Rijksuniversiteit Groningen

Persbericht
Rijksuniversiteit Groningen / nummer 150 / datum 6 oktober 2009

Extreem gewelddadig gedrag gevolg van laag serotonineniveau

Niet iedereen gaat hetzelfde om met sociale conflicten. Zo kiezen de meeste mensen niet voor geweld. Ze praten, ontwijken iemand of maken ruzie, zonder dat het daarbij tot een handgemeen komt. Een kleine groep mensen vertoont echter extreem agressief gedrag in dergelijke situaties. Iets dat een grote impact heeft op onze maatschappij. Doretta Caramaschi ontdekte, met laboratoriumonderzoek aan muizen, dat een te sterke remming van de serotonine-afgifte in de hersenen een grote rol speelt bij agressief gedrag. Caramaschi: 'Een belangrijke ontdekking met het oog op eventuele behandeling of preventie van extreem gewelddadige mensen.' Caramaschi promoveert 9 oktober 2009 aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Caramaschi: 'Interpersoonlijk geweld is wereldwijd één van de belangrijkste doodsoorzaken van mensen tussen de 15 en 44 jaar. Buitensporige agressie is dus een serieus probleem. Met mijn onderzoek wilde ik achterhalen welk mechanisme in het brein aan extreem geweld ten grondslag ligt. Wat maakt iemand tot een agressief persoon en hoe gaat agressie over in geweld? Als je weet hoe dat precies werkt, kun je wellicht ingrijpen. Of extreem geweld zelfs voorkomen.'

Overeenkomsten

'Mensstudies op dit gebied zijn moeilijk', geeft Caramaschi toe. 'We kunnen natuurlijk geen gewelddadige conflicten opwekken, puur voor het experiment.' Daarom deed ze haar laboratoriumonderzoek met (wilde) muizen. 'De overeenkomsten tussen muizen en mensen zijn enorm als het gaat om agressie,' zegt Caramaschi. 'Zowel wat betreft genetische aanleg als zelfbeheersing, remmingen en sociale vaardigheden. Ook de neiging tot routinevorming en verminderd aanpassingsvermogen komen overeen.'

Agressieve muizen

Caramaschi deelde de muizen op in verschillende groepen. 'Muizen met een normaal agressieniveau gebruiken strak gecontroleerde vormen van agressie alleen om hun territorium af te bakenen en te beschermen tegen indringende soortgenoten. Ze gaan daarbij echter niet zo ver dat ze de indringers verwonden of doodbijten. In een groep genetisch-geselecteerde muizen met een hoog agressieniveau gebeurde dit wel. Functionele agressie escaleerde daar in geweld. 'Ze reageerden niet alleen niet meer op signalen van onderdanigheid van de tegenstander, ze vielen ook genarcotiseerde muizen en zelfs vrouwtjes of jongen aan.'

Gewelddadige criminelen

Caramaschi onderzocht onder andere de fysieke kenmerken die komen kijken bij extreme agressie. 'Als je in een stressvolle conflictsituatie zit worden er allerlei orgaansystemen geactiveerd door je zenuwstelsel; je hartslag verhoogt bijvoorbeeld en je bloeddruk stijgt. Bij extreem agressieve muizen bleek dit systeem duidelijk ontregeld. Zo bleef bij hen de hartslag laag, ook bij een agressieve confrontatie.' Bij gewelddadige criminelen is dit ook het geval, blijkt uit eerder onderzoek. 'Ze blijven "koelbloedig" en voelen er niets bij. Het is heel aannemelijk dat dit, net als bij de muizen, te wijten is aan een ontregeld emotioneel hersencircuit in het brein'

Serotonine

Uit eerdere onderzoeken kwam al naar voren dat de neurotransmitter serotonine een belangrijke rol speelt bij gewelddadig gedrag. Sterk agressieve dieren blijken zich te onderscheiden van laag agressieve dieren door een veel sterkere remming van de serotonine-afgifte via de serotonine 1A autoreceptoren. 'Hoe die sterkere remming ontstaat, is een belangrijk uitgangspunt voor toekomstig onderzoek,' meent Caramaschi. 'Zo zijn er verschillende aanwijzingen dat kinderen gewelddadiger worden door het samenspel van genen die betrokken zijn bij het serotonine systeem en opgroeicondities in de vroege jeugd. Daarnaast beïnvloeden veel medicijnen zoals antidepressiva en drugs zoals Ecstasy het serotonineniveau. De gevolgen daarvan voor het ontstaan van gewelddadig gedrag zou beslist meer onderzocht moeten worden.'

Curriculum vitae

Doretta Caramaschi (Italië, 1979) studeerde biologie aan de universiteit van Parma en deed haar promotieonderzoek bij de afdeling Gedragsfysiologie van de Faculteit Wiskunde en natuurwetenschappen van de Rijksuniversiteit Groningen. Ze promoveert bij prof.dr. Jaap Koolhaas en dr. Sietse de Boer. De titel van haar proefschrift is The physiology of aggression: towards understanding violence. Momenteel werkt Caramaschi als onderzoeker bij de McGill University in Canada.



Rijksuniversiteit Groningen