Partij van de Arbeid

Den Haag, 20 januari 2010

Bijdrage lid Depla (PvdA) aan plenaire behandeling wetgeving voor invoering fusietoets in onderwijs 32 040

Gesproken woord geldt!

Voorzitter
De PvdA is blij dat de regering zeer voortvarend dit wetsvoorstel heeft gemaakt. Krap een jaar na de motie Van Dijk/Depla kunnen we het wetsvoorstel al plenair behandelen. Hulde daarvoor.

De PvdA vindt de menselijke maat in het onderwijs belangrijk. Kennen en gekend worden. Te ver doorgeschoten schaalvergroting in het onderwijs heeft afbreuk gedaan aan het gevoel dat het onderwijs van ons allemaal is. Afbreuk gedaan dat we zelf onze school kunnen oprichten of runnen. Er ontstaan steeds meer regionale monopolies waardoor keuzevrijheid voor ouders in het geding is gekomen. Ouders en leerlingen zijn tot klant verworden. Besturen staan op steeds grotere afstand van de werkvloer en docenten voelen zich hierdoor te kort gedaan. Schaalvergroting leidt vaak tot uniformering en standaardisering waardoor professionals op de werkvloer risicomijdender worden. Het resultaat is dat men minder geneigd wordt om problemen zelf op te lossen. Het onderwijs moet centraal staan, in plaats van de bedrijfsprocessen en de omzet. En de menselijke maat betekent ook kennen en gekend worden. Belangrijk voor een veilige schoolomgeving en goed onderwijs. Daarom goed dat we met dit wetsvoorstel een rem zetten op ondoordachte fusies. Het niet doorgaan van de fusie tussen de twee ROC's in Noord Holland laat zien dat het wetsvoorstel zijn schaduw al vooruit werkt.

Voorzitter
Het wetsvoorstel is geen fusieverbod maar een fusietoets. Dit steunt de PvdA omdat anders fusies die wel tot kwaliteitsverbetering leiden of fusies die er juist op gericht zijn om vermindering van het schoolaanbod te voorkomen (bv in gebieden waar de bevolking krimpt) onmogelijk worden gemaakt.

In het wetsvoorstel is geregeld dat er bij de beoordeling van fusies wordt gekeken naar de legitimiteit van de fusie en de effecten ervan op de keuzevrijheid en variëteit. Scholen of schoolbesturen mogen alleen fuseren als er een fusie effectrapportage is gemaakt en de medezeggenschap akkoord is. In de wet wordt vastgelegd waar de fusie effectrapportage een antwoord op moet geven. Op die manier worden bestuurders gedwongen vooraf in beeld te brengen of en hoe de voorgenomen fusie een bijdrage levert aan de verbetering van het onderwijs. Geen overbodige luxe. Uit zeer grootschalige onderzoeken over effecten van fusies in de jaren negentig in het bedrijfsleven blijkt dat 80% van de fusies niet gebracht hebben wat ze voorspeld hadden. En sterker, vele van die fusies uit de jaren negentig zijn weer teruggedraaid. Het werd slechter ipv beter. In het onderwijs zal het niet veel anders zijn. Veel van de voorspelde voordelen van de fusie zijn niet gerealiseerd. Daarom is het niet meer dan logisch dat we via de wet schoolbestuurders dwingen om eventuele fusieplannen beter te onderbouwen. Voor welk probleem is het een oplossing. Zijn er geen betere alternatieve oplossingen voor handen. Op die manier worden fusies op basis van allerlei oneigenlijke, emotionele of slecht onderbouwde argumenten tegen gegaan. Schoolbesturen beloven bij een fusie altijd allerlei maatregelen die de menselijke maat en autonomie voor de betrokken scholen zouden moeten garanderen. Of dat de overhead afneemt ipv toeneemt. Als de fusie eenmaal een feit is worden dit soort beloften vaak snel vergeten. Door de formele fusieeffectrapportage staan deze beloften zwart op wit en kunnen aangesloten scholen, docenten en ouders er zich op beroepen.

De legitimiteit van een fusie valt of staat met de instemming van docenten, ouders en leerlingen. De school is immers een gemeenschap van ouders, leerlingen, docenten en bestuurders. De PvdA steunt dan ook het wetsvoorstel waarin het oordeel of de fusie wel of niet legitiem is, niet bij de minister maar bij de medezeggenschap wordt neergelegd. Wel regelen we in de wet de voorwaarde dat dit proces goed kan lopen. In de wet wordt vastgelegd dat er een fusieeffectrapportage moet zijn. En wat daar in moet staan. En de wet regelt dat de medezeggenschap er over gaat. In MBO en HBO hebben de medezeggenschap- en deelnemersraden echter alleen adviesrecht. De PvdA vindt dat ook zij instemmingsrecht moeten krijgen bij fusies. Amendementen op dat punt steunen we dan ook.

Gezien de betrokkenheid van het lokale bestuur (spreiding scholen, schoolgebouwen etc) heeft de PvdA een amendement ingediend dat regelt dat in de fusie-effectrapportage ook de opvatting van de betrokken gemeenten moet worden opgenomen. Daarvoor heb ik samen met collega v Dijk (CDA) een amendement voor ingediend.

Voorzitter
De minister hoeft pas te beoordelen of een fusie toegestaan is als de fusie-effectrapportage aan de eisen voldoet en het positief oordeel van de medezeggenschap op zijn bureau ligt. Dan gaat hij kijken of de keuzevrijheid van ouders in het geding is. Als die in het geding is kan hij de aangevraagde fusie afwijzen of goedkeuren. De keuzevrijheid raakt ook betrokkenen die niet in de medezeggenschapsraad vertegenwoordigd zitten: ouders van toekomstige leerlingen. Daarom de toets van de minister.

De minister beoordeelt of de keuzevrijheid door de fusie in het geding komt. Als dat zo is wordt goedkeuring onthouden. Vermindering van de keuzevrijheid wordt afgewogen tegen andere belangen. Zo zal in krimpgebieden dat eerder geaccepteerd worden dan in andere delen van het land. De Minister wil een commissie dit laten beoordelen en hij neemt het besluit. Hij kan alleen beargumenteerd afwijken van het oordeel van de commissie. In de wet moet wat ons betreft vastgelegd worden dat de minister zo'n commissie benoemt en ontslaat. En dat hij in een Ministeriële regeling vastlegt op basis waarvan die commissie de fusies toetst. Deze beleidsregels kunnen alleen aangeven welke argumenten er meegewogen moeten worden. De situatie in Noord Oost Groningen is onvergelijkbaar met die in Eindhoven. De beoordeling van de fusie is een afweging en geen rekenkundige af te leiden besluit. De PvdA vindt dat de beperking van de keuzevrijheid afgewogen moet worden tegen mogelijke alternatieven, demografische ontwikkelingen, bereikbaarheid van de school en aanbod van profielen in vo en sectoren en niveaus in het vmbo. Op die manier blijft de politieke verantwoordelijkheid bij de minister (vaststellen beleidsregels) maar wordt elke individuele fusietoets geen politiek besluit. Daarvoor hebben we samen met CDA amendement voor ingediend. Het voorstel van onderwijsraad om de NMA te laten toetsen wijzen we af. Scholen zijn geen bedrijven en het onderwijs is geen markt waar alleen economische motieven tellen.

Voorzitter
Er bestaan al veel grote schoolbesturen. Wij willen niet alleen verdere schaalvergroting aan banden leggen. We willen ook schaalverkleining weer mogelijk maken. Door afsplitsen van scholen uit besturen. De onderwijsraad is gevraagd hier advies over te maken. Kan de minister ons vertellen wanneer dit advies komt. Want de PvdA-fractie wil hier graag het debat over voeren.

De kracht van het maatschappelijk middenveld is dat burgers initiatief kunnen nemen om scholen, corporaties of zorginstellingen op te richten. Dat is ook de basis van artikel 23. Naast openbaar onderwijs ook vrijheid van burgers om scholen op te richten. In de praktijk is die vrijheid zeer klein. Het onderwijs wordt gedomineerd door bestaande schoolbesturen. Daarom pleiten wij er ook voor om de stichtingsregels voor nieuwe scholen tegen het licht te houden om zo de basis van artikel 23 van de grondwet weer tot leven te wekken. In het voortgezet onderwijs hebben we het zo geregeld dat de bestaande schoolbesturen bepalen of er een nieuwe school mag komen of niet. En in het basisonderwijs bepaalt de denominatie of je een nieuwe school kan stichten of niet. Dit is vreemd. Ouders kiezen een school omdat hij in de buurt is, de kwaliteit, het onderwijs didactisch concept, de sfeer etc. En dan ook , maar niet bij de top 5, soms vanwege de denominatie. Voorbeeld in Friesland. Ouders wilden een nieuwe school stichten met bepaald didactisch concept. Kon gezien de geloofsrichting van de bestaande scholen, alleen als het een katholieke school zou worden. Hebben ze aanvragen gedaan voor een nieuwe katholieke school. De denominatie is er door de initiatiefnemers met de haren bijgesleept. Daar moeten we dus vanaf. In Artikel 23 is de vrijheid van onderwijs vastgelegd. De grondwettelijke vrijheid van richting slaat volgens de PvdA , gesteund door onderwijs juristen, op de vrijheid om in het bijzonder onderwijs eigen, al dan niet levensbeschouwelijke opvattingen, over de opvoeding van kinderen tot uitdrukking te brengen. Aldus zien wij de "richting" als een open, en niet vaststaand begrip, dat ook pedagogische visie kan omvatten. Dus niet per definitie gebaseerd moeten zijn op een levensbeschouwing of denominatie. (brond Mentink) Graag een reactie van de Minister en de toezegging dat bij de bespreking van het onderwijsraadadvies over defuseren ook de bestaande regels om scholen te stichten tegen het licht te houden. Alleen dan doen we recht aan artikel 23 dat burgers zelf scholen op kunnen richten.

voorzitter
Er zijn ook nog andere bedoelde en onbedoelde prikkels voor schaalvergroting. In basisonderwijs is het juist interessant om niet te fuseren. Immers je krijgt ook extra subsidie per school. Voorzitter, volgens de PvdA heeft de lumpsum bekostiging van het onderwijs paal en perk gesteld aan de regelzucht uit het spreekwoordelijk Zoetermeer. Maar het heeft onbedoeld wel schaalvergroting gestimuleerd. Immers schoolbesturen moesten de verantwoordelijkheid overnemen en zijn in dezelfde reflex geschoten als Zoetermeer. We vinden dat de positie van afzonderlijke scholen ten opzichte van schoolbestuur versterkt moet worden. Door geld niet aan schoolbestuur te geven die daarmee afzonderlijke scholen betaald. Maar door geld te geven aan afzonderlijke schoolbesturen die dan samen beslissen wat ze gemeenschappelijk willen doen. Op die manier versterken we de machtspositie van de scholen tov de schoolbesturen en leggen we de macht weer meer onderin. Graag de reactie van de Minister hierop. Deze discussie zien we ook terug bij de voorstellen van de commissie Don over de grote reserves van scholen. Daarover zullen we volgende week dieper op ingaan.

Tot slot voorzitter
Leidt het steeds scherpere eisen aan bestuurders niet tot onbedoelde effect dat er steeds minder mensen een school willen besturen. De schaal verder vergroot en we het maatschappelijk middenveld afpakken van de mensen en overdragen aan kaste van beroepsbestuurders? En zijn de risico's voor als bestuur slecht functioneert bij grote instellingen niet veel groter dan bij vele kleine?