European Union



| | | |

|RAAD VAN                 |                                       |NL         |
|DE EUROPESE UNIE         |                                       |           |
|8176/09 (Presse 73)                                                        |
|(OR. en)                                                                   |
|PERSMEDEDELING                                                             |
|Betreft:                                                                   |
|PERSMEDEDELING                                                             |
|2935e zitting van de Raad                                                  |
|Vervoer, Telecommunicatie en Energie                                       |
|Brussel, 30 en 31 maart 2009                                               |
|Voorzitter de heer Petr BENDL                                              |
|Minister van Verkeer van de Tsjechische Republiek                          |
|de heer Ivan LANGER                                                        |
|Minister van Binnenlandse Zaken van de Tsjechische Republiek               |
|                                                                           |
|Voornaamste resultaten van de Raadszitting                                 |
|Vervoer                                                                    |
|De Raad heeft een openbaar oriënterend debat gehouden over een             |
|ontwerp-eurovignetrichtlijn en heeft zijn voorbereidende instanties        |
|verzocht verder te blijven werken aan dit voorstel.                        |
|De Raad heeft, na een openbare beraadslaging, een algemene oriëntatie      |
|bereikt ten aanzien van een ontwerp-richtlijn tot wijziging van de huidige |
|richtlijn betreffende de organisatie van de arbeidst?d van personen die    |
|mobiele werkzaamheden in het wegvervoer uitoefenen.                        |
|De Raad heeft een besluit aangenomen ter goedkeuring van het Europese      |
|masterplan inzake luchtverkeersbeveiliging in het kader van het ATM-project|
|SESAR, alsook een resolutie betreffende een aantal aspecten van de verdere |
|ontwikkeling van dit plan.                                                 |
|Voorts nam de Raad conclusies aan inzake:                                  |
|de mededeling van de Commissie: "Actieplan voor de invoering van           |
|intelligente vervoerssystemen in Europa";                                  |
|de mededeling van de Commissie: "Strategische doelstellingen en            |
|aanbevelingen voor het zeevervoersbeleid van de EU tot 2018";              |
|de Europese zeevervoersruimte zonder grenzen.                              |
|Telecommunicatie                                                           |
|De Raad heeft conclusies aangenomen over een toegankelijke                 |
|informatiemaatschappij.                                                    |
|De Raad heeft van gedachten gewisseld over de gevolgen van de economische  |
|neergang voor de informatie- en communicatietechnologieën, en hoe deze     |
|technologieën de economie van de EU kunnen stimuleren.                     |
INHOUD1

DEELNEMERS 5

BESPROKEN PUNTEN

LANDTRANSPORT 7

Eurovignet 7

Organisatie van de arbeidstijd van personen die mobiele werkzaamheden in het wegvervoer uitoefenen 8

INTERMODALE VRAAGSTUKKEN EN NETWERKEN 9

Actieplan voor de invoering van intelligente vervoerssystemen in Europa - Conclusies van de Raad 9

LUCHTVERKEER 18

SESAR - Masterplan inzake luchtverkeersbeveiliging - Resolutie van de Raad
18

Luchtvervoersovereenkomst met Canada 22

SCHEEPVAART 23

Rechten van passagiers die over zee of binnenwateren reizen 23

Zeevervoersbeleid van de EU tot 2018 - Conclusies van de Raad 24

Europese maritieme ruimte zonder grenzen - Conclusies van de Raad 31

TELECOMMUNICATIE 36

Een toegankelijke informatiemaatschappij - Conclusies van de Raad 36

Gevolgen van de economische terugval voor de informatie- en communicatietechnologieën 43

DIVERSEN 44

ACTIVITEITEN IN DE MARGE VAN DE RAAD 47

ANDERE GOEDGEKEURDE PUNTEN

VERVOER

Bevordering van schone en energiezuinige wegvoertuigen 48

Overeenkomst met Canada betreffende de veiligheid van de burgerluchtvaart 48

Overeenkomsten met de Republiek Korea, Vietnam en Mongolië over luchtdiensten 49

Overeenkomst met de West-Afrikaanse Economische en Monetaire Unie inzake luchtdiensten 49

Technische controle van motorvoertuigen 50

ECONOMISCHE EN FINANCIËLE ZAKEN

Externe accountants van de nationale centrale bank van Duitsland 50

BEGROTING

Aanpassingen in de financiering van de EU-begroting 51

CONCURRENTIEVERMOGEN

Gevaarlijke stoffen en preparaten - regelgevingsprocedure met toetsing 51

ONDERZOEK

Overeenkomst EU/Rusland voor samenwerking op wetenschappelijk en technologisch gebied 52

Overeenkomst EU/VS inzake wetenschappelijke en technologische samenwerking 52

INTERNE MARKT

Typegoedkeuringssysteem voor motorvoertuigen 52

LANDBOUW

Voor bijzondere voeding bestemde levensmiddelen 53

MILIEU

Ingeperkt gebruik van genetisch gemodificeerde micro-organismen 53

VIA DE SCHRIFTELIJKE PROCEDURE AANGENOMEN BESLUIT

Vrijhandelsovereenkomst EU-Zuid-Korea 53

BENOEMINGEN

Comité van de Regio's 54

DEELNEMERS

De regeringen van de lidstaten en de Europese Commissie waren als volgt vertegenwoordigd:

België:
de heer Vincent VAN QUICKENBORNE minister voor Ondernemen en Vereenvoudigen de heer Etienne SCHOUPPE staatssecretaris voor Mobiliteit, toegevoegd aan de eerste minister

Bulgarije:
de heer Petar Vassilev MUTAFCHIEV minister van Verkeer de heer Plamen VATCHKOV hoofd van de overheidsdienst voor ITC

Tsjechië:
de heer Petr BENDL minister van Verkeer
de heer Ivan LANGER minister van Binnenlandse Zaken mevrouw Lenka PTÁ?KOVÁ MELICHAROVÁ viceminister van Binnenlandse Zaken, belast met Europese zaken de heer Pavel ?KVÁRA viceminister van Verkeer de heer Martin TLAPA viceminister van Industrie en Handel, sectie Europese Unie

Denemarken:
de heer Lars BARFOED minister van Verkeer

Duitsland:
de heer Engelbert LÜTKE DALDRUP staatssecretaris, ministerie van Verkeer, Bouwbeleid en Stedelijke Ontwikkeling de heer Bernd PFAFFENBACH staatssecretaris, ministerie van Economische Zaken en Technologie Estland: de heer Gert ANTSU plaatsvervangend permanent vertegenwoordiger

Ierland:
de heer Noel AHERN onderminister, ministerie van Verkeer (belast met Veiligheid op de wegen)

Griekenland:
de heer Evripidis STYLIANIDIS minister van Verkeer de heer Anastasios PAPALIGOURAS minister van Koopvaardij en minister voor de Egeïsche Zee en de Eilanden

Spanje:
mevrouw Magdalena ÁLVAREZ ARZA minister van Infrastructuur en Vervoer
de heer Francisco ROS PERÁN staatssecretaris voor Telecommunicatie en de Informatiemaatschappij

Frankrijk:
de heer Dominique BUSSEREAU staatssecretaris, belast met Vervoer
mevrouw Nathalie KOSCIUSKO- MORIZET staatssecretaris, belast met Prospectief beleid en Ontwikkeling van de digitale economie

Italië:
de heer Altero MATTEOLI minister van Infrastructuur en Vervoer

Cyprus:
de heer Nicos NICOLAIDES minister van Communicatie en Openbare Werken

Litouwen:
de heer Kaspars GERHARDS minister van Verkeer

Litouwen:
de heer Eligijus MASIULIS minister van Verkeer

Luxemburg:
de heer Jean-Louis SCHILTZ minister van Ontwikkelingssamenwerking en Humanitaire Acties, minister van Communicatie, minister van Defensie

Hongarije:
de heer Lajos CSEPI vakstaatssecretaris, ministerie van Verkeer, Telecommunicatie en Energie

Malta:
de heer Austin GATT minister van Infrastructuur, Vervoer en Communicatie

Nederland:
de heer Camiel EURLINGS minister van Verkeer en Waterstaat

Oostenrijk:
mevrouw Doris BURES minister van Verkeer, Innovatie en Technologie

Polen:
mevrouw Magdalena GAJ onderstaatssecretaris, ministerie van Infrastructuur de heer Maciej JANKOWSKI onderstaatssecretaris, ministerie van Infrastructuur

Portugal:
de heer Mário LINO minister van Openbare Werken, Vervoer en Communicatie de heer José MARIANO GAGO minister van Wetenschappen, Technologie en Hoger Onderwijs

Roemenië:
de heer Radu BERCEANU minister van Infrastructuur en Vervoer de heer Marius CONSTANTIN FECIORU staatssecretaris, ministerie van Communicatie en Informatietechnologie

Slovenië:
de heer Patrik VLA?I? minister van Verkeer de heer Jozsef GYÖRKÖS staatssecretaris, ministerie van Hoger Onderwijs, Wetenschappen en Technologie

Slowakije:
de heer ?ubomír VÁ?NY minister van Vervoer, Post en Telecommunicatie

Finland:
mevrouw Anu VEHVILÄINEN minister van Verkeer

Zweden:
mevrouw Åsa TORSTENSSON minister van Infrastructuur de heer Leif ZETTERBERG staatssecretaris, toegevoegd aan de minister van Infrastructuur

Verenigd Koninkrijk:
de heer Geoff HOON minister van Verkeer
Lord CARTER of BARNES staatssecretaris van Communicatie, Technologie en het Omroepstelsel

Commissie:
de heer Antonio TAJANI vicevoorzitter mevrouw Viviane REDING lid

BESPROKEN PUNTEN

LANDTRANSPORT

Eurovignet

De Raad heeft tijdens een openbare beraadslaging kennis genomen van een voortgangsverslag van het voorzitterschap over het voorstel voor een richtlijn tot wijziging van Richtlijn 1999/62/EG betreffende het in rekening brengen van het gebruik van bepaalde infrastructuurvoorzieningen aan zware vrachtvoertuigen (7546/09).

De Raad heeft ook een oriënterend debat gehouden, dat met name was toegespitst op de congestieproblematiek, en heeft zijn voorbereidende instanties verzocht verder te blijven werken aan dit voorstel. De voorbereidende instanties van de Raad zullen met name de volgende openstaande kwesties behandelen: werkingssfeer van de richtlijn; congestieheffingen, met inbegrip van de maximaal in rekening te brengen congestiekosten; actieplan; bestemming van de inkomsten en perifere gebieden.

Een verschil van mening over de congestieheffing blijft het belangrijkste obstakel voor een akkoord. Niettegenstaande de compromisvoorstellen van het Tsjechische voorzitterschap, zoals een uitgestelde introductie van congestieheffingen (zie 7546/09 voor nadere details), blijven de standpunten van de lidstaten uiteenlopen. Alvorens een definitief besluit over de ontwerp-richtlijn kan worden genomen, is verder beraad nodig over de beste manier om deze complexe materie aan te pakken, onder meer door ook rekening te houden met de huidige economische en financiële situatie.

De doelstelling van dit Commissievoorstel is de lidstaten ertoe aan te sporen gedifferentieerde heffingen in te voeren om de efficiëntie en milieuprestaties van het vrachtvervoer over de weg te verbeteren. Het beoogt tevens een kader tot stand te brengen waarbinnen de lidstaten heffingen zullen kunnen berekenen en variëren, uitgaande van de externe kosten van vrachtvervoer over de weg op basis van de veroorzaakte luchtvervuiling, lawaaihinder en congestie, en dit door de invoering van de beginselen "de gebruiker betaalt" en "de vervuiler betaalt". Dergelijke heffingen zullen vervoersondernemingen ertoe aansporen schonere en zuinigere voertuigen te gebruiken, routes waarop minder congestie is te selecteren, de belading van hun vrachtwagens te optimaliseren en een efficiënter gebruik van de infrastructuur te maken.

De Commissie heeft in juli 2008 haar voorstel ingediend (11857/1/08). Het voorstel is in december besproken, tijdens de laatste zitting van de Raad Vervoer onder Frans voorzitterschap. Het Europees Parlement heeft in maart 2009 zijn advies in eerste lezing aangenomen (7419/09).

Organisatie van de arbeidstijd van personen die mobiele werkzaamheden in het wegvervoer uitoefenen

De Raad heeft, na een openbare beraadslaging, een algemene oriëntatie bereikt ten aanzien van een voorstel voor een richtlijn tot wijziging van Richtlijn 2002/15/EG betreffende de organisatie van de arbeidstijd van personen die mobiele werkzaamheden in het wegvervoer uitoefenen (7577/09).

In de huidige richtlijn zijn voor mobiele werknemers in het wegvervoer minimale socialebeschermingsnormen vastgesteld, die worden beschouwd als een belangrijke stap op weg naar een betere bescherming van de gezondheid en veiligheid van mobiele werknemers in de sector, die tevens de veiligheid ten goede komen en een eerlijke concurrentie waarborgen.

Bij het aannemen van Richtlijn 2002/15/EG zijn de Raad en het Europees Parlement overeengekomen dat deze in beginsel vanaf 23 maart 2009 op zelfstandige bestuurders van toepassing zou zijn, en hebben zij de Commissie verzocht hun uiterlijk twee jaar vóór die datum een verslag, gevolgd door een wetgevingsvoorstel, voor te leggen. De Commissie heeft dienovereenkomstig in oktober 2008 een voorstel ingediend tot wijziging van Richtlijn 2002/15/EG (14461/08).

In het verlengde van het Commissievoorstel wordt in de door de Raad goedgekeurde tekst bepaald dat zelfstandige bestuurders buiten de werkingssfeer van de richtlijn dienen te vallen. Dit laat echter het recht van de lidstaten onverlet om zelfstandige bestuurders toch in de werkingssfeer op te nemen en Richtlijn 2002/15/EG op hen toepasselijk te maken.

In maart 2009 heeft de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken van het Europees Parlement het Commissievoorstel verworpen. Het zal in mei 2009 ter stemming worden voorgelegd aan de plenaire vergadering.

INTERMODALE VRAAGSTUKKEN EN NETWERKEN

Actieplan voor de invoering van intelligente vervoerssystemen in Europa - Conclusies van de Raad

De Raad heeft de volgende conclusies aangenomen:

"DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

GELET OP:


1. Richtlijn 2007/2/EG van 14 maart 2007 tot oprichting van een infrastructuur voor ruimtelijke informatie in de Gemeenschap (Inspire);


2. Richtlijn 2004/52/EG van 29 april 2004 betreffende de interoperabiliteit van elektronische tolheffingssystemen voor het wegverkeer in de Gemeenschap;


3. Verordening (EG) nr. 683/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 9 juli 2008 betreffende de voortzetting van de uitvoering van de Europese programma's voor navigatie per satelliet (Egnos en Galileo);


4. Verordening (EG) nr. 1/2005 van de Raad van 22 december 2004 inzake de bescherming van dieren tijdens het vervoer en daarmee samenhangende activiteiten;


5. Mededeling van de Commissie inzake groener vervoer van 8 juli 2008;


6. Mededeling van de Commissie: Europa duurzaam in beweging: duurzame mobiliteit voor ons continent - Tussentijdse evaluatie van het Witboek Vervoer van 2001 van de Commissie van 22 juni 2006;


7. Mededeling van de Commissie: Actieplan inzake goederenlogistiek van
18 oktober 2007;


8. Mededeling van de Commissie: Naar een veiligere, schonere en meer doelmatige mobiliteit in Europa: Eerste verslag over 'De intelligente auto';


9. Mededeling van de Commissie: Europees actieprogramma voor verkeersveiligheid -Terugdringing van het aantal verkeersslachtoffers in de Europese Unie met de helft in de periode tot 2010: een gedeelde verantwoordelijkheid;


10. Mededeling van de Commissie: i2010 - Een Europese informatiemaatschappij voor groei en werkgelegenheid;


11. Mededeling van de Commissie: Tweede mededeling over eSafety - eCall naar de burger brengen, van 14 september 2005, en Mededeling van de Commissie: eCall terug op schema brengen - Actieplan (Derde mededeling over eSafety) van 23 november 2006;


12. Mededeling van de Commissie over het initiatief "De intelligente auto" - ICT-promotie ten behoeve van slimmere, veiligere en schonere voertuigen, van 15 februari 2006;


13. Groenboek van de Commissie: Een nieuwe stedelijke mobiliteitscultuur van 25 september 2007;


14. Resolutie 94/C 309/01 van de Raad van 24 oktober 1994 over telematica in het verkeer, Mededeling van de Commissie over telematica in het verkeer van 4 november 1994 en Resolutie 95/C 264/01 van de Raad van
28 september 1995 over de toepassing van telematica in het wegverkeer;


15. Mededeling van de Commissie over een communautaire strategie en een communautair kader voor de invoering van telematica voor het wegvervoer in Europa en voorstellen voor eerste maatregelen, van
20 mei 1997, en de conclusies van de Raad Vervoer van 17 juni 1997 in dat verband;


16. Aanbeveling van de Commissie betreffende de ontwikkeling van een juridisch en economisch kader voor deelneming van de particuliere sector aan de invoering van op telematica gebaseerde verkeers- en reisinformatiediensten in Europa van 4 juli 2001.

OVERWEGENDE HETGEEN VOLGT:


1. mobiliteit is van essentieel belang voor de kwaliteit van het bestaan van de Europese burgers en voor het mededingingsvermogen van de Europese Unie en haar lidstaten;


2. de verkeersveiligheid dient voortdurend te worden verbeterd;


3. van de vervoerssector mag een significante bijdrage aan de bestrijding van de klimaatverandering worden verwacht;


4. een duurzamer ontwikkeling van de vervoerssector zou tot minder milieuschade, congestie en ongevallen leiden;


5. ITS (Intelligente vervoerssystemen) moet er in aanzienlijke mate toe bijdragen dat op lokaal, nationaal en Europees niveau de doelstellingen inzake duurzaam vervoer worden verwezenlijkt, rekening houdend met aspecten van multimodaliteit;


6. ITS moet bijdragen tot de ontwikkeling van doeltreffende, veilige en milieuvriendelijke vervoersdiensten, marktkansen creëren voor de Europese industrie en haar concurrentiepositie verstevigen;


7. Invoering van ITS kan leiden tot betere mobiliteit in de steden, met minder congestie, CO2-emissie en energieverbruik, onder meer door het faciliteren van duurzamere vervoersalternatieven zoals tram, metro, trein, bus, trolleybus, carpoolen, enz.;


8. om het potentieel van ITS ten volle te kunnen benutten, dienen de ingevoerde systemen en toepassingen een passend niveau van compatibiliteit, interoperabiliteit en continuïteit van diensten voor de gebruiker op Europees niveau te waarborgen;


9. de lopende werkzaamheden in de betrokken internationale fora moeten in aanmerking worden genomen;


10. het ondernemingsmodel dat thans gebruikt wordt voor de invoering van ITS in het Europees wegverkeer is hoofdzakelijk gebaseerd op particuliere initiatieven en kent beperkingen; daarom moet er tussen de particuliere en de openbare sector hechter worden samengewerkt;


11. in het kader van een aantal met ITS vergelijkbare initiatieven zoals ERTMS, VTMIS/AIS en RIS, is met succes een geïntegreerde communautaire benadering toegepast waarin wetgevende maatregelen, normalisatie en financiële steun zijn gecombineerd;


12. investeren in de invoering van ITS moet de innovatie stimuleren, kan kwalitatief hoogwaardige banen creëren en op korte termijn sociale en economische baten opleveren, hetgeen in de huidige financiële en economisch situatie van bijzonder groot belang is;


13. de lopende werkzaamheden voor het trans-Europees wegennet in het kader van het EasyWay-project, vormen een platform waar in de EU de invoering van ITS kan worden gecoördineerd in relatie tot het wegverkeer;


14. bij de selectie en invoering van ITS-toepassingen en -diensten wordt uitgegaan van een behoeftenraming met indien nodig proefprojecten en worden de beginselen van subsidiariteit, effectiviteit, kosteneffectiviteit, geografische continuïteit, interoperabiliteit en ontwikkelingsstadium in acht genomen;


15. de administratieve belasting wordt tot een minimum beperkt.

DE RAAD:

(1) IS INGENOMEN MET de mededeling van de Commissie: Actieplan voor de invoering van intelligente vervoerssystemen in Europa van 16 december 2008, en NEEMT NOTA VAN het bijbehorende voorstel voor een richtlijn tot vaststelling van het kader voor de invoering van ITS op het gebied van wegvervoer;

(2) VERZOEKT het voorzitterschap om, in het kader van de besprekingen over het voorstel voor een ITS-richtlijn, een bijzondere werkvergadering bijeen te roepen om te bespreken hoe duidelijkheid kan worden bereikt over de specifieke acties die genoemd worden in het in december 2008 uitgebrachte Actieplan voor de invoering van intelligente vervoerssystemen in Europa;

(3) STEUNT de algemene doelstellingen en in beginsel ook de prioriteiten die de Commissie heeft vastgesteld om de invoering van ITS in de EU te bespoedigen en te coördineren;

(4) SPOORT de Commissie AAN een Europees regelgevend kader te faciliteren, dat specificaties bevat voor compatibiliteit, interoperabiliteit en continuïteit van ITS-diensten en eventueel grensoverschrijdende effectiviteit. Overeenkomstig het subsidiariteitsbeginsel worden besluiten over invoering en implementatie aan de lidstaten of de particuliere sector overgelaten. Bij de verdere invoering van ITS moet qua technologische vooruitgang en financiële inspanningen rekening worden gehouden met de bestaande, door afzonderlijke lidstaten aangelegde infrastructuur;

(5) IS ZICH ERVAN BEWUST dat de bestaande en nieuwe obstakels voor de invoering van ITS in de EU in kaart moeten worden gebracht en dat een korte- en een middellangetermijnstrategie moet worden ontwikkeld om die obstakels weg te nemen, teneinde voor compatibiliteit, interoperabiliteit en continuïteit van ITS-diensten te zorgen door middel van, waar nodig, regelgeving, normalisatie, onderzoek en ontwikkeling, stimulerende maatregelen en financiële steun van de Gemeenschap binnen het huidige financiële kader;

(6) BENADRUKT dat voor alle vervoerswijzen ITS moet worden ontwikkeld, om zo doelstellingen inzake duurzaam vervoersbeleid te helpen verwezenlijken, rekening houdend met aspecten van multimodaliteit;

(7) VERZOEKT de Commissie en de lidstaten eventuele obstakels voor de compatibiliteit, interoperabiliteit en continuïteit van ITS- systemen en -diensten sneller in kaart te brengen en weg te nemen, en functionele specificaties vast te stellen ten einde Europese normalisatie op gang te brengen en te stimuleren en trans-Europese toepassingen mogelijk te maken, met de volgende doelen:


1. optimale benutting van weg-, verkeers- en trajectgegevens en
-informatie door betrokken gebruikers;


2. modal shift, comodaliteit en de optimale benutting van ITS- diensten voor intermodaal vervoer;


3. continuïteit van ITS-diensten voor verkeers- en vrachtbeheer op de Europese vervoerscorridors en in stedelijke agglomeraties;


4. grotere veiligheid op en van wegen;


5. effectieve integratie van het voertuig in de vervoersinfrastructuur;

(8) NEEMT NOTA VAN het indicatieve tijdschema dat de Commissie in het actieplan heeft opgenomen;

(9) VERZOEKT de Commissie te onderzoeken in hoeverre de maatregelen betreffende de veiligheid en het reiscomfort van kwetsbare weggebruikers en personen met verminderde mobiliteit of een beperkt oriëntatievermogen realiseerbaar zijn;

(10) IS in dit verband VAN OORDEEL dat met name de volgende maatregelen voorrang moeten krijgen, via een betere integratie en coördinatie van ITS voor alle vervoerswijzen, gebaseerd op samenwerking tussen de private en de publieke sector:

(10.1) de vaststelling van de noodzakelijke vereisten:

i) opdat ITS-gebruikers in realtime over accurate grensoverschrijdende verkeers- en reisinformatie beschikken;

ii) opdat gegevens over het wegennet en het verkeer kunnen worden verzameld en overgedragen aan ITS-aanbieders, met inbegrip van passende maatregelen voor het omgaan met gebeurtenissen en crises;

iii) opdat waar mogelijk bestaande toegankelijke wegen- en verkeersinformatie voor digitale kaarten accuraat is en beschikbaar is voor producenten van digitale kaarten en dienstaanbieders; en

iv) opdat 'universele verkeersberichten' gratis aan de gebruikers ter beschikking worden gesteld:


1. met name betreffende situaties waar de veiligheid op de weg in gevaar wordt gebracht (bv. congestie, ongevallen);


2. en betreffende hun minimale content;

(10.2) de vaststelling van de minimale/noodzakelijke vereisten voor de continuïteit van ITS-diensten voor vracht en passagiers via vervoerscorridors en in stedelijke/interstedelijke gebieden, en voor de verschillende transportwijzen;

(10.3) de vaststelling van de noodzakelijke maatregelen voor:

i) het gebruik van innovatieve technologieën bij het verwezenlijken van ITS-toepassingen in de goederenlogistiek;

ii) het bevorderen van de geharmoniseerde invoering van een de gehele EU bestrijkende e-Call op basis van samenwerking en geschikte normalisatie;

iii) het ontwikkelen van de Europese ITS-kaderstructuur, met een specifieke regeling voor de interoperabiliteit, continuïteit van diensten en multimodaliteitsaspecten op ITS-gebied, waarbinnen de lidstaten en hun bevoegde instanties, in samenwerking met de particuliere sector, hun eigen ITS-structuur voor mobiliteit op nationaal, regionaal of lokaal niveau kunnen ontwikkelen;

iv) het verbeteren van de veiligheid van weggebruikers met betrekking tot de mens/machine-interface aan boord en het gebruik van nomadische apparatuur, evenals de beveiliging van de apparatuur in voertuigen;

v) het aanbieden van op ITS gebaseerde reserverings- en informatiesystemen voor veilige en beveiligde parkeerterreinen voor vrachtwagens en bedrijfsvoertuigen;

vi) het integreren van diverse ITS-toepassingen op een open platform zodat voertuigen kunnen worden uitgerust met inbouwapparatuur

vii) het promoten van geavanceerde bestuurdersondersteunende systemen die zoveel mogelijk verwondingen voorkomen en levens redden;

viii) de laatste hand leggen aan een norm voor open interfaces ter vergemakkelijking van communicatie binnen het voertuig, tussen verschillende voertuigen en tussen voertuigen en infrastructuur langs de weg;

ix) de verdere ontwikkeling, beproeving en toepassing van coöperatieve systemen (voertuig-voertuig en voertuig- infrastructuur);

(11) VERZOEKT de Commissie uiterlijk eind 2011 de aspecten inzake beveiliging en bescherming van persoonsgegevens bij de gegevensverwerking in ITS-toepassingen en -diensten te onderzoeken, evenals de aansprakelijkheid in verband met het gebruik van ITS- toepassingen en met name van veiligheidssystemen aan boord van het voertuig;

(12) ROEPT de Commissie OP beleidsondersteunende instrumenten voor investeringsbeslissingen inzake ITS-toepassingen en -diensten te ontwikkelen, alsmede richtsnoeren voor de publieke financiering van ITS-faciliteiten en -diensten;

(13) SPOORT de Commissie en de lidstaten AAN om, met volledige inachtneming van het subsidiariteitsbeginsel en met als doel verstoringen te vermijden, een specifiek samenwerkingsplatform voor ITS op te zetten, waaraan in voorkomend geval ook nationale/regionale/lokale overheden en de particuliere sector deelnemen, teneinde prioriteit te geven aan ITS-initiatieven voor duurzame regionale en stedelijke mobiliteit;

(14) VERZOEKT de Commissie om waar nodig een normalisatieopdracht aan de Europese normalisatieorganisaties te geven om het vaststellen van normen te versnellen;

(15) VERZOEKT de Europese normalisatieorganisaties mee te werken aan de invoering van ITS en hun inspanningen bij de vaststelling van technische normen en voorschriften voor interoperabele en compatibele ITS op Europees niveau te intensiveren;

(16) VERZOEKT de Commissie een methode uit te werken, die is geënt op de doelstellingen van het vervoersbeleid, voor de financiering van ITS-gerelateerde infrastructuur, inclusief een analyse van financiële effecten in het algemeen en per actie, bijvoorbeeld door ITS aan een effectbeoordeling te onderwerpen. Die methode moet voor de lidstaten en de Commissie als hulpmiddel dienen bij de financiering van nieuwe of de opwaardering van bestaande ITS-infrastructuur;

(17) VERZOEKT de Commissie om, in overleg met de lidstaten en het bedrijfsleven, het bestaande kader voor de veilige mens/machine- interface aan te scherpen, met name voor informatieapparatuur en nomadische apparatuur in voertuigen;

(18) MOEDIGT de Commissie AAN de samenwerking op internationaal niveau over ITS-aangelegenheden te bevorderen en passende maatregelen te nemen;

(19) MOEDIGT de publieke en de particuliere sector aan op kosteneffectieve wijze gebruik te maken van satellietgestuurde infrastructuur (onder meer Galileo en Egnos) voor ITS-toepassingen en
-diensten die een wereldwijde, continue, nauwkeurige en gegarandeerde tijds- en positiebepaling vereisen."

LUCHTVERKEER

SESAR - Masterplan inzake luchtverkeersbeveiliging - Resolutie van de Raad

De Raad heeft een besluit aangenomen houdende goedkeuring van het Europees masterplan inzake luchtverkeersbeveiliging in het kader van het ATM- onderzoeksproject (SESAR) voor het gemeenschappelijk Europees luchtruim (7119/09). Het Europese ATM-masterplan voorziet in een routekaart voor de ontwikkelings- en ontplooiingsfase van het SESAR-project.

De Raad heeft tevens de volgende resolutie over de goedkeuring van dit plan aangenomen, waarin een aantal aspecten van de verdere ontwikkeling van het plan wordt onderstreept:

"DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Herinnerend aan:

i) de verklaring van de Raad van 9 juni 2006 over het voorstel voor een verordening van de Raad betreffende de oprichting van een gemeenschappelijke onderneming voor de realisering van het Europese nieuwe generatie luchtverkeersbeveiligingssysteem (SESAR),

ii) Verordening (EG) nr. 219/2007 van de Raad van 27 februari 2007 waarbij de gemeenschappelijke onderneming SESAR (hierna "de gemeenschappelijke onderneming" genoemd) wordt opgericht, en Verordening (EG) nr. 1361/2008 van de Raad van 16 december 2008 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 219/2007,

iii) de resolutie van de Raad van 8 juni 2007 over de formele oprichting van de gemeenschappelijke onderneming,

iv) de resolutie van de Raad van 9 oktober 2008 betreffende de start van de ontwikkelingsfase van het SESAR-project,

v) het belang van het SESAR-project voor de duurzame groei van de Europese burgerluchtvaart,

vi) de perspectieven die het SESAR-programma heeft geopend wat betreft milieuverbetering en emissievermindering,

vii) het feit dat een publiek-privaat partnerschap een essentieel element is voor de succesvolle evolutie van het toekomstige ATM- systeem in Europa,

viii) de aanmerkelijk grotere verantwoordelijkheden van de private partners met betrekking tot de technische basis voor alle verdere maatregelen inzake het SESAR-project en zijn definitiefase, gebaseerd op de gemeenschappelijke visie van de lidstaten en de betrokken partijen,

Gelet op:

het ontwerp-besluit van de Raad houdende goedkeuring van het Europees masterplan inzake luchtverkeersbeveiliging ("ATM-masterplan") in het kader van het ATM-onderzoeksproject (SESAR) voor het gemeenschappelijk Europees luchtruim,


1. VERWELKOMT de mededeling van de Commissie van 14 november 2008: "Het masterplan voor luchtverkeersbeheer (het ATM-masterplan)";


2. ZIET IN het ATM-masterplan een eerste opzet, die moet worden beschouwd als een levend document voor de ontwikkelings- en ontplooiingsfase van het SESAR-project en MEMOREERT dat alle belangrijke wijzigingen van het ATM-masterplan volgens een formeel proces moeten verlopen, in nauwe samenwerking met de lidstaten en alle betrokken partijen en dat zij overeenkomstig artikel 5, lid 4, van Verordening (EG) nr. 219/2007 moeten worden voorgelegd aan het Comité voor het gemeenschappelijk luchtruim, met inachtneming van de functionele luchtruimblokken en de lokale dimensies;


3. VERZOEKT de Commissie erop toe te zien dat de gemeenschappelijke onderneming SESAR de eerste actualisering van het ATM-masterplan voor eind maart 2010 ter aanneming aan de raad van bestuur voorlegt;


4. BENADRUKT dat het nodig is het onderzoek naar en de ontwikkeling van nieuwe technologieën in de ontwikkelingsfase voort te zetten en een geschikte methodiek vast te stellen (met inbegrip van beginselen met betrekking tot het verzamelen van realistische gegevens) voor de prestatiedoelstellingen en om de vooruitgang te kunnen toetsen aan het ATM-masterplan;


5. BESCHOUWT het door de gemeenschappelijke onderneming SESAR te ontwikkelen risicobeheersingsplan als een essentieel onderdeel van het ATM-masterplan en VERZOEKT de Commissie er zorg voor te dragen dat de gemeenschappelijke onderneming het huidige risicobeheersingsplan zal verfijnen en met de hoogste prioriteit de ramingen van de grote risico's en de bijbehorende risicobestrijdingsmaatregelen zal actualiseren;


6. MEMOREERT dat de gemeenschappelijke onderneming SESAR krachtens artikel 1, lid 5, van Verordening (EG) nr. 219/2007 belast is met de uitvoering van het ATM-masterplan, en BENADRUKT dat de gemeenschappelijke onderneming SESAR algehele controle behoudt over alle werkzaamheden die aan Eurocontrol worden opgedragen en over de ontwikkelingsfase, met inbegrip van adequate regelingen voor de financiering en de beschikbaarstelling van de middelen;


7. MEMOREERT dat de Commissie het Comité voor het gemeenschappelijk luchtruim regelmatig zal informeren over het verloop van de werkzaamheden van de gemeenschappelijke onderneming, met inbegrip van de maatregelen inzake risico's en risicobestrijding;


8. VERZOEKT de Commissie om voor het eerst in 2010 en vervolgens jaarlijks aan de Raad verslag uit te brengen over de vorderingen die de gemeenschappelijke onderneming met de uitvoering van het ATM- masterplan maakt. Het verslag dient altijd een actualisering van het risicobeheersingsplan, risicobestrijdingsmaatregelen en eventuele aanzienlijke begrotingsgevolgen te bevatten;


9. VERZOEKT de Commissie OPNIEUW om, na overleg met het Comité voor het gemeenschappelijk luchtruim, vóór eind 2010 nauwkeurige voorstellen in te dienen voor de voorbereiding op en de overgang naar de SESAR-ontplooiingsfase, met de nadruk op het beheer ervan, en op adequate, en waar dienstig voor bepaalde betrokken partijen, innoverende financieringsmechanismen voor die fase;


10. VERZOEKT de Commissie om in overleg met de gemeenschappelijke onderneming SESAR en alle betrokken partijen, en in samenwerking met de militaire sector een regelgevende routekaart te ontwikkelen en toe te zien op de uitvoering ervan. Dit zal gebaseerd zijn op het communautaire juridisch kader (tenuitvoerleggingsregels en communautaire specificaties) ter ondersteuning van de implementatie van de SESAR-tenuitvoerleggingspakketten;


11. VERZOEKT de Commissie er zorg voor te dragen dat de gemeenschappelijke onderneming SESAR een uitgebreid communicatieplan voor alle betrokken partijen opstelt, dat in voorkomend geval gebaseerd is op de bestaande overlegregelingen en ook rekening houdt met de functionele luchtruimblokken en de lokale dimensies;


12. VERZOEKT de Commissie erop toe te zien dat tijdens de ontwikkelingsfase de regulerende instanties betrokken worden bij het overlegproces dat op instigatie van de gemeenschappelijke onderneming SESAR plaatsvindt;


13. VERZOEKT de Commissie te bewerkstelligen dat de gemeenschappelijke onderneming en de betrokken partijen zich met kracht richten op het behalen van snelle positieve resultaten door middel van SESAR, met gebruikmaking van gevalideerde en gestandaardiseerde technologieën, via bedrijfsmodellen, een kosten- batenanalyse en overlegregelingen;


14. VERZOEKT de Commissie alle noodzakelijke maatregelen te nemen om tot een zo groot mogelijke interoperabiliteit te komen tussen SESAR en het corresponderende VS-systeem NEXTGEN en andere projecten in de ICAO-regio's, en voorts te zorgen voor en rekening te houden met de noodzaak van consistentie met de in ICAO-verband ontwikkelde totaalconcepten;


15. VERZOEKT de Commissie daartoe een aanbeveling bij de Raad in te dienen opdat de Commissie kan worden gemachtigd onderhandelingen te openen over een memorandum voor samenwerking met de Federal Aviation Administration van de Verenigde Staten van Amerika;


16. BENADRUKT dat bij de ontwikkeling van het ATM-masterplan rekening moet worden gehouden met de nabijheid van niet-EU-landen als een van de elementen van de externe dimensie van het gemeenschappelijk Europees luchtruim, teneinde de Commissie te ondersteunen bij de verdere totstandbrenging van de gemeenschappelijke luchtvaartruimte."

Luchtvervoersovereenkomst met Canada

De Raad heeft een positief politiek standpunt ingenomen ten aanzien van het ontwerp van luchtvervoersovereenkomst met Canada en heeft verzocht dat een definitieve tekst wordt opgesteld, zodat vóór de ondertekening van de overeenkomst - naar verwacht tijdens de top EU-Canada in mei 2009 - een besluit kan worden aangenomen.

Deze overeenkomst, waarover door de Commissie is onderhandeld op basis van een mandaat van de Raad van oktober 2007, zal in de plaats komen van de bestaande bilaterale overeenkomsten van lidstaten met Canada. De overeenkomst voorziet in de geleidelijke invoering van verkeersrechten, investeringsmogelijkheden, alsmede in samenwerking op een aantal gebieden, waaronder veiligheid, beveiliging, sociale zaken, consumentenbelangen, milieu, luchtverkeersbeheer, staatssteun en concurrentie. De overeenkomst zal de verbindingen tussen de respectieve markten en de interpersoonlijke contacten verbeteren, en nieuwe mogelijkheden creëren in de luchtvaartsector.

SCHEEPVAART

Rechten van passagiers die over zee of binnenwateren reizen

De Raad heeft tijdens een openbare beraadslaging kennis genomen van een voortgangsverslag van het voorzitterschap (7141/09) over een ontwerp- verordening betreffende de rechten van passagiers die over zee of binnenwateren reizen. Hij heeft tevens - op basis van een vragenlijst van het voorzitterschap - een oriënterend debat gehouden over de werkingssfeer van dit voorstel.

Tijdens het debat hebben alle lidstaten het Commissievoorstel verwelkomd en nogmaals hun vaste wil betuigd om de rechten van passagiers te versterken.

Wat de eerste vraag betreft, over het soort passagiersdienst, waren de meeste delegaties van oordeel dat alle soorten diensten, met uitzondering van toeristische en sightseeingdiensten, in de werkingssfeer van het verordeningsvoorstel moeten worden opgenomen.

Wat de tweede vraag betreft, over de territoriale toepassing, waren de meeste delegaties van oordeel dat de ontwerp-verordening niet alleen moet gelden voor passagiers die tussen communautaire havens reizen maar ook voor passagiers die tussen communautaire havens en havens van derde landen reizen.

Wat de derde vraag betreft, over het soort schip, vonden de meeste delegaties dat het voorstel niet van toepassing dient te zijn op schepen die vooral voor vrachtvervoer worden gebruikt.

De Raad heeft zijn voorbereidende instanties verzocht de bespreking van dit voorstel voort te zetten, zodat in juni een akkoord kan worden bereikt.

De voorgestelde verordening maakt deel uit van het algemene beleid van de EU ten behoeve van een gelijke behandeling van passagiers, ongeacht het gebruikte vervoersmiddel. Soortgelijke wetgeving is reeds vastgesteld op het vlak van lucht- en treinvervoer, en is voorgesteld voor autobus- en touringcardiensten.

De ontwerp-verordening stelt regels vast inzake informatie en bijstand aan passagiers met een handicap of beperkte mobiliteit. Voor passagiers in het algemeen bevat zij bepalingen inzake bijstand, informatie en compensatie ingeval hun reis wordt geannuleerd of uitgesteld.

De Commissie heeft haar voorstel in december 2008 ingediend (11990/08). Het Europees Parlement moet in april 2009 advies in eerste lezing advies uitbrengen.

Zeevervoersbeleid van de EU tot 2018 - Conclusies van de Raad

De Raad heeft de volgende conclusies aangenomen:

"De Raad van de Europese Unie,

GELET OP de fundamentele doelstellingen van het Europees duurzaam vervoersbeleid en de overkoepelende doelstellingen in het geïntegreerd maritiem beleid;

MEMOREREND dat meer dan 90% van de wereldhandel over zee verloopt, dat de scheepvaart en aanverwante zeevervoersdiensten een belangrijke bijdrage vertegenwoordigen aan de Europese economie, dat de scheepvaart en aanverwante diensten van de Europese Unie van wezenlijk belang zijn voor het Europese concurrentievermogen, dat het zeevervoer rechtstreeks effect heeft op de kwaliteit van het leven in Europa en dat de korte vaart een essentieel onderdeel is van het multimodale Europese vervoerssysteem en de logistieke keten van deur tot deur;

BENADRUKKEND dat de Europese Unie er belang bij heeft een veilige, beveiligde en efficiënte scheepvaart op schonere oceanen te bevorderen en dat de Europese zeevaartautoriteiten en de Europese scheepvaartsector zeer veel hebben bereikt op het gebied van de veiligheid en beveiliging van de zeevaart en de bescherming van het mariene milieu;

ONDERKENNEND dat de Europese maritieme sector de komende 10 jaar met grote uitdagingen te maken zal krijgen, zoals het effect van de huidige economische neergang, problemen met het vinden van zeevarenden binnen de Gemeenschap, het strategisch belang van de scheepvaart voor het waarborgen van de energievoorziening, de grote zorgen over het milieu en de klimaatverandering, de oneerlijke concurrentie vanuit derde landen en de dreigingen van zeeroverij en terrorisme;

tevens ERKENNEND dat in het toekomstige Europese maritiem beleid terdege rekening moet worden gehouden met de geografische ligging en de specifieke omstandigheden van de diverse maritieme gebieden in Europa, in termen van schepen, verkeer, veiligheids- en beveiligingsbehoeften, vereisten voor ijsnavigatie en de huidige milieu-omstandigheden, omdat daardoor bijzondere eisen worden gesteld aan de kenmerken en de kwaliteit van de schepen, de infrastructuur en de competentie van de bemanning;

ERAAN HERINNEREND dat de EU na de goedkeuring van het derde pakket maritieme veiligheid, in combinatie met de internationaal vastgestelde regels nu over een van de meest uitgebreide regelgevingskaders inzake scheepvaart ter wereld beschikt; ERAAN HERINNEREND dat het Europees Agentschap voor maritieme veiligheid (EMSA) de lidstaten en de Commissie een helpende hand geboden heeft bij het verwezenlijken van de doelstellingen van de EU op dat gebied;

OVERWEGENDE dat de instandhouding en verdere ontwikkeling van een aantrekkelijk en duurzaam kader voor kwalitatief hoogwaardige scheepvaart in een context van geliberaliseerde internationale maritieme diensten noodzakelijk zijn om te voorkomen dat Europese scheepvaartcentra naar andere continenten worden verplaatst en om de scheepvaart te bestrijden die niet aan de normen voldoet, en dat dit derhalve de hoogste prioriteit verdient;

BENADRUKKEND dat voldoende goed opgeleid personeel essentieel is voor de gehele maritieme cluster en vooral voor de maritieme veiligheid; OVERWEGENDE dat de conclusies van de Raad van juni 2003 en december 2005 betreffende de verbetering van het imago van het communautaire zeevervoer en het aantrekkelijk maken van een beroep op zee voor jongeren daarom volledig relevant blijven;

BENADRUKKEND dat, gezien de internationale aard van de zeevaart, voor iedereen gelijke concurrentievoorwaarden moeten gelden en internationaal overeengekomen regels wereldwijd op uniforme wijze moeten worden toegepast en gehandhaafd, dat de Europese Unie steun blijft verlenen aan de inspanningen die de internationale gemeenschap en in het bijzonder de IMO, de IAO en UNCITRAL leveren om deze gelijke voorwaarden te verwezenlijken, en dat de Europese Unie er groot belang bij heeft open markten voor scheepvaart en handel te bevorderen, evenals normen voor kwalitatief hoogwaardig scheepvaartverkeer met haar belangrijkste handels- en scheepvaartpartners;

BEKLEMTONEND dat kennis, innovatie en geavanceerde moderne technologie van wezenlijk belang zijn voor het verhogen van de doelmatigheid van de gehele Europese maritieme sector, voor het verbeteren van het mededingingsvermogen van de Europese maritieme vervoerssector, voor een grotere energie- efficiëntie, voor het zo klein mogelijk maken van de milieu-effecten; daarom op lange termijn STREVEND NAAR de "nuloptie" voor het Europees maritiem transport door afval en emissies zoveel mogelijk te beperken;


1. BENADRUKT dat het voor de Europese Unie van groot strategisch belang is ervoor te zorgen dat haar zeevervoerssysteem beter scoort wat betreft voorzieningszekerheid, concurrentievermogen, werkgelegenheid, milieuprestaties en bijdrage tot economische groei;


2. MEMOREERT dat de financiële crisis en de economische vertraging een aanzienlijk effect hebben op de Europese scheepvaart- en aanverwante industrieën; dat de protectionistische praktijken die de handel over zee treffen en oneerlijke mededinging op de zeevaartmarkten een ernstige bedreiging vormen voor het herstel van de Europese en de wereldeconomieën, en dat slechte marktomstandigheden al snel kunnen leiden tot scheepvaart die niet aan de normen voldoet, met onaanvaardbare risico's op verlies van mensenlevens op zee en sterke achteruitgang van het mariene milieu;


3. BEAAMT dat alle economische actoren een vastberaden en gezamenlijke inspanning zullen moeten leveren, om te bewerkstelligen dat Europa zijn maritieme kennis behoudt, met adequate personele en technologische middelen en de juiste voorwaarden om de Europese scheepvaart op lange termijn concurrerend te houden op de wereldmarkten en om het potentieel voor de korte vaart volledig te benutten;


4. PRIJST de strategische herziening die de Commissie in samenwerking met de zeevaartautoriteiten en de Europese scheepvaartsector heeft opgesteld en de daaruit voortgekomen Mededeling van de Commissie over de strategische doelstellingen en aanbevelingen voor het zeevervoersbeleid van de EU tot 2018, en IS VAN OORDEEL dat de in de strategische herziening voorgestelde aanpak voor de lange termijn uitzicht biedt op een beter concurrerende en duurzamere Europese maritieme sector, een grotere kennis van zaken op maritiem gebied en kwalitatief hoogwaardige banen in de maritieme sector in Europa, en aldus een efficiënt en betrouwbaar zeevervoer binnen, vanuit en naar Europa veilig stelt;


5. BENADRUKT dat het opbouwen van vertrouwen en partnerschappen op internationaal niveau binnen de Internationale Maritieme Organisatie en de Wereldhandelsorganisatie en middels bilaterale dialogen en bilaterale overeenkomsten voor zeevervoer, waar dienstig met handels- en scheepvaartpartners, van wezenlijk belang is;


6. ONDERSCHRIJFT de zes strategische actiegebieden die in de mededeling van de Commissie worden genoemd: Europese scheepvaart en mondialisering, personele middelen, zeemanschap en kennis van zaken op maritiem gebied, bevordering van de kwaliteit van de scheepvaart, samenwerking op het internationale toneel, benutting van het volledige potentieel van de korte vaart en zeevervoersdiensten voor bedrijven en burgers in Europa, en onderzoek en technologische ontwikkeling;


7. VERZOEKT de Commissie om, op basis van overleg met alle belanghebbenden, passende maatregelen op de strategische gebieden uit te werken, en daarbij in het bijzonder aandacht te schenken aan:

a) het handhaven en, waar dienstig, verbeteren van een duidelijk en mondiaal concurrerend EU-kader voor staatssteun en tonnage- en inkomstenbelasting ;

b) het volgen van de omstandigheden op de markt en het bevorderen van eerlijke en echte mededinging voor zeevervoer overal ter wereld;

c) het ontwikkelen van positieve maatregelen teneinde het imago van de scheepvaart te verbeteren en meer bekendheid te geven aan verschillende maritieme beroepen in de sector zeevervoer, teneinde onderwijs en opleiding aan en werkgelegenheid voor Europese zeevarenden en gemengde loopbanen op zee en aan wal te bevorderen zodat de gehele Europese maritieme cluster de noodzakelijke personele middelen krijgt; het verbeteren van de arbeidsomstandigheden en de sociale bescherming en het uitvoeren van de desbetreffende wetgeving, zoals het Maritiem Arbeidsverdrag van de IAO;

d) samenwerking met lidstaten en andere landen teneinde een gestage verbetering van de veiligheid, beveiliging, milieuprestaties en arbeidsomstandigheden op gang te brengen en te bevorderen middels internationale IMO- en IAO-instrumenten, waarbij ervoor wordt gezorgd dat internationaal overeengekomen regels door alle vlaggen-, haven- en kuststaten ter wereld daadwerkelijk worden toegepast;

e) het scheppen van gunstige voorwaarden voor de volledige benutting van het potentieel van de korte vaart en van zeevervoersdiensten voor bedrijven en burgers in Europa, met aandacht voor met name de vlotte invoering en uitvoering van bestaande of nieuwe internationale instrumenten op het gebied van milieubescherming, onder vermijding van verstoringen in de logistieke keten, en van andere consequenties, zoals die welke kunnen voortvloeien uit de terugschakeling van de korte vaart naar het wegvervoer;

f) samenwerking met lidstaten zodat de Europese Unie actief kan bijdragen tot de inspanningen van de IMO om een uitgebreid internationaal kader voor scheepvaart te behouden en verder te ontwikkelen;

g) gelet op de komende uitdagingen, het verbeteren van de werkzaamheden van het Europees Agentschap voor maritieme veiligheid wat betreft het verlenen van technische en wetenschappelijke ondersteuning aan de lidstaten en de Commissie;

h) het wegnemen van onnodige administratieve belemmeringen, het mogelijk maken van e-diensten, de verdere ontwikkeling van de snelwegen op zee, en het verder ondersteunen van maritieme verbindingen, en verbindingen tussen havens en het achterland in het kader van het TEN-T-programma en het Marco Polo-programma;

i) steun aan O&O op maritiem gebied, met name het Waterborne Platform en verbeteren van energie-efficiëntie en milieuprestaties, benutting van OTO-inspanningen en stimulering van het gebruik van geavanceerde informatie- en communicatietechnologieën ten gunste van het Europese zeevervoersstelsel en de Europese maritieme sector;

j) het versterken van het concurrentievermogen van de maritieme cluster op het gebied van industrie en dienstverlening van de EU, met inbegrip van zijn relatie met de scheepsbouwsector, door middel van het stimuleren van oplossingen op basis van geavanceerde technologie met als doel een hoge mate van werkgelegenheid te bereiken en strenge normen op het gebied van de milieudoelstellingen te hanteren;

k) het ten volle benutten van AIS, LRIT en satellietgebaseerde systemen (GMES), in de ruimere context van de opkomende maritieme e-diensten, ten behoeve van de doelstellingen van het Europese zeevervoersbeleid;


8. VERZOEKT de lidstaten:

a) het wereldwijde mededingingsvermogen van de zeevervoerssector te stimuleren en specifieke maatregelen te nemen om de in de bovenbedoelde Raadsconclusies van 2003 en 2005 genoemde maatregelen uit te voeren, teneinde de maritieme kennis te vergroten en maritieme loopbanen aantrekkelijker te maken, voor mannen en vrouwen, op zee en aan wal, en tegelijkertijd bij te dragen tot de verbetering van de arbeids- en levensomstandigheden aan boord via de bekrachtiging en uitvoering van het Maritieme Arbeidsverdrag van de IAO;

b) te zorgen voor uitvoering en handhaving op nationaal niveau van de internationale en de EU-regelgeving inzake veiligheid, beveiliging en het milieu, en zich er via de IMO voor in te zetten dat internationaal overeengekomen regels door alle vlaggen-, kust- en havenstaten daadwerkelijk worden uitgevoerd;

c) te streven naar de ontwikkeling van een geïntegreerd EU- systeem voor maritieme informatie en toezicht op het scheepvaartverkeer, voortbouwend op de meest recente beschikbare hulpmiddelen, zoals AIS, LRIT, SafeSeaNet en CleanSeaNet, of middelen die in ontwikkeling zijn, zoals Galileo en GMES;

d) zich in te zetten voor een vermindering van onnodige administratieve belasting en van dubbele grenscontroles en, waar dienstig, voor een harmonisatie van documenten, zowel binnen de EU als wereldwijd;

e) opnieuw hun steun uit te spreken voor het werk van de IMO, dat erop gericht is in juli 2009 een goede overeenkomst tot stand te brengen waaruit hun bereidheid en vaste wil blijkt om de uitstoot van broeikasgassen door schepen te beperken en terug te dringen, met als uiteindelijke doel de goedkeuring van een wereldwijd bindend instrument dat vanaf 2011 van toepassing is op schepen, ongeacht hun vlag ;

f) hun toezegging te bevestigen dat zij alles in het werk zullen stellen voor de spoedige aanneming van een Protocol bij het HNS-Verdrag van 1996 voor de regeling van aansprakelijkheid en vergoeding voor schade in samenhang met het vervoer over zee van gevaarlijke en schadelijke stoffen, zodat zo spoedig mogelijk een internationaal regelgevingskader ten uitvoer kan worden gelegd;

g) de herziening van het STCW-Verdrag betreffende de normen voor zeevarenden inzake opleiding, diplomering en wachtdienst te steunen, en er vervolgens voor te zorgen dat het spoedig wordt bekrachtigd, zodat strengere competentie-eisen voor de bemanning kunnen worden toegepast;


9. DRINGT ER bij alle belanghebbenden OP AAN actief te werken aan het bevorderen van kwalitatief hoogwaardige scheepvaart en aan het verwezenlijken van de overkoepelende doelstelling, namelijk om uiterlijk in 2018 een efficiënte en duurzame Europese zeevervoerssector te realiseren, onder meer door te investeren in menselijk kapitaal als essentiële factor voor het waarborgen van de leidende rol van de Europese scheepvaart op de wereldmarkten;


10. VERZOEKT de Commissie en de lidstaten te gepasten tijde de strategische doelstellingen van het zeevervoersbeleid van de EU tot
2018 aan de betrokken internationale organisaties en in hun bilaterale betrekkingen te presenteren en toe te lichten;


11. VERZOEKT de Commissie om samen met de lidstaten en alle belanghebbenden zo spoedig mogelijk en in elk geval uiterlijk eind
2009 een gedetailleerde routekaart uit te werken en uiterlijk eind
2013 een tussentijdse evaluatie van de uitvoering van het Europees zeevervoersbeleid uit te voeren."

Europese maritieme ruimte zonder grenzen - Conclusies van de Raad

De Raad heeft de volgende conclusies aangenomen:

"De Raad van de Europese Unie,

GEZIEN


1. de mededelingen, conclusies, resoluties, actieplannen en specifieke maatregelen ter bevordering van de korte vaart die de Europese Commissie, het Europees Parlement en de Raad sinds 1999 hebben aangenomen;


2. de conclusies die zijn aangenomen op de ministeriële conferentie over snelwegen op zee van 24 januari 2006 in Ljubljana;


3. de Mededeling van de Commissie van 2006 over de tussentijdse evaluatie van het Witboek Vervoer;


4. de Mededeling van de Commissie betreffende het geïntegreerde maritieme beleid en de Mededeling van de Commissie over een Europees havenbeleid;

ERKENNEND dat bijna 40% van de handel op de interne markt plaatsvindt via de korte vaart, die een essentieel deel vormt van de co-modale Europese vervoersketens voor intracommunautaire vracht;

NOTA NEMEND van de vorderingen die in de loop der jaren gemaakt zijn bij de ontwikkeling van de korte vaart, met name dankzij het werk van de centra voor de bevordering van de korte vaart, het Europees netwerk voor de korte vaart, de snelwegen op zee en de contactpunten voor de korte vaart;

OVERWEGENDE dat de korte vaart bijdraagt tot het bereiken van de doelen van de Strategie van Lissabon en een effectief middel is voor het verminderen van congestie en van de schadelijke milieueffecten van het vervoer, en, in een klimaatcontext, voor het verminderen van CO2-emissies, voor het vergroten en verbeteren van de goederenstroom binnen het Europese vervoerssysteem en de cohesie binnen de Gemeenschap, alsmede voor het verbeteren van de verbindingen voor de perifere regio's en eilanden en de lidstaten die afhankelijk zijn van zeevervoer;

BEKLEMTONEND dat de logistieke sector en de sector van het zeevervoer een primaire verantwoordelijkheid dragen voor de ontwikkeling van de korte vaart en dat de Europese instellingen een vitale rol spelen bij het verminderen van administratieve belemmeringen en het scheppen van gunstige voorwaarden voor de ontwikkeling van de korte vaart;

ONDERSTREPEND dat een aantal administratieve knelpunten nog steeds de ontwikkeling van de korte vaart belemmert, met name die waarop in de mededeling van de Commissie wordt geattendeerd;

ONDERKENNEND dat technische initiatieven een vitale rol spelen bij het vereenvoudigen van administratieve procedures, met name de toezichtscapaciteit voor goederen en schepen door kust-, haven- en douaneautoriteiten, waaronder satellieten (Egnos/Galileo en GMES) en de opkomende e-maritieme en e-Freightsystemen; en overwegende dat het volledige potentieel van het SafeSeaNet-netwerk voor monitoring van de zeescheepvaart, de automatische identificatiesystemen (AIS) en het systeem voor de identificatie en het volgen van schepen op afstand (LRIT) moet worden gebruikt, onder meer voor het vereenvoudigen van de administratieve procedures;


1. ONDERKENT dat de korte vaart verder moet worden bevorderd en dat daarbij de ontwikkeling van de snelwegen op zee ten volle moet worden gewaarborgd teneinde de schadelijke milieueffecten van het vervoer in het algemeen te verminderen en de Europese economie te voorzien van een efficiënt, meer concurrerend, naadloos en kosteneffectief vervoerssysteem; en MEENT dat de huidig economische teruggang het belang van de initiatieven ter bevordering van de korte vaart vergroot;


2. IS VERHEUGD OVER de Mededeling en het actieplan van de Commissie met het oog op de instelling van een Europese zeevervoersruimte zonder grenzen; en STEUNT de doelstelling om de interne markt uit te breiden tot het zeevervoer tussen in de EU gelegen havens, door onder meer een beroep te doen op IT om de administratieve procedures voor het intracommunautaire zeevervoer te vereenvoudigen en te versnellen en deze vervoerswijze op die manier aantrekkelijker, efficiënter en concurrerender te maken;


3. BENADRUKT het belang van de strategie voor betere regelgeving en de noodzaak dat de Commissie haar activiteiten op de verschillende gebieden coördineert teneinde administratieve rompslomp uit te bannen en te voorkomen dat de voordelen van de Europese zeevervoersruimte zonder grenzen teniet worden gedaan door nieuwe administratieve lasten;


4. BEKLEMTOONT de dringende noodzaak prioriteit te verlenen aan de in de mededeling aangekondigde wijziging van de verordening tot vaststelling van de uitvoeringsbepalingen van het communautair douanewetboek, teneinde de belemmeringen voor oplossingen voor het intracommunautaire zeevervoer weg te nemen en de lidstaten op te roepen systemen te ontwikkelen voor vereenvoudigde nationale administratieve procedures;


5. IS VERHEUGD over het Commissievoorstel voor een richtlijn die de vaartuig- en goederengerelateerde verslaglegging en de bij de richtlijnen inzake zeevervoer vereiste formulieren rationaliseert en Richtlijn 2002/6/EG betreffende meldingsformaliteiten voor schepen die aankomen in en/of vertrekken uit havens van de lidstaten van de Gemeenschap vervangt; ZEGT TOE daaraan binnen het wetgevingsprogramma passende prioriteit te verlenen teneinde de administratieve procedures voor vaartuigen die EU-havens aandoen of verlaten verder te rationaliseren door de IMO/FAL-voorschriften en de communautaire regelgeving op elkaar af te stemmen;


6. VERZOEKT de Commissie de mogelijkheid te bestuderen om voor vaartuigen die voornamelijk tussen EU-havens varen en een derde land of een vrije zone aandoen, vereenvoudigde administratieve procedures in te voeren en tegelijk op het gebied van fraudebestrijding en bestrijding van namaak strenge normen te handhaven;


7. BEVEELT AAN de gedachtewisseling tussen de Commissie, de lidstaten en de betrokken sector voort te zetten teneinde de meest praktische manier te vinden om de concurrentie binnen en tussen havens te bevorderen en zo de korte vaart te stimuleren;


8. VERZOEKT de Commissie zo spoedig mogelijk te komen met richtsnoeren ter verheldering van de toepassing van de Gemeenschapswetgeving inzake de controle van veterinaire, zootechnische en fytosanitaire documenten, alsmede inzake de controle op mogelijke andere gebieden, teneinde de havenoperaties te versnellen, zulks met eerbiediging van de douanewetgeving;


9. VERZOEKT de Commissie, in samenwerking met de lidstaten en de belanghebbenden, de nodige voorbereidende taken en studies te verrichten met het oog op het presenteren van verdere middellangetermijnmaatregelen in 2010;


10. BEKLEMTOONT de noodzaak van verdere actie om de administratieve belemmeringen voor het zeevervoer en met name de korte vaart te verminderen op basis van de bestaande systemen en beste praktijken; en om de voorschriften betreffende het vervoer van gevaarlijke goederen voor de korte vaart te rationaliseren zonder dat het huidige veiligheidsniveau wordt verlaagd;


11. BEKLEMTOONT de noodzaak het zeevervoer te vergemakkelijken door een niveau te bereiken waarop de communicatie alleen met IT gebeurt, mede ter stimulering van elektronische gegevensuitwisseling, op basis van bestaande of gevestigde systemen, alsmede door e-maritieme systemen en oplossingen met één elektronisch contactpunt te ontwikkelen, en waar nodig binnen het bestaande en het toekomstige meerjarige financiële kader te voorzien in financiële ondersteuning door de Gemeenschap;


12. BEKLEMTOONT de noodzaak om, samen met derde landen, in de bevoegde internationale instanties initiatieven te nemen voor het verminderen van de administratieve hinderpalen voor het internationaal zeevervoer om aldus gelijke spelregels voor het zeevervoer te creëren;


13. STEUNT de Commissie bij het verbeteren van het beheer en de ontwikkeling van het centrale SafeSeaNet-netwerk op beleidsniveau, door de mogelijkheid te overwegen haveninformatie te verwerken via het SafeSeaNet; IS HET ERMEE EENS dat de Commissie en de lidstaten ervoor moeten zorgen dat de gegevens betreffende schepen en goederen op een rationele manier worden uitgewisseld via de interoperabele systemen SafeSeaNet en e-douane;


14. IS HET EROVER EENS dat de lidstaten - in de mate van het mogelijke - de haveninspecties moeten coördineren en de mogelijkheid moeten onderzoeken om een afzonderlijke opslag voor intra-EU-goederen in te voeren, het gebruik van elektronische vrachtbrieven en, waar passend, het gebruik van ontheffingsbewijzen inzake loodsdiensten moeten verbeteren en de administratieve communicatie verder moeten vergemakkelijken door het verlagen van taalbarrières;


15. BEKLEMTOONT dat het absoluut noodzakelijk is dat al deze acties ter vergemakkelijking van de korte vaart worden uitgevoerd zonder afbreuk te doen aan de bescherming van de buitengrenzen van de EU, zonder het milieu, de veiligheid, de beveiliging of de douane- en belastinginkomsten in gevaar te brengen en zonder ongunstige effecten op andere goederen, de scheepvaart en havenoperaties te creëren;


16. VERZOEKT de Commissie zo spoedig mogelijk de toekomstvisie voor de uitvoering en de correlatie tussen moderne op gegevensuitwisseling gebaseerde initiatieven zoals e-Freight, e-maritime, SafeSeaNet en e- Customs te presenteren;


17. VERZOEKT de Commissie toezicht te houden op de vorderingen bij het tot stand brengen van de Europese zeevervoersruimte zonder grenzen en zo nodig bijsturingsmaatregelen voor te stellen, uiterlijk in het voor 2012 geplande reguliere verslag over de korte vaart."

TELECOMMUNICATIE

Een toegankelijke informatiemaatschappij - Conclusies van de Raad

De Raad heeft de volgende conclusies aangenomen:

"De Raad van de Europese Unie

IS INGENOMEN MET

a) de mededeling van de Commissie van 1 december 2008 getiteld "Naar een toegankelijke informatiemaatschappij" ;

b) de resultaten van de ministeriële conferentie en tentoonstelling over e-inclusie die plaatsvonden in Wenen van 30 november tot en met 2 december 2008, alsmede de conclusies naar aanleiding van dit evenement;

MEMOREERT

a) de ministeriële verklaring "ICT for an Inclusive Society" die tijdens de conferentie over e-inclusie op 11 juni 2006 in Riga is aangenomen;

b) de resoluties van de Raad van 2002 inzake "e- toegankelijkheid voor mensen met een handicap" en "toegankelijkheid van openbare websites - toegang voor personen met een handicap", de resolutie van de Raad van 2003 inzake "e- toegankelijkheid - verbeteren van toegang van mensen met een functiebeperking tot de kennismaatschappij", de Raadsconclusies van 2005 over "e-toegankelijkheid", de Raadsconclusies van 2007 inzake "gezond ouder worden in de informatiemaatschappij" en de resolutie van de Raad van 2008 over "de situatie van personen met een handicap in de Europese Unie";

c) het Europese initiatief inzake ondersteund wonen in een intelligente omgeving, Ambient Assisted Living (AAL), op basis van artikel 169 van het EU-Verdrag;

d) de mededeling van de Commissie van 8 november 2007 getiteld "Europees i2010-initiatief voor e-inclusie: Deelnemen aan de informatiemaatschappij" en de mededeling van de Commissie van 2 juli 2008 getiteld "Vernieuwde sociale agenda: kansen, toegang en solidariteit in het Europa van de 21e eeuw" ;

e) het Verdrag van de Verenigde Naties inzake de rechten van personen met een handicap, met name de bepalingen ervan over de toegankelijkheid van technologieën en informatie;

ERKENT HETGEEN VOLGT:

a) informatie- en communicatietechnologie (ICT) is van cruciaal belang in de huidige maatschappij en economie, en kan de persoonlijke autonomie en levenskwaliteit aanmerkelijk verbeteren, met name voor mensen met een handicap en ouderen. e- Toegankelijkheid is een absolute voorwaarde voor een wijdverbreid gebruik van ICT en kan veel goedkoper worden middels "design for all"-benaderingen en een betere interoperabiliteit tussen diensten en apparatuur;

b) een betere e-toegankelijkheid brengt belangrijke sociale en economische voordelen met zich mee voor verschillende bevolkingsgroepen maar ook voor openbare en commerciële dienstverleners. Een betere e-toegankelijkheid kan bijvoorbeeld mensen met een handicap, ouderen, mensen die in afgelegen regio's leven en mensen met een economische of onderwijsachterstand, actiever als werknemer of consument laten participeren, en openbare en commerciële dienstverleners toegang bieden tot een uitgebreider cliëntenbestand;

c) initiatieven van bepaalde regeringen hebben reeds verbeteringen van de e-toegankelijkheid opgeleverd. De laatste jaren leggen instanties op alle niveaus en bij vele belanghebbenden een toenemend engagement tot verbetering van e- toegankelijkheid aan de dag. Al met al blijft e-toegankelijkheid in Europa evenwel aan de povere kant;

d) vele Europeanen maken nog steeds weinig of geen gebruik van ICT, ten dele wegens gebrekkige toegankelijkheid. Verschillende doelstellingen van de ministeriële verklaring van Riga zijn nog niet verwezenlijkt. De betrokkenen dienen zich dan ook te blijven inspannen om versnippering als gevolg van uiteenlopende benaderingen te voorkomen. Tot die inspanningen moet ook een gecoördineerd Europees optreden behoren;

BEKLEMTOONT HETGEEN VOLGT:

a) iedereen moet toegang hebben tot diensten van de overheid, dus ook gebruikers met een handicap en ouderen en eenieder die bijzondere moeilijkheden ondervindt bij het deel uitmaken van de informatiemaatschappij. Diensten die door overheden worden verleend, moeten toegankelijk zijn, ongeacht de software, het communicatiekanaal of de technologische apparatuur die worden gebruikt;

b) openbare instanties dragen de bijzondere verantwoordelijkheid om sociale cohesie, en dus ook e- toegankelijkheid, te bevorderen en beschikken daartoe over allerlei instrumenten, zoals wetgeving, normalisatie, certificatie en overheidsopdrachten;

c) in de verklaring van Riga hebben de ministeriële vertegenwoordigers van tal van Europese landen toegezegd om uiterlijk in 2010 aanzienlijke vooruitgang te boeken;

d) in de tweede versie van de Web Content Accessibility Guidelines (WCAG 2.0) van het World Wide Web Consortium (W3C) worden de noodzakelijke technische specificaties verstrekt;

e) de Europese normalisatie-organisaties blijven een belangrijke bijdrage leveren met hun werkzaamheden rond de toegankelijkheidsvereisten van ICT-gerelateerde producten en diensten in het kader van overheidsopdrachten ;

IS INGENOMEN MET HET VOORNEMEN VAN DE COMMISSIE OM

a) de activiteiten inzake e-toegankelijkheid voort te zetten in het kader van de i2010-groep op hoog niveau;

b) de dialoog met en onder belanghebbenden op Europees niveau te stimuleren, en waar nodig de inspanningen op elkaar af te stemmen;

c) de stand en de evolutie van e-toegankelijkheid in Europa te blijven monitoren en evalueren via diverse verslagen;

d) de websites van de Commissie toegankelijker te maken;

VERZOEKT DE COMMISSIE OM

a) e-inclusie in het algemeen en e-toegankelijkheid in het bijzonder hoog in het vaandel te houden, teneinde de Raad ertoe aan te moedigen deze punten bij de follow-up van het i2010- initiatief en in het volgende EU-actieplan voor mensen met een handicap als prioriteiten van het EU-beleid voor de informatiemaatschappij te blijven beschouwen;

b) via EU-programma's als het kaderprogramma voor onderzoek, de structuurfondsen en het sociaal fonds en het kaderprogramma voor concurrentievermogen en innovatie ter ondersteuning van het ICT-beleid (CIP-ICT PSP) financiële steun voor e- toegankelijkheid te blijven verstrekken;

c) steun te verlenen aan inspanningen voor begeleiding en het uitwisselen van goede praktijken op Europees niveau betreffende betere webtoegankelijkheid, zoals technische begeleiding bij het uitvoeren van moderne specificaties voor webtoegankelijkheid en flankerende praktische maatregelen;

d) verslag uit te brengen aan de Raad over de gemaakte vorderingen in het kader van de doelstellingen van de verklaring van Riga;

VERZOEKT DE LIDSTATEN OM

a) het verlenen van overheidsdiensten via verschillende kanalen en de vrije toegang tot openbare informatie te ondersteunen;

b) de betaalbaarheid van ICT-producten en -diensten voor eindgebruikers te verbeteren, door gepaste systemen voor overheidsfinanciering te benutten;

c) bij overheidsopdrachten voor ICT-goederen en -diensten toegankelijkheidscriteria te hanteren, onder meer door webtoegankelijkheidsvereisten op te nemen in openbare aanbestedingen voor het ontwerpen of wijzigen van websites die met overheidsgeld worden gefinancierd;

d) zich aan te sluiten bij of te overwegen hun steun op te voeren voor het Europese onderzoeksprogramma Ambient Assisted Living;

e) het Verdrag van de Verenigde Naties inzake de rechten van personen met een handicap uit te voeren, met inbegrip van de bepalingen inzake de toegankelijkheid van technologieën en informatie;

f) de bepalingen in de bestaande communautaire wetgeving die, al dan niet rechtstreeks, betrekking hebben op ICT en handicaps ten volle te benutten;

g) maatregelen goed te keuren en beter uit te voeren om e- toegankelijkheid te bevorderen en meer bepaald de WCAG 2.0 uit te voeren. Via een aanbeveling van de Commissie kan een gemeenschappelijke aanpak worden gepropageerd om een versplinterde Europese markt te voorkomen. Nu WCAG 1.0 binnenkort achterhaald is, kan een aanbeveling van de Commissie bovendien voorkomen dat sommige lidstaten andere certificatienormen blijven hanteren dan die welke het W3C heeft aanbevolen;

h) de samenwerking en dialoog tussen nationale en regionale overheden, alsook met andere belanghebbenden, te stimuleren teneinde de bovengenoemde acties uit te voeren;

i) de werkingssfeer te verruimen en niet alleen de e- toegankelijkheid te bevorderen, maar ook andere diensten van de toekomst erin op te nemen, waaronder ten eerste de toegankelijkheid van digitale televisie, elektronische communicatiemiddelen (met inbegrip van de toegankelijkheid van het Europese alarmnummer), mobiele tv en andere mobiele diensten, en ten tweede selfserviceterminals en systemen voor elektronisch bankieren;

VERZOEKT ALLE BELANGHEBBENDEN OM

a) samen te werken met de Commissie bij het ondersteunen van de dialoog met de belanghebbenden en het monitoren van de voortgang;

b) hun websites en webdiensten te optimaliseren, zodat ze voldoen aan de toegankelijkheidsvereisten;

c) de beschikbaarheid, interoperabiliteit, betaalbaarheid en bekendheid van toegankelijke ICT-oplossingen te verbeteren, en daarbij de "design for all"-benadering zo goed mogelijk te volgen, met bijzondere aandacht voor wijdverbreide technologieën zoals internet, vaste en mobiele telefonie, televisie en selfserviceterminals, alsook voor op ICT gebaseerde apparatuur thuis en op kantoor;

d) informatie, vorming en ondersteuning te bieden aan de betrokken ICT-ontwikkelaars, uitvoerders en besluitvormers in de publieke, particuliere en non-profitsector;

de werkgelegenheid en de arbeidsomstandigheden voor mensen met een handicap en voor ouderen te verbeteren, door ICT-producten en -diensten te verstrekken die aan hun capaciteiten en werkpatronen zijn aangepast;

e) de toegankelijkheid en het gebruiksgemak van op ICT gebaseerde onderwijsmaterialen en -methoden te verbeteren, en zo de leerkansen van personen die minder bekend zijn met ICT en van personen met een handicap te vergroten;

f) de toegankelijkheid en het gebruiksgemak van zowel openbare als commerciële onlinediensten te bevorderen, met name van diensten die de sociale participatie ten goede komen, zoals sociale zorg en gezondheidszorg, sociale bijstand, nooddiensten, onderwijs, transport en bankieren;

g) concrete actie te ondernemen met betrekking tot de toegang tot digitale televisie en toegang tot bankterminals, die door de bevolking als prioriteiten zijn aangestipt in het kader van de openbare raadpleging die in 2008 in de Europese Unie is gehouden;

h) de Europese normalisatie-inspanningen te ondersteunen, door de Europese normalisatie-organisaties aan te moedigen om spoed te zetten achter mandaat 376 voor toegankelijkheidsaspecten in overheidsopdrachten betreffende ICT."

Gevolgen van de economische terugval voor de informatie- en communicatietechnologieën

De Raad heeft van gedachten gewisseld over de gevolgen van de economische terugval voor de informatie- en communicatietechnologieën, en hoe deze technologieën de economie van de EU kunnen stimuleren. Het voorzitterschap heeft besloten dit punt op de agenda te plaatsen opdat de ministers in de context van de huidige economische crisis en het Europees herstelplan vanuit een specifiek ICT-oogpunt een oriënterend debat kunnen houden.

Om lijn te brengen in het debat heeft het voorzitterschap een aantal oriënterende vragen gesteld en achtergrondinformatie verstrekt (7749/09).

Alle lidstaten waren het erover eens dat, om het beste te maken van de huidige situatie, naar langetermijnoplossingen moet worden gestreefd door leidende markten te ontwikkelen voor toekomstgerichte technologieën, waaronder satellietoplossingen voor afgelegen plattelandsgebieden, en door de inspanningen voor ICT-onderzoek en -innovatie op te voeren. Dit betekent meer en slimmer investeren op alle niveaus: publiek en privaat, infrastructuur, onderzoek en innovatie alsook investeren in mensen en hun vaardigheden.

De Raad heeft in dit verband ook het akkoord gememoreerd dat de Europese Raad in maart bereikt heeft over het communautaire onderdeel van het Europees economisch herstelplan, ter ondersteuning van onder meer projecten op het gebied van breedbandinternet (zie conclusies van de Raad in
7880/09); hij verklaarde nogmaals al het mogelijke te zullen doen om zo spoedig mogelijk en voor het parlementaire reces in de aanloop naar de Europese verkiezingen in juni, uitvoering aan dit plan te geven.

Met het oog op het scheppen van nieuwe banen en ter ondersteuning van de economische groei heeft de Europese Commissie in het kader van het Europees economisch herstelplan een pakket van 5 miljard euro voorgesteld ten behoeve van specifieke doelen zoals energie en breedband. Wat het breedbandinternet betreft, is dit initiatief niet alleen bedoeld om de ontwikkeling van breedbandinfrastructuur te ondersteunen, met name in plattelandsgebieden, maar ook om reeds bestaande infrastructuur te verbeteren.

DIVERSEN

Marco Polo II

Het voorzitterschap heeft de Raad geïnformeerd over de stand van zaken betreffende het overleg met het Europees Parlement over het voorstel van de Commissie tot instelling van een tweede Marco Poloprogramma (17294/08), dat erop gericht is een akkoord in eerste lezing tot stand te brengen.

Galileo

De Raad heeft nota genomen van het verslag van de Commissie over de stand van zaken met betrekking tot Galileo (met name de maatregelen ter uitvoering van Verordening (EG) nr. 683/2008 betreffende de voortzetting van de uitvoering van de Europese programma's voor navigatie per satelliet) en van de plannen van de Commissie voor, en haar kijk op, de verdere ontwikkeling en uitvoering van de programma's.

TEN-T: monitoring en toetsing

De Raad heeft nota genomen van informatie van de Commissie over de monitoring en toetsing van TEN-T, van het "Grotere Europa" en van nationale operationele vervoersprogramma's (8057/09).

Pakket gemeenschappelijk luchtruim

Het voorzitterschap heeft de Raad geïnformeerd over het akkoord in eerste lezing met het Europees Parlement over het pakket gemeenschappelijk luchtruim (ontwerp-verordening tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 549/2004, (EG) nr. 550/2004, (EG) nr. 551/2004 en (EG) nr. 552/2004 teneinde de prestaties en de duurzaamheid van het Europese luchtvaartsysteem te verbeteren en ontwerp-verordening tot wijziging van Verordening (EG) nr. 216/2008 op het gebied van luchthavens, luchtverkeersbeheer en luchtvaartnavigatiediensten).

Luchthavenslots

De Commissie heeft de hoofdlijnen gepresenteerd van een voorstel tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 95/93 betreffende gemeenschappelijke regels voor de toewijzing van "slots" op communautaire luchthavens (7500/09).

Programma voor de veiligheid van de luchtvaart 2009 van de CERG

De Raad heeft nota genomen van informatie van de Roemeense delegatie over het programma voor de veiligheid van de luchtvaart 2009 van de CERG (7613/09 + 7613/09 COR 1).

Informele bijeenkomst van de ministers van Vervoer

Het voorzitterschap heeft de Raad geïnformeerd over de geplande informele bijeenkomst van de ministers van Vervoer, op 29 april 2009 in Litom??ice (8177/09). De bijeenkomst zal zich toespitsen op de ontwikkeling van intelligente vervoerssystemen, een belangrijk dossier voor het Tsjechische voorzitterschap, met name tegen de achtergrond van de huidige economische crisis.

Zeepiraterij

De Raad heeft nota genomen van de bezorgdheid van de Griekse delegatie, daarin bijgevallen door andere delegaties, over zeepiraterij, met name in de Hoorn van Afrika en de Golf van Aden.

Interoperabiliteitsoplossingen voor Europese overheidsdiensten

De Raad heeft nota genomen van informatie van het voorzitterschap over de stand van zaken met betrekking tot een voorstel inzake interoperabiliteitsoplossingen voor Europese overheidsdiensten (13644/08).

Europese dag van het alarmnummer 112

Het voorzitterschap heeft de Raad geïnformeerd over de recentelijk vastgestelde Europese dag van het alarmnummer 112.

Inzet van informatie- en communicatietechnologieën (ICT) voor het vergemakkelijken van de overgang naar een energie-efficiënte economie

De Commissie heeft de Raad een presentatie gegeven van haar mededeling inzake de inzet van informatie- en communicatietechnologieën voor het vergemakkelijken van de overgang naar een energie-efficiënte, koolstofarme economie (7566/09).

Herziening van het regelgevingskader van de EU voor elektronische- communicatienetwerken en -diensten

Het voorzitterschap heeft de Raad geïnformeerd over de lopende onderhandelingen inzake dit pakket van wetgevingsvoorstellen.

Vierde wereldforum voor telecommunicatiebeleid

De Raad heeft nota genomen van informatie van de Portugese delegatie over het vierde wereldforum van de Internationale Telecommunicatie-unie, dat zal plaatsvinden in Lissabon van 22 tot en met 24 april 2009 (8048/09).

Ministeriële conferentie over de bescherming van kritieke informatie- infrastructuur

De Estse delegatie heeft de Raad geïnformeerd over de ministeriële conferentie inzake bescherming van kritieke informatie-infrastructuur, die op 27 en 28 april 2009 in Tallinn zal plaatsvinden.

Bescherming van kritieke informatie-infrastructuur

De Commissie heeft aan de Raad haar mededeling over de bescherming van kritieke informatie-infrastructuur gepresenteerd.

ACTIVITEITEN IN DE MARGE VAN DE RAAD

In de marge van de Raadszitting op 31 maart is het protocol inzake de uitbreiding van de bilaterale overeenkomst voor zeevervoer tussen China en de EU tot Bulgarije en Roemenië ondertekend.

ANDERE GOEDGEKEURDE PUNTEN

VERVOER

Bevordering van schone en energiezuinige wegvoertuigen

De Raad heeft een richtlijn aangenomen inzake de bevordering van schone en energiezuinige wegvoertuigen (3711/08). De Raad en het Europees Parlement hadden in eerste lezing een akkoord over dit wetgevingsbesluit bereikt.

Doel van de richtlijn is de markt voor schone en energiezuinige voertuigen te bevorderen en de bijdrage van de vervoerssector tot de verwezenlijking van het milieu-, klimaat- en energiebeleid van de EU te verbeteren. De richtlijn bepaalt dat autoriteiten en bepaalde exploitanten bij de aankoop van voertuigen rekening moeten houden met energie- en milieueffecten tijdens de levensduur, zoals energieverbruik, uitstoot van CO2 en van andere verontreinigende stoffen.

In vergelijking met het oorspronkelijke voorstel van de Commissie wordt in de nieuwe richtlijn de werkingssfeer anders afgebakend en de eis ingevoerd dat autoriteiten en exploitanten bij de aankoop van voertuigen rekening houden met energie- en milieueffecten, waarbij evenwel verschillende opties mogen worden toegepast om aan die eis te voldoen.

Vanaf de inwerkingtreding van de richtlijn hebben de lidstaten achttien maanden om de bepalingen ervan in hun wetgeving om te zetten.

Overeenkomst met Canada betreffende de veiligheid van de burgerluchtvaart

De Raad heeft een besluit aangenomen tot goedkeuring van de ondertekening van een overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en Canada betreffende de veiligheid van de burgerluchtvaart.

De overeenkomst is het resultaat van onderhandelingen die door de Commissie zijn gevoerd op grond van een door de Raad in maart 2004 verleend mandaat. Doel ervan is een intensievere samenwerking en een grotere efficiëntie in aangelegenheden betreffende de veiligheid van de burgerluchtvaart te bewerkstelligen en de veiligheid van de burgerluchtvaart, alsook de milieukwaliteit en -compatibiliteit te bevorderen.

Overeenkomsten met de Republiek Korea, Vietnam en Mongolië over luchtdiensten

De Raad heeft besluiten aangenomen tot goedkeuring van de ondertekening en de voorlopige toepassing van overeenkomsten met de Republiek Korea en de Socialistische Republiek Vietnam, en tot goedkeuring van de ondertekening van een overeenkomst met de regering van Mongolië.

Deze overeenkomsten zijn het resultaat van onderhandelingen die zijn gevoerd in het kader van een mandaat waarin is bepaald dat de Commissie met ieder derde land kan onderhandelen om de bestaande bilaterale luchtvaartovereenkomsten van de lidstaten met dat land in overeenstemming te brengen met het Gemeenschapsrecht.

Overeenkomst met de West-Afrikaanse Economische en Monetaire Unie inzake luchtdiensten

De Raad heeft een besluit aangenomen tot goedkeuring van de ondertekening en de voorlopige toepassing van een overeenkomst tussen de EU en de West- Afrikaanse Economische en Monetaire Unie inzake bepaalde aspecten van luchtdiensten.

Deze overeenkomst is het resultaat van onderhandelingen die zijn gevoerd in het kader van een mandaat waarin is bepaald dat de Commissie met ieder derde land kan onderhandelen om de bestaande bilaterale luchtvaartovereenkomsten van de lidstaten met dat land in overeenstemming te brengen met het Gemeenschapsrecht.

Technische controle van motorvoertuigen

De Raad heeft een richtlijn aangenomen betreffende de technische controle van motorvoertuigen en aanhangwagens (herschikking van Richtlijn
96/96/EG, die thans van kracht is) (3699/08).

De huidige richtlijn harmoniseert de voorschriften met betrekking tot de technische controle om vervalsing van de concurrentie tussen transportondernemingen te voorkomen, en waarborgt dat de voertuigen op een behoorlijke manier worden afgesteld en onderhouden.

De richtlijn codificeert de geldende wetgeving en past deze aan aan de nieuwe regelgevingsprocedure met toetsing wat betreft maatregelen van algemene strekking tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van een volgens de medebeslissingsprocedure aangenomen besluit. De Raad heeft ook besloten in de ontwerp-richtlijn een arrest van het Hof van Justitie over de vaststelling van een zogenoemde secundaire of afgeleide rechtsgrondslag te verwerken. Alle wijzigingen zijn van technische aard en hebben ten doel de Gemeenschapswetgeving leesbaarder te maken.

ECONOMISCHE EN FINANCIËLE ZAKEN

Externe accountants van de nationale centrale bank van Duitsland

De Raad heeft een besluit aangenomen houdende goedkeuring van de benoeming van Ernst & Young AG Wirtschaftsprüfungsgesellschaft Steuerberatungsgesellschaft tot externe accountant van de Deutsche Bundesbank voor de boekjaren 2009-2014 (6813/09).

BEGROTING

Aanpassingen in de financiering van de EU-begroting

De Raad heeft ontwerp van gewijzigde begroting nr. 3 bij de algemene begroting 2009 vastgesteld, rekening houdend met de terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2007 van het recentelijk aangenomen Eigenmiddelenbesluit (2007/436/EG) (7331/09). Onder voorbehoud van goedkeuring door het Europees Parlement zal de gewijzigde begroting een wijziging in de verdeling van de eigenmiddelenbijdragen van de lidstaten in de begrotingsjaren 2007, 2008 en
2009 tot gevolg hebben. De aanpassingen in de financiering van de EU- begroting zijn het gevolg van een nieuw uniform opvragingspercentage van de btw-middelen; de brutoverminderingen van de jaarlijkse BNI-bijdragen van Nederland en Zweden; de herziene berekening van het correctiemechanisme

ten voordele van het Verenigd Koninkrijk, en de gevolgen voor de bijdragen voor de BNI-eigenmiddelenbron van het nieuwe opvragingspercentage voor de btw-middelen.

CONCURRENTIEVERMOGEN

Gevaarlijke stoffen en preparaten - regelgevingsprocedure met toetsing

De Raad heeft besloten geen bezwaar te maken tegen de vaststelling door de Commissie van een beschikking tot wijziging van Richtlijn 76/769/EEG van de Raad wat de beperking van het in de handel brengen en het gebruik van organische tinverbindingen betreft met het oog op de aanpassing van bijlage I aan de technische vooruitgang.

Aangezien organische tinverbindingen een risico blijken op te leveren voor de menselijke gezondheid, moeten strengere beperkingen worden gesteld aan het in de handel brengen en het gebruik van dergelijke verbindingen.

Overeenkomstig de regelgevingsprocedure met toetsing van de EU kan de Raad bezwaar maken tegen de aanneming van wetgevingsbesluiten van de Commissie. Tenzij het Europees Parlement bezwaar maakt, kan de Commissie de beschikking dus aannemen.

ONDERZOEK

Overeenkomst EU/Rusland voor samenwerking op wetenschappelijk en technologisch gebied

De Raad heeft een besluit aangenomen houdende goedkeuring van de verlenging, met nogmaals vijf jaar, van de Overeenkomst EU/Rusland voor samenwerking op wetenschappelijk en technologisch gebied (6691/09).

Overeenkomst EU/VS inzake wetenschappelijke en technologische samenwerking

De Raad heeft een besluit aangenomen houdende goedkeuring van de verlenging, met een bijkomende periode van vijf jaar, van de Overeenkomst EU/Verenigde Staten van Amerika inzake wetenschappelijke en technologische samenwerking (6695/09).

De bilaterale overeenkomst zal ook inhoudelijk worden gewijzigd, in die zin dat onderzoek inzake veiligheid en ruimtevaart wordt toegevoegd aan de lijst van sectoren voor samenwerkingsactiviteiten, overeenkomstig de werkingssfeer van het zevende EU-kaderprogramma voor onderzoek voor de periode 2007-2013.

INTERNE MARKT

Typegoedkeuringssysteem voor motorvoertuigen

De Raad heeft overeenstemming bereikt over een gemeenschappelijke beleidslijn met het oog op de aanneming van een besluit van de Raad betreffende de aanvaarding door de Europese Gemeenschap van Reglement nr. 61 van de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties inzake eenvormige voorschriften voor de goedkeuring van bedrijfsvoertuigen wat hun naar buiten uitstekende delen vóór de achterwand van de cabine betreft.

De uniforme voorschriften van Reglement nr. 61 van de VN/ECE zijn bedoeld om de technische belemmeringen voor de handel in motorvoertuigen op te heffen en bij het gebruik van die voertuigen een hoog veiligheids- en beschermingsniveau te waarborgen. Dit reglement zou in de EU-wetgeving betreffende het typegoedkeuringssysteem voor motorvoertuigen moeten worden geïntegreerd.

LANDBOUW

Voor bijzondere voeding bestemde levensmiddelen

De Raad heeft, na hierover in eerste lezing een akkoord met het Europees Parlement te hebben bereikt, een richtlijn betreffende voor bijzondere voeding bestemde levensmiddelen (3697/08) aangenomen, waarbij Richtlijn
89/398/EEG wordt gecodificeerd en aan de nieuwe comitologieprocedure wordt aangepast. In vergelijking met het oorspronkelijke Commissievoorstel hebben de Raad en het Parlement de volgens de regelgevingsprocedure met toetsing vast te stellen maatregelen uitgebreid. Het betreft onder meer een maatregel waarbij gedurende twee jaar de afzet wordt toegestaan van levensmiddelen die niet aan de samenstellingsregels beantwoorden. Er is ook voorzien in een aantal uitzonderingen op de bepalingen inzake etikettering.

MILIEU

Ingeperkt gebruik van genetisch gemodificeerde micro-organismen

De Raad heeft een richtlijn aangenomen inzake het ingeperkte gebruik van genetisch gemodificeerde micro-organismen, na hierover in eerste lezing een akkoord met het Europees Parlement te hebben bereikt (3714/08). De nieuwe richtlijn is bedoeld om Richtlijn 90/219/EEG

te codificeren en aan de nieuwe comitologieprocedure aan te passen.

VIA DE SCHRIFTELIJKE PROCEDURE AANGENOMEN BESLUIT

Vrijhandelsovereenkomst EU-Zuid-Korea

De Raad heeft op 23 maart zijn goedkeuring gehecht aan een wijziging in de onderhandelingsrichtsnoeren voor een vrijhandelsovereenkomst met Zuid- Korea.

BENOEMINGEN

Comité van de Regio's

De Raad heeft een besluit aangenomen houdende benoeming tot plaatsvervangend lid van het Comité van de Regio's voor de resterende duur van het mandaat, te weten tot en met 25 januari 2010, van:


1. de heer Javier Velasco Mancebo, Director de la Oficina de Representación del Principado de Asturias.


---

Het SESAR-project (Single European Sky Air Traffic Management Research - Onderzoek naar luchtverkeersbeveiliging voor het gemeenschappelijk Europees luchtruim) moet de EU in 2020 een krachtig verkeersleidingssysteem opleveren dat een veilige en milieuvriendelijke ontwikkeling van het luchtvervoer mogelijk maakt. SESAR is het technologische en industriële onderdeel van het gemeenschappelijk Europees luchtruim.

Het bestaat uit drie fasen: de definitiefase (2005-2008), tijdens welke het ATM-masterplan voor de totstandbrenging van het toekomstige verkeersleidingssysteem is opgesteld; de ontwikkelingsfase (2008-
2013), waarop toezicht zal worden gehouden door de gemeenschappelijke onderneming; en de ontplooiingsfase (2014-2020). Doc. 10737/03 van 20 juni 2003.
Zie conclusies van de Raad (Milieu) van 2 maart 2009 (doc.
7128/09).
COM(2008) 804
COM(2007) 694
COM(2008) 412
Via normalisatiemandaat 376 van de Commissie aan CEN, CENELEC en ETSI.
Het in november 2008 gepresenteerde Europees economisch herstelplan is het antwoord van de Commissie op de huidige economische situatie (h8qhí4/h
]­hí4/5?6?\?h
]­hí4/6?h8qhí4/6?]?h8qhí4/5?6?\?]?
h
}'h
}' h¾G5?h
}'h¾G5?h¾Gh
}'h
}'5?HYPERLINK
"http://register.consilium.europa.eu/pdf/nl/08/st16/st16097.nl08.pdf"
16097/08).
De Duitse delegatie onthield zich van stemming. De regelgevingsprocedure met toetsing is ingevoerd bij Besluit
2006/512/EG tot wijziging van Besluit 1999/468/EG van de Raad tot vaststelling van de voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden.