INLIA


Rechtbank Zwolle: Nederlandse nationaliteit voor stateloze kinderen (04-01-11)

In een uitspraak van 9 september 2010 geeft de Rechtbank Zwolle aan dat in Nederland geboren kinderen van stateloze ouders na verloop van een aantal jaren de Nederlandse nationaliteit kunnen krijgen, ongeacht of de ouders in het bezit zijn van een verblijfsvergunning voor Nederland. Het ging in deze zaak om een stateloos (Palestijns) kind dat in Nederland is geboren en inmiddels 9 jaar oud is.

De immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) beriep zich in deze zaak op artikel 6 lid 1onder b van de Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN). Daarin staat dat alleen in Nederland geboren kinderen van stateloze ouders die drie jaar lang een verblijfsvergunning hebben gehad, in aanmerking komen voor het Nederlanderschap.

De Rechtbank Zwolle stelt echter vast dat uit het Verdrag van New York ter beperking van Staatloosheid (1985) volgt dat kinderen van ouders die duurzaam verblijf in Nederland hebben in aanmerking komen voor de Nederlandse nationaliteit. De rechtbank overweegt: "De uitdrukking 'habitually resided' in de Engelstalige verdragstekst duidt er op dat sprake dient te zijn van een situatie waarin iemand duurzaam in Nederland verblijft (...). Uit de verdragstekst volgt niet dat hiervoor is vereist dat het bevoegd gezag heeft ingestemd met dit duurzaam verblijf."

Verder is de rechtbank van mening dat dit internationale Staatloosheidsverdrag rechtstreekse werking heeft. Aangezien rechtstreeks werkende verdragen boven de Nederlandse wetgeving gaan, dient artikel 6 lid 1 onder b van de RWN in dit geval buiten toepassing gelaten te worden.
Wanneer stateloze kinderen precies 'duurzaam' in Nederland verblijven, is overigens nog onbekend.
De IND heeft tegen deze uitspraak geen hoger beroep aangetekend.

Klik hier voor de volledige uitspraak (Rb Zwolle, AWB 09/2212, d.d. 9/9/2010; pdf-bestand)

Zie het origineel