Universiteit Leiden

Bij IVF, reageerbuisbevruchting, krijgen vrouwen de noodzakelijke hormonen toegediend via injectie. Dat is pijnlijk en heeft soms nare bijwerkingen. Laura Heitman promoveert 22 april op de ontdekking van stoffen die wèl in een pil verwerkt zouden kunnen worden.

Laura Heitman

Oom als inspiratie

Heitman is met haar 28 jaar nog jong voor een universitair docente, maar ze heeft al verschillende prijzen in haar kast staan en twee patentaanvragen lopen: `Een van mijn ooms had multiple sclerose, en stierf daaraan toen ik veertien was. Sinds dat moment wilde ik geneesmiddelen gaan ontwikkelen.' In Leiden ontdekte ze de studie Biofarmaceutische wetenschappen, die opleidt tot geneesmiddelonderzoeker. Na twee stages in Leiden en een aan de School of Pharmacy in Londen werd ze uitgenodigd naar Leiden terug te komen voor een
promotieonderzoek naar allostere modulatoren voor voortplantingsreceptoren, in het bijzonder de GnRH- en de LH-receptor.

Zwangerschap is niet voor iedereen gemakkelijk te bereiken.

IVF verbeteren
Bij de mens worden vruchtbaarheid en voortplanting geregeld door een driehoek van organen: het hersengebied dat de hypothalamus genoemd wordt, de hypofyse (een hersengebiedje ter grootte van een erwt) en de voortplantingsorganen zelf. De hypothalamus maakt het `gonadotropin releasing hormone', GnRH. Dit GnRH activeert de zogenaamde GnRH-receptoren in de hypofyse. Deze geven aan de cellen van de hypofyse het signaal om luteiniserend hormoon (LH) te gaan produceren, dat de voortplantingsorganen aanzet tot onder andere de ovulatie. Bij reageerbuisbevruchting, IVF, worden GnRH-achtige stoffen ingespoten die het voortplantingshormoonsysteem van de vrouw tijdelijk lamleggen, en later LH om een superovulatie te veroorzaken waarbij meerdere eicellen tegelijkertijd vrijkomen. Maar IVF is niet erg patiëntvriendelijk. Heitman: `GnRH en LH en hun synthetische varianten zijn eiwitten. Dat betekent dat je ze niet kunt gebruiken in een pil, omdat eiwitten in de maag worden afgebroken. Dus moet je ze inspuiten, wat niet prettig is voor de vrouw en voor infecties kan zorgen bij de injectieplaats. Bovendien is er een risico op OHSS (Ovarian Hyperstimulation Syndrome).' OHSS veroorzaakt opzwelling en buikpijn en kan soms zelfs levensbedreigend zijn.

Hoewel de stof die van nature op een receptor bindt erg groot kan zijn (het orthostere ligand, OL), is het soms ook mogelijk de receptor te beïnvloeden met een kleine stof die op een andere plaats bindt, een allosteer ligand AL.

Allostere modulatie
Heitman's onderzoek was gericht op het vinden van niet-eiwitten, kleine moleculen die ook de GnRH-receptor en de LH-receptor zouden beïnvloeden. En dat probeerde ze te bereiken met allostere modulatie van deze receptoren. `De normale plaats waarop een stof zoals LH bindt wordt de orthostere bindingsplaats genoemd, maar veel receptoren hebben ook alternatieve plekken waarop een stof kan binden, de zogenaamde allostere bindingsplaatsen. We wilden stoffen vinden die daar konden binden en zo de werking van de receptoren konden beïnvloeden.' Deze `allostere modulatoren' doen zelf niets op de receptor, maar beïnvloeden hoe gevoelig de receptor wordt voor een signaalstof zoals LH. Allostere stimulatoren maken het signaal sterker, allostere remmers verzwakken het. Als je een receptor zou vergelijken met een oor, is een allostere stimulator als een gehoorapparaat dat geluid versterkt, en een allostere remmer als een prop watten die het geluid afzwakt. `Ik heb een methode ontwikkeld waarmee we stoffen konden testen, en heb van de stoffen die in het verleden in onze vakgroep gemaakt zijn vijftig zo verschillend mogelijke uitgezocht. Hoewel geen van deze selectie iets deed op de GnRH-receptor, bleken twee stoffen te werken op de LH-receptor, één als allostere stimulator en een ander als allostere remmer. Op beide stofklassen hebben we toen patent aangevraagd.'

Een eiwit als LH (dat ongeveer even groot is als zijn hier getoonde verwant hCG) wordt kapotgemaakt door de eiwitafbrekende enzymen in de maag en is ook te groot om door de darmwand te kunnen. Daardoor is het ongeschikt voor orale toediening en moet dus via injectie gegeven worden; een allosteer bindende stof, zoals ORG 43553, zou wel via een pil toegediend kunnen worden.

Toekomstplannen
Hoewel haar promotieonderzoek nu afgerond is, blijft Heitman voorlopig bezig. Ze heeft in afwachting van de officiële verdediging van haar proefschrift alvast een baan aangeboden gekregen als tenure-track universitair docent. In het verlengde van haar promotieonderzoek zal ze zich daarin bezig gaan houden met hoe lang stoffen op een receptor blijven. `Soms gedragen kandidaat-geneesmiddelen zich in het lichaam heel anders dan je zou verwachten. We denken dat dat niet alleen te maken heeft met hoe sterk een geneesmiddel aan een receptor bindt, maar ook met de kinetiek, hoe snel het bindt en ervan afgaat. Ook hoop ik dat ons onderzoek ertoe zal leiden dat er oraal toedienbare stoffen op de markt komen voor de GnRH en de LH-receptoren.'

Tip
Voor toekomstige promovendi heeft Heitman nog een tip: `Probeer veel samen te werken in je promotieonderzoek, bijvoorbeeld met een bedrijf. Aan de universiteit ga je in detail, de industrie is meer op winst uit. Je leert erg veel van die beide kanten. Iedereen heeft weer kennis op verschillende gebieden, dat helpt je om het onderzoek zo goed mogelijk op te bouwen.'

(14 april 2009/Eric-Wubbo Lameijer)

Webredactie - 14/04/2009