Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

Hierbij zend ik u, mede namens de minister voor Wonen, Wijken en Integratie, de antwoorden op de Kamervragen van het lid Ortega -Martijn (Christenunie) over de registratie van de afkomst van werkloze jongeren. (Ingezonden 4 mei 2010 met als kenmerk 2010Z07717).

De Minister van Sociale Zaken
en Werkgelegenheid,

J.P.H. Donner

Pagina 1 van 5





Vraag 1
Kent u het bericht "UWV registreert afkomst werkloze jongeren"? 1)

Antwoord Datum 2 juni 2010 Ja, ik ben bekend met dit bericht.
Onze referentie R&P/RSA/2010/9525

Vraag 2
Bent u tevens bekend met het rapport "Onverzilverd talent II"? 2)

Antwoord
Ja, hiermee ben ik bekend. Het betreft een onderzoek naar belemmeringen die hoogopgeleide (allochtone) jongeren ondervinden bij het vinden van een baan. Het onderzoek is uitgevoerd onder verantwoordelijkheid van Forum. Het
ministerie van SZW heeft Forum voor dit onderzoek subsidie verleend.

Vraag 3
Om hoeveel jongeren gaat het waarbij het UWV (Uitvoeringsorganisatie
Werknemersverzekeringen) mogelijk de afkomst zal registreren?

Antwoord
Vooropgesteld wordt dat het niet gaat om een nieuwe registratie maar om een koppeling van de Gemeentelijke Basis Administratie (GBA) met de administratie van UWV, het zogenaamde SONAR systeem. In het GBA worden van elke inwoner de kenmerken geboorteland betrokkene, geboorteland moeder en geboorteland vader vermeld. Op basis hiervan kan de afkomst van de betrokkene worden afgeleid. De koppeling van de GBA met SONAR betreft dus niet alleen jongeren, maar alle werkzoekenden.

Op 1 mei 2010 stonden er 70.525 jongeren als werkzoekende ingeschreven bij het UWV. 20.443 hiervan zijn van allochtone afkomst.

Vraag 4
Waaruit blijkt dat het registreren op afkomst van werkloze jongeren zal helpen om sneller een baan te vinden?

Antwoord
Zoals de landelijke CBS statistieken ons laten zien zijn bepaalde groepen werkzoekenden in Nederland relatief sterk oververtegenwoordigd in de
werkzoekendenbestanden. Dat geldt op dit moment voor jongeren, voor ouderen en ook voor niet westerse allochtonen. Ik vind dit een ongewenste situatie die vraagt om een beter inzicht in de bestanden met werkzoekenden. Ook de Kamer heeft haar zorg hierover uitgesproken. Tijdens het Algemeen Overleg in juli 2009 met de Tweede Kamer over Jeugdwerkloosheid heeft staatssecretaris Klijnsma de Tweede Kamer desgevraagd toegezegd te bezien welke inzichten registratie van afkomst van werkzoekenden kan opleveren voor beleidsontwikkeling. Het
Landelijk Overleg Minderheden (LOM) heeft zich voorstander getoond van het invoeren van de registratie op herkomst op de werkpleinen.
Pagina 2 van 5





Ik ben van mening dat een goed inzicht in primair de regionale en lokale bestanden van werkzoekenden een voorwaarde is om de oververtegenwoordiging van bepaalde groepen werkzoekenden in de bestanden positief te kunnen Datum beïnvloeden. In de regio vindt de feitelijke bemiddeling naar werk plaats. Het gaat ni 2010 2 ju Onze referentie hierbij nadrukkelijk niet alleen om het kenmerk afkomst, maar ook om kenmerken R&P/RSA/2010/9525

als opleidingsniveau, burgerlijke staat, leeftijd, geslacht, het wel of niet hebben van een startkwalificatie en het arbeidsverleden. De koppeling van het GBA met SONAR is geen doel op zich, maar een middel om een beter inzicht te krijgen in de populatie van werkzoekenden als basis voor een betere dienstverlening en betere resultaten. Het levert een goed inzicht in de factoren van de problematiek en biedt gemeenten en UWV aanknopingspunten voor het bepalen van een
effectieve aanpak. Het inzicht is daarnaast ook belangrijk om het succes van een aanpak te bepalen en zonodig bij te sturen.

Het verbeteren van het inzicht in de bestanden komt niet in de plaats van de individuele dienstverlening aan betrokkene. Uitgangspunt blijft dat deze dienstverlening zo goed mogelijk moet worden afgestemd op de specifieke belemmeringen en mogelijkheden van de betrokkene.

Vraag 5
Waarom is registratie op afkomst nodig om allochtone werkloze jongeren te benaderen voor initiatieven als banenmarkten en netwerkbijeenkomsten? Deze markten en bijeenkomsten zijn toch voor alle werkloze jongeren ongeacht afkomst?

Antwoord
Het uitgangspunt dat banenmarkten en netwerkbijeenkomsten open moeten staan voor alle werkzoekenden, deel ik. Dit neemt niet weg dat het van belang is dat uitvoerders hun activiteiten ­ met het oog op optimalisering van resultaten ­ zo goed mogelijk afstemmen op de deelnemers. Specifieke bijeenkomsten voor allochtone jongeren, bijvoorbeeld ook als extra inspanning voor deze groep, zouden hiervan een invulling kunnen zijn.

Vraag 6
Wat heeft het overhalen van allochtone ondernemers om een erkend
leerwerkbedrijf te worden te maken met het bestrijden van werkloosheid voor specifiek allochtone werkloze jongeren? Deelt u de mening dat het van belang is voor de integratie dat allochtone werkloze jongeren juist ook aan de slag kunnen gaan in leerwerkbedrijven van autochtone ondernemers?

Antwoord
Uiteraard ben ik met u van mening dat allochtone werkloze jongeren breed moeten kunnen meedingen naar de beschikbare leerwerkplaatsen. Een belangrijk onderdeel van de aanpak van de jeugdwerkloosheid is het zorgdragen voor voldoende stageplaatsen en leerwerkplekken. Vergroting van het aantal erkende Pagina 3 van 5





leerbedrijven kan hierbij helpen en juist bij allochtone ondernemers lijken hiervoor nog mogelijkheden aanwezig te zijn.

Datum 2 juni 2010

Vraag 7 Onze referentie Kunt u de beoordeling van het College Bescherming Persoonsgegevens naar de R&P/RSA/2010/9525

Kamer sturen?

Antwoord
In de voortgangsbrief Actieplan Jeugdwerkloosheid van 14 april jl. is abusievelijk vermeld dat het College Bescherming Persoonsgegevens (CBP) indertijd
toestemming heeft gegeven voor de koppeling: het vragen van toestemming voor het gebruik van GBA gegevens vindt niet plaats bij het CBP maar bij het Agentschap Basis Persoons Register (BPR) van het ministerie van BZK.
Het Agentschap BPR heeft na zorgvuldige juridische toetsing aan UWV
toestemming verleend tot gebruik en uitvraag van een groot aantal
persoonsgegevens, waaronder de 3 gegevens die betrekking hebben op het geboorteland van de betrokkene zelf evenals op dat van diens vader en van zijn moeder. De toestemming tot het gebruik van GBA gegevens is neergelegd in een ­ laatstelijk in januari 2010 aangepast ­ Autorisatiebesluit. Aan het verzoek om verstrekking van deze specifieke gegevens, waarvan de verwerking op instigatie van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid door het UWV
WERKbedrijf plaatsvindt, liggen beleidsdoeleinden ten grondslag.

Vraag 8
Kunt u uitleggen of u de conclusie van het rapport "Onverzilverd talent II" deelt dat het sociaal milieu belangrijker is voor het vinden van een baan dan de afkomst?

Antwoord
Ik deel de conclusie uit het rapport dat sociale achterstand een factor is die grote impact heeft op de kansen van deze jongeren bij het vinden van een baan en dat er bij het maken van beleid geen overaccentuering van etniciteit moet plaatsvinden. Met Forum ben ik van mening dat het integratievraagstuk niet alleen vanuit etnischcultureel, maar ook vanuit sociaaleconomisch perspectief dient te worden benaderd. Sociale achterstand is echter niet de enige, allesbepalende belemmering bij het vinden van een baan. Het is ook van belang rekening te houden met andere risicofactoren die aan herkomst zijn gerelateerd, zoals taalachterstand en negatieve beeldvorming.

Vraag 9
Wat vindt u vanuit deze vaststelling over het nut van het registeren van de afkomst van werkloze jongeren door het UWV? Waarom wordt er niet op ingezet om de sociale positie van de jongeren te versterken?

Pagina 4 van 5





Antwoord
Zie mijn antwoord op vragen 4 en 8.

Datum 2 juni 2010

Onze referentie R&P/RSA/2010/9525


1) Binnenlands Bestuur, 14 april 2010
http://www.binnenlandsbestuur.nl/default.lynkx?tag=tcm:25-1104109

2) Forum Instituut voor multiculturele vraagstukken, april 2010, rapport onverzilverd talent II; marktkansen van hoogopgeleiden die starten vanuit achterstand

Pagina 5 van 5