Gemeente Utrecht

antwoorden op vragen m.b.t. het jaarverslag en de jaarrekening Stichting Openbaar Primair Onderwijs Utrecht.


----------
Geachte leden van de commissie Mens en Samenleving,

Tijdens de behandeling van het jaarverslag en de jaarrekening van de Stichting Primair Onderwijs Utrecht in uw commissie Mens en Samenleving van 13 januari 2009, is toegezegd dat u schriftelijk antwoord ontvangt op onderstaande vragen.

Vraag 1:

Personeel: is er sprake van afname van personeel? Uit het jaarverslag kwam dit niet naar voren.

Antwoord SPOU:

Nee, wel is er altijd sprake van fluctuatie in het totale aantal personeelsleden. De verwachting is dat er een lichte groei is in verband met de toename van het aantal leerlingen de komende jaren. Maar dit is ook sterk afhankelijk van het aantal mensen dat in deeltijd werkt. Meer deeltijdwerkers betekent ook meer mensen.

Vraag 2:

Op pagina 18 staat onder het kopje schoolbestuurlijk in de 1e alinea dat er sprake is van het wegwerken van de achterstand op achterstallig onderhoud. Betekent dit dat al het achterstallig onderhoud is weggewerkt?

Antwoord SPOU:

Het gaat er hier om dat er nog steeds sprake is van achterstallig onderhoud van jaren her. SPOU heeft in 2007 extra financiële middelen vrijgemaakt om veel van die achterstand weg te werken. Voor de begeleiding van die projecten heeft SPOU een gebouwbeheerder ingehuurd. SPOU heeft daar zelf geen mensen voor. De externe partner had tijdelijk personele problemen waardoor de feitelijke uitvoering van de projecten niet heeft plaatsgevonden en is doorgeschoven naar 2008. (inclusief de gereserveerde middelen uiteraard.

Vraag 3:

Wat is het resultaat van het haalbaarheidsonderzoek voor de nieuwbouw aan de Nolenslaan?

Antwoord:

Afgelopen periode (sinds oktober 2008) heeft de gemeentelijk projectleider contacten gelegd met de schoolbesturen, wijkbureau, omwonenden en op grond daarvan een Plan van Aanpak opgesteld. Het plan van aanpak wordt nog besproken met het wijkteam en omwonenden. Daarna volgt een bericht aan de wijk over de daadwerkelijke start van het project en de planning.

Haalbaarheidsonderzoek

Begin 2008 hebben de betrokken schoolbesturen een architectenbureau opdracht gegeven voor een ruimtelijke verkenning van het programma voor de Brede school. Deze ruimtelijke verkenning is gebruikt voor het gesprek met de scholen intern om hun eigen visie op de toekomstige ontwikkeling inhoud te geven. Op basis hiervan zijn de scholen gestart met een Programma van Eisen voor het Onderwijs en is de gemeente verzocht het project te gaan trekken.

Deze ruimtelijke verkenning, heeft de titel gekregen van Haalbaarheidsonderzoek. Het rapport heeft geen officiële status gehad in het overleg tussen gemeente en schoolbesturen. De vakdiensten van de gemeente zullen binnenkort starten met een globaal stedenbouwkundig programma van eisen.

Participatie impuls

Voor de participatie heeft het Utrechtse college besloten tot een kwaliteitsimpuls. In de fase die nu gaat starten, onder leiding van de gemeentelijke projectleider, en die voorafgaat aan de ontwerpfase, is voor omwonenden vooral het globale stedenbouwkundige programma van eisen van belang. Voorgesteld wordt om op dat punt meer te doen dan omwonenden te informeren, maar hen ook te raadplegen. Daarover zijn inmiddels afspraken gemaakt met een vertegenwoordiging van de omwonenden.

Startnotitie

Er zal een startnotitie worden opgesteld en aan B&W worden voorgelegd. In de startnotitie zal ook een financiële paragraaf worden opgenomen en een voorstel omtrent de wijze waarop de omgeving wordt geïnformeerd en geraadpleegd bij de planontwikkeling. B&W informeert de raadscommissie en de wijkraad. De reacties kunnen nog van invloed zijn op het startbesluit. Daarna start het opstellen van een Stedenbouwkundig programma van eisen (SPVE), tegelijk met de ontwikkeling van een bouwplan.

Bij het SPVE zullen ook de omwonenden en direct belanghebbenden worden betrokken. Het SPVE wordt door B&W vrijgegeven voor de inspraak en met de grondexploitatie vastgesteld door de gemeenteraad.

Planning

Van belang voor de planning is de te volgen bestemmingsplanprocedure. Het onderzoek daarnaar zal tegelijk plaatsvinden met het opstellen van een globaal stedenbouwkundig programma van eisen.

De startnotitie en het integraal programma van eisen zullen nog voor de zomer worden afgerond inclusief besluitvorming daarover.

Ik hoop u hiermee voldoende te hebben geinformeerd.

Met vriendelijke groet Rinda den Besten