Hooikoorts is risicofactor voor astma

17/04/2009 14:56

Meda Pharma

PERSARTIKEL

Amstelveen, 17 april 2009

HOOIKOORTS IS RISICOFACTOR VOOR ASTMA

Artsen moeten bedacht zijn op combinatie van aandoeningen

Hooguit 3% van de patiëntenpopulatie van de Nederlandse huisarts komt daar voor de behandeling van allergische rhinitis, beter bekend als hooikoorts. In werkelijkheid is het aantal hooikoortspatiënten echter vele malen groter. En alhoewel de klachten door buitenstaanders vaak als eenvoudig worden afgedaan, kunnen de effecten van hooikoorts op het dagelijks leven en functioneren van de patiënt enorm zijn. "Om erger te voorkomen zouden patiënten met persisterende allergische rhinitis gecontroleerd moeten worden op astma en vice versa", aldus longarts dr. C.F. Melissant, verbonden aan het Spaarne Ziekenhuis in Hoofddorp. Artsen moeten bedacht zijn op de combinatie van beide aandoeningen.

Klachten

Bij allergische rhinitis staan klachten als niezen, jeuk in de neus en jeukende en tranende ogen op de voorgrond. Deze klachten alleen al kunnen zorgen voor slaapgebrek en een verstoring van dagelijkse activiteiten als school en werk. Doordat het neusslijmvlies opzwelt en ontstoken raakt, kunnen na verloop van tijd bovendien neusbijholtenontstekingen en hoofdpijnklachten ontstaan. Het risico van onderbehandeling, dus het niet of onvoldoende behandelen, van hooikoortsklachten is groter dan vaak wordt gedacht. Blijf je de klachten negeren, dan kan dat in een aantal gevallen leiden tot de ontwikkeling of verergering van astma. Een tijdige en adequate behandeling kan de ernst en de toename van op het oog onschuldige hooikoortsklachten helpen verminderen en een bezoek aan de huisarts is in veel gevallen geen overbodige luxe.

Behandeling

Ongeacht de ernst van de klachten zal men eerst het contact met de allergenen moeten vermijden. Doorgaans is dit alleen niet voldoende en zal de behandeling van allergische rhinitis worden aangevuld met medicatie. Bij milde tot matige klachten zal de arts in eerste instantie meestal een antihistaminicum voorschrijven, omdat dit snel (sommige al binnen 15 minuten) en lang (tot zo'n 12 uur) werkt. De nieuwste generatie antihistaminica werkt bovendien nauwelijks meer versuffend en heeft een groot voordeel vanwege de lokale werking. Systemische bijwerkingen zijn daardoor feitelijk verwaarloosbaar. Middelen op basis van bijvoorbeeld azelastine werken bovendien ontstekingremmend, waardoor de ontstekingsreactie als gevolg van hooikoortsklachten wordt getemperd. Bij onvoldoende effect van het antihistaminicum kan het middel gecombineerd worden met bijvoorbeeld een lokaal corticosteroïd.

Zijn de klachten persisterend en matig tot ernstig, dan hebben nasale corticosteroïden de voorkeur, zo nodig eveneens toegepast in combinatie met een antihistaminicum. Andere middelen die de arts nog ter beschikking staan, maar minder goed toepasbaar zijn, zijn cromoglicaten en immunotherapie. Het gebruik van cromoglicaten is echter achterhaald, omdat ze minder effectief blijken te zijn dan antihistaminica en lokale corticosteroïden. De behandeling met immunotherapie is heel specialistisch en wordt slechts toegepast bij een kleine groep met ernstige klachten, die niet reageert op andere medicamenteuze behandelingen. De meeste door de arts voorgeschreven middelen worden door de zorgverzekering vergoed.

Dr. Melissant onderstreept het belang van vroegtijdige herkenning en vroegtijdige interventie: "De aanwezigheid van allergische rhinitis op jeugdige leeftijd, dat wil zeggen jonger dan 6 jaar, blijkt een risicofactor te zijn voor het ontwikkelen van astma op later leeftijd." Bij ongeveer éénderde van de patiënten die al jarenlang hooikoorts heeft, breidt de allergie zich uit tot de onderste luchtwegen en ontstaat er allergisch astma. Andersom lijkt tot 80 van de mensen met astma tevens allergische rhinitis te hebben. De aanwezigheid van allergische rhinitis bij astma patiënten heeft meer ziekenhuisopnames, meer doktersconsulten en meer longmedicatie als gevolg. Dr. Melissant: "Van belang is daarom aandacht te hebben voor de combinatie van allergische rhinitis en astma, waarbij beide ziektebeelden gezien de wederzijdse beïnvloeding adequaat moeten worden aangepakt. Hiermee kunnen klachten snel verbeteren en daarmee de kwaliteit van leven."

Een foto van dit onderwerp is (rechtenvrij) beschikbaar op ANP Fotonet (www.anp-photo.com) en zichtbaar op www.perssupport.nl.





http://www.medapharma.nl