Rijksoverheid


Besluit van

tot wijziging van de Wet op de huurtoeslag (verhoging van het bedrag waarmee de normhuur wordt verhoogd tot de basishuur) en het Besluit op de huurtoeslag (vaststellen percentages kwaliteitskorting)

Op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van ......................., nr. ..........................., Directie Constitutionele Zaken en Wetgeving; Gelet op de artikelen 21, eerste lid, onder b en c, en 27, negende lid, van de Wet op de huurtoeslag; De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van ........................); Gezien het nader rapport van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van ............, nr. ......................, Directie Constitutionele Zaken en Wetgeving;

HEBBEN GOEDGEVONDEN EN VERSTAAN: ARTIKEL I Met ingang van 1 januari 2013 wordt in artikel 16 van de Wet op de huurtoeslag ' 18,64' vervangen door: 22,57. ARTIKEL II Na hoofdstuk 4 van het Besluit op de huurtoeslag wordt een hoofdstuk ingevoegd, luidende: Hoofdstuk 5 Kwaliteitskorting Artikel 7 1. Het percentage, bedoeld in artikel 21, eerste lid, onder b, van de wet, is 65. 2. Het percentage, bedoeld in artikel 21, eerste lid, onder c, van de wet, is 40. ARTIKEL III Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2012.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,



2
NOTA VAN TOELICHTING 1. Algemeen In de begroting 2011 van Wonen, Wijken en Integratie is een bezuiniging in de huurtoeslag opgenomen van 52,8 miljoen in 2012 oplopend naar 175,8 miljoen in 2015. Met het voorliggende ontwerpbesluit wordt invulling gegeven aan deze bezuiniging. Bij de nadere uitwerking van de invulling van deze bezuiniging is gekozen voor een in de tijd andere verdeling van de te bezuinigen bedragen. Zowel op de concrete invulling, als op de wijziging in de jaarlijks te bezuinigen bedragen wordt in deze toelichting nader ingegaan. Om een aanscherping van de kwaliteitskorting wettelijk mogelijk te maken, is op 14 maart 2011 een voorstel tot wijziging van de Wet op de huurtoeslag bij de Tweede Kamer ingediend (Kamerstukken II, 2010/11, 32 694 nr. 2). In dit wetsvoorstel is bepaald dat de te subsidiëren percentages van de rekenhuur (boven de kwaliteitskortingsgrens en boven de aftoppingsgrenzen), bedoeld in artikel 21, eerste lid, onder b en c, van de Wet op de huurtoeslag (Wht), bij algemene maatregel van bestuur worden vastgesteld. Dit ontwerpbesluit betreft vervolgens de vaststelling van deze percentages, waarbij rekening is gehouden met de hiervoor genoemde bezuinigingen. Daarnaast wordt de bezuiniging gestalte gegeven door middel van een verhoging van de normhuur die leidt tot de basishuur (het bedrag genoemd in artikel 16 van de Wht). De basishuur is dat gedeelte van de huur dat voor rekening van de huurtoeslagontvanger blijft. Het ontwerp van dit besluit is gedurende acht weken aan beide Kamers der Staten-Generaal voorgelegd (artikel 50 van de Wht). PM met betrekking tot voorhangprocedure 2. Bezuinigingen op de huurtoeslag In de begroting 2011 is een bezuinigingstaakstelling opgenomen van 52,8 miljoen in 2012 oplopend naar 175,8 in 2015. Onlangs ter beschikking gekomen uitvoeringsinformatie die nieuwe overschrijdingen in de huurtoeslag laat zien en additionele (rijksbrede) problematiek leiden tot een wijziging van deze bezuinigingsreeks. Om de nieuwe problematiek op te vangen is besloten de ingeboekte oploop van deze bezuinigingen te versnellen. Hier staat tegenover dat de uiteindelijk in 2015 te realiseren taakstelling beperkt wordt ten opzichte van de begroting 2011 (zie onderstaande tabel). Taakstelling huurtoeslag (in miljoen) 2012 Begroting 2011 52,8 Dit besluit 100 3. Concrete invulling Voor de vormgeving van de bezuiniging die in 2012 gerealiseerd zal worden is gekozen voor een instrument dat past binnen het kabinetsbeleid om een betere aansluiting tussen prijs en kwaliteit in de huursector te bevorderen en scheefheid ­ in dit geval dure scheefheid ­ tegen te gaan. Momenteel kent de huurtoeslag maar een beperkte prikkel voor huurders met een laag inkomen om een goedkope woning te kiezen. Verschillen in huurprijs worden grotendeels door de huurtoeslag weggesubsidieerd. Door een aanscherping van de kwaliteitskorting in de huurtoeslag wordt gestimuleerd dat (potentiële) huurtoeslagontvangers een bewustere keuze maken voor meer of minder woonkwaliteit en - in relatie daarmee - een hogere of lagere huurprijs. Hiertoe wordt de kwaliteitskorting onder en boven de aftoppingsgrenzen, per 1 januari 2012 met 10%-punt verhoogd. Dit houdt in dat het deel van de huur tussen de kwaliteitskortingsgrens ( 361,66; prijspeil 2011) tot aan de aftoppingsgrens ( 517,64 of 554,76; prijspeil 2011) niet meer voor 75%, maar voor 65% wordt gesubsidieerd. Voor meerpersoonshuishoudens onder de 65 jaar is een verhoging van de kwaliteitskorting boven de aftoppingsgrenzen niet verder mogelijk: de korting voor deze huishoudens is al 100%. In de gevallen waarin op dit moment de huur boven de aftoppingsgrenzen nog voor 50% wordt

2013 100,8 150

2014 138,8 154

2015 175,8 157



3
gesubsidieerd, zal de huur daar nog voor 40% wordt gesubsidieerd. Dat geldt voor huishoudens waarvan een der leden 65 jaar of ouder is, voor eenpersoonshuishoudens en voor huishoudens die in verband met een handicap een aangepaste woning bewonen. Om in 2013 het beoogde budgettaire effect van 150 miljoen te realiseren zal in dat jaar, naast het continueren van de in 2012 doorgevoerde wijziging in de kwaliteitskorting de opslag op de normhuur die leidt tot de basishuur in de huurtoeslag verhoogd worden. Dit wordt vormgegeven door een verhoging van het in artikel 16 van de Wht genoemde bedrag met 3,93 per maand; de opslag bedraagt dan 22,57. 4. Inkomenseffecten en administratieve lasten Inkomenseffecten 2012 De aanscherping van de kwaliteitskorting raakt alleen huishoudens met een huurprijs boven de kwaliteitskortingsgrens; 21% van de huurtoeslagontvangers ondervindt er geen effect van. De overige 79% heeft een nadelig inkomenseffect van gemiddeld 9,25 per maand. De spreiding hiervan is afhankelijk van de hoogte van de huurprijs. In onderstaande tabel worden de inkomenseffecten nader uitgesplitst. Tabel inkomenseffecten aanscherping kwaliteitskorting Maandbedrag meer dan 20 16- 20 14- 16 12- 14 10- 12 8- 10 6- 8 4- 6 2- 4 1- 2 minder dan 1 geen effect Totaal Percentage 3% 9% 6% 7% 8% 10% 10% 9% 9% 4% 5% 21% 100%

Voor woningen met een relatief lage huur is het negatieve effect van deze bezuinigingsmaatregel beperkt of zelfs geheel afwezig. Gegeven de samenstelling van de sociale huurvoorraad, waarvan 81% een huurprijs onder de aftoppingsgrens heeft en 26% een huur onder de kwaliteitskortingsgrens, is het huisvesten van de totale huurtoeslagdoelgroep in de betaalbare voorraad in principe mogelijk. Een deel van deze voorraad wordt weliswaar momenteel bewoond door huishoudens met een hoger inkomen, maar het kabinet treft maatregelen om te bevorderen dat huishoudens met een hoger inkomen doorstromen naar voor hen meer passende woonruimte in de (geliberaliseerde) huursector of koopsector. Te denken is aan de voor 2012 voorgenomen extra huurverhoging van 5% boven inflatie voor huishoudens met een inkomen boven 43.000. Ook zal de verplichting voor corporaties om 90% van hun sociale huurwoningen toe te wijzen aan huishoudens met een inkomen onder 33.614 (prijspeil 2011) ertoe leiden dat de goedkopere voorraad bij uitstek beschikbaar zal zijn voor huishoudens met de lagere inkomens. Inkomenseffecten 2013 De verhoging, met 3,93, van de opslag op de normhuur die leidt tot de basishuur, heeft voor alle huishoudens met huurtoeslag een effect, dat merendeels gelijk zal zijn aan 3,93. Administratieve lasten Dit ontwerpbesluit heeft geen gevolgen voor de administratieve lasten voor het bedrijfsleven en de burger.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,






---- --