ChristenUnie


Bijdrage Cynthia Ortega-Martijn aan het plenaire debat Wijziging Wajong

Bijdrage Cynthia Ortega-Martijn aan het plenaire debat Wijziging Wajong

donderdag 16 april 2009 19:00

Mevrouw Ortega-Martijn (ChristenUnie):

Voorzitter. Ik wil de minister hartelijk bedanken voor zijn antwoorden op onze vragen. Het is jammer dat wij gezien de tijd niet konden interrumperen. Dat betekent dat er nog wat onhelderheid is over enkele vragen die ik heb gesteld.

Wij hebben een hele tijd gewacht op de werkregeling voor Wajong'ers. Zij willen graag werken en er graag voor gaan. Mijn fractie vindt het positief dat er een nieuwe regeling Wajong komt. Ik heb in mijn betoog in eerste termijn aangegeven dat de sancties en de rechten niet helemaal verankerd zijn zoals ik het graag zou willen. Dat geldt vooral voor onderdelen van de geneeskundige behandeling. Daarom heb ik het amendement op stuk nr. 26 ingediend. Dat amendement ga ik gewoon handhaven omdat ik het goed vind dat er op een andere manier mee wordt omgegaan. Als er sprake is van observatie in een kliniek of een geneeskundige behandeling moet dat ertoe bijdragen dat dit een rechtstreekse relatie heeft met het werk dat de Wajong'er moet gaan doen.

Ik heb gezegd dat ik graag een toezegging wil over het monitoren van de 25% WML bij studie. Mijn fractie wil ervoor waken dat studerende Wajong'ers met schulden geconfronteerd worden. Graag een toezegging dat de minister dit gaat monitoren.

Ik heb aangegeven dat wij willen dat de Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte strikter gehandhaafd wordt. Graag een toezegging op dit punt. Ik ben zo veel Wajong'ers tegengekomen die aangeven dat zij zich gediscrimineerd voelen. Soms komen zij ergens binnen, maar als men ziet dat zij een bepaalde beperking hebben, wordt er gezegd dat zij een prima cv hebben, maar dat het toch niet zo goed uitkomt. Dat moet eens een keer afgelopen zijn. Wij hebben de werkgevers echt nodig in dit traject.

Ik heb gesproken over de steun van particuliere initiatieven en ondernemersinitiatieven voor de Wajong'ers. Ik ben een aantal initiatieven tegengekomen. Ik heb de voorbeelden Gedie in Genemuiden en Broodje Apart in Schijndel genoemd. Deze ondernemers willen graag meewerken, maar zij willen daarin ook gekend worden. Daarom dien ik de volgende motie in.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de regering ambitieuze plannen heeft met betrekking tot de inschakeling van Wajong'ers in het arbeidsproces;

overwegende dat er diverse particuliere en ondernemersinitiatieven speciaal zijn opgezet om groepen Wajong'ers een kans te geven op de arbeidsmarkt;

constaterende dat deze initiatieven een waardevolle bijdrage leveren aan de verbetering van de arbeidsmarktpositie van Wajong'ers;

van mening dat dergelijke initiatieven ten volle ondersteund dienen te worden, doordat er functies beschikbaar worden gesteld voor een redelijk aantal Wajong'ers;

verzoekt de regering te bevorderen dat er voorrang wordt gegeven aan bestaande en nieuwe particuliere initiatieven en ondernemersinitiatieven, die er speciaal op gericht zijn een hoeveelheid Wajong'ers een plaats op de arbeidsmarkt te verschaffen en zo nodig re-integratiemiddelen Wajong te herschikken,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Ortega-Martijn, Spekman en Van Hijum. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 30 (31780).

Mevrouw Ortega-Martijn (ChristenUnie):

Ik wil ook dat Wajong'ers inspraak krijgen in het werkaanbod. Een en ander is inderdaad geregeld in het wetsvoorstel, maar in artikel 5.5.2 staat duidelijk dat daar waar in het participatieplan staat dat er nog geen sprake is van een werkaanbod, de Wajong'er toch verplicht is om het werkaanbod aan te nemen. Ik vind dat zij daarin gehoord moeten worden. Daarom mijn volgende motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat Wajong'ers een verplicht werkaanbod krijgen;

overwegende dat jongeren gemotiveerder zijn wanneer ze mede kunnen bepalen hoe hun traject er uit komt te zien;

overwegende dat een jonggehandicapte, overeenkomstig artikel 5.5.2, ook een aanbod van concrete algemeen geaccepteerde arbeid kan krijgen, indien dat niet in het participatieplan wordt genoemd;

van mening dat iedere Wajong'er erop mag kunnen rekenen dat inspraak mogelijk is ten aanzien van het werkaanbod;

verzoekt de regering, het UWV op te dragen ook in de situatie zoals bedoeld in artikel 5.5.2 een maatwerkaanbod te doen dat in het voortraject goed is afgestemd met de betrokken klant,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Ortega-Martijn, Spekman en Van Hijum. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 31 (31780).

Mevrouw Ortega-Martijn (ChristenUnie):

Voorzitter. Ik heb ook aangegeven dat ik heel veel klachten krijg dat er bij de medische keuring niet eens gekeken wordt naar de medische geschiedenis. Ik wil wel dat dit gebeurt, want een huisarts weet beter wat iemand wel of niet kan, vandaar de volgende motie:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat een verzekeringsarts vaststelt wat de beperkingen van een Wajong'er zijn bij het verrichten van arbeid;

constaterende dat een verzekeringsarts zich hierbij een oordeel moeten vormen over de gezondheidsklachten van een Wajong'er;

overwegende dat de huisarts dan wel behandelend arts van de Wajong'er al langer zicht heeft op de medische situatie van de betreffende persoon;

van mening dat een diagnose van de verzekeringsarts zo zorgvuldig mogelijk moet worden gesteld;

van mening dat hierom de medische informatie van de huisarts dan wel behandelend arts op verzoek betrokken moet worden bij de indicatie;

verzoekt de regering, de verzekeringsartsen van het UWV -- wanneer de Wajong'er of diens begeleider(s) daarom verzoekt (en) -- bij de medische keuring contact op te laten nemen met de huisarts dan wel behandelend arts van de betreffende Wajong'er en deze informatie te betrekken bij de medische indicatie,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Ortega-Martijn en Spekman. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 32 (31780).

Mevrouw Ortega-Martijn (ChristenUnie):

Ik heb ook gepleit voor interne jobcoaches. Mijn fractie heeft een notitie opgesteld over de Wajong'ers waarin is opgenomen dat er veel behoefte bestaat aan interne jobcoaches. Die mogelijkheid dient gecreëerd te worden.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de uit de evaluatie jobcoaching blijkt dat de inzet van een coach een effectief middel is om een duurzaam regulier dienstverband te realiseren voor Wajong'ers;

voorts overwegende dat er volgens de evaluatie aan het bereik van de regeling het nodige verbeterd kan worden;

constaterende dat in de praktijk de vraag naar interne jobcoaching toeneemt;

van mening dat interne jobcoaches een meerwaarde kunnen vormen voor de re-integratie, omdat zij goed zicht hebben op de werkplek en de specifieke omstandigheden waaronder de Wajong'ers moeten werken;

verzoekt de regering, te bevorderen dat interne jobcoaches worden ingezet en te bezien hoe re-integratiemiddelen hiertoe eventueel herschikt dienen te worden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Ortega-Martijn, Van Hijum en Spekman. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 33 (31780).

De heer Blok (VVD):

Voorzitter. Deze motie klinkt mij erg sympathiek in de oren. Ik vraag mij wel af waarin zij verschilt van de motie die ik heb ingediend.

Mevrouw Ortega-Martijn (ChristenUnie):

Ik had deze motie al geformuleerd en bovendien gaat zij iets verder dan de motie van de heer Blok. Ik vraag namelijk ook naar de mogelijkheden van herschikking van re-integratiemiddelen.

Ik heb aandacht gevraagd voor Wajong'ers die graag ondernemer willen worden en daarover dromen. Zij komen echter niet aan het urencriterium dat nodig is om in aanmerking te komen voor de zelfstandigenaftrek.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat het starten van een eigen bedrijf een mogelijkheid biedt voor Wajong'ers om aan een uitkeringssituatie te ontkomen;

overwegende dat de zelfstandigenaftrek een fiscale opstap is richting het zelfstandig ondernemerschap;

overwegende dat het urencriterium reeds is verlaagd naar 800 uur;

constaterende dat Wajong'ers - vanwege hun beperking - niet altijd aan het urencriterium in de zelfstandigenaftrek kunnen voldoen;

van mening dat dit de mogelijkheden van Wajong'ers om zelfstandig ondernemer te worden beperkt;

verzoekt de regering, te onderzoeken of en zo ja, welke mogelijkheden er zijn om de criteria voor de zelfstandigenaftrek voor Wajong'ers te verruimen, mede tegen de achtergrond van de door het kabinet reeds getroffen maatregelen met betrekking tot het urencriterium en de eerder gedane toezegging om de doelmatigheid hiervan te bekijken, en de Kamer hierover zo mogelijk eerder dan zoals nu voorzien in 2011 te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Ortega-Martijn, Spekman, Van Hijum en Koser Kaya. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 34 (31780).

Mevrouw Ortega-Martijn (ChristenUnie):

Voorzitter. Over het herlevingsrecht had ik een amendement op stuk nr. 21 ingediend. Ik trek dat amendement in en dien daarvoor in de plaats de volgende motie in.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende, dat het recht op arbeidsondersteuning overeenkomstig artikel 5.4.2. kan eindigen als een Wajong'er meer verdient dan 75% WML;

overwegende dat de wet een aantal waarborgen bevat om te voorkomen dat een Wajong'er onterecht zijn recht op arbeidsondersteuning verliest;

overwegende dat er na beëindiging een herlevingsmogelijkheid is van het recht binnen vijf jaar;

constaterende dat een voormalige Wajong'er na het vervallen van het herlevingsrecht, zijnde een werknemer die een structurele functionele beperking heeft, op grond van artikel 35 WIA en de onderliggende beleidsregels van het UWV recht heeft op dezelfde arbeidsondersteuning als die vanuit de Wajong wordt geboden;

van mening dat de rechtszekerheid van de toekomstige voormalige Wajong'er gediend is met een gelijkblijvende inhoud van artikel 35 WIA inclusief de onderliggende beleidsregels die samen materieel dezelfde arbeidsondersteuning geven als de Wajong;

van mening dat een actieve voorlichting over deze mogelijkheid de onzekerheid over de herleving van het recht op arbeidsondersteuning kan wegnemen;

verzoekt de regering, te waarborgen dat de materiële arbeidsondersteuning vanuit de WIA gelijk blijft met de arbeidsondersteuning vanuit de Wajong, te bevestigen dat een voormalige Wajong'er met structurele functionele beperking onder de definitie van artikel 35 WIA valt en verzoekt tevens actieve voorlichting te geven over de mogelijkheden voor arbeidsondersteuning vanuit de WIA aan diegene die op grond van de Wajong het recht op arbeidsondersteuning verliezen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Ortega-Martijn, Spekman en Van Hijum. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 35 (31780).

Mevrouw Ortega-Martijn (ChristenUnie):

Voorzitter. Ik vertrouw er echt op dat deze moties, die eigenlijk een aanvulling moeten zijn, bijdragen aan wat wij graag willen, namelijk dat wij echt gebruik gaan maken van de talenten van de jongeren en dat we die gaan benutten.