Ingezonden persbericht


Persbericht

Plaatsdatum
Den Haag11 september 2009

Kamer van Koophandel Nederland

COEN: Ondernemersvertrouwen laag, recessie duurt voort

Hoewel Nederlandse ondernemers nog altijd behoorlijk somber gestemd zijn over de Nederlandse economie, lijkt er wel een einde te zijn gekomen aan de negatieve spiraal. Dat blijkt uit de Conjunctuurenquête Nederland, het driemaandelijkse conjunctuuronderzoek van VNO-NCW, MKB Nederland met het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), de Kamers van Koophandel en het Economisch Instituut voor de Bouwnijverheid (EIB). De COEN-cijfers van het tweede kwartaal lieten voor het eerst een einde aan de vrije val van het ondernemersvertrouwen zien. Voor het derde kwartaal zijn die cijfers gestabiliseerd. Ongeveer 5000 ondernemers spreken in deze enquête hun verwachtingen uit voor het komend kwartaal. Daarnaast worden de realisaties van het afgelopen kwartaal afgezet tegen de uitgesproken verwachtingen.

Ondernemer verwacht verdere daling BBP
Waar het Bruto Binnenlands Product (BBP) in het eerste kwartaal kromp met 2,7 procent, liet het tweede kwartaal een kleinere krimp zien van 0,9 procent. Ondernemend Nederland verwacht echter een verdere daling in het derde kwartaal. Uit de nieuwste COEN-cijfers kan nog géén voorzichtige stijging van het BBP in het derde kwartaal, zoals onlangs in o.m. Duitsland en Frankrijk, worden afgeleid. Het ondernemersvertrouwen (verwachtingen voor omzet, export, investeringen en werkgelegenheid voor het komende kwartaal en gecorrigeerd voor seizoensinvloeden) komt in het derde kwartaal uit op -23. In het tweede kwartaal was dat nog -22 (op een schaal van -100 tot 100). Frans van Steenis (algemeen directeur Kamer van Koophandel Nederland): 'We staan nog steeds niet te juichen, de stemming is nog steeds uiterst negatief. Het ondernemersvertrouwen komt in het derde kwartaal op -23. Elke ontwikkeling zal echter op enig moment een vlakke lijn laten zien, om vervolgens weer omhoog te klimmen. Wanneer dat herstel wordt ingezet is onduidelijk, maar de stabilisatie is op zichzelf hoopgevend.'

Feiten tweede kwartaal, verwachtingen derde kwartaal De omzetdaling van het eerste kwartaal is in het tweede kwartaal afgezwakt. Toch verwacht de ondernemer dat de omzet nog verder daalt in het derde kwartaal. Deze daling wordt veroorzaakt door zowel een lagere afzet als door (deels) lagere prijzen. Veruit de meeste bedrijven handhaven echter de huidige prijzen. De ondernemer is nog steeds negatief gestemd over de productieontwikkeling. Vooral in de bouw zijn de verwachtingen voor het derde kwartaal een stuk negatiever geworden. De orders nemen nog steeds af, zij het minder hard. De winstgevendheid en het rendement van het bedrijfsleven zijn verder afgenomen. Dit lijkt samen te gaan met een toenemend aantal faillissementen in het Handelsregister. Ook de werkgelegenheid is verder afgenomen. Waren het eerst vooral tijdelijke krachten die moesten vrezen voor hun baan, in toenemende mate zijn ook vaste krachten hun baan niet meer zeker. Voor de export geldt dat 40 procent van de exporterende bedrijven de buitenlandse orderpositie nog steeds te laag vindt. De verwachtingen voor het derde kwartaal zijn stabiel ten opzichte van de verwachtingen voor het tweede kwartaal, maar minder slecht dan in het eerste kwartaal.

Regio's
In alle regio's zien de ondernemers de nabije toekomst nog steeds somber tegemoet. Dat geldt ook voor de regio's Amsterdam en Zuidwest-Nederland, zij het dat de verwachtingen van de ondernemers over het derde kwartaal in deze regio's minder somber zijn dan elders in het land. Regio Amsterdam heeft als enige regio een positieve exportverwachting en ook de omzetverwachting is duidelijk bovengemiddeld. Zowel in het midden en het oosten van het land en in Limburg is het ondernemersvertrouwen lager dan gemiddeld. Vooral de omzetverwachtingen in deze regio's zijn afgenomen en lager dan gemiddeld. Ook de verwachtingen ten aanzien van de personeelssterkte zijn negatiever dan elders in het land.

Sectoren
De omzet, export en productie in de industrie zijn per saldo minder negatief dan in het eerste kwartaal. Ondanks het feit dat driekwart van de bedrijven de winstgevendheid niet (verder) ziet afnemen, blijft het beeld negatief. In de bouw is ruim driekwart van de bedrijven somber over het economisch klimaat. De verwachtingen voor omzet en productie zijn dan ook lager dan de gerealiseerde cijfers. Bovendien staan de tarieven onder druk. Ondernemers in de groothandel zijn somber. Toch verwacht 80 procent geen afname van het personeel. Ook verwachten ondernemers in de groothandel geen verdere verslechtering van het economisch klimaat. De detailhandel heeft over het algemeen te maken met grote voorraden, door stagnatie van de verkoop. Daardoor is de omzet is in het tweede kwartaal dan ook flink afgenomen. De dienstensector heeft gebrek aan orders. Daar is dan ook ­ per saldo - een daling van 15 proccent merkbaar. Inmiddels wordt ook binnen deze sector op personeel bezuinigd. Desondanks verwacht 75 procent geen afname van personeel in het komende kwartaal.

Crisiseffecten en maatregelen
Meer dan de helft van de bedrijven voelt de consequenties van de kredietcrisis inmiddels aan den lijve. Het meest voorkomende effect is de ogenschijnlijk strengere kredietverstrekking (banken). Vooral de bouwsector heeft hier last van. Ook ­ blijkt uit de enquête ­ is een extra debdebiteurenrisico een punt van zorg. In het begin van de kredietcrisis hadden de grotere bedrijven meer te lijden van de kredietcrisis dan het MKB. Inmiddels zijn de effecten meer voelbaar in het MKB.

Veruit de meeste bedrijven nemen maatregelen om de economische crisis het hoofd te bieden en dat percentage groeit. Vooral tijdelijk personeel - maar in toenemende mate ook vast personeel - wordt afgestoten. Ook investeringen worden (nog verder) uitgesteld. Grotere bedrijven zijn actiever in het nemen van maatregelen dan het MKB.