ChristenUnie


Bijdrage Ed Anker aan het plenaire debat over modernisering GBA

Bijdrage Ed Anker aan het plenaire debat over modernisering GBA

woensdag 13 mei 2009 14:00

De heer Anker (ChristenUnie): Voorzitter. Wij spreken vandaag in een wat intieme setting, want er zijn bij dit overleg alleen woordvoerders van de coalitiepartijen aanwezig. Ik mag mij van mijn meest duale kant laten zien, want ik moet ook de oppositie vertegenwoordigen. Wellicht dat wij hierdoor snel tot een goede afronding kunnen komen.

De gemeentelijke basisadministratie raakt iedere burger in Nederland. Dat gegeven doet wat met de omvang van zo'n systeem. Het moderniseringstraject, met nieuwe eisen en een nieuwe inrichting, is een klus van een meer dan behoorlijke omvang, zowel in financiële als in technische zin. Bij ICT-projecten van de overheid doemen in mijn hoofd vaak drie thema's op, namelijk vertraging en meerkosten, problemen met veiligheid en privacy en vooral ingewikkelde samenwerking met veel betrokken partners die eigen wensen hebben.

Ik kom eerst op de vertraging. Het programma is door de inzet van de staatssecretaris opnieuw op de rails gezet. Daarvoor verdient zij onze complimenten. Bij het opnieuw op de rails zetten is ook bezien wat de beste invulling is van het programma. Mijn fractie vindt het een goede zaak dat opnieuw naar de doelstellingen is gekeken, samen met de partners die het meest met de GBA werken. Tegelijk blijft het een risico van grote projecten, dat men na enige tijd opnieuw ontdekt dat doelstellingen niet meer aansluiten bij de laatste ontwikkelingen. Ik kom hierop straks nog even terug. Welke rol heeft de stuurgroep hierbij en hoe voorkomt men dat deze ontdekking weer zal worden gedaan? Op welke manier doet men aan verwachtingenmanagement? Wanneer zal er een punt achter deze klus worden gezet? In de stukken zijn wij geen deadline tegengekomen. Wat is het tijdpad? De financiering loopt in ieder geval tot 2012. Mag ik daaruit nog steeds de conclusie trekken dat op 1 januari 2012 het nieuwe systeem zal draaien? Eerder rapporteerde de staatssecretaris over dit project in het licht van de bevindingen van de Algemene Rekenkamer. Wij hopen dat zij vasthoudt aan de aanbevelingen van de Rekenkamer, om verdere vertraging en te grote ambities te voorkomen.

Men kiest er nu voor om marktpartijen apart modules te laten leveren aan gemeenten. Levert dit geen extra vertragingen op? Kan de markt werkelijk op korte termijn leveren?

Hoe wordt de privacy in het systeem beveiligd? Het ministerie van BZK beheert het Burgerzakensysteem-kern (BZS-K), de kernapplicatie, maar gemeenten beheren de aanvullende applicaties. Het geheel wordt verbonden. Hoe wordt daarbij gezorgd voor de beveiliging van de privacygevoelige gegevens? Welke eisen worden gesteld aan de gebruikers van het systeem? Wat is het oordeel van het College bescherming persoonsgegevens (CBP) over de voorgenomen opzet? Welke veiligheidsrisico's zijn verbonden aan het gebruik van de methode van open source? Heeft het CBP een positie in het moderniseringsproces? Het zou vervelend zijn als het CBP achteraf moest constateren dat zaken niet goed zijn geregeld.

Er zijn twee opvattingen over de toekomstige inrichting. Enerzijds is er het burgerzakensysteem met een landelijke voorziening, en anderzijds de kernapplicatie BZS-K. De keuze daartussen is nog niet gemaakt. Toen ik met een aantal Kamerleden afgelopen maandag een werkbezoek bracht aan Google, hebben wij geleerd dat er steeds meer wordt gewerkt vanuit een soort centraal systeem waarop gebruikers kunnen inloggen. Ik vermoed dat men met een landelijke voorziening een dergelijke opzet voor ogen had. Daarbij zou een landelijke voorziening worden gecreëerd waarmee op lokaal niveau kan worden gewerkt. Is de keuze voor de kernapplicatie een definitieve? Waarom heeft men voor BZS-K gekozen? Biedt een landelijke voorziening niet meer mogelijkheden voor de toekomst en voor standaardisatie als ook andere systemen een rol gaan spelen? Hoe wordt deze keuze gemaakt? Moet hij eventueel later nog worden gemaakt?

De VNG heeft haar leden via een ledenbrief van 26 april 2009 op de hoogte gebracht van de voorwaarden en plannen die zijn opgenomen in het vernieuwde bestuurlijk akkoord. Het valt op dat in deze brief niets staat over een keuzemogelijkheid tussen de landelijke voorziening en de kernapplicatie. Ook uit deze brief kan ik dus niet afleiden wanneer het geheel moet zijn afgerond.

Blijft de methode van open source in gebruik bij verdere ontwikkelingen? Deze methode geeft andere aanbieders goede mogelijkheden om passende modules te ontwikkelen en aan te bieden. Past dit in een ontwikkeling waarbij de overheid steeds vaker gaat kiezen voor open source?