ChristenUnie


Bijdrage Ed Anker 'Begroting Algemene Zaken en Huis der Koningin'

Bijdrage Ed Anker 'Begroting Algemene Zaken en Huis der Koningin'

donderdag 08 oktober 2009 14:00

De heer Anker (ChristenUnie): Voorzitter. Het is niemand hier ontgaan dat er gedoe is ontstaan omtrent het Koninklijk Huis. Dat gedoe doet het imago van het koningshuis geen goed. Ik vind dat jammer en ik vind dat niet terecht. Hoe je het ook wendt of keert, wij hebben een koningshuis om trots op te zijn. Het zorgt voor stabiliteit en het bindt ons samen. Het kroonprinselijk paar verovert overal ter wereld en in Nederland de harten van mensen. Ze zetten zich in voor belangrijke onderwerpen als de klimaatproblematiek en ontwikkelingshulp. Ze zijn een geweldig visitekaartje voor Nederland en gebruiken hun positie om aandacht te vragen voor belangrijke thema's. Het is dan storend dat kleine incidenten worden aangegrepen om de integriteit van het koningshuis ter discussie te stellen.

Mevrouw Van Gent (GroenLinks): Een vraag over het gedoe. De heer Anker vindt dat niet goed, maar door wie ontstaat dit gedoe?

De heer Anker (ChristenUnie): Dat is een grote filosofische vraag. Waar ontstaat het allemaal? Ik heb de afgelopen maanden ook de beelden gezien over Mozambique en over nog meer zaken die rondgaan in de media. Ik vond deze situatie zorgelijk. Mijns inziens moet de politiek dan zeggen: er moet iets gebeuren, wij moeten ervoor zorgen dat het weer rustig wordt rondom het koningshuis.

De voorzitter: Tot slot, mevrouw Van Gent.

Mevrouw Van Gent (GroenLinks): Dat is precies mijn punt. Er ontstaat gedoe en dat is vervelend. Er zijn krantenkoppen. U doet er zelf ook lekker aan mee, mijnheer Anker, want het is toch leuk als je hierover kunt discussiëren op tv. Ik neem u dat ook helemaal niet kwalijk. Ik ben er heel erg voor dat dit gebeurt. Had dit gedoe niet voorkomen kunnen worden als de minister-president -- hij gaat over de ministeriële verantwoordelijkheid van het koningshuis -- eerder had ingegrepen? Het komt toch niet van buitenaf aanvliegen en wij hebben hier toch niet een soort een landingsbaan in de trant van: wij staan erbij en wij kijken ernaar? U kunt dat toch niet menen? Had de minister-president hierin niet een wat pittigere rol moeten spelen?

De heer Anker (ChristenUnie): Mevrouw Van Gent neemt een voorschot op de rest van mijn betoog. Ik heb net in mijn inleiding gezegd wat ik van het Koninklijk Huis vind. Ik wilde juist beginnen aan een zin waarin de minister-president wordt aangesproken aan wie ik wat vragen heb. Inderdaad, de premier is ministerieel verantwoordelijk voor het Koninklijk Huis en zijn reputatie. Met hem debatteren wij. Ik heb dan ook een paar vragen aan hem.

De voorzitter: Mijnheer Van der Ham.

De heer Van der Ham (D66): Ik wil eigenlijk nog even wachten met mijn interruptie.

De voorzitter: Gaat u dan even zitten, mijnheer Van der Ham.

U vervolgt uw betoog, mijnheer Anker.

De heer Anker (ChristenUnie): Ik ben blij dat de minister-president heeft ingegrepen in de kwestie rond het postadres van de firma's van prinses Christina. Het was misschien allemaal legaal, maar dat wil nog niet zeggen dat het ook goed was.

Inmiddels hebben wij ook een brief van de premier ontvangen over de bouw van het vakantiehuis in Mozambique. Voor zover wij al iets moeten vinden van zo'n privébeslissing, heeft mijn fractie geen probleem met een vakantiehuis in Mozambique. De Oranjes hebben al generaties lang een band met Afrika en dat continent mag niet vergeten worden. De prins draagt daar op deze manier aan bij. Het past bij de thema's waar de Oranjes aandacht voor vragen. De brief van de premier gaat over de eigendomsverhoudingen en de manier waarop het opdrachtgeverschap is georganiseerd. De kritiek richtte zich vooral op de eventuele problemen rondom de bouw van het huis. Het is voor het koningshuis van belang dat er een reactie komt op deze kritiek. Daarom vraag ik deze aan de minister-president. Het gerucht gaat -- het is een gerucht -- dat hij al heeft onderzocht wat daar precies gespeeld heeft. Dan is het goed als de premier de onrust wegneemt en zegt wat er aan de hand is. Als hij nog niet in staat is om antwoord te geven, moet hij de zaak gaan onderzoeken en ons hiervan op de hoogte stellen.

De heer Van der Ham (D66): Even los van wat er achter de schermen is gebeurd, voor de schermen is het debat eindeloos doorgegaan. Mijnheer Anker, vindt u dat de premier op dit punt daadkrachtig heeft opgetreden? Heeft hij beelden weggenomen? Heeft hij het opgenomen voor de prins, waar mogelijk en nodig? U stelt deze vraag wel, maar feit is dat wij nu in deze situatie zitten en dat u zelf in uw eerste zin concludeert dat er gedoe is. Hiervoor zijn niet de kaboutertjes verantwoordelijk, maar die wat grotere meneer die daar in vak-K zit.

De voorzitter: Zo moeten wij niet praten over de minister-president.

De heer Van der Ham (D66): De minister-president.

De heer Anker (ChristenUnie): De heer Van der Ham spreekt waarheden als koeien. Inderdaad, de premier is ministerieel verantwoordelijk. Daarom heb ik dit debat met hem en stel ik hem mijn vragen. Hij heeft een brief geschreven over onder andere Mozambique. Zelf zegt hij: nu het bij een stichting ligt, eindigt mijn ministeriële verantwoordelijkheid. Ik ga daar het debat met hem over aan. Ik denk namelijk dat ministeriële verantwoordelijkheid verder gaat. Immers, de reputatie van het kroonprinselijk paar is in dit geval ook in het geding.

De heer Van der Ham (D66): U duikt een beetje weg van een kwalificatie, mijnheer Anker. U zegt: er is gedoe. Vervolgens is daar iemand verantwoordelijk voor en dat is de minister-president. U vraagt: kan dat niet beter? Hiermee geeft u toch een kwalificatie van wat er de afgelopen maand in dit dossier is gebeurd, namelijk dat het niet voldoende was? Spreekt u dat gewoon eerlijk uit.

De heer Anker (ChristenUnie): Dat doe ik toch? Ik heb gewoon gezegd: ik krijg informatie van de premier en dat is op zich prima, maar ik wil meer horen, ik ben er nog niet tevreden mee. Hierin zit besloten: voor mij is het nog niet genoeg. U kunt daar wel een heel drama van maken, maar volgens mij is dit een heel normale conversatie die je met het kabinet kunt hebben.

De heer Van Raak (SP): De heer Anker zegt: er is gedoe, er moet iets gebeuren. De eerste vraag is: wat moet er dan gebeuren? De tweede vraag is: hoe gaan wij gedoe voorkomen? Kijken wij naar de vastgoedonderneming in Mozambique. Ik moet de heer Anker teleurstellen, het is geen ontwikkelingshulp. Als wij vinden dat mensen in Mozambique geholpen moeten worden, moeten wij dat doen. Het is een vastgoedproject met projectontwikkelaars, bedoeld om winst te maken. Wat heeft de minister-president nu gedaan? Hij heeft niet gezegd: het deugt. Hij heeft een stichting in het leven geroepen om Willem-Alexander, de kroonprins, van de problemen af te houden, zeg maar. Straks gaat de winst, zo heb ik begrepen, naar de kroonprins, maar de problemen gaan naar de stichting. Dat kan toch niet? Dat is toch het gedoe creëren voor de toekomst? Als er straks fraude is, integriteitsproblemen of problemen met het vastgoedproject, kan de minister-president toch niet zeggen dat hij er niets mee te maken heeft omdat de stichting de verantwoordelijkheid draagt? Als er problemen zijn met de leden van het Koninklijk Huis kunnen in Nederland toch niet stichtingen verantwoordelijk zijn?

De heer Anker (ChristenUnie): Ik krijg het idee dat de heer Van Raak, zoals hij dat wel vaker doet, probeert om datgene te herhalen wat iemand hier zegt maar daaraan zijn eigen draaitje te geven. Ik heb aangegeven dat de stichting an sich niet voldoende is, dat er inmiddels meer aan het ontstaan is daar in Mozambique en dat ik verwacht dat de premier daarop gaat reageren. Hij heeft dat vorige week nog niet gedaan. Ik vraag hem dat nu. Ik vind dat een heel normale zaak.

De heer Van Raak (SP): En de eerste vraag? Terecht constateert de heer Anker: er is gedoe. Er moet wat gebeuren, zegt hij. Wij zijn het helemaal eens. Ik hoop dat wij het ook eens kunnen worden over wat er dan moet gebeuren. Wat moet er gebeuren?

De heer Anker (ChristenUnie): Met "gedoe" bedoel ik dat er allerlei verhalen door elkaar heen gaan. Ik vind dat wij het echte verhaal moeten krijgen. Dat moeten wij niet krijgen van Netwerk, EénVandaag, de Wereldomroep of een van de andere voortreffelijke media die wij in dit land hebben. Wij moeten dat verhaal en het echte beeld van de premier krijgen. Die moet dat onderzoeken. Die moet zeggen: dit en dit is aan de hand in Mozambique. Dat moet gebeuren.

Voorzitter. Ik kom op de rest van de begroting die wij vandaag bespreken, want er staat meer op de agenda. Ik heb al eerder gevraagd hoe de premier zijn persoonlijke beleidsagenda gaat neerzetten. De concrete uitwerking van die thema's zien wij amper tot niet terug in de begroting. Alleen over het thema respect wordt wat meer gezegd. Ook dat is echter nog beperkt. Vorig jaar heeft de minister-president toegezegd dat er in de Verantwoordingsbrief ook bericht wordt over de wijze waarop het kabinet aandacht heeft gevraagd voor het thema respect. Nu geeft hij in de begroting aan dat deze toezegging gestalte heeft gekregen. In de Verantwoordingsbrief lees ik echter dat het maar wat lastig uit de verf komt. Het zou niet goed meetbaar zijn. Hierover moet de premier concreter worden. Ik hoop dat hij dat kan zijn, zodat wij in de volgende begrotingen kunnen lezen wat hij precies gaat doen.

Ik kijk al enige tijd met verbazing naar de spots van Postbus 51. Neem nu de campagne De Nederlandse taal verbindt ons allemaal. Deze Postbus 51-campagne loopt nu twee weken en heeft nog een paar weken te gaan. De campagne moet nieuwe Nederlanders aanzetten om Nederlands te gaan leren. Het is heel goed dat de overheid daartoe oproept. Ik ben het helemaal eens met de leuze. Ik pleit immers niet voor niets voor het Nederlands in de Grondwet. In het uitzendschema valt echter op dat de campagne alleen 's avonds op de Nederlandse zenders rond Nederlandse programma's wordt uitgezonden, met andere woorden niet op zondagochtend rond de moslimomroep, maar wel 's avonds voor Boer zoekt Vrouw. Ik vraag me af hoevelen van de doelgroep daar precies naar kijken. Verder valt op dat de website alleen in het Nederlands is. Je kunt op andere talen klikken, maar de rest van de website en de menustructuur blijven allemaal in het Nederlands. De downloadknop werkt niet. Als wij dit serieus nemen, moeten wij ook zorgen dat de zaken op orde zijn.

Ik vrees dat de campagnes de doelgroepen niet bereiken. De Nederlandse taalcampagne lijkt er vooral op gericht om de Nederlandssprekenden gerust te stellen. Daar verwonder ik mij over. Vorig jaar bleek dat Postbus 51 slechts in de helft van de gevallen een aantoonbaar effect heeft. Er is al geminderd in het aantal campagnes, maar als wij nu weten dat er slechts in de helft van de gevallen aantoonbaar effect is en dat wij de broekriem moeten aanhalen, vraag ik me af of wij er überhaupt mee moeten doorgaan om dit soort, nu ja, knullige campagnes te voeren. Dit moet echt beter. Ik wil volgend jaar in de begroting betere cijfers zien, en ook cijfers die ergens over gaan. Dat men interdepartementaal op het gebied van inkoop allemaal goed samenwerkt, vind ik hartstikke mooi, maar ik maak me drukker om de resultaten dan over het proces. Dat betekent dat de doelgroepen bereikt moeten worden en dat je daarop stuurt. Graag krijg ik hierop een reactie van de premier.

Ed Anker