Gemeente Utrecht

2010 SCHRIFTELIJKE VRAGEN
70 Vragen van de heer P.E.J. Weresteijn
(ingekomen 1juni 2010
en antwoorden door het college verzonden op 22 juni 2010)

De fractie van Trots op Nederland weet dat de politie in zijn werkzaamheden veelvuldig te maken krijgt met psychiatrisch gestoorde inwoners van de stad. Deze mensen kunnen ten tijde van een waan, psychose, delier of andere geestelijke kwaal gevaarlijk zijn voor zichzelf en/of de maatschappij, veelal neemt de politie de betrokken inwoner van de stad dan ook mee naar het politiebureau. Dit zodat een medewerker van het crisisteam de persoon kan onderzoeken en kan adviseren of de burgemeester over moet gaan tot een inbewaringstelling in het kader van de wet BOPZ (bijzondere opname psychiatrische ziekenhuizen). De betrokken persoon wordt dan in afwachting van de beoordeling door een crisisteam in een observatiecel geplaatst. Veelal duurt het vele uren voordat een persoon beoordeeld wordt. Een geesteszieke persoon wordt dan dus vaak zonder dat er een juridische grondslag aan ten grond ligt (de politie beroept zich dan op overmacht art. 40 wetboek van strafrecht ) vastgehouden in een cel om beoordeeld te worden. Er zijn situaties bekend waarbij het 6 uur duurde voor er een medewerker van het crisisteam aanwezig was op het politiebureau om met zijn beoordeling van de psychiatrische patiënt aan te vangen. Vaak is de omgeving van een cel zo prikkelarm dat een psychiatrische patiënt terug bij zijn positieven komt, beoordeeld wordt door een arts en vervolgens weer naar huis gestuurd wordt waarbij vaak na enkele uren of dagen de psychiatrische patiënt weer van voor af aan begint met zijn gevaarlijke of hinderlijke gedrag.

Dit roept bij de fractie van Trots op Nederland de volgende vragen op.


1. Is het college met Trots van mening, tevens kijkend naar agenda 22 dat het niet wenselijk is om iemand die (tijdelijk) geestelijk ziek is in een cel te stoppen?

Het is niet wenselijk om iemand die (tijdelijk) geestelijk ziek is in een cel te stoppen, tenzij deze persoon ook een strafbaar feit heeft gepleegd, de openbare orde verstoort of een gevaar vormt voor zich zelf en/of zijn omgeving. De politie draagt dan zorg voor de veiligheid van betrokkene en de omgeving zodat de medewerkers van de crisisdienst hun werk kunnen doen. De politie is de enige instantie die de wettelijke middelen heeft om deze eerste periode te overbruggen.


2. Is het college met Trots eens dat politiemensen niet de personen zijn die deze opvang dienen te verzorgen maar dat deze opvang juist verzorgd dient te worden door professionals uit de GGZ, die er in getraind zijn om mensen met psychiatrische problematiek te begeleiden en op te vangen?

De politiemensen werken uitsluitend aan het handhaven van de veiligheid en de strafrechtelijke aanpak totdat beslist is over noodzakelijk opvang. Er wordt daarvoor een beroep gedaan op de bevoegdheden die de politie wel heeft en de GGZ niet. Alle afspraken tussen de politie en de crisisdiensten zijn er op gericht om: . Het aantal crisissituaties waarbij politie-interventie nodig is zo klein mogelijk te houden . De crisissituatie zo kort mogelijk te laten duren . De patiënt zo snel mogelijk op de juiste plek te krijgen.


3. Is het college het met Trots eens dat als het crisisteam pas na meerdere uren ter plaatse is om iemand te beoordelen er nooit sprake kan zijn van een goede beoordeling? Zo ja welke mogelijkheden ziet het college om het aantal uren terug te brengen tot een acceptabel niveau.

Nee. De afspraak met de crisisdiensten binnen de gemeente Utrecht is, dat zij binnen 30 tot 45 minuten op het politiebureau zijn en dat zij de beoordeling binnen 2 tot 6 uur hebben afgerond. Soms is het juist beter om iemand eerst te laten kalmeren voordat er met hem gesproken wordt. In veel gevallen zijn de patiënt en de diagnose al bekend bij de crisisdienst. De afspraak met de ambulancedienst is dat zij na beoordeling patiënten binnen 30 minuten van het bureau hebben opgehaald. Daarmee is Politie Utrecht overigens één van de snelste korpsen van het land.

Het is bekend dat het soms langer duurt dan de hier vermelde afspraken, omdat er naast de geestelijke stoornis ook sprake is van een strafrechtelijke procedure . Een lichamelijke ziekte of verwonding waardoor er nog een andere arts in consult moet komen . Extreem alcohol of druggebruik waardoor de patiënt niet volledig beoordeeld kan worden. . Problemen bij het vergaren van informatie over de betrokken patiënt.

Ten slotte heeft de politie de arrestantenzorg deels gecentraliseerd en worden overgebracht naar het Arrestantencomplex van Politie Utrecht (APU) in Houten. Dit leidt ertoe dat het langer duurt voordat de patiënt op de juiste plek te is opgenomen. De aanrijtijden en verwerkingstijden bij het APU zijn momenteel onderwerp van gesprek tussen politie en crisisdiensten. Inmiddels heeft de Crisisdienst een aantal operationele maatregelen genomen die de wachttijd verkorten


4. Is het college bereid om te zorgen (financieel) dat mensen met acute psychiatrische problematiek niet meer in een politiecel opgevangen/opgehouden dienen te worden maar dat hier bedden bij GGZ instellingen voor gereserveerd worden?

Het college is van mening dat de politie een verantwoordelijkheid heeft en een bevoegdheid op te treden in onveilige situaties. Het college is ermee bekend dat om het vervolg goed te kanaliseren in zowel Amsterdam als Eindhoven nieuwe wegen zijn gecreëerd. Het college zal de Utrechtse uitwerking van het convenant tussen de hoofdcommissarissen van politie en GGZ Nederland nog eens opnieuw tegen het licht te houden. De resultaten hiervan doen wij u toekomen in het eerste kwartaal van 2011.

---- --