Technische Universiteit Delft

TU Delft mede-auteur Nature-publicatie over IJslandse probleemvulkaan

Een groot deel van het Europese vliegverkeer lag stil tijdens de uitbarsting van de IJslandse vulkaan Eyjafjallajökull in april. Onderzoekers van onder meer de TU Delft hebben nu nauwkeurig in kaart gebracht hoe deze eruptie ontstond. Door meer inzicht te verwerven in het gedrag van vulkanen, hoopt men op termijn betere voorspellingen te kunnen doen. De wetenschappers publiceren op donderdag 18 november in Nature over hun bevindingen.

Magma

Als magma zich omhoog verplaatst, komt de aardbodem ook enigszins omhoog en wordt deze uitgerekt. Als het magma weer verdwijnt, door een uitbarsting, zakt de bodem weer een beetje in en trekt deze samen. Dit principe gebruiken wetenschappers, samen met seismisch onderzoek, om het proces van een vulkaanuitbarsting in kaart te brengen en te analyseren. De bewegingen van de aardbodem zijn met satelliet-radarmetingen en GPS-metingen immers tot op millimeterniveau te registreren.

Dit is precies wat onderzoeker dr. Andy Hooper van de TU Delft deed voor de IJslandse vulkaan Eyjafjallajökull, waarvan de aswolk in april en mei voor zoveel problemen in het Europese luchtverkeer zorgde. Samen met IJslandse, Amerikaanse en Zweedse wetenschappers publiceert hij hierover in Nature van 18 november.

Lava-uitbarsting

'Rond deze IJslandse vulkaan rommelde het al 18 jaar', vertelt Hooper. 'Voorafgaand aan de uitbarsting in maart, ontdekten we een magmabeweging van diep in de korst naar een paar kilometer onder de korst. Daar verspreidde het magma zich en vormde het een laag. In 1994 en 1999 was zoiets ook al gebeurd, maar toen leidde dit niet tot een explosie.'

Het magma begon vervolgens verder te stuwen en bereikte op 20 maart van dit jaar de oppervlakte; een eruptie aan de zijkant van de vulkaan volgde. Omdat het magma nogal vloeibaar was, kon het meeste gas er al uit ontsnappen voor de eigenlijke lava-uitbarsting plaatsvond. Daardoor was deze eerste eruptie van maart niet erg explosief.

Explosief

Na de eerste uitbarsting had Hooper verwacht dat de aardkorst zou inzakken en samentrekken, maar hij zag juist weinig beweging. 'Dat betekende dat er ook magma van diep in de aardkorst direct naar de aardoppervlakte kwam. Dat werd inderdaad bevestigd, want twee dagen na het einde van de eerste eruptie vond, op 14 april, een explosievere uitbarsting plaats, vanuit de top.'

Dit magma was steviger en hield meer gas vast. Ook de interactie met ijs verhoogde de explosiviteit. De uitbarsting leidde tot een aswolk die tot 10 kilometer hoog kwam. Na deze tweede eruptie constateerden de onderzoekers wel ineenzakking en samentrekking van het aardoppervlak. De bovenste magmakamer raakte dus (voor een deel) leeg waarna de eruptie na ongeveer een maand stopte.

Voorspellingen

Een van de doelen van dit soort onderzoek is te voorspellen wanneer een vulkaan zal uitbarsten. 'Door dit type onderzoek komen we inderdaad meer te weten over hoe vulkanen werken en op termijn kunnen we daardoor wellicht goede voorspellingen doen.'

'Voor een vulkaan van het type Eyjafjallajökull, zijn voorspellingen overigens extra lastig. Dit type barst maar eens in de paar honderd jaar uit (de voorlaatste keer was in 1823). Bij actievere vulkanen kun je een uitbarsting beter zien aankomen, doordat het daarbij in de regel draait om één enkele magmakamer die uitdijt. Bij minder actieve vulkanen is het proces complexer.'

Katla

Hooper en zijn collega's houden overigens ook angstvallig de grote buurvulkaan Katla in de gaten (laatste eruptie in 1918). In het verleden zijn Eyjafjallajökull en Katla namelijk wel vaker gelijktijdig actief geworden. 'Tot op heden zijn er echter geen concrete aanwijzingen voor een uitbarsting van de Katla', zegt Hooper.

Meer informatie