Eneco

Eneco introduceert HollandseWind


Rotterdam, 3 oktober 2011 - Hoe harder het waait, hoe meer elektriciteit een windmolen opwekt. Eneco wil klanten van dit principe laten profiteren door het aanbieden van windkrachtkorting. Deze loopt afhankelijk van de hoeveelheid wind op tot 108 euro in 3 jaar. Hoe harder het waait hoe hoger de korting. De windkrachtkorting is onderdeel van een nieuw product van Eneco op de Nederlandse consumentenmarkt: HollandseWind. De klant neemt dan gegarandeerd windenergie af van een van de drie geselecteerde Nederlandse windparken.

Meer wind

De hoogte van de windkrachtkorting zal elk jaar opnieuw bepaald worden aan de hand van de gemiddelde windsnelheid op jaarbasis in meter per seconde (m/s) in Nederland. Dit getal wordt jaarlijks vastgesteld door het KNMI, gebaseerd op de gegevens van meetstation De Bilt. In Nederland ligt de gemiddelde windsnelheid op jaarbasis tussen 3,0 en 4,0 m/s. Het overzicht over de laatste 20 jaar is onderaan terug te vinden in de bijlage bij 'Documenten'. De conclusie daaruit is dat de afgelopen 20 jaar jaarlijks 14 keer minimaal 24 euro korting zou zijn uitgekeerd, waarvan 5 keer de maximale 36 euro.

Windsnelheid in m/s

Windkrachtkorting

3,1 of minder 12 euro (gegarandeerd bedrag)
3,2 of 3,3 18 euro
3,4 of 3,5 24 euro
3,6 of 3,7 30 euro
3,8 of hoger 36 euro

HollandseWind

Consumenten die kiezen voor HollandseWind, kiezen voor groene stroom die voor 100% wordt opgewekt door windturbines uit één van drie geselecteerde windparken van Eneco in Nederland. Het gaat ten eerste om windpark Anna Vosdijkpolder bij Sint-Annaland op Tholen. Het park is in 2008 geopend en telt vijf turbines van elk drie MegaWatt. Goed voor het jaarverbruik van 11.000 huishoudens. Daarnaast komt de stroom van de vijf windturbines van elk twee MegaWatt uit windpark Sint Antoinedijk (2009) bij het Brabantse Oudenbosch, die voor 5.500 huishoudens produceren.
Tenslotte wordt het Prinses Amaliawindpark ingezet. Met zijn 60 turbines van 2 MegaWatt goed voor elektriciteit voor 120.000 huishoudens.

Bron: Eneco Corporate Communication & Public Affairs