ChristenUnie


Peter Ester: 'Juist nu: rentmeesterschap'

Peter Ester: 'Juist nu: rentmeesterschap'

dinsdag 22 november 2011 13:31 "Juist nu hebben we behoefte aan rentmeesterschap." Dat stelde ChristenUnie-senator Peter Ester tijdens de Algemene Financiële Beschouwingen, vandaag in de Eerste Kamer. Lees hieronder de volledige bijdrage van Ester:

Financiële systeem ontbeert rationaliteit

Het zijn beangstigende tijden. Het intellectuele vertoog rond de risicomaatschappij is harde werkelijkheid geworden. En we zijn er nauwelijks op geprepareerd, zo constateren we dagelijks. Ons financiële systeem blijkt uitermate broos, kwetsbaar en niet-crisisbestendig. De beurzen gaan als jojo's op en neer en er is amper een relatie meer tussen objectieve economische prestatie en beursnotering. Tussen de reële economie en de beurswaarde. Psychologie, de ongrijpbare ritmiek van geruchten en speculaties, is de dominante factor in de economische carrousel geworden. Het financiële systeem ontbeert gezonde rationaliteit.

Deze ritmiek bepaalt van uur tot uur hoe het ons financieel-economisch vergaat. De dag dat de voormalige Griekse premier Papandreou meedeelde dat er een referendum in zijn land zou komen, verdampte een biljoen Euro op de financiële markten. De rationaliteit die aan ons financieel-economische systeem ten grondslag ligt, is nauwelijks meer uit te leggen en mist iedere vorm van duurzaamheid en stressbestendigheid. En hier ligt het wezenlijke probleem.

Het is het loszingen van het financiële systeem van de reële economie dat ons in de problemen brengt. In de huidige crisis zijn het steeds de financiële markten die de politiek klem zetten en tot reactief handelen dwingen. Maar hoe herwinnen we het politieke mandaat? Een algemeen principe is in ieder geval dat schulden van zowel landen als particulieren moeten worden teruggebracht. Er is immers geen economie van de onbetaalde rekening, er is wel een economie van het genoeg. We leven simpelweg op te grote voet.

De financiële crisis leidt tot grote onzekerheid, angst en ook cynisme. De burger beziet dit alles met grote vertwijfeling en ongeloof. Velen vrezen voor hun toekomst. Vertrouwen, essentiële voorwaarde voor een gezonde economie, is ver te zoeken. De huidige generatie jongeren voorziet dat zij de rekening van de crisis zullen betalen. Het gevaar dat we een wereld achterlaten die slechter is dan we hem aantroffen is allang niet meer denkbeeldig.

Politiek en banken: onmacht en gebrek aan toezicht

Hoe kan de politiek weer in de positie komen dat ze de controle herwint over ons geldsysteem als hoeder van het publieke belang? Bondskanselier Merkel rekent met een periode van meer dan tien jaar. Maar dan komt het er wel op aan wat er in die tien jaar gedaan wordt. Dan gaat het om een korte maar ook om een langetermijnvisie. Graag horen we de visie van de minister op de stappen die de regering in de voorliggende jaren moet gaan zetten. Beschikt de regering over een perspectief op lange termijn dat de crisis weer vlot kan trekken?

Wat mijn fractie betreft, MdV, is een onlosmakelijk deel van de oplossing voor de financiële crisis gelegen in een beter toezicht op de banken. Uit het zojuist verschenen boek Europa in Crisis van het Centraal Planbureau blijkt dat falend toezicht op de banken een wezenlijk onderdeel is van de monetaire crisis. Zowel Zuid- als Noord-Europese banken hebben forse hoeveelheden staatsobligaties en vastgoedkredieten van perifere Eurolanden op hun balansen. De waarde ervan - vaak afgedekt door staatsgaranties - is flink gedaald. Hoe hebben banken zulke risico's kunnen nemen en waarom heeft het toezicht op de banken dit niet bijtijds zien aankomen? We hebben dringend behoefte aan nieuwe governance systemen die toezien op risico-afwegingen.

Afgelopen weekend uitte ook DNB-directeur Knot kritiek op de besluitvorming van bestuurders bij banken. Hij pleitte voor meer risicobesef, meer reflectie en bewustwording en meer tegenwicht. De bestuurscultuur moet niet ontaarden in oneigenlijk collectief optimisme en risico-onderschatting. Graag horen wij van de minister hoe het gesteld is met zijn beleid rond de aanscherping van het toezicht op de banken en welk oordeel hij hier aan verbindt.

Nederland wereldleider in private schuld

Nederland speelt volop zijn rol als het gaat om het terechtwijzen van Europese landen die hun staatshuishouding niet op orde hebben en torenen onder ongekende schuldenlasten. En met rede. Je zult maar jong zijn in Griekenland of Italië en zien hoe de vorige generatie het land gedompeld heeft in een monetaire crisis waarvoor jouw generatie het gelag moet betalen.

Maar Nederland moet ook naar zichzelf kijken. Zeker, onze economie kan een stootje hebben en we staan er beduidend minder slecht voor dan andere landen. En gelukkig maar. Die voorsprong is evenwel relatief. Zo heeft Nederland een enorme private schuld. We hebben zelfs de twijfelachtige eer wereldleider op dit punt te zijn. De schuldquote in Nederland is aanzienlijk; een groeiend deel van de huishoudens heeft zelfs een negatief netto vermogen. Tegenover het bbp van circa 600 miljard euro stond eind juli een hypotheekschuld van 644 miljard euro, aldus De Nederlandsche Bank. Dankzij aflossingsvrije hypotheken, renteaftrek en laag rentepeil is de hypotheekschuld sinds 1996 verviervoudigd. Vijftien jaar geleden besloeg de hypotheekschuld slechts de helft van het bbp; sinds 2006 overtreft de hypotheekschuld het gezamenlijk Nederlandse verdienvermogen.

Vorige week meldde Dynamic Credit - het bureau dat in 2008 bij de Amerikaanse toezichthouder Fed aan de bel trok over subprime hypotheken
- dat in 2012 enige honderdduizenden Nederlanders hun hypotheek niet meer kunnen betalen. Het gaat dan om kwetsbare groepen die rond de EUR35.000 verdienen en hun aflossingsvrije hypotheek moeten herafsluiten tegen hogere rentes, in een veel slechter economisch klimaat voor een huis dat op de top van de markt is gekocht. Dat zijn de Nederlandse subprime hypotheken. De grenzen van het waarborgfonds komen zelfs in zicht.

Ook op dit punt vragen wij van de bancaire wereld dat ze stopt met het aanbieden van creatieve hypotheekproducten die ertoe leiden dat mensen risicovol gaan lenen. Dit is uiteraard ook een kwestie van publiek verantwoordelijkheidsbesef. Welke mogelijkheden, zo vragen wij, heeft de minister om banken in een gezond spoor te brengen? Er is dringend behoefte aan zelfreinigend vermogen van de financiële sector. De bankier moet weer iemand worden die hecht geworteld is in de gemeenschap en de bank laat investeren in vormen van bedrijvigheid die "the good society" dienen.

Herhaaldelijk heeft mijn fractie gewezen op het feit dat ons huidige hypotheekstelsel niet toekomstbestendig is en wij hebben bij voortduring gepleit voor aloude simpele financieringsprincipes: gewoon sparen en je hypotheek aflossen. Dat doen we ook nu. We moeten af van een fiscaal systeem dat aanspoort tot maximaal lenen en minimaal aflossen. We moeten toe naar een fiscaal regime dat precies het omgekeerde doet: lenen wat je aankunt en maximaal aflossen.

Ook de bank plaatst grote vraagtekens bij de fiscale bevoordeling van hypotheekschuld. Niet alleen wat betreft de substantiële schuldenlast van huishoudens, maar ook wat de financiële weerbaarheid van banken zelf betreft. Nederlandse banken hebben omvangrijke hypothecaire kredietportefeuilles die te groot zijn om via spaargelden alleen gefinancierd te worden. Hierdoor zijn ze aangewezen op financiering via de kapitaalmarkt. En de stagnerende huizenmarkt belemmert deze financieringsmogelijkheden. Ook hier is derhalve sprake van negatief sentiment. De risicoanalyse van De Nederlandse Bank laat zien dat escalatie en verder vertrouwensverlies niet denkbeeldig is.

De Motie-Kuiper

MdV, deze Kamer heeft op 31 oktober een motie aangenomen waarin het kabinet wordt gevraagd verkenningen uit te voeren voor een toekomstbestendig stelsel van hypotheekrenteaftrek. Daartoe zou een commissie in het leven geroepen dienen te worden om het pad uit te stippelen dat we kunnen gaan. Inmiddels zijn vele deskundigen het er over eens dat ons stelsel in het licht van de huidige crisis herziening behoeft.

Eind vorige week ontvingen wij de reactie van het kabinet waaruit blijkt dat de motie-Kuiper niet wordt uitgevoerd. Sterker: de motie wordt misverstaan, alsof de Kamer gevraagd zou hebben naar een onderzoek zondermeer. Mijn fractie, MdV, is ontstemd over deze gang van zaken. Natuurlijk gaat het ons en de andere ondertekenaars van de motie niet om de zoveelste studie naar de woningmarkt en het hypotheekstelsel. Het gaat deze Kamer om een meer toekomstbestendig systeem van hypotheekfinanciering. De criteria daarvoor waren al genoemd: recht doen aan de positie van de huidige woningbezitters, toegankelijkheid vergroten van de woningmarkt voor nieuwe generaties, een minder groot beslag op de algemene middelen. Dit alles doet het huidige systeem niet en wij zijn ook door internationale instanties gewezen op de risico's van dit stelsel.

Ik vraag het kabinet dan ook met klem de reactie te heroverwegen en de motie-Kuiper alsnog royaal uit te voeren. Graag een antwoord op deze voor ons en ander partijen aangelegen kwestie. Het kan niet zo zijn dat een afspraak tussen coalitiepartijen blokkerend werkt voor een discussie die we met het oog op financiële soliditeit van ons land moeten voeren.

Een financiële tijdbom

Europa zit op een financiële tijdbom. Nu Griekenland, dadelijk Italië en dan Spanje. De rente op Italiaanse en Spaanse obligaties loopt fors op. Het aftreden van Berlusconi kon net voorkomen dat de rente op Italiaanse obligaties boven de 7% kwam. En nu, luttele tijd later, komt dit percentage al weer ras in zicht. Frankrijk dreigt zijn "triple A status" te verliezen. Portugal zit nog in de gevarenzone. Het oude Europa kraakt in al zijn voegen. De Europese Mammon balanceert op de rand van het bankroet. Het zijn misschien zware woorden, MdV. Maar we hebben hier volgens vele waarnemers te maken met de ernstigste crisis in 50 jaar.

Het is niet alleen een kwestie dat landen als Griekenland en Italië hun begrotingsdiscipline niet op orde hebben, maar ook dat ze er niet in slagen de transitie te maken naar een innovatieve, concurrerende en duurzame kenniseconomie. Mijn fractie, MdV heeft er bij herhaling op aangedrongen om de huidige monetaire crisis ook te plaatsen binnen deze veel bredere sociaal-economische optiek. Natuurlijk, op korte termijn is sprake van ongemeen grote monetaire problemen in deze landen. Maar als deze landen hun basiseconomie niet vernieuwen, blijft het water naar de zee dragen. Dan heb ik het over hun kerninstituties maar vooral ook over hun innovatief vermogen. Daar is veel meer voor nodig dan kapitaalinjecties en begrotingsdiscipline alleen. Dan gaat het om een duurzame economie waarmee landen ook op langere termijn een goede boterham kunnen verdienen. Tijdens het debat over de ophoging van het EFSF fonds heeft mijn fractie dat nader uitgewerkt. Ik zou de minister willen vragen ons deelgenoot te maken van zijn langetermijnvisie op het oude Europa: met name waar het gaat om het verknopen van korte termijnconsolidatie èn duurzame lange termijninspanningen. Europa zal duurzaam zijn, of het zal niet zijn. Ook om de concurrentie aan te kunnen met de BRIC-landen: Brazilië, Rusland, India en China.

Een nieuw Euromodel

Er wordt, MdV, veel gedebatteerd over de positie van de Euro. Het is inmiddels wel duidelijk dat we landen te snel en te makkelijk hebben toegelaten tot de Eurozone. We kunnen landen niet uit de Eurozone zetten. Wat we wel zouden kunnen overwegen is om een Europa van twee Eurodivisies, van twee snelheden, te maken. Een EreEurodivisie waarvan gezonde, concurrerende, innovatieve en vooral duurzame economieën deel uit maken en een EersteEurodivisie waarin landen deelnemen die nog niet aan dit profiel voldoen maar hiertoe wel de ambitie hebben. De toelatingseisen tot de EreEurodivisie zijn streng en landen kunnen ook
- anders dan nu - degraderen. En landen kunnen uiteraard ook promoveren van de Ere- naar de EersteEurodivisie.

Op deze wijze georganiseerd hebben landen direct belang bij het horen tot de EreEuroDivisie, het houdt hen scherp en biedt hen de juiste rationaliteit om de transitie te maken naar een gezonde, concurrerende, innovatieve en duurzame economie. Het houdt bovendien dynamiek in het systeem en plaatst onderlinge economische en financiële verwevenheid tussen landen in een geheel ander perspectief. Het koppelt sancties aan economische transitie. Het maakt governance transparant.

We moeten, MdV, in crisistijden out-of-the-box durven denken en dit idee hoort daarbij. Het lijkt ons goed dit nieuwe Euromodel verder te doordenken en wij nodigen de minister daar graag toe uit.

Een nieuwe recessie?

De positie van banken stemt niet positief. Dit jaar zijn de beurskoersen van Europese banken met eenderde gedaald. Het vertrouwen tussen de banken is flink bekoeld en de rentepercentages op de interbancaire markt lopen navenant op. Dit alles houdt de volatiliteit op de financiële markten hoog. Onzekerheid over economische verwachtingen dempt bedrijven en consumenten in hun investeringsgeneigdheid. Een verdere neerwaartse spiraal is dan ook niet denkbeeldig. De Nederlandse economie, zo tonen de laatste CBS-cijfers, is in termen van groei nagenoeg stilgevallen.

Een recessie is niet langer fictief. Als het eerste kwartaal van 2012 negatieve groei laat zien, is de recessie een feit. Ons nationaal inkomen daalt weer voor het eerst sinds 2009. De werkloosheid stijgt nu al drie maanden op rij en nadert het dieptepunt van twee jaar geleden. Het consumentenvertrouwen is het laagst van de afgelopen acht jaar. De beurs staat onder druk, er worden minder huizen verkocht en de huizenprijzen dalen. De pensioenfondsen slagen er niet in gezonde dekkingspercentages te realiseren. Er dreigt volgend jaar een kostenexplosie in de zorg. Alle signalen, kortom, staan op rood of op zijn minst toch op oranje.

Ik zou in dit licht, MdV, de minister willen vragen wat zijn verwachtingen zijn rond een dubbele dip of langdurige groeivertraging. Ik begrijp zeer wel dat de minister terughoudend op dit punt moet zijn. Toch wil ik vragen of het kabinet scenario's achter de hand heeft om deze twee recessievarianten het hoofd te bieden. De prognoses van Prinsjesdag lijken al weer achterhaald. Hoe kwetsbaar is de Nederlandse economie in dit opzicht en welke weerbaarheidsopties hebben wij paraat? Deze vragen gaan wat mijn fractie betreft verder dan de Schokproef die de Miljoenennota presenteerde van de Nederlandse overheidsfinanciën. Daarin gaat het primair om begrotingstekort en staatschuld.

Bezuinigingen en evenredigheid

MdV, als wij kijken naar de veelheid van bezuinigingen die dit kabinet voorstelt, dan moeten wij concluderen dat de verdeling niet evenredig is. De voornemens rond het Persoonsgebonden budget, de Wajong, de Rechtsbijstand, laten zien dat kwetsbare groepen niet worden ontzien. Tegelijkertijd worden grote zaken niet aangepakt. Ik ging al uitgebreid in op de hypotheekrenteaftrek. 2012 wordt een jaar waarin het voor iedereen economisch moeilijk wordt. Maar door stapeleffecten van een reeks van maatregelen, ook in de sociale zekerheid, worden kwetsbare groepen onevenredig getroffen. Mijn fractie zou graag een actueel inzicht in deze stapeleffecten zien. Wij vragen de minister naar zijn visie op de gevolgen van deze gestapelde bezuinigingen op groepen die al op achterstand staan.

Hervorm structureel

De regering buigt zich in het licht van de sombere economische verwachtingen ongetwijfeld over nieuwe bezuinigingsopties. Mijn fractie begrijpt dat. Toch breken wij een lans om juist nu niet te zoeken naar het incrementeel bijeen schrapen van 4 of 5 miljard extra bezuinigingen. Wij pleiten er voor om dit moment aan te grijpen om structurele hervormingen door te voeren die ook op langere termijn soelaas bieden. Wij denken dan - het zal geen verbazing wekken - vooral aan noodzakelijke hervormingen van de arbeidsmarkt en de woningmarkt.

Wat de arbeidsmarkthervormingen betreft, menen wij dat het gedachtegoed van de Commissie Bakker rond het omvormen van de sociale zekerheid, het ontslagrecht en de bevordering van arbeidsdeelname een vruchtbaar perspectief biedt. En wat de hervorming van de woningmarkt betreft, heb ik in mijn betoog vanochtend voldoende aanknopingspunten aangereikt. Op deze wijze zetten we kerninstituties in de Nederlandse economie structureel in de juiste stelling, nemen de verkeerde incentives weg en dat komt de gezondheid van ons financiële systeem ten goede. Laten we dit moment aangrijpen om deze structuurwijzigingen en hervormingen door te voeren. Graag horen wij van de minister wat zijn positie is in dit debat over de noodzaak van structurele hervormingen.

Juist nu: rentmeesterschap

Tot slot, MdV. De financiële crisis is helaas niet de enige crisis waarmee we te kampen hebben. De wereld wordt ook geconfronteerd met een enorm klimaatprobleem. Ook hier zijn radicale oplossingen nodig die qua impact niet onderdoen voor de financiële crisis. Sterker: zowel de financiële crisis als de klimaatcrisis kenmerken zich door dezelfde abjecte rationaliteit: het laten prevaleren van korte termijngewin boven lange termijn duurzaamheid. Ook hier hebben we te maken met het veilig stellen van de belangen van volgende generaties. Eind deze maand en begin volgende maand is de mondiale klimaattop in Durban. Een uitermate belangrijke wereldtop. Daar komt o.a. de financiering van het internationale klimaatbeleid aan de orde. Verlaging van CO2-uitstoot is daarbij leidend, ook wat betreft de opkomende economieën. Het gaat om forse bedragen, die vele miljarden Euro's belopen.

Ik wil de regering vragen of de huidige financiële crisis in de Eurozone - met name de hoge schuldenlast - van invloed zal zijn op de inzet waarmee Nederland het debat ingaat. Het gaat dan zowel om de budgettaire inzet in termen van onze bijdrage aan de internationale klimaatfinanciering als om onze inhoudelijke positie in de onderhandelingen. Leidt de financiële crisis, zo wil ik de regering vragen, tot meer terughoudendheid in onze onderhandelingsstrategie of gaan we onverdroten verder? Wij willen als ChristenUnie een krachtig signaal afgeven dat de monetaire crisis niet mag betekenen dat we ons rentmeesterschap laten versloffen. De ultieme taak waar we ook als Nederland voor staan, is het verbinden van duurzaamheid in het financiële domein aan duurzaamheid van onze aarde. Sterker: beiden zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Dat is rentmeesterschap zoals wij dat willen verstaan vanuit onze Bijbelse waarden.

Diezelfde waarden geven ons in dat wij het kabinet veel wijsheid toewensen in deze moeilijke tijden en hopen zeer dat het erin slaagt het vertrouwen van de samenleving en de financiële sector weer te herwinnen. Wij zullen daar graag in meedenken.

Eerste Kamer
Peter Ester