Erasmus Universiteit Rotterdam

Promotie Drs. M.J.L. de Heide

Titel proefschrift
R&D, Innovation and the Policy Mix

---

Promotoren:
Prof.dr. C.G. de Vries

---

Datum
04 november 2011 11:30

---

Locatie:
Woudestein, senaatszaal

---

Faculteit
Erasmus School of Economics (ESE)

Stimulering R&D en innovatie kan efficiënter en effectiever

Andere inzet van beleidsinstrumenten

De overheid kan onderzoek en innovatie bij het bedrijfsleven efficiënter en effectiever stimuleren. Dit stelt Marcel de Heide in zijn proefschrift `R&D, Innovation and the Policy Mix'. De Heide promoveert vrijdag 4 november 2011 aan de Erasmus Universiteit Rotterdam (EUR).

Voor geïndustrialiseerde landen zijn R&D en innovatie belangrijke pijlers voor toekomstige economische groei. Deze landen hanteren het zogenaamde `policy mix- concept' als theoretische basis voor hun beleid om de innovatiecapaciteit te versterken.
De policy mix is de totale set overheidsinstrumenten, zoals subsidies en belastingmaatregelen, om onderzoek en innovatie te ondersteunen. Een belangrijk aspect van het concept is de notie dat deze instrumenten elkaar beïnvloeden. Toepassing van het concept verschaft een theoretisch kader voor de coördinatie van instrumenten tot een optimale set. Zo moet deze doeltreffend zijn bij het initiëren van onderzoek en innovatie en doelmatig wat betreft de kosten van de interventie.

Beperkingen
De theoretische resultaten van het onderzoek van De Heide laten de beperkingen zien van de huidige wijze waarop de overheid industriegeoriënteerd onderzoek ondersteunt.
Internationale afspraken over overheidsinterventie voorzien in een specifieke, vaste bijdrage aan de projectkosten van onderzoek. Deze overheidsbijdrage wordt bepaald door de karakteristieken van het bedrijf (bijvoorbeeld MKB of grotere onderneming) en het soort onderzoek (bijvoorbeeld fundamenteel of toegepast). Risico's rond de uitvoering van het onderzoek of de potentiële verandering van de winst spelen echter geen rol bij het bepalen van de subsidie. Het gevolg is dat bedrijven die een hogere tegemoetkoming nodig hebben niet zullen innoveren. De huidige aanpak belemmert dus een effectieve ondersteuning van onderzoek en innovatie. Daarnaast is het mogelijk dat bedrijven die wel besluiten te innoveren voor de toegestane vaste tegemoetkoming, dit misschien ook hadden gedaan voor een lagere bijdrage. En dat betekent dat overheidsondersteuning ook niet efficiënt is, stelt De Heide.

Beleidsinstrumenten
Overheden gaan er verder van uit dat beleidsinstrumenten, zoals subsidies, belastingmaatregelen of leningen, allemaal even efficiënt zijn in het initiëren van onderzoek en innovatie. In zijn onderzoek toont De Heide aan dat dit echter alleen geldt bij een bepaalde, kritische kans op het falen van een onderzoeksproject. Deze wordt bepaald door de perceptie van het risico en de winst en verlies van het bedrijf.
Is het verwachte risico hoger, dan is het gebruik van een voorwaardelijke belastingbijdrage (die alleen wordt uitgekeerd wanneer de onderzoeksresultaten succesvol worden geïmplementeerd) het meest efficiënt. Daarna zijn achtereenvolgens subsidies en leningen de meest doelmatige beleidsinstrumenten. Voor een verwacht risico lager dan de kritische kans is de ordening omgekeerd.