Rijksoverheid


10 november 2011

Geannoteerde agenda voor de informele ministeriële bijeenkomst Cohesiebeleid

Geachte voorzitter,

Hierbij bied ik u, mede namens minister van Infrastructuur en Milieu, de geannoteerde agenda voor de Informele bijeenkomst van ministers verantwoordelijk voor cohesiebeleid en territoriale en stedelijke ontwikkeling aan. Deze is geagendeerd voor het AO op 16 november 2011. De bijeenkomst vindt plaats op 25 november te Pozna, Polen en wordt georganiseerd door het Poolse voorzitterschap. Op de agenda staan twee onderwerpen: een gedachtewisseling over de toekomst van het cohesiebeleid en een gedachtewisseling over de versterking van een geintegreerde territoriale benadering bij de ontwikkeling van beleid. Er vindt geen besluitvorming plaats, het voorzitschap presenteert enkel haar eigen conclusies. Toekomst cohesiebeleid Toelichting op agenda ministeriële bijeenkomst Commissaris Hahn van Regionaal Beleid en Commissaris Andor van Werkgelegenheid, Sociale Zaken en Inclusie geven een presentatie over de voorstellen voor verordeningen die de Europese Commissie op 6 oktober jl. heeft gepu bliceerd. De Poolse minister voor Regionaal beleid, mevrouw Biekowska, presenteert de Poolse visie. Vervolgens kunnen ministers een eerste reactie geven op het gehele voorstel van de Commissie. Dit is de eerste gedachtewisseling van ministers sinds het verschijnen van de Commissievoorstellen op 6 oktober jl. Dit informele debat draagt bij aan de voorbereiding van de eerste formele bijeenkomst van ministers, tijdens de Raad Algemene Zaken (RAZ) op vrijdag 16 december a.s. Kabinetsstandpunt De onderhandelingen over de toekomst van het Cohesiebeleid maken voor wat betreft de financiële aspecten integraal onderdeel uit van de onderhandelingen over het Meerjarig Financieel Kader 2014-2020 (MFK). De beleidsmatige inzet van Nederland bij de hervorming van de toekomst van het Cohesiebeleid zal ondersteunend moeten zijn aan de Nederlandse inzet in de MFK-onderhandelingen (Kamerstuk 21501-20, nr. 553), te weten een substantiële vermindering van de Nederlandse afdrachten aan de EU en een her vormde begroting die is toegespitst op de prioriteiten van dit decennium.

Het kabinet is van mening dat het Cohesiebeleid idealiter beperkt zou moeten blijven tot de armste regio's in de armste lidstaten. Daarnaast acht het kabinet het van groot belang dat de afspraken die gemaakt zijn in de Taskforce Van Rompuy over budgettaire discipline worden nagekomen. Het kabinet verwelkomt in dit licht de voorstellen voor macro-economische conditionaliteiten. Wel wil het kabinet de voorstellen verder aanscherpen, met name het automatisch opleggen van sancties door de Commissie. De inzet van het kabinet voor de toekomst cohesiebeleid heb ik u doen toekomen op 24 oktober jl. (Kamerstuk 22112, nr. 1246). Het kabinet heeft drie inhoudelijke speerpunten, die ik zal inbrengen tijdens de ministeriële bijeenkomst. Ten eerste wil het kabinet dat het cohesiebeleid leidt tot goede projecten die bijdragen aan economische groei en werkgelegenheid. De huidige periode levert goede voorbeelden, zoals het versterken van clusters door samenwerking tussen kennisinstellingen, bedrij ven en overheden. Dit kan een vervolg krijgen met de inzet van structuurfondsen voor de bijdrage van de regio's aan de Topsectoren. Goede programma's worden bereikt door focus op een beperkt aantal doelen en concrete resultaten. Het kabinet is daarom verheugd over een aantal aspecten van het Commissievoorstel, waaronder de voorgestelde modernisering van het cohesiebeleid en dit volledig inzetten op de doelen van de Europa2020 strategie, thematische concentratie en focus op een beperkt aantal doelen, meer aandacht voor resultaten en meer synergie met andere Europese fondsen. Het tweede speerpunt van het kabinet is een goede verantwoording van de besteding van de fondsen. In de huidige periode is het financieel beheer versterkt, zijn de regels en controleverplichtingen aangescherpt en vindt er elk jaar een grondige onafhankelijke audit plaats. Het kabinet wil deze lijn voortzetten en de kwaliteit van het financieel beheer en de rechtmatigheid van de bestedingen verder verbeteren. He t kabinet vindt het voorkomen en bestrijden van fraude en onregelmatigheden vanzelfsprekend van zeer groot belang. Leidend voor het kabinet is dat de controleketen voor alle EU fondsen op orde moet zijn en dat audit en rapportage transparant, doeltreffend en proportioneel zijn. Het kabinet hecht veel waarde aan een goede en transparante verantwoording van de besteding, zoals in Nederland de Nationale Verklaring over Europese bestedingen. Het derde speerpunt is het terugdringen van administratieve lasten voor bedrijven en uitvoeringskosten voor overheden, mits dit niet ten koste gaat van de resultaten en de financiële verantwoording van het beleid. Het kabinet is verheugd dat de Commissie enkele concrete voorstellen van Nederland heeft overgenomen, bijvoorbeeld de voorstellen omtrent vereenvoudigde kosten. Tegelijkertijd is het kabinet kritisch over het grote aantal nieuwe eisen dat de Commissie introduceert, die soms erg bureaucratisch van aard zijn. Dit leidt tot een omvangrijk b ouwwerk waarvan het twijfelachtig is of het in de praktijk bijdraagt aan de Nederlandse inzet om de resultaatgerichtheid en financiële verantwoording van de fondsen te vergroten en de administratieve lasten en uitvoeringslasten terug te dringen. Zoals afgesproken met uw Kamer zal ik een onderzoek laten uitvoeren naar de lasten en kosten die uit de nieuwe verordeningen voortvloeien.

Elke euro die besteed wordt aan onnodige bureaucratie, kan niet worden geïnvesteerd in bijvoorbeeld innovatie en werkgelegenheid. Versterking van een geïntegreerde territoriale benadering voor ontwikkeling van beleid Toelichting op agenda ministeriële bijeenkomst Minister Biekowska presenteert de inzet van het Poolse voorzitterschap, namelijk concretisering en resultaatgerichte uitvoering van de Territoriale Agenda 2020 (overeengekomen tijdens de informele vergadering van ministers op 19 mei te Gödöllö). Met dit document hebben de ministers het belang van territoriale aspecten voor het Europees beleid benadrukt. De agenda dringt aan op een betere integratie van territoriale aspecten in (sectoraal) beleid op alle bestuursniveaus. De ambitie van het Poolse voorzitterschap is om te komen tot een plan van aanpak voor vervolgafspraken waarbij afzonderlijke lidstaten acties oppakken. Het Poolse voorzitterschap zoekt nadrukkelijk de verbinding met Europese samenwerking over stedelijke on twikkeling. Kabinetsstandpunt Nederland vindt het nuttig dat de Territoriale Agenda een concreet vervolg krijgt waardoor deze kan bijdragen aan het behalen van de doelen van de Europa2020strategie. De meerwaarde die de territoriale benadering kan bieden is dat Europese opgaven op het juiste uitvoerende niveau opgepakt en geïmplementeerd worden. Een dergelijke territoriale doorvertaling vraagt om samenwerking tussen alle betrokken bestuurslagen ("multi level governance"). De uitwerking van de Territoriale Agenda betreft ook de ex ante analyse van ruimtelijke effecten van (Europees) beleid ("territorial impact assessment"). Het kabinet zet, zoals aangegeven in de brief die de minister van Infrastructuur en Milieu op 23 maart jl. aan uw Kamer deed toekomen (kamerstuk 31 953 nr. 39), in op verdere verbeteringen van de ruimtelijke effectanalyses. Tot slot Op 16 november 2011 zullen wij in de gelegenheid zijn te spreken over de Nederlandse inzet ten aanzien van de toekomst van het Cohes iebeleid in het algemeen en de informele ministeriele bijeenkomst in het bijzonder. Voorafgaand aan de Raad Algemene Zaken (RAZ) op 16 december a.s. ontvangt u van mij de Geannoteerde Agenda voor de RAZ en het verslag van de informele ministeriële bijeenkomst van 25 november.

(w.g.)

dr. Henk Bleker Staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie