Vrije Universiteit Amsterdam

Interferentiecontrole en afleidbaarheid in ADHD: nieuwe inzichten


* Startdatum: 16-02-2010


* Tijd: 13.45


* Locatie: Aula


* Titel: Interferentiecontrole en afleidbaarheid in ADHD: nieuwe inzichten


* Spreker: R. van Mourik


* Promotor: prof.dr. J.A. Sergeant prof.dr. J. Oosterlaan


* Onderdeel: Faculteit der Psychologie en Pedagogiek


* Wetenschapsgebied: Psychologie, pedagogiek en onderwijs


* Evenementtype: Promotie

Interferentiecontrole en afleidbaarheid in ADHD: nieuwe inzichten

Een belangrijke vaardigheid is het selectief kunnen richten van aandacht op datgene wat relevant is en irrelevante informatie te negeren. Bij kinderen met ADHD gaat dit vaak mis, zij zijn sneller afgeleid door wat er om hen heen gebeurt en reageren hier ook eerder op. Rosa van Mourik heeft in haar promotieonderzoek meer inzicht gekregen in de onderliggende processen van deze problemen.

Interferentiecontrole is de vaardigheid om tegelijkertijd een automatische reactie te remmen en een meer gecontroleerde actie uit te voeren. Er werd lang verondersteld dat kinderen met ADHD meer moeite zouden hebben met interferentie controle (zoals gemeten met de Stroop-Kleur-Woord-taak). Uit het onderzoek van Van Mourik blijkt echter dat dit effect maar klein is, en kinderen met ADHD andere taken die interferentiecontrole meten even goed uitvoeren als hun leeftijdsgenootjes zonder ADHD. Ook wordt vaak gedacht dat kinderen met ADHD sneller afgeleid zijn door geluiden om hen heen. Van Mourik toont juist het tegenovergestelde: dat kortdurende nieuwe geluiden een positief effect hebben op de taakprestatie. Kinderen met ADHD gingen in het onderzoek weliswaar langzamer reageren, maar reageerden op meer plaatjes dan tijdens de standaardtonen. Een verklaring hiervoor is dat deze nieuwe geluiden tijdelijk de alertheid van kinderen met ADHD verhoogden.

Toch zijn er wel verschillen in de neurofysiologische verwerking van interfererende en afleidende informatie zegt Van Mourik. Kinderen met ADHD lieten namelijk een grotere `orienting response' (late P3a component) zien, wat suggereert dat zij hun aandacht meer richten op het afleidende geluid.

© Copyright Vrije Universiteit Amsterdam