Ministerie van Buitenlandse Zaken

Beantwoording vragen van het lid Van Dam over het sanctiereglement van de Europese Unie tegen Birmees hout

15-04-2009 | Kamerstuk | Nederlands Ministerie van Buitenlandse Zaken

Graag bied ik u hierbij, mede namens de Staatssecretaris van Economische Zaken en de Staatssecretaris van Financiën, de antwoorden aan op de schriftelijke vragen gesteld door het lid Van Dam over het sanctiereglement van de Europese Unie tegen Birmees hout. Deze vragen werden ingezonden op 11 februari 2009 met kenmerk 2009Z02311 / 2080912890.

De Minister van Buitenlandse Zaken,
Drs. M.J.M. Verhagen

Antwoorden van de heer Verhagen, Minister van Buitenlandse Zaken op vragen van het lid Van Dam (PVDA) over het sanctiereglement van de Europese Unie tegen Birmees hout.

Vraag 1
Heeft u kennisgenomen van het rapport "Sanctioned but not stopped" van Milieudefensie - Friends of the Earth?

Antwoord
Ja.

Vraag 2
Is het waar dat de officiële douaneregels van de Europese Unie stellen dat Birmees hout, dat in tweede landen wordt verwerkt tot een product, bij import in de Europese Unie het betreffende tweede land als land van herkomst krijgt en dat die producten derhalve geïmporteerd mogen worden?

Vraag 3
Is het waar dat het sanctiereglement van de Europese Unie voor Birmees hout het verbiedt om deel te nemen aan activiteiten die EU-sancties (bewust) omzeilen? Bent u het er mee eens dat het uit tweede landen importeren waarin Birmees hout verwerkt is, geldt als een vorm van omzeilen van het sanctiereglement?

Vraag 5
Geldt het importeren van producten waarin Birmees hout verwerkt is als een overtreding van het sanctieregime?

Antwoord
Het Communautair Douanewetboek (EG Nr. 2913/92, art.24, CDW) bepaalt het volgende: "Goederen bij welker vervaardiging waarvan twee of meer landen betrokken zijn geweest, zijn van oorsprong uit het land waar, in een daartoe ingerichte onderneming, de laatste ingrijpende en economisch verantwoorde verwerking of bewerking heeft plaatsgevonden die hetzij tot de fabricage van een nieuw product heeft geleid, hetzij een belangrijk fabricagestadium vertegenwoordigt."

Voor wat betreft het op Birma toepasselijke sanctieregime bepaalt de Verordening (2007/750 CFSP d.d. 19 november 2007) dat invoer, aanschaf of transport van rondhout, hout of houtproducten vanuit Birma naar de Gemeenschap verboden is. De Verordening schrijft voorts voor met betrekking tot de oorsprong van goederen dat deze wordt bepaald overeenkomstig het CDW. De verbodsbepaling strekt zich dus niet uit tot in derde landen ingrijpend bewerkt en/of verwerkt Birmees hout, tenzij de verwerving van Birmees hout uit derde landen bewust en opzettelijk geschiedt om het op Birma toepasselijke sanctieregime te ontduiken (VO 2007/750/CFSP, artikel 2e, d.d. 19 november 2007).

Concreet betekent dit dat het importeren van producten waarin Birmees hout is verwerkt uit andere landen dan Birma niet wordt geraakt door de Europese sanctiemaatregelen. Invoer van dergelijke producten kan daarom niet op voorhand worden aangemerkt als een overtreding van de sanctiebepaling.

Echter, import die erop gericht is bewust en opzettelijk de sanctiemaatregelen te omzeilen, geldt wél als een overtreding van het sanctieregime. Zulke activiteiten zijn strafbaar gesteld onder de Nationale Sanctieregeling Birma 2008.

Daarnaast bepaalt het CDW (artikel 25) dat wanneer sprake is van een 'gewettigd vermoeden' dat met de bewerking of verwerking slechts ontduiking van Gemeenschapsbepalingen wordt beoogd, "de goederen in geen geval kunnen worden geacht van oorsprong te zijn uit het land waar deze bewerkingen of verwerkingen hebben plaatsgevonden". De Douane kan de importeur in dat geval verzoeken aan te tonen dat er een wezenlijke economische doelstelling, anders dan het omzeilen van EU-invoermaatregelen, ten grondslag heeft gelegen aan de bewerkingen in kwestie.1 Slaagt de importeur daar niet in, dan verkrijgt het goed niet de oorsprong van het land waar de bewerking of verwerking heeft plaatsgevonden en geeft de Douane de goederen niet vrij voor invoer, waarna tot strafvervolging kan worden overgegaan. Het vorenstaande laat onverlet dat uitvoering voor de Douane niet eenvoudig is.

Vraag 4
Bent u het er mee eens dat beide regels op gespannen voet met elkaar staan en dat de douaneregels derhalve het sanctiereglement van de Europese Unie voor Birmees hout ondermijnen?

Antwoord
Zoals blijkt uit het voorgaande antwoord, voorzien de douaneregels van de EU in een mogelijkheid tot het bestrijden van pogingen om de sancties opzettelijk te omzeilen. Er is dus geen sprake van spanning tussen de douaneregels en het sanctiereglement van de Europese Unie. Feit is wel, dat door de VN-Veiligheidsraad ingestelde sanctiemaatregelen alle VN-lidstaten binden, terwijl aan EU autonome maatregelen alleen de lidstaten van de Europese Unie zijn gebonden.

Vraag 6
Zo ja, is het waar dat ook Nederlandse bedrijven zich hieraan schuldig maken? Welke maatregelen worden tegen zulke bedrijven genomen?

Antwoord
Tot op heden is geen Nederlands bedrijf hieraan schuldig bevonden. Het is aan het Openbaar Ministerie om te beslissen of strafvervolging dient te worden ingesteld jegens bedrijven waarvan wordt vermoed dat zij zich schuldig maken aan overtreding van de Europese Verordening. Voor onderhavige delicten kent de Wet op de economische delicten een gevangenisstraf van ten hoogste zes jaar, een taakstraf of een geldboete van de vijfde categorie (maximaal ¤ 74.000).

Vraag 7
Bent u bereid om zich in Europees verband in te spannen om te zorgen dat Birmees hout op geen enkele wijze meer geïmporteerd kan worden? Zo ja, op welke wijze zult u dit doen? Zo nee, waarom niet?

Antwoord
Binnen de grenzen van het internationaal recht zal Nederland zich in de EU uiteraard blijven inspannen voor een zo fijnmazig mogelijk sanctieregime. Nederland zal tevens het belang blijven benadrukken van uniforme handhaving van de huidige sancties door alle EU-lidstaten.

1: Arrest Hof van Justitie in de zaak 26/88, Brother International GmbH/Hauptzollamt Giessen, Jur. 1989, p.4253.