB) concludeerde op 8 december jl. dat Montenegro weliswaar belangrijke politieke en economische hervormingen heeft doorgevoerd, maar dat verdere inspanningen nodig zijn om voortgang te boeken bij de versterking van de rechtsstaat, het opbouwen van de administratieve capaciteit van de overheid alsmede het bestrijden van corruptie en de georganiseerde misdaad.

De regering meent dan ook dat het te vroeg is voor nieuwe stappen van Montenegro in het toetredingsproces en draagt dit ook actief in de EU uit. Het land moet verder werken aan de implementatie van de Stabilisatie- en Associatieovereenkomst (opbouw van zogeheten 'track record').

Vraag 6

Heeft u verder kennis genomen van het bericht dat Tsjechië, dat binnenkort het voorzitterschap van de EU zal bekleden, aandringt op een spoedig kandidaat-lidmaatschap voor Servië?

Vraag 7
Bent u ook bevreemd door het feit dat het aanstaande voorzitterschap aandringt op die kandidaat-status voor Servië terwijl nog steeds niet is vastgesteld of dat land voldoet aan de voorwaarden van het Joegoslavië-tribunaal, waarvoor het beloond had kunnen worden met een samenwerkingsovereenkomst (SAO)? 3)

Vraag 8
Hoe gaat u zich tegen deze voornemens van het aanstaande voorzitterschap verzetten en hoe gaat u eindelijk de Europese partners klip en klaar duidelijk maken dat meer concessies aan Servië in strijd zijn met de afspraken van december 2006 en met het Verdrag van Lissabon?

Antwoord

De regering heeft kennis genomen van de uitspraken van de Tsjechische Permanente Vertegenwoordiger bij de EU tijdens een lezing van het European Policy Centre (EPC). Deze uitspraken zijn niet in overeenstemming met de relevante besluiten van de Raad.

Zoals bekend heeft de Raad op 29 april 2008 een dubbelbesluit genomen. Ten eerste werd besloten dat de procedures voor de ratificatie van de Stabilisatie- en Associatieovereenkomst (SAO) tussen de EU en Servië pas een aanvang zullen nemen, zodra de Raad met eenparigheid van stemmen heeft vastgesteld dat Servië ten volle met het ICTY samenwerkt. Ten tweede is besloten dat de interim-SAO pas zal worden uitgevoerd, als de Raad met eenparigheid van stemmen heeft besloten dat Servië ten volle met het ICTY samenwerkt.

Zolang Servië niet samenwerkt met het ICTY is een kandidaat-lidmaatschap, of het in behandeling nemen van een eventuele lidmaatschapsaanvraag, niet aan de orde.


1) EUObserver, 15 december 2008


2) Zie o.m. het Montenegro 2008 Progress Report van de Europese Commissie


3) ANP, 16 december 2008


---