Ingezonden persbericht


LOD & Le Corridor

presenteren

DE DUIVEL BEDUVELD

De Nederlandse bewerking van de gelijknamige Franse creatie Le diable abandonné van Patrick Corillon en Dominique Roodthooft op muziek van Thomas Smetryns.

DE DUIVEL BEDUVELD I LE DIABLE ABANDONNÉ (1)

De duivel beduveld is de Nederlandstalige herwerking van het eerste luik van drie van Le diable abandonné van Patrick Corillon in een vertaling van Paul Pourveur. De muziek voor De duivel beduveld werd speciaal gecomponeerd voor de Nederlandstalige versie door LODcomponist Thomas Smetryns en wordt live vertolkt door pianiste Heleen Van Haegenborgh.

Het verhaal
Kan men een nieuwe taal zodanig beheersen dat, als men verplicht is te praten in zijn moedertaal, een vreemd accent hoorbaar is? Met deze vraag opent Karlijn Sileghem, die de rol van verteller opneemt, De duivel beduveld. Tijdens dagenlang opzoekingswerk in de Koninklijke Bibliotheek ziet ze dag na dag een man verdiept in hetzelfde boek, waarvan de tekst zo verbleekt is dat er amper nog iets te lezen valt. Op een dag vraagt ze hem waarover dat verbleekte boek gaat, waarop de man uit het kaft van het boek een karton ontvouwt: een maquette van het poppentheater Théâtre de la Coquille. De man vertelt haar doorheen de opening van dit minitheater het verhaal dat in het boek neergeschreven staat. Dit verhaal vertelt zij op haar beurt aan het publiek:

In de strenge winter van het jaar 1915, tijdens de eerste wereldoorlog, ziet de poppenspeler van het Théâtre de la Coquille hoe zijn toeschouwers bijna bevriezen en beslist hij poppenkast, decors en eiken marionetten op het vuur te gooien om hen wat te verwarmen. Daarna herbouwt hij de poppenkast en maakt met restjes bedorven bloem marionetten uit brooddeeg. Wanneer de voedselbevoorrading door hevige gevechten in het gedrang komt, geeft de poppenspeler het publiek zijn poppen van brooddeeg te eten. De week erna is er opnieuw een voorstelling, ditmaal zonder poppen maar enkel met de staken waarmee hij de poppen manipuleert. De poppenspeler doet dit zo beeldend dat de toeschouwers aan zijn lippen hangen. In 1917 worden openbare bijeenkomsten door de Duitsers verboden. De poppenspeler beslist om zijn poppen niet langer te laten praten, maar schrijft de dialogen op lakens. Wanneer het einde van de oorlog nadert, zijn de toeschouwers zo gewend om gezamenlijk en in stilte de teksten te lezen en zich op basis van de gesticulerende staven de poppen in te beelden, dat er aan dit zwijgende theater niets meer wordt veranderd eens de oorlog voorbij is.

Het drama begint wanneer de zoon van de poppenspeler weigert het theater over te nemen.

'De zoon wil niet leven als een spook achter lakens dat zwijgzame staven schudt. Hij wil zichzelf zijn. In het daglicht leven. De zoon weet nog niet wat hij te zeggen heeft, maar hij weet dat hij het ooit wel zal weten en dat hij het dan hardop zal verkondigen - zonder schroom.'

Vanaf dan zwijgt de verteller en het tot dan toe stomme houten poppentheater op scène begint te spreken. Een zwijgend spreken, gemarkeerd door spaarzame maar uitgebalanceerde pianomuziek. De man achter de schermen, Patrick Corillon zelf, manipuleert geen poppen maar woorden. Of beter: woordbeelden. Het verhaal wordt verteld en verbeeld via doeken afgewisseld met overheadprojecties waarop woorden staan geschreven in een expressieve, iconische typografie. Vlagjes verschijnen, bordjes worden ter verduidelijking van een woord op het doek gestoken, letters bevestigd aan ijzerdraadjes vormen woorden of worden tot anagrammen verbouwd.

De juiste woorden vinden, woorden waarin de zoon zichzelf kan vertalen en vertellen, is de inzet van de queeste die in De duivel beduveld wordt verteld, uitgebeeld, gespeld, getoond, gezongen en gefloten. Op zoek naar zijn eigen woorden, kopieert de zoon woorden uit zijn lievelingsboeken. Als model. Maar dit volstaat niet. Hij laat zich verleiden door de duivel en zijn boek, waarin alle woorden die men schrijft voor waar en oprecht verklaard worden, want hij wil niet zomaar woorden vinden, maar slechts woorden die juist en eerlijk zijn. Hiermee kan de duivel helpen, maar dan moet de zoon op zoek naar het verbleekte boek dat als toetssteen zal fungeren: wanneer de zoon erin schrijft, zullen slechts de woorden die juist en eerlijk zijn op de pagina's verschijnen.

'Als je er ooit in slaagt het boek te vinden, neem het dan mee. En elke avond schrijf je er je leven in. Een soort dagboek. Als je liegt of je sjoemelt met je leven, zullen de woorden niet verschijnen. Maar let op, het is een gevaarlijk spel. Want als de woorden niet verschijnen, verschijnt je leven ook niet. Je zal niet geleefd hebben.'

De queeste naar de juiste woorden leidt tot een Danteske dwaaltocht doorheen een ruisend en zingend woud. Dit woud wordt door het zwijgende poppentheater op scène verbeeld via doeken met hierop woorden die meteen ook decor zijn: de letters van de woorden worden typografisch samengesmeed, op elkaar geënt en met elkaar verslingerd tot kaligrammen. De letters vergroeien tot een woud, wortelen als bomen, kwetteren en fladderen als vogels. De bochtige tocht van de zoon op zoek naar betekenisvolle woorden blijkt uiteindelijk een terugkeer. En een afdaling in de zwijgzaamheid, de stilte en de woordeloze maar uit woordbeelden opgetrokken natuur.

De voorstelling reflecteert over taal, identiteit en culturele traditie als cultureel erfgoed dat van generatie op generatie wordt 'overgeleverd'. Het noodzakelijke bestaan binnen een traditie komt tot uiting in het feit dat elk individu denkt en spreekt in een taal die eeuwen ouder is dan hijzelf, zijn moedertaal. De naamloze 'zoon' in De duivel beduveld weigert erfgenaam te zijn van de verhalen van zijn vader en streeft een radicale tabula rasa na: de aloude droom van het witte blad en de bruuske breuk met het verleden. Hij is op zoek naar een identiteit en een taal die zo oorspronkelijk en persoonlijk is, dat hij zich noodzakelijkerwijs uit zijn taal, achtergrond en cultuur losweekt, en daardoor, paradoxaal genoeg, identiteits- en naamloos wordt.

Patrick Corillon maakt de woorden in De duivel beduveld typografisch massief: niet zoals in de gesproken taal handige, onzichtbare vehikels die betekenissen dragen en waarvan we ons in onze dagdagelijkse communicatie achteloos bedienen, maar materiële, mysterieuze entiteiten, die meer betekenis tonen dan het vluchtig gesproken woord kan uitdrukken. De typografische manipulatie van de woorden verbeelden namelijk de betekenis van de woorden (de kersenboom is een boomvormige samensmelting van de letters k, e, r en s), maar verlenen deze woorden ook een materiële onafhankelijkheid ten opzichte van hun betekenis.

De muziek van Thomas Smetryns en de stiltes van Maeterlinck

La parole est du temps, le silence de l'éternité. Il ne faut pas croire que la parole serve jamais aux communications véritables entre les êtres.(.) Les paroles passent entre les hommes, mais le silence, s'il a eu un moment l'occasion d'être actif, ne s'efface jamais, et la vie véritable, et la seule qui laisse quelque trace, n'est faite que de silence. Maurice Maeterlinck, Le Trésor des humbles, 1896

Voor de oorspronkelijke versie van Le diable abandonné stelde Patrick Corillon een soundtrack samen die aan de hand van goedgekozen fragmenten pianomuziek een verhaal vertelt van de 20ste eeuwse muziekgeschiedenis (met naast volbloed 19de eeuwers Robert Schumann en Modest Mussorgsky, stukjes van George Antheil, Giacinto Scelsi, György Ligeti, John Cage en Conlon Nancarrow).

LOD stelde Patrick Corillon voor om de jonge componist Thomas Smetryns (°1977, Gent) voor de Nederlandse versie muziek te laten componeren op maat van zijn voorstelling. De muziek van De duivel beduveld werd een homogene serie van korte intermezzi live vertolkt door pianiste Heleen Van Haegenborgh. Sleutelmomenten in het stuk worden door subtiele motieven met elkaar verbonden. Thomas Smetryns heeft daarbij niet zozeer gewerkt met melodische leidmotieven maar veeleer met terugkerende sferen of klankkleuren.

Met Patrick Corillon deelt Thomas Smetryns een scherp historisch bewustzijn en conceptuele benadering van zijn kunstvorm. In zijn werk verhoudt hij zich muzikaal en intellectueel ten opzichte van de muzikale traditie. Hierbij zoekt hij graag de ongekende en onverwachtse diversiteit op van de muzikale praktijk. Die ziet hij nooit los van de maatschappelijke context en functie waarbinnen muziek ontstond en werd vertolkt. Vele van zijn composities zijn dan ook het resultaat van een verkenning van zijn eigen (21e eeuwse, postmoderne) positie binnen of buiten een heterogeen complex van tradities, invloeden en muziekculturen. Componeren is voor hem onvermijdelijk een onderzoek naar muzikale connotaties en conventies, en naar mogelijkheden om hiermee aan de slag te gaan en te komen tot een nieuwe, experimentele uitvoeringspraktijk.

De compositorische praktijk van Thomas Smetryns illustreert mooi de paradox die in De duivel beduveld wordt gethematiseerd. Door zijn positionering heeft hij zich een zeer persoonlijke, zelfs herkenbare muzikale taal eigen gemaakt, die steevast refereert aan de traditie, zonder er mee samen te vallen. De muzikale intermezzi in De duivel beduveld zijn in de eerste plaats functioneel: ze scheppen sferen, trekken een muzikaal decor op, en gaan in dialoog met zowel verteller als poppenkast.

Een vaak terugkerende naam, wanneer men met Patrick Corillon spreekt over Le diable abandonné, is die van de Gentse Nobelprijswinnaar Maurice Maeterlinck. In de spaarzame teksten van deze grote literator zijn het de (expliciet aangegeven) stiltes die de woorden omringen waar de poëzie ontstaat. Patrick Corillon vergelijkt de functie van deze stiltes met wat Mallarmé 'l'espace poétique' noemde: het wit op de pagina van een boek dat het gedicht omringt en 'kadert'. De stiltes in de theaterteksten van Maeterlinck scheppen poëtische ruimte, waarbinnen betekenissen en beelden kunnen woekeren. Eenzelfde functie lijken de afgewogen muzikale interventies in De duivel beduveld te vervullen: ze maken de stilte van de verteller tastbaar en het zwijgende spreken van de poppenkast des te pregnanter.

Het werk van Patrick Corillon

Het oeuvre van Patrick Corillon (Knokke, °1959) is geworteld in de traditie van de conceptuele kunst. Sinds de jaren '80 stelt hij installaties tentoon in expositieruimtes of in de publieke ruimte. Zijn objecten nemen vaak alledaagse vormen aan: gedenkplaten of inlichtingsborden, met nauwgezette duiding rond fictionele personen of gebeurtenissen. Zo gaf Patrick Corillon gestalte aan een serie gefictionaliseerde personages. In werken als Le décor de la ville dat hij maakte voor Documenta IX (Kassel, 1992), verankert hij episodes uit het bewogen leven van de fictieve Hongaarse schrijver Oskar Serti in concrete plekken in de stad. Dit doet hij via discreet in het stadsbeeld ingewerkte informatiepunten die 's nachts oplichten en een slingerend parcours van verhalen vormen. Ook zijn website (www.corillon.org) balanceert tussen beeldende kunst en literatuur. In de opbouw en inhoud ervan gebruikt hij de specifieke context (het internet), het medium (een website) en de daarmee verbonden leesmogelijkheden om te experimenteren met nieuwe vormen om verhalen te vertellen: de website vormt een complex mozaïek van korte verhalen en anekdotes opgehangen aan objecten en plaatsen uit het fictionele leven van Oskar Serti.

Een steeds terugkerend thema in het werk van Patrick Corillon is de culturele transmissie: de verschillende manieren waarop cultuur, bijvoorbeeld in de vorm van verhalen, van generatie op generatie wordt overgedragen. Dit thema staat ook centraal in De duivel beduveld, in de archetypische vorm van het generatieconflict tussen 'de vader' en 'de zoon'. Vele van Patrick Corillons werken zijn vaak schijnbaar wetenschappelijke maar onwaarschijnlijke (en daardoor poëtische) reconstructies van stukjes concreet verleden; zijn ingrepen zijn als een fictionele reconstructie van een verbroken of beschadigde keten van culturele overdracht. Zo bijvoorbeeld in zijn boek L'Histoire de la Malle du Lycée Descartes (2000), inventariseert en onderzoekt hij een archief van het Lycée Descartes. Dit archief bevat een heel pak tot dan toe onbekende boeken, die weinig met elkaar te maken lijken te hebben, behalve dat er tussen elk boek wel één document tussen de pagina's verscholen zit (bladwijzers?) dat verband houdt met de geschiedenis van de school.

Patrick Corillon is gepassioneerd door literatuur, boeken en lectuur. Zo liet hij bezoekers van een tentoonstelling de expositieruimte doorkruisen met 'leesmachines', 'les trotteuses'; tweewielige duwkarretjes die de lezers/toeschouwers zelf voortduwen in de reële ruimte, maar tegelijkertijd ook in de fictieve ruimte die wordt geschetst op fiches in een kijkdoos, die elkaar via een kleine motor per afgelegde meter opvolgen. Na een aantal meter moeten ze halt houden in een fictieve hotelkamer om er een verhaal te lezen (Les trotteuses, 2000).

Le diable abandonné | De duivel beduveld is een theatrale uitwerking van zo'n installatie. Het toneelstuk kan worden 'gelezen' als een typisch voorbeeld van 'art vivant', een artistiek interdisciplinaire installatie waarin mensen, een verteller, de poppenspeler en een pianiste figureren. Het vertellen zelf is er als een vorm van culturele overdracht een centraal gegeven: in de Koninklijke Bibliotheek leest een man een bijna onleesbaar boek dat hij tot minitheater verbouwt - ook Le diable abandonné is parallel als boek én theaterstuk opgevat - waarachter hij het verhaal uit het 'afgewassen' of 'grijsgelezen' boek vertelt. De verteller herschrijft dit verhaal om tijdens de voorstelling opnieuw te worden doorverteld. Kortom: Corillon opent zijn verhaal met een ingenieuze aaneenschakeling van overdrachten, waarin orale en neergeschreven versies elkaar afwisselen, net zoals in de vorm van het stuk de stem van de verteller en de woorden in de poppenkast elkaars leemtes invullen of markeren. Het poppentheater in De duivel beduveld is ook een 'machine à lire': waar lezen doorgaans een solitaire activiteit is, lezen de toeschouwers van De duivel beduveld gelijktijdig dezelfde woorden die één na één ten tonele worden gevoerd of op een rol worden afgedraaid. De poppenkast is een tienvoudige uitvergroting van een A4-blad. Patrick Corillon beschrijft, in een gesprek met Sarah Willems, hoe hij hierdoor de eigenaardige gewaarwording heeft, zelf gelezen te worden ("j'ai l'impression d'être physiquement lu (...). Je sens qu'on 'me' lit").

SPEELDATA

|16/02/2010   |12:40        |BOZAR                     |
|17/02/2010   |20:00        |LODstudio                 |
|18/02/2010   |20:00        |LODstudio                 |
|19/02/2010   |20:00        |LODstudio                 |
|20/02/2010   |20:00        |LODstudio                 |
|24/02/2010   |20:15        |Cultuurcentrum Kortrijk   |
|             |             |CK*                       |
|25/02/2010   |20:30        |CC Gildhof (Tielt)        |
|26/02/2010   |20:00        |cultuurcentrum Hasselt    |
|27/02/2010   |21:00        |Theater a/h Vrijthof (2)  |
|4/03/2010    |20:30        |CC De Herbakker (Eeklo)   |
|12/03/2010   |20:30        |CC De Ploter (Ternat)     |
|13/03/2010   |20:15        |Liers Cultuurcentrum      |
|18/03/2010   |20:00        |CC Brugge (zaal Biekorf)  |
|19/03/2010   |20:30        |CC de borre (Bierbeek)    |
|20/03/2010   |20:30        |Theater De NWE Vorst      |
|             |             |(Tilburg)                 |
|1 & 2/04/2010|20:30        |Rotterdamse Schouwburg    |
|3/04/2010    |20:30        |CC Strombeek              |
|23/04/2010   |20:30        |CC De Spil (Roeselare)    |
Meer info op www.lod.be

CREDITS

LOD & Le Corridor

DE DUIVEL BEDUVELD

Een beeldende vertelling van Patrick Corillon, Dominique Roodthooft & Thomas Smetryns

Concept en tekst Patrick Corillon
Muziek Thomas Smetryns
Vertaling Paul Pourveur
Coach Dominique Roodthooft

Uitvoering:
Manipulatie objecten Patrick Corillon
Spel Karlijn Sileghem
Piano Heleen Van Haegenborgh

Productie LOD & Le Corridor (Luik)

Een herwerking van de gelijknamige Franse productie Le diable abandonné, in 2007 gecreëerd door Le Corridor (Luik), Théâtre de la Place (Luik) en Théâtre le Granit (Belfort, FR)

|  |            |      |  |                             |
|       |       |           |       |KOM MET                      |
|       |            |           |       |DE LIJN                      |
|       |            |           |       |NAAR LOD                     |
UITREKSEL UIT DE TEKST VAN WOUTER HILLAERT NAAR AANLEIDING VAN DE INSPEELVOORSTELLINGEN

De duivel beduveld gaat over een poppenspeler die het met de duivel op een akkoordje gooit om de juiste woorden te vinden. Maar bovenal zijn de andere talen waarvan sprake, de gesproken en de geschreven taal. Ingenieus weet Corillon ze op scène terug met elkaar te verzoenen.

De hele queeste die Corillon de zoon laat afleggen, zoekt dezelfde richting: weg uit de rationele schriftcultuur waarin we leven, terug naar het sacrale van de pure natuur. De zoon -lees je- sluit als Faust een contract met de duivel en begeeft zich met het koord van zijn vader als leidraad op een queeste naar een donker bos, een spuwende waterval, een diepe sterrennacht. De doeken kleuren nu zwart en rood, de piano gaat wilder klinken, de letters verliezen hun betekenisgevende visuele onderscheid en klonteren tot de plastische vorm van knoestige bomen, van concentrische watercirkels, van het demonische HA HA HA-gelach waarop de duivel onze held bij tijd en wijlen trakteert. Tegelijk lengt ook de begeleidende vertelling van Sileghem zich uit tot een sequentiële nevenplaatsing van avontuurlijke ontmoetingen (.) Dat Maeterlinck een van Corillons vele inspiratiebronnen was, laat zich gevoelen én zien.

En precies in die mixage van luisteren en bekijken, van auditieve en visuele taal, ligt de grote waarde van Corillons dubbele verkenning van een andere taal dan de zijne. Vooral op het theatermedium laat hij een frisse handtekening achter. Als beeldend kunstenaar gebruikt hij de vanouds orale, gedeelde omgeving van theater om van lezen weer iets gezamenlijks te maken. Tegelijk verrijkt hij de Vlaamse podiumkunsten met 'letterkundige' elementen die er ondanks hun visuele en multidisciplinaire karakter zelden in geïntegreerd zijn. En al blijkt uiteindelijk weinig doorgedacht op de extra mogelijkheden van meerdere lettertypes, toch worden de letters zelf erg theatraal gebruikt. Op een van de geanimeerde doeken verschuiven de lettertjes 'zoon' tot 'Zoë' (in de Franstalige versie verschuift 'le fils' tot 'Elise') en vormen de bewegende tandjes van een geschilderde kettingzaag minuscule 'r'tjes die plots een hele zin tevoorschijn sleuren. Het zijn kleine simpele verrassingen voor de grote verwondering, volledig in lijn met de hele ambachtelijke sfeer die De duivel beduveld ademt.

Gezien op 19 december 2008, naar aanleiding van de inspeelvoorstellingen in de LODstudio's, Gent

Lees de volledige tekst op www.lod.be

BIOGRAFIEËN

PATRICK CORILLON (°1959) beeldend kunstenaar en schrijver, leeft en woont tussen Luik en Parijs en wordt vertegenwoordigd door de Galerie In Situ (Parijs). In 1992 stelde hij tentoon op Documenta IX, in 1994 op de Biënnale van Sao-Paulo, in 1995 op die van Lyon en in 2002 op de Biënnale van Sydney. Hij kreeg openbare bestellingen van de Manufacture des Gobelins, de Tramway van Nantes, het Brussels parlement, de Collégiale Sainte-Waudru van Bergen, de Nieuwe Stad van Sittard (Nederland), de Universiteit van Metz, het Théâtre des Abesses van Parijs, enzovoort. Zijn werken zijn onder meer te bezichtigen in de openbare collecties van het Centre Pompidou, de FNAC, de Deposito- en Consignatiekas, de FRAC Pays de Loire, PACA, Bourgogne, Languedoc-Roussillon, Limousin, Alsace, Picardië. in Frankrijk. In België vind je zijn oeuvre in de musea voor hedendaagse kunst van Antwerpen, Gent, Elsene en de Franse Gemeenschap. Zijn drieluik Le Diable Abandonné verscheen in boekvorm bij éditions MeMo; La meuse obscure in 2007, het tweede deel La forêt des origines in 2008. Het derde boek, Le lent horizon is onlangs (begin 2010) verschenen.

THOMAS SMETRYNS (°1977) studeerde compositie bij Godfried-Willem Raes en gitaar, luit en theorie bij Ida Polck en Philippe Malfeyt aan het conservatorium van Gent. Hij is docent gitaar aan het Conservatorium van Oostende. Hij schreef muziek voor onder andere Spectra Ensemble, Daan Vandewalle, trompettist Jason Price, percussionist Wim Konink, pianiste Heleen Van Haegenborgh en slagwerktrio Triatu. In 2006 werkte hij op vraag van het Klarafestival mee aan het project 'Swingjugend' en in 2007 was hij 'composer in residence van het HERMESensemble'. Tijdens deze residentie werkte hij onder anderen samen met Kaffe Matthews en videokunstenaar Kurt Ralske. Ook creëerde hij binnen dit kader de compositie en performance 'An Environment', een reeks composities die simultaan en spatiaal werd uitgevoerd binnen de unieke ruimte van de concertzaal AMUZ (Antwerpen). In 2008 creëerde hij in opdracht van de Provincie Oost-Vlaanderen in het kader van het Festival van Vlaanderen 'Terre de Flandre / Vlaanderland', een programma rond het Vlaamse muzikale erfgoed en maakte hij muziek voor de LODproductie De duivel beduveld. Een nieuwe reeks 'Environments' werden gespeeld op Transitfestival 09. Voor LOD werkte hij mee aan de muziek voor Lecture Songs, een redenaarsconcert (première 2010).

DOMINIQUE ROODTHOOFT studeerde in 1993 af aan het Conservatoire Royal te Luik waar ze de eerste prijs voor drama kreeg. Ze is actrice, regisseuse en artistiek leidster van het Luikse gezelschap le corridor en heeft al talrijke regies en creaties op haar naam staan. Onder meer Le paradis des chiens en Une soirée sans Histoire, die beiden een theaterprijs voor jonge makers kregen. Construire un feu (naar Jack London), een voorstelling uit 2003 kreeg de prijs van beste monoloog. In 2004 deed ze de regie voor L'opéra bègue (De stotteropera), een productie samen met onder andere LOD en met tekst van Pieter De Buysser en muziek van LODcomponist Dick van der Harst. Ook de voorstelling Du pain pour les écureuils, dat ze in 2006 regisseerde, is met tekst van Pieter De Buysser. Ze speelde in de trilogie Le diable abandonné van Patrick Corillon en hielp hierbij ook met de regie. In 2009 ontving ze carte blanche van het Kunstenfestivaldesarts en creëerde ze Smatch (1), Si vous désespérez un singe vous ferez exister un singe désespéré. Momenteel werkt ze aan de creatie van een tweede Smatch, Smatch (2), Push up daisies ou manger les pissenlits par la racine?, dat voorgesteld zal worden op het Kusntenfestivaldesarts in 2011.

KARLIJN SILEGHEM is een Vlaamse actrice uit series als Het Peulengaleis en Sedes en Belli. Ze speelde een hoofdrol in de Vlaamse film Suspect en was ook te zien in De Kavijaks, een serie over een vissersfamilie. Ondertussen is ze ook één van de zangeressen van de groep Hormonia die een kleine hit hadden met het nummer 'Kevin'. Karlijn Sileghem is ook bekend als Sylvia Muyshondt, de huisvrouw uit Asse, een typetje in het VRT-programma Hoe?Zo!. Ook was Karlijn Sileghem te zien in Katarakt, een prestigereeks van de VRT. Deze familiesaga speelt zich af in Haspengouw. Karlijn vertolkte hierin de hoofdrol, Elisabeth. Verder speelde ze bij gezelschappen als De Blauwe Maandag, Toneelhuis, TheaterTheater, Het Gevolg, Brabants productiehuis.

HELEEN VAN HAEGENBORGH (°1980) studeerde piano aan het Conservatorium van Gent bij Claude Coppens en Daan Vandewalle. Haar bezigheden zijn een aaneenschakeling van verschillende projecten waarbij nieuwe muziek het uitgangspunt vormt. Trefwoorden voor de klinkende muziek zijn: snaren, glazen, cassetterecorders, tape, experiment, collages, inside piano, preparaties. Ze realiseerde projecten met fotografe Katrien Vermeire, componist Thomas Smetryns, componiste Esther Venrooy, Hermes ensemble , Jasper Rigole (Hisk), Tape Tum,, beeldend kunstenaar Kelly Schacht, Kristof roseeuw, Jürgen de Blonde, Lander Gyselinck, Wu Fei, danseres Femke Gyselinck ,Guy De Bièvre, Guillaume Vandenberghe, Michael Schumacher, Trio Scordatura, Jez riley french, Dany Deprez, Joachim Brackx ... Ze speel(t)/de voor: Festival van Vlaanderen, Courtisane Festival, Blue note Festival, Happy New Ears Kortrijk, Internationaal Filmfestival (Rotterdam), Seeds and Bridges festival (Hull), Biennale Hoet Bekaert (Knokke), Holland Animatie festival (Utrecht), Muhka Media, Gentse Vleugels, Logos, Cafe Oto (Londen), Peel Hall (Manchester), Ossia Fine Arts Gallery (Chicago), Roulette (New York), Brakke Grond (Amsterdam), Toon Festival (Haarlem),Theater Kikker (Utrecht), Vrijthof (Maastricht)... Binnenkort komt haar nieuwste cd 'Cinéma Invisible' uit bij Entr'acte (Londen). Een samenwerking met visueel kunstenaar Jasper Rigole. Muzikanten Lander Gyselinck, Kristof Roseeuw en Jürgen De Blonde vergezellen haar. Bij hetzelfde label verscheen twee jaar eerder Mock Interiors, dit is de cd die ze maakt met Esther Venrooy (electronika). Deze samenwerking kon rekenen op zeer positieve feedback die zich uitte in reviews in onder andere The Wire, concerten in binnen en buitenland en airplay op de staatsradio in Italië, Engeland, Nederland en België.

LOD is een Gents productiehuis voor opera, musical en ander muziektheater dat borg staat voor baanbrekend artistiek werk, al twintig jaar lang. LOD zet artistieke trajecten uit met een pool van artiesten (componisten Kris Defoort, Dick van der Harst, Jan Kuijken, Dominique Pauwels, Daan Janssens en Thomas Smetryns, regisseuse Inne Goris, actrice/regisseuse An De Donder, acteur/auteur/regisseur Josse De Pauw en filosoof/auteur Pieter De Buysser). Samen werken zij aan een brede waaier van projecten waarin vele verschillende artistieke genres elkaar ontmoeten. Met producties als The Woman Who Walked into Doors, Yerma vraagt een toefeling, Diep in het bos, Het huis der verborgen muziekjes I & II, Onegin, Boreas, Liefde / zijn handen, The attendants' Gallery, Die siel van die mier, Twee oude vrouwtjes en House of the Sleeping Beauties oogst LOD veel bijval in binnen- en buitenland. De LODartiesten worden gewaardeerd omwille van hun hedendaagse benadering van muziektheater. Hun werk is uiterst hybride en moeilijk op een genre vast te pinnen, maar steeds het resultaat van doorgedreven artistiek onderzoek en een groot creatie- en spelplezier. LOD wordt vaak omschreven als een plaats waar ruimte is voor het aftasten van grenzen en artistieke mogelijkheden, wat een sterk vernieuwende impuls oplevert voor het hedendaagse muziektheater- en operalandschap. LOD schenkt bijzondere aandacht aan de samenwerking met Waalse artiesten. Getuige De Duivel Beduveld (met Patrick Corillon) of The Attendants' Gallery (samenwerking met onder andere Dominique Goblet en Thierry Van Hasselt). LOD heeft vele partners in binnen- en buitenland, waaronder deSingel (Antwerpen), La Monnaie/De Munt (Brussel), het Concertgebouw (Brugge), Vlaamse Opera (Gent), de Rotterdamse Schouwburg, Le Maillon (Strasbourg), L'opéra de Dijon en L'Hippodrome (Douai).

LOD
Bijlokekaai 3
B-9000 Gent
T +32 (0)9 266 11 33
F +32 (0)9 266 11 30
www.lod.be
info@lod.be

komende LODproductie

MUUR
Inne Goris / Pieter De Buysser / Dominique Pauwels

In 2010 lieten vier kinderen alles achter om zich te vestigen op een braakliggend terrein in Berlijn. In wat ooit de dode zone was tussen de twee muren die Oost en West scheidden, trekken zij een nieuwe ronde muur op met stukken kapotte lavabo, gruis, zand en dode takken. Het wordt een reusachtige belachelijke nul. Nu zijn we 2064 en de vier kinderen, die daar een halve eeuw in de schaduw van hun muur geleefd hebben, zijn oud. Intussen is een web aan verhalen de stad ingegaan, tot over de landsgrenzen en continenten; het verhaal over de koppige kinderen, de juridische grap die het onmogelijk maakte hen van het terrein te ontzetten, de eigenaardige aantrekkingskracht van een gigantische nul in het midden van de stad. Het leidde tot honderden bezoekers, die elk een verhaal van de muur verweven met hun eigen geschiedenis en meenemen naar de stad. Tot er opnieuw vier kinderen aankomen. Elk even oud als toen zij daar aankwamen. Maar ze blijken niet de intentie te hebben enkel op bezoek te komen.

In première op 13 mei 2010 in Tour & Taxis in het kader van Kunstenfestivaldesarts

Productie: LOD & Beursschouwburg
Coproductie: Kunstenfestivaldesarts (Brussel)
Met de steun van Goethe-Institut Brüssel in het kader van 'After the Fall' & Interdisciplinair Studiecentrum voor Kritiek en Actualiteit - Studium Generale

-----------------------
(1) Uit tekst van Wannes Gyselinck
(2) In het kader van het Euregionaal opera- en muziektheaterfestival