Europees Hof v Justitie


Gerecht van de Europese Unie PERSCOMMUNIQUÉ nr. 124/11 Luxemburg, 23 november 2011

Pers en Voorlichting

Arrest in zaak T-341/07 Jose Maria Sison / Raad

Het Gerecht wijst de schadevordering die Jose Maria Sison na de onrechtmatige bevriezing van zijn tegoeden door de Raad heeft ingediend, af De schending van het Unierecht is te verklaren door de bijzondere verplichtingen en verantwoordelijkheden van de Raad en vormt een onrechtmatigheid die een normaal voorzichtige en zorgvuldige overheid in overeenkomstige omstandigheden ook had kunnen begaan Op 30 september 2009 heeft het Gerecht voor de tweede keer handelingen1 van de Raad nietig verklaard waarbij het bevel was gegeven tot bevriezing van de tegoeden van Jose Maria Sison, een in Nederland wonend Filippijns staatsburger2 (,,arrest Sison II"). Het Gerecht heeft geoordeeld dat de nationale beslissingen waarop de Raad zich had gebaseerd om de tegoeden van Sison te bevriezen, anders dan door het Unierecht wordt vereist, geen betrekking hadden op de inleiding van een onderzoek of een vervolging, noch op een veroordeling, voor terroristische activiteiten. De betrokken nationale beslissingen waren door de Nederlandse rechterlijke instanties vastgesteld in het kader van een verzoek om erkenning als vluchteling. Dat verzoek is door de staatssecretaris van Justitie meermaals afgewezen op grond dat Sison niet alleen de Filippijnse communistische partij had geleid, maar ook het New People's Army (,,NPA"), de gewapende tak van deze partij, die bij een groot aantal terroristische daden op de Filippijnen betrokken was. In het arrest van 30 september 2009 heeft het Gerecht zich niet uitgesproken over de gelijktijdig door Sison ingestelde vordering tot schadevergoeding, aangezien de uitspraak daarover was aangehouden tot de uitspraak over het verzoek om nietigverklaring van de maatregelen tot bevriezing van de tegoeden. In zijn vandaag gewezen arrest spreekt het Gerecht zich over de schadevordering uit en wijst het ze af. Het Gerecht oordeelt dat de schending in zijn arrest Sison II weliswaar duidelijk wordt vastgesteld, maar dat zij onvoldoende ernstig is voor aansprakelijkheid van de Gemeenschap jegens Sison. In dit verband brengt het Gerecht in herinnering dat het beroep tot schadevergoeding niet tot doel heeft om de vergoeding te verzekeren van door ongeacht welke onrechtmatigheid veroorzaakte schade. Enkel een voldoende ernstige schending van een rechtsregel die ertoe strekt aan particulieren rechten toe te kennen, kan aansprakelijkheid van de Gemeenschap meebrengen. Bij de beoordeling of aan dit vereiste is voldaan, geldt als beslissende maatstaf of de betrokken instelling de grenzen waarbinnen zij haar beoordelingsbevoegdheid moest uitoefenen, kennelijk en ernstig heeft overschreden. Het Gerecht heeft geoordeeld dat het in dit geval moeilijk was om het gemeenschapsrecht uit te leggen en toe te passen. Het heeft meteen opgemerkt dat de formulering van de betrokken bepalingen bijzonder onduidelijk is, hetgeen reeds blijkt uit de uitvoerige rechtspraak van het Gerecht over dit onderwerp. Enkel door, gespreid over verschillende jaren, een tiental zaken te
1

Met name verordening (EG) nr. 501/2009 van 15 juni 2009 tot uitvoering van artikel 2, lid 3, van verordening nr. 2580/2001 en tot intrekking van besluit 2009/62 (PB L 151, blz. 14), die toen gold. 2 Arrest van 30 september 2009, Sison/Raad (T-341/07), zie eveneens PC nr. 80/09.

www.curia.europa.eu



onderzoeken, heeft het Gerecht dus geleidelijk een rationeel en samenhangend kader voor de uitlegging van deze bepalingen tot stand gebracht. Zo heeft het Gerecht pas in het arrest Sison II voor de eerste maal geoordeeld dat een nationale beslissing slechts op goede gronden door de Raad kan worden aangevoerd indien zij een onderdeel vormt van een nationale procedure die rechtstreeks en primair erop gericht is, de betrokkene in het kader van de bestrijding van terrorisme een preventieve of repressieve maatregel op te leggen. Het Gerecht beklemtoont overigens dat de weigering van de Nederlandse staatssecretaris van Justitie om Sison als vluchteling te erkennen, die voornamelijk was gebaseerd op het feit dat deze laatste de NPA had geleid, een organisatie die verantwoordelijk is voor een groot aantal terroristische daden op de Filippijnen, in wezen ­ en anders dan Sison zelf stelt ­ door de Nederlandse rechterlijke instanties is bekrachtigd. De Raad heeft dus geen beoordelingsfouten gemaakt door naar deze feiten te verwijzen, en het Gerecht heeft in zijn arrest Sison II de argumenten van Sison daarover afgewezen. In die omstandigheden en eveneens rekening houdend met het fundamentele belang van de strijd tegen het internationale terrorisme, is de schending door de Raad te verklaren door de bijzondere verplichtingen en verantwoordelijkheden van deze instelling en vormt zij een onrechtmatigheid die een normaal voorzichtige en zorgvuldige overheid in overeenkomstige omstandigheden ook had kunnen begaan. NOTA BENE: Tegen de beslissing van het Gerecht kan binnen een termijn van twee maanden vanaf de betekening ervan een tot rechtsvragen beperkte hogere voorziening worden ingesteld bij het Hof. Voor de media bestemd niet-officieel stuk, dat het Gerecht niet bindt. De volledige tekst van het arrest is op de dag van de uitspraak te vinden op de website CURIA. Contactpersoon voor de pers: Stefaan Van der Jeught (+352) 4303 2170

www.curia.europa.eu