Grafische sector wil actie tegen concurrentie verstoring

29/06/2010 13:35

FEBELGRA

Beroepsvereniging FEBELGRA roept politiek op tot concrete maatregelen en meer ademruimte voor grafische industrie

Brussel, 29 juni 2010 - De grafische industrie in België beleeft moeilijke crisisjaren. Zowel het aantal bedrijven, omzet, productie als tewerkstelling dalen voor het tweede jaar op rij. De sector trekt aan de alarmbel en roept de volgende regering op tot maatregelen tegen concurrentieverstoring en voor nieuwe zuurstof en ademruimte voor de sector.

De grafische industrie, die in België met 1.285 ondernemingen bijna 15.000 werknemers tewerkstelt, lijdt onder de economische crisis.

Zo zag de sector zijn omzet in 2009 teruglopen met 9,6% ten opzichte van 2008, daalde het aantal werkgevers met 4% en de tewerkstelling met 5,6 procent. Dit laatste is een paradox daar de sector kampt met een groot aantal openstaande vacatures in knelpuntberoepen zoals drukkers en afwerkers.

De mondiale crisis heeft ook gevolgen voor de investeringen in de sector die in 2009 met 11% daalden tegenover 2008. Bestellingen werden geannuleerd of uitgesteld.

De grafische industrie, die voornamelijk bestaat uit KMO's (95,25%), realiseerde in 2009 een omzet van 3 miljard 262 miljoen euro. Deze omzet komt grotendeels uit reclamedrukwerk (31%), gevolgd door een brede waaier aan producten zoals blijkt uit onderstaande grafiek.

De sector ziet naast een terugval van de binnenlandse vraag ook zijn uitvoer naar het buitenland dalen. Zo kromp de exportomzet in 2009 met 14,2%. In tonnage is de daling minder uitgesproken (-3,05% ton). Het is duidelijk dat de neerwaartse vraag een sterke impact heeft op de prijzen. Zo daalde de gemiddelde prijs per kilo geëxporteerd product van 2,58 euro in 2008 naar 2,29 euro per kilo in 2009. Deze terugval wordt enigszins gecompenseerd door een prijsdaling van de goederen die Belgische grafische ondernemers importeerden.

Sterke weerstand

Toch presteert de grafische industrie beter dan de gezamenlijke verwerkende nijverheid en dan de grafische sector in het buitenland.

De gemiddelde bezettingsgraad van de totale verwerkende nijverheid lag in 2009 onder de 70% terwijl deze in de grafische industrie 79,5% bedroeg.

In tegenstelling tot de meeste andere Europese landen is de omzetdaling met 9,7% in België gevoelig kleiner. Enkel Duitsland (-6,1%) doet het beter dan België, gevolgd door Zwitserland (-9,9%), Zweden (-10%), Spanje en Portugal (-11,2%), Noorwegen (-12%), Hongarije (-15%), Denemarken (-16,4%), Nederland en Finland (-20%) en Bulgarije (-25%).

"Vanzelfsprekend is onze sector zeer conjunctuurgevoelig en moeten onze leden hard vechten voor hun marktpositie. Maar dankzij het overwegend familiale en KMO karakter van onze industrie wordt deze gekenmerkt door meer flexibiliteit, kwaliteit en productiviteit dan elders. Dit maakt ons bijzonder weerbaar waardoor België het flink beter doet dan de ons omliggende landen. Om onze toekomst te vrijwaren moeten wij blijven innoveren en investeren in ondermeer digitalisering en multimedia en onze sterke positie in vellen- en rotatiepersen consolideren. Hiervoor vragen wij het vertrouwen van investeerders en financiële instellingen," stelt Jan De Brabanter, secretaris-generaal van Febelgra.

Regeringsmaatregelen tegen concurrentieverstoring

Opdat de inspanningen die de grafische industrie de voorbije twee jaar leverde om zijn concurrentiepositie te handhaven en nieuwe groeikansen te creëren werkelijk

vruchten afleveren in de toekomst, moet de volgende regering de sector de nodige steun geven en dringend een aantal maatregelen nemen om de verstoring van de concurrentie weg te werken.

Zo mag de wet op de continuïteit, die bedrijven die het gerechtelijk akkoord aanvragen beter beschermt en hun overlevingskansen vergroot, geen aanleiding geven tot prijsdumping waardoor andere bedrijven eveneens in nood komen en zo een neerwaartse spiraal ontstaat. Dit vereist de nodige bijsturing door de wetgever.

Ook moet paal en perk gesteld worden aan nieuwe investeringen door overheidsdiensten in interne of geïntegreerde drukkerijen. Deze interne drukkerijen zoals bij de FOD Buitenlandse Zaken, FOD Financiën of van andere overheidsdiensten ontplooien marktverstorende activiteiten in de huidige moeilijke economische tijden. "In plaats van de markt te laten spelen en bij te dragen tot economische groei zuigt de overheid met belastinggeld omzet en tewerkstelling uit de reguliere markt door de creatie van een parallel circuit. Dit is niet de taak van de overheid en voor ons totaal onaanvaardbaar." zegt Jan De Brabanter.

Dat het uitbesteden van drukwerken een negatieve budgettaire weerslag heeft op de begroting van de betrokken overheiddiensten is volgens Febelgra een vals argument. De doorgedreven dienstverlening, de up-to-date technische uitrustingen, service en kwaliteit verzekeren immers de meest gunstige prijs/kwaliteitsverhouding.

Ook het feit dat beschutte werkplaatsen steeds minder complementair zijn met de grafische sector en als maar meer overlappende concurrerende actitviteiten ontwikkelen schaden de eerlijke concurrentie en zijn marktverstorend.

Beschutte werkplaatsen werken binnen een ander paritair comité dan de grafische bedrijven waardoor hun arbeidkost lager ligt. Bovendien subsidieert de overheid de sociale economie.

Febelgra wijst er op dat bedrijven actief in de sociale economie moeten investeren in tewerkstelling complementair met de grafische industrie en niet in automatisering die juist de tewerkstelling van kansengroepen aantast.

Febelgra roept de overheid op om de concurrentiepositie van de grafische industrie te versterken door meer ruimte te creëren om te ondernemen. Lastenverhogingen en bijkomende administratieve rompslomp zijn uit den boze en er moet gestreefd worden naar een eenheidsstatuut voor arbeiders en bedienden dat beter beantwoordt aan de socio-techno-economische realiteit van de sector.

De grafische industrie is een belangrijke economische speler in de Belgische economie die nog steeds een overschot op de handelsbalans realiseert van bijna 100 mio euro. Toch evolueert de handelsbalans negatief. In 2007 werd nog een groei op de handelsbalans gerealiseerd van bijna 117%, in 2008 daalde de groei tot 22%, maar het saldo bleef nog steeds positief. In 2009 daalde het overschot op de handelsbalans met -55,41%. Door de terugvallende vraag op de binnenlandse markt is de grafische industrie steeds meer aangewezen op export.

Hier moet de regering zijn rol als ambassadeur voor de Belgische industrie ten volle spelen en moeten politici, overheden en overheidsbedrijven de Belgische referentie sterker ontwikkelen waardoor 'Printed in Belgium' uitgroeit tot een kwaliteitslabel.

"De grafische industrie wordt te stiefmoederlijk behandeld op buitenlandse missies en in onze buitenlandse economische politiek in het algemeen. Wij moeten samen met de bevoegde ministers onze sector in het buitenland beter op de kaart zetten. Door innovatie en hoge productiviteit bieden wij immers een belangrijk concurrentieel en kwalitatief voordeel. Ook moeten overheden meer aandacht besteden bij hun aankopen van drukwerken aan bedrijven in eigen land," aldus Jan De Brabanter.

Ondanks de moeilijke periode waarmee de grafische industrie vandaag afrekent, blijft de sector positief over de toekomst. "Wij zijn blijven investeren en innoveren. Vandaag is onze sector duurzamer en groener dan ooit met een bijzonder lage negatieve milieu-impact. Dankzij de creatie van een Europese CO2 calculator beschikt de sector over een transparant middel om klanten, inkopers en overheden aan te tonen dat het drukwerk eco-vriendelijk is. Het is ook een uitdaging voor de overheid om innovatie en vergroening van onze sector te stimuleren door meer ondersteuning," besluit Jan de Brabanter.

Contacteer