Rijksoverheid


7 april 2011

Lijst van vragen lid Dijsselbloem

Hierbij zend ik u het antwoord op de vragen van het lid Dijsselbloem van uw Kamer over de financiering van de functiemix van leraren. De vragen werden mij toegezonden bij uw bovenaangehaalde brief met kenmerk 2011Z05839. De staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Halbe Zijlstra

Antwoorden op de schriftelijke vragen van het lid Dijsselbloem van de Tweede Kamer der Staten-Generaal aan de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (ingezonden d.d. 22 maart 2011, kenmerk 2011Z05839 )


1 Vraag: Is het waar dat de gemiddelde personeelslast (GPL) voor 2010-2011 in het primair onderwijs verhoogd is met 0,093% en dat dit percentage gebaseerd is op de totale kosten die de invoering van de functiemix voor de gehele sector met zich mee brengt? Antwoord: Met ingang van 1 augustus 2010 is ten opzichte van het schooljaar 2009-2010 de gemiddelde personele last (GPL) voor de personeelscategorie leraar in het Primair Onderwijs aangepast in verband met de maatregelen uit het Convenant Leerkracht van Nederland (Staatscourant, 14 april 2010, nr 5854). Het ging daarbij om een verhoging van 0,463% voor de verdere inkorting van de carrièrelijnen èn voor de invoering van de landelijke functiemix. Door de onderlinge samenhang van de maatregelen uit het Convenant LeerKracht is een uitsplitsing naar maatregel niet te geven. Het percentage van 0,463% is gebaseerd op een raming van de kosten van de maatregelen voor de PO-sector (Onderwijsarbeidsmarktramingen). In 2009 is de GPL verhoogd in verband met de toekenning van een toelage aan de leerkrachten op het einde van hun schaal en een eerste inkorting van de carrièrelijnen. De in de vraag vermeldde 0,093 % is de geschatte verhoging, specifiek en alleen ten behoeve van de functiemix ingaande 1 augustus 2010 (en dus niet die per 1 januari 2011) en maakt onderdeel uit van de 0,463%. 2 Vraag: Hoeveel leerkrachten, aangegeven per LA-trede, zijn met ingang van schooljaar 2010-2011 gepromoveerd naar de hogere LB-schaal? Antwoord: In oktober 2009 werden in het BAO 2.113 leerkrachten in salarisschaal LB betaald (omgerekend 1.626 fte), in oktober 2010 waren dit 7.376 leerkrachten (5.753 fte). Per saldo is het aantal leerkrachten in salarisschaal LB dus met 5.263 toegenomen (4.127 fte). Het aandeel LB in het totale arbeidsvolume leerkrachten is daarmee toegenomen van 1,9 naar 6,7 procent. De toename was verspreid over alle periodieken van salarisschaal LB. 3 Vraag: Kent u de signalen vanuit het onderwijsveld dat met name m eer ervaren leerkrachten promoveren naar een LB-schaal, waardoor de loonkosten voor schoolbesturen gemiddeld hoger zijn dan de gemiddelde loonkostenverhoging waar het ministerie van Onderwijs bij de invoering van uit ging?

Antwoord: Ja, de signalen uit het onderwijsveld, dat de gemiddelde loonkostenverhoging voor de functiemix hoger uitvalt dan het financieel kader in het Convenant Leerkracht van Nederland, zijn bekend, evenals het signaal dat het promoveren naar een LB-schaal van meer ervaren leerkrachten een van de oorzaken is van die hogere kosten. De uitwerking van de promotiecriteria en het promotiebeleid, en daarmee de keuze om meer ervaren leerkrachten te promoveren, is aan de schoolbesturen en de scholen. OCW gaat over deze signalen in gesprek met de medeondertekenaars van het convenant. 4 Vraag: Hoeveel is daadwerkelijk de gemiddelde personeelslast voor 2010-2011 toegenomen? Antwoord: Een inschatting van de ontwikkeling van de (gerealiseerde) personeelslasten in 2010 of 2011 is op dit moment niet beschikbaar. De Dienst Uitvoering Onderwijs verwerkt momenteel de door salarisverwerkers (Raet, ADP, Merces, Centric, etc.) aangeleverde financiële gegevens over het kalenderjaar 2010. 5 Vraag: Zi