Rijksoverheid


16 juni 2011

Antwoorden op feitelijke vragen naar aanleiding van de reactie op de motie Poppe/Boelhouwer inzake gegaste containers

Geachte Voorzitter, Op 6 april jongstleden heeft u een aantal feitelijke vragen gesteld naar aanleiding van mijn reactie inzake de motie Poppe/Boelhouwer van 16 maart jongstleden (22343, nr. 255). Onderstaand treft u deze antwoorden aan. 1. Waarom spreekt u van beheersing van risico's in plaats van voorkomen van risico's? 1. In Rotterdam komen ongeveer vijf miljoen containers per jaar binnen. Deze zijn afkomstig uit tientallen havens, van duizenden exporteurs en tienduizenden individuele leveranciers. Het is onmogelijk te garanderen dat elke container veilig is. Maar die risico's moeten wel zoveel mogelijk worden teruggedrongen door afspraken tussen ontvangende bedrijven en exporteurs. Dat betekent dat werkgevers maatregelen moeten nemen om de resterende risico's zodanig te beheersen dat er geen gevaarlijke situaties ontstaan bij het openen van de containers. Dit laatste is ook de inzet van de inspanningen van werkgevers en werknemers gezamenlijk in het Platform Gassen in Containe rs. Een situatie zonder uitdampende containers is niet reëel omdat ondanks alle voorzorgen containers onverwacht toch gegast kunnen zijn of omdat in sommige gevallen de lading van de container toch gassen afgeeft. 2. Kunt u aangeven wat volgens u het duidelijke effect van de aandacht voor dit onderwerp, waarop u wijst in uw brief, volgens u is? 2. Het effect van de aandacht van de overheid voor de gevaren van geïmporteerde containers is dat bij het bedrijfsleven en werknemers een toegenomen bewustzijn is van de risico's. Bedrijven werken nu samen met gasmeetbedrijven en de FNV aan betere methoden voor het meten en ontgassen van containers. Enkele voorbeelden van resultaten van het Platform Gassen in Containers zijn: Er wordt door het Platform gewerkt aan de totstandkoming van een protocol voor het behandelen van containers. Dit protocol is bijna gereed. Er wordt gewerkt aan een Nederlands technische afspraak (NTA norm) voor opleidingseisen en opleidingen voor gasmeetkundigen, het bemeten van containers, de wijze van ontgassen van containers. Met het Nederlands Vergiftigingen Informatie Centrum (NVIC) is een meldpunt ingericht. Er wordt gewerkt aan het inrichten van een database met informatie over gevonden gassen. Voorbeelden van individuele bedrijven die maatregelen hebben genomen zijn: Een aantal bedrijven heeft met succes afspraken gemaakt met leveranciers om de problematiek bij de bron op te lossen. Een aantal bedrijven heeft inmiddels een aantal meetploegen opgestart die volledig bezig zijn met het permanent meten van alle binnenkomende containers. Eventuele risico's worden hierdoor flink teruggedrongen en op deze wijze zijn bij die bedrijven circa 50.000 containers gemeten. De operatie Tegengas heeft er voor gezorgd dat importeurs van noten hun inkomende ladingen bemeten. Diverse bedrijven hebben concrete initiatieven genomen om gassingen overbodig te maken of het onbedoeld vrijkomen van schadelijke gassen te beperken zoals het vervangen van houten pallets door kunststof pallets, het terugdringen van lijmen met schadelijke oplosmiddelen of verandering van grondstoffen of zelfs producten. Los hiervan heeft de Arbeidsinspectie geconstateerd dat het aantal bedrijven dat op een zorgvuldige manier te werk gaat bij het openen van containers is gestegen van 2% in de jaren 2002/2003 tot 40% in 20101. 3. Welk percentage van de containers, die in Nederlandse havens binnenkomen, is nog gegast? Hoe verhoudt zich dit tot het percentage gegaste containers in de havens van Hamburg en Antwerpen? 3. Het exacte antwoord op deze vraag kan voor de Nederlandse situatie niet gegeven worden. Gegevens over aantallen containers die al dan niet gegast zijn worden niet systematisch bijgeh ouden. De actie Tegengas geeft wel een indruk, al dient daarbij te worden opgemerkt dat de containers die zijn geselecteerd voor de actie Tegengas, geen representatief beeld geven van de totale containerstroom. Uit de actie Tegengas komt het beeld dat circa twee procent van de containers actief gegast is. Uit informatie van de Duitse Arbeidsinspectie blijkt dat circa twee procent van de containers die in de haven van Hamburg binnenkomen actief gegast is. Daarbij moet worden opgemerkt dat niet bekend is hoe dit in Hamburg precies is vastgesteld. Er is bij de Inspectiediensten geen informatie over de situatie in Antwerpen bekend.

4. Welk percentage van die gegaste containers is nog onnodig gegast? Hoe verhoudt zich dit tot de resultaten van de metingen in de havens van Hamburg en Antwerpen? 4. Er is mij geen informatie bekend over de aantallen containers die onnodig gegast worden. Aangezien uit de rapportages van de actie Tegengas 2009 en 20102 blijkt dat circa 2% van de containers actief gegast is, zal het aantal onnodig gegaste containers minder dan circa 2% bedragen. 5. Hoeveel exporteurs, die via Nederlandse havens transporteren, hebben aantoonbaar verandering aangebracht in het aantal gassingen en de wijze van gassing? Hoe verhoudt zich dat tot de resultaten in Hamburg en Antwerpen? 5. Uit de analyse van RIVM blijkt dat het aantal actief gegaste containers een dalende trend lijkt te laten zien. Er zijn bij de Inspecties geen gegevens over meerdere jaren bekend uit Hamburg of Antwerpen zodat er geen vergelijking mogelijk is met die havens. 6. Op welke wijze is wet- en regelgeving dusdanig aangepast, d at containers die in de haven worden tegengehouden, waarvan de lading niet meer gasvrij te verklaren is, niet meer kunnen worden ingevoerd? 6. Zoals in de rapportages van de acties Tegengas is aangegeven is de operatie Tegengas uitgevoerd op basis van de bestaande wet- en regelgeving. Vooral de zorgplicht van de Wet milieubeheer is daarbij gebruikt als grond voor het tegenhouden van containers die te veel gas bevatten. Op grond van de eisen in de Warenwet kon in één geval een ladingbelanghebbende een gedeelte van een containerlading niet op de markt brengen. Deze heeft vervolgens besloten om dit deel van de lading te laten vernietigen. 7. Waarom zal worden gewerkt met een nieuw op te stellen protocol en wordt geen gebruik gemaakt van de richtlijn meten en gasvrij verklaren van ladingen in schepen en containers waarmee de VROM-Inspectie tot aan de actie Tegengas zo succesvol toezicht hield en handhavend optrad? 7. Het bedrijfsleven is zelf verantwoordelijk voor het op de juiste wij ze meten van containers en zo nodig veilig ontgassen, teneinde invulling te geven aan de verplichtingen die volgen uit het arbeidsomstandighedenbesluit. Door het bedrijfsleven zelf een protocol te laten ontwikkelen wordt bewerkstelligd dat de werkwijze optimaal aansluit op de bedrijfsprocessen. Bovendien heeft het opstellen van een nieuw protocol het voordeel dat alle technologische ontwikkelingen en nieuwe inzichten daarin worden meegenomen. De ervaringen met de Richtlijn van de VROM-Inspectie uit 2007 is daarbij door het bedrijfsleven benut.

8. Kunt u aangeven hoeveel containers er in 2010 zijn gecontroleerd en op basis van welke methode deze zijn geselecteerd? 8. In 2010 zijn in het kader van de actie Tegengas 1007 containers in de Rotterdamse haven gecontroleerd. Daarnaast zijn containers gecontroleerd in het kader van bijvoorbeeld de reguliere douanecontroles. Ook bedrijven controleren zelf grote aantallen containers op de aanwezigheid van schadelijke gassen. Er bestaan geen statistieken waaruit blijkt hoeveel containers met te veel gas door bedrijven zelf worden aangetroffen. In het kader van de actie Tegengas zijn twee selectiemethoden toegepast. Een selectie op basis van goederensoorten en landen van herkomst (834 containers) en een aselecte steekproef (173 containers). Daarnaast heeft de Arbeidsinspectie in 2010 inspecties verricht bij 392 bedrijven in ons land waar containers worden ontvangen om te worden gelost (zie voetnoot bij antwoord op vraag 2). 9. Hoeveel meldingen van werknemers die gezondheidsklachte n hebben als gevolg van blootstelling aan gas uit containers zijn de afgelopen twee jaar binnengekomen? Hoe verhoudt zich dit tot het aantal meldingen in Antwerpen en Hamburg? 9. De Arbeidsinspectie heeft de afgelopen 2,5 jaar (sinds 1 januari 2009) in totaal 23 meldingen ontvangen waarbij sprake was van het vermoeden van mogelijke blootstelling van werknemers aan gassen en/of dampen uit containers. Daarbij ging het om 16 klachten en 7 ongevallen (al dan niet meldingsplichtig). De klachten zijn ingediend door (ex)werknemers en collega-inspectiediensten (waaronder brandweer en/of politie). De Duitse arbeidsinspectie heeft aangegeven dat bij hen geen gevallen bekend zijn van werknemers die in de haven van Hamburg gezondheidsklachten hebben gekregen als gevolg van blootstelling aan gassen in containers. De Inspectiediensten hebben geen gegevens vanuit de haven van Antwerpen ontvangen. 10. Kunt u aangeven hoe na het aannemen van de tweede motie Poppe/Boelhouwer uit 2010 de actie Tegen gas is aangepast aan de wens van de Kamer? 10. De selectiemethode die werd toegepast na het aannemen van de eerste motie, was al gericht op het vinden van een zo hoog mogelijk percentage containers met een te hoge concentratie gevaarlijke gassen. De selectie was echter ook gericht op goederen die relevant zijn voor de consument. Daarbij was ook de gedachte dat voor het bereiken van het gewenste effect bij het bedrijfsleven een vrij breed spectrum aan goederensoorten nodig was. In die zin was een bijstelling van de selectiemethode niet noodzakelijk. In de brief van 16 april 20103 is ook ingegaan op het tweede aspect van de motie, het niet vrijgeven van een container voor er een definitieve gasvrijverklaring is, waarbij werd aangegeven dat een definitieve gasvrijverklaring niet mogelijk is.

11. Hoeveel van de in 2010 gecontroleerde containers waren gegast? Hoeveel daarvan bevatte bewust toegediende gassen en hoeveel daarvan uitgedampte gassen? 11. In 2010 werden in het kader van de actie Tegengas 115 containers aangetroffen met concentraties gas boven de signaleringswaarde, waarvan 7 bewust of actief gegast waren en 108 containers waar sprake was van uitdampende lading. Deze getallen zijn exclusief de containers waarin uitsluitend formaldehyde werd aangetroffen. 12. Kunt u aangeven welke maatregelen er genomen dienen te worden door werkgevers en werknemers voorafgaand aan het openen van containers? Aan welke voorschriften moeten zij zich houden? 12. Werknemers moeten zich houden aan de voorschriften zoals deze zijn opgenomen in artikel 3.5g lid 1 en 2 van het arbeidsomstandighedenbesluit. De tekst van dit artikel luidt: Artikel 3.5g. Gevaar voor verstikking, bedwelming, vergiftiging, brand of explosie 1. Indien kan worden vermoed dat de atmosfeer op een plaats of in een ruimte in zodanige mate stoffen bevat dat daardoor gevaar bestaat voor verstikking, bedwelming, vergiftiging, brand of explosie, betreedt de werknemer die plaats of ruimte niet voordat uit een onderzoek is gebleken dat het gevaar niet aanwezig is. 2. Indien uit het onderzoek, bedoeld in het eerste lid, blijkt dat het gevaar voor verstikking, bedwelming, vergiftiging, brand of explosie aanwezig is, worden doeltreffende maatregelen genomen zodat de werknemers die plaats of die ruimte zonder de gevaren, bedoeld in het eerste lid, kunnen betreden. Als uit het (voor)onderzoek - zoals bedoeld in artikel 3.5g - blijkt dat in de container zich gassen/dampen bevinden in een concentratie die hoger is dan de grenswaarde voor de betreffende stof(fen), moet de container mechanisch of op natuurlijke wijze worden geventileerd. 13. Als een container niet gasvrij verklaard kan worden, vormt deze dan per definitie een gevaar voor de volksgezondheid van werknemers en consumenten en een belastin g voor het milieu? 13. Als de werkgever zich houdt aan het gestelde in artikel 3.5g en doeltreffende maatregelen heeft genomen om zijn werknemers te beschermen, bestaat er geen gevaar. Met uitzondering van de ozonlaag aantastende stof methylbromide zijn er geen milieueffecten te verwachten van de stoffen die in de containers worden aangetroffen. Als de eigenaar van de containergoederen zich ervan heeft vergewist dat het product of de producten bij het aanbieden aan de consument in de detailhandel de concentratie van de aangetroffen gevaarlijke stof(fen) zodanig laag is dat deze geen risico oplevert voor de gezondheid van de consument, bestaat er ook op dat punt geen gevaar. Het bedrijfsleven is ervoor verantwoordelijk dat de producten die het op de markt brengt, veilig zijn. 14. Dient een container die niet gasvrij te verklaren is, conform de wil van de kamer, gestuit en vernietigd dan wel teruggestuurd te worden? Zo ja, waarom gebeurt dat dan niet? 14. De doelstelling van de actie Tegengas was dat het bedrijfsleven zorgt voor een situatie waarin de containerstroom veilig is. Zoals ook in de rapportages van de actie Tegengas 2009 en 2010 is aangegeven, kon in totaal in vier gevallen de lading of de container niet gasvrij worden gemaakt (dat wil zeggen dat binnen een periode van enkele maanden gedurende enkele dagen de concentraties beneden de signaleringswaarden voor toxische gassen bleven). In die gevallen is de lading teruggestuurd of (deels) vernietigd. 15. Op basis van welke lessen uit het verleden in dit dossier baseert u de veronderstelling dat het bedrijfsleven, met een economisch belang bij de te importeren goederen, haar verantwoordelijkheid neemt en altijd de juiste afweging zal maken als het gaat om risico's ten aanzien van volksgezondheid en milieu? 15. In de acties Tegengas van 2009 en 2010 was slechts 1 van de 24 actief gegaste containers op de juiste wijze voorzien van waarschuwingen. Dit toont aan dat exporteurs niet altijd de risico's voor werknemers in de ontvangende landen laten prevaleren. Aan de andere kant blijkt uit de inspectieprojecten die de Arbeidsinspectie uitvoert dat het aantal bedrijven in Nederland dat containers op een veilige manier opent, gestaag toeneemt. Ik heb er vertrouwen in dat het grootste deel van het bedrijfsleven zijn verantwoordelijkheid neemt of zal nemen, al zal toezicht, voornamelijk op naleving van het arbeidsomstandighedenbesluit en veiligheid van consumentengoederen, nodig blijven. Zie hiertoe eveneens mijn antwoord op vraag 21. De ervaring leert dat verbetering van naleving daarnaast vooral wordt bereikt door via voorlichting of andere stimulerende acties het grootste deel over de streep te trekken en via handhavend optreden het resterende deel daartoe te bewegen. 16a. Als h