Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

Afschrift brief aan de Stichting Nederlands Centrum voor Bijenonderzoek (NCB)

08 oktober 2009 - kamerstuk

Kamerbrief met antwoorden op vragen over monitoring van bijensterfte. Op de monitoring van NCB is een aanvulling van belang om de oorzaken van de bijenproblemen te analyseren en maatregelen te treffen.

Meer informatie

* Afschrift brief aan de Stichting Nederlands Centrum voor Bijenonderzoek (NCB)
Kamerstuk | 08-10-2009 | PDF-Document, 83 kB
Voor downloaden van PDF-bestanden: Zie het origineel


> Retouradres Postbus 20401 2500 EK DEN HAAG
De Voorzitter van de Tweede Kamer
der Staten-Generaal

Postbus 20018
2500 EA DEN HAAG
Datum 8 oktober 2009
Betreft Afschrift brief aan Stichting Nederlands Centrum voor Bijenonderzoek m.b.t. bijenproblematiek

Pagina 1 van 1

Directie Agroketens en
Visserij
Cluster Plantaardige Keten
Prins Clauslaan 8
2595 AJ DEN HAAG

Postbus 20401
2500 EK DEN HAAG
www.minlnv.nl
Onze referentie
AKV/2009.2254
Uw referentie
2009Z13293/2009D42251

Bijlagen

1

Geachte Voorzitter,
De vaste commissie voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit heeft verzocht om een afschrift van mijn brief aan mevrouw Van der Zee van de Stichting Nederlands Centrum voor Bijenonderzoek (NCB), betreffende de monitoring van bijensterfte. Hierbij treft u de brief aan.

DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN
VOEDSELKWALITEIT,
G. Verburg

> Retouradres Postbus 20401 2500 EK DEN HAAG
Stichting Nederlands Centrum voor Bijenonderzoek
Mevrouw R. van der Zee, voorzitter
Durk Dijstra strjitte 10
9014 CC TERSOAL
Datum 7 oktober 2009
Betreft Behandeling bijenproblematiek in de Tweede Kamer

Pagina 1 van 2
Directie Agroketens en
Visserij
Cluster Plantaardige Keten
Prins Clauslaan 8
2595 AJ DEN HAAG

Postbus 20401
2500 EK DEN HAAG
www.minlnv.nl
Onze referentie
AKV/2009.2253

Geachte mevrouw Van der Zee,

In uw brief van 2 juli 2009 reageert u op mijn uitspraken in de Tweede Kamer tijdens de behandeling van de bijenproblematiek op 1 juli 2009. Ik heb toen gezegd dat we gezaghebbende cijfers nodig hebben, omdat de monitoringscijfers goed onderbouwd moeten zijn. Hierbij heb ik een link gelegd met het doel van de monitoringscijfers, zijnde het kunnen analyseren van de oorzaken. Daarbij heb ik aangegeven dat bij niet goed onderbouwde monitoringscijfers, maatregelen niet meer dan een slag in de lucht zijn.
U geeft aan dat u zich door mijn uitspraken gediskwalificeerd heeft gevoeld. Ik heb echter niet bedoeld om de Stichting Nederlands Centrum voor Bijenonderzoek (NCB) aan de kant te schuiven. In mijn brief van 29 maart met mijn aanpak van de bijenproblematiek, (TK 31 700 XIV, 154) de aanleiding voor de behandeling van de bijenproblematiek in de Tweede Kamer, heb ik al nadrukkelijk gezegd de samenwerking tussen onderzoeksinstellingen te zullen stimuleren. In de door mij gewenste monitoring zal de monitoring door de NCB de basis vormen. Deze functioneert goed, is bij imkers bekend en verzamelt naast sterftecijfers ook imkerpraktijk, de wijze van bestrijding van bijenziekten, dracht en milieubelasting. Daarnaast zal door gerichte monstername en diagnostisch onderzoek gekeken worden naar het voorkomen van bijenziekten en de vitaliteit van bijenvolken. Juist de multifactoriële oorzaken van de bijensterfte maken dat een monitoring alleen, niet voldoende duidelijk zal maken welke maatregelen genomen moeten worden. De combinatie van monitoring met gerichte monstername en diagnostisch onderzoek zal ons hopelijk de informatie verschaffen die we nodig hebben om de juiste maatregelen te nemen tegen de verhoogde bijensterfte.

Ik hoop voor de komende periode op een vruchtbare samenwerking en ik hoop verder dat ik de door u gevoelde onheuse bejegening heb kunnen keren. DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN
VOEDSELKWALITEIT,
G. Verburg