Rijksoverheid



1
24 januari 2011

Lijst van vragen over afrekenbare en controleerbare kabinetsdoelen met betrekking tot schoolverlaters

Hierbij zend ik u het antwoord op de vragen van de leden Pechtold (D66), Cohen (PvdA), Roemer (SP), Halsema (Groenlinks), Rouvoet (ChristenUnie), Van der Staaij (SGP) en Thieme (PvdD) van uw Kamer inzake afrekenbare en controleerbare kabinetsdoelen met betrekking tot schoolverlaters. De vragen werden mij toegezonden bij uw bovenaangehaalde brief met kenmerk 2010Z19262.

De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
Marja van Bijsterveldt#Vliegenthart

Vragen van de leden Pechtold (D66), Cohen (PvdA), Roemer (SP), Halsema (Groenlinks), Rouvoet (ChristenUnie), Van der Staaij (SGP) en Thieme (PvdD) aan de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over afrekenbare en controleerbare kabinetsdoelen met betrekking tot schoolverlaters. (Ingezonden 13 december 2010)


1. Klopt het dat dit kabinet het aantal voortijdige schoolverlaters wil terugbrengen tot hoogstens 25.000? 1)
Ja.

2. Betreft het hier het totale aantal voortijdige schoolverlaters? Zo ja, hoe hoog is dit totale aantal per 1 januari 2011? Zo nee, welke andere indicator(en) hanteert het kabinet en wat is daarvan de stand per 1 januari 2011?
Het betreft het aantal nieuwe voortijdig schoolverlaters uit het schooljaar 2014/2015 uit het vo en mbo. Hierover zal begin 2016 gerapporteerd kunnen worden. Het aantal nieuwe voortijdig schoolverlaters wordt geteld per schooljaar. Uiterlijk maart 2011 stuur ik een brief naar de Tweede Kamer met het resultaat van het schooljaar 2009/2010, in relatie tot de huidige vsv#convenanten met gemeenten, scholen en instellingen.

3. Stelt het kabinet daarbij nog specifieke doelstellingen voor verschillende onderwijssectoren, zoals bijvoorbeeld het middelbaar beroepsonderwijs waar de uitval zeer hoog is? Zo ja, kunt u deze nader specificeren en de stand van zaken geven per 1 januari 2011? Zoals eerder aangekondigd wil ik overstappen naar een procentuele niveaunorm voor het voortijdig schoolverlaten. Een onderscheid naar specifieke doelstellingen in het vo en mbo ligt voor de hand. Zodra ik een nadere specificatie heb opgesteld in samenspraak met de Inspectie van het Onderwijs, laat ik u dat weten. Ik verwacht u begin 2012 de nieuwe, kwantitatieve invulling van het vsv#beleid te kunnen voorleggen, samen met de resultaten over het schooljaar 2010/2011.
4. Wat zijn de tussendoelen voor deze doelstelling op 31 december in 2011, 2012, 2013, 2014 en 2015?
Voor het schooljaar 2010/2011 is de doelstelling het aantal nieuwe voortijdig schoolverlaters terug te brengen tot 35.000. De doelstelling voor het schooljaar 2014/2015 is dat het aantal voortijdig schoolverlaters terug moet zijn gebracht naar 25.000. Hierover wordt in 2016 gerapporteerd.
5. Wat gaat het kabinet doen om deze doelstelling te bereiken?
6. Wanneer gaat het kabinet dit doen?
Antwoord op vragen 5 en 6
In een brief aan Uw Kamer die ik uiterlijk maart 2011 zal verzenden, ga ik nader in op de vraag hoe ik de doelstelling ga bereiken.


7. Welke instrumenten en middelen zijn er beschikbaar om deze doelen te bereiken?
Voor de doelstelling naar 35.000 is ¤ 80 miljoen structureel beschikbaar. Voor het voortzetten van de plusvoorzieningen en wijkscholen heeft het kabinet ¤ 30 miljoen vanaf 2012 structureel gereserveerd op de aanvullende post. Bovendien staat vanaf 2013 op de aanvullende post structureel ¤ 150 miljoen gereserveerd voor het bestrijden van schooluitval in het MBO door intensivering van de onderwijstijd in het eerste jaar, intensieve begeleiding, loopbaanoriëntatie en coaching. Dit zal ook zijn effect hebben op de gestelde VSV doelen.
8. Op welke manier en wanneer gaat het kabinet jaarlijks verantwoording afleggen?
Jaarlijks wordt de Tweede Kamer in februari/maart per brief apart geïnformeerd over de voortgang.

1) Regeerakkoord, pagina 31