Universiteit Leiden

Uitgaand verkeer van cholesterol regelen

Dichtslibbende bloedvaten zijn een belangrijke oorzaak voor hart- en vaatziekten. Een te hoog cholesterolgehalte speelt hierbij een rol. Biofarmaceut Illiana Meurs heeft nieuwe inzichten verkregen in mechanismen die cholesterol uit het lichaam kunnen verwijderen. Ze promoveert 7 juni.

Goed en slecht

Het gebruik van statines leidt tot een daling van 30 tot 40 procent van hart- en vaatziekten, maar helemaal voorkomen kunnen de cholesterolverlagers niet.

Het gebruik van statines leidt tot een daling van 30 tot 40 procent van hart- en vaatziekten, maar helemaal voorkomen kunnen de cholesterolverlagers niet.

Cholesterol heeft vaak een negatieve bijklank, maar feit is dat we niet zonder kunnen. Het is één van de belangrijkste vetten in ons lichaam en dient als bouwstof voor cellen en hormonen. Je kunt echter spreken van 'goed' en 'slecht' cholesterol, afhankelijk of het gaat om cholesterol dat vanaf de lever - waar het wordt gemaakt - naar cellen wordt vervoerd (slecht) of juist naar de lever wordt teruggebracht (goed).

Dichtslibben

Een hoog gehalte van zogenaamd 'slecht' cholesterol kan leiden tot aderverkalking, het dichtslibben van bloedvaten door ophoping van vet. Dit veroorzaakt hart- en vaatziekten, nog altijd doodsoorzaak nummer één in Nederland. Statines, cholesterolverlagende middelen, kunnen het dichtslibben remmen, maar je voorkomt hart- en vaatziekten er niet mee. Er is daarom een sterke behoefte aan nieuwe geneesmiddelen.

Opruimcellen

Macrofagen die een overmaat aan vetten hebben opgenomen en daardoor 'schuimcellen' zijn geworden. Met rood zijn de vetten aangeduid.

Macrofagen die een overmaat aan vetten hebben opgenomen en daardoor 'schuimcellen' zijn geworden. Met rood zijn de vetten aangeduid.

Een belangrijk aangrijpingspunt voor nieuwe medicijnen zijn de systemen in ons lichaam die cholesterol naar buiten transporteren. Een onderdeel daarvan zijn macrofagen, de opruimcellen van het lichaam, die de lever bijstaan in het verwijderen van cholestrol uit het bloed. Als de hoeveelheid cholesterol echter te hoog wordt, nemen de macrofagen teveel vet op, want een rem ontbreekt. Ze veranderen in 'schuimcellen', macrofagen vol met vet, die zich in bloedvaten kunnen ophopen en uiteindelijk leiden tot dichtslibben.

Transporters

Om hart- en vaatziekten te voorkomen is het dus zaak dat cholesterol weer uit de macrofagen wordt verwijderd. Van één zogenaamde ABC-transporter - een eiwit dat onder andere vetten een cel in en uit transporteert - hebben eerdere studies aangetoond dat het een belangrijke rol speelt bij verwijdering van cholesterol uit macrofagen. Biofarmaceut Illiana Meurs heeft in haar promotieonderzoek aan het Leiden / Amsterdam Centre for Drug Research (LACDR) nu aangetoond dat ook andere ABC-transporters een rol spelen bij de cholesterolhuishouding. Meurs: âNieuwe therapie die de expressie van deze eiwitten verhoogt, kan helpen aderverkalking te voorkomen.â

Relevantie in mens

Verder heeft Meurs het effect van de zogenoemde scavenger receptor BI (SR-BI) op de cholesterolhuishouding onderzocht, bij muizen én mensen. SR-BI is een eiwit in de lever dat cholesterol opneemt uit het bloed en ervoor zorgt dat het wordt uitgescheiden. Net als bij muizen hebben mensen waarbij dit eiwit afwezig is een verhoogd cholesterolniveau, hoewel dit in het geval van mensen niet leidt tot een verhoogde gevoeligheid voor het ontwikkelen van aderverkalking. De studie, die ze samen deed met onderzoekers van het AMC, werd gepubliceerd in het invloedrijke tijdschrift New England Journal of Medicine. âDeze studie toont voor het eerst de relevantie van SR-BI in de mens aanâ, aldus Meurs.

Hersenen

Meurs heeft zo een belangrijke bijdrage geleverd aan het inzicht in de mechanismen die meespelen in de cholesterolhuishouding. Het leidde tot een omvangrijk proefschrift. âWe hebben gewoon veel gedaanâ, zegt Meurs lachend. Inmiddels is ze werkzaam bij het LUMC, bij de afdeling Endocrinologie en Metabole Ziekten. Nog steeds houdt ze zich bezig met vetmetabolisme. Meurs: âNu kijk ik voornamelijk naar de invloed de hersenen hebben op de regulatie van vet in het bloed en indirect de ontwikkeling van aderverkalking. Maar veel van mijn onderzoek komt ook in dit werk weer terug.â