Overzichtstudie: preventie kan effectiever!


29-11-2012
overzichtstudie-preventie

Bestaande preventieprogramma's, zoals de griepprik, het uitstrijkje, de borstkankerscreening, en leefstijlprogramma's, hebben geen optimaal effect. Niet iedereen doet mee, en te veel deelnemers haken af. Het NIVEL pleit voor een maatschappelijk debat over preventie. Mag de overheid ingrijpen
in de leefstijl van mensen? Mag de zorgverzekeraar mensen die ongezond leven een hogere premie laten betalen? Veertig procent van de bevolking vindt van wel.

Preventie kan een grote bijdrage leveren aan een gezonder Nederland. Maar de preventieprogramma's blijken in de praktijk veel minder effectief dan zou kunnen. Slechts een deel van de doelgroep wordt ermee bereikt en veel mensen haken af. Vooral bij preventieprogramma's om de leefstijl te
veranderen, zoals meer bewegen of stoppen met roken, zo blijkt uit een overzichtstudie naar preventie van het NIVEL (Nederlands instituut voor onderzoek van de gezondheidszorg).
Als 10% meer mensen jaarlijks hun griepprik zouden halen, zouden per jaar zo'n 15.000 mensen minder ziek kunnen worden. Nu haalt zo'n 66% van de mensen die daarvoor in aanmerking komen een griepprik. Deelname van 90% aan de screeningsprogramma's voor borstkanker en baarmoederhalskanker in
plaats van 80%, zou jaarlijks tientallen sterfgevallen kunnen schelen. Voor programma's om een ongezonde leefstijl te veranderen zijn dit soort cijfers er nog niet. Uit een eerste onderzoek blijkt dat een derde tot de helft van de doelgroep er niet aan begint of snel afhaakt.

Inzet en doorzettingsvermogen
"Grootschalige en langdurige deelname aan preventieprogramma's is kennelijk nog niet vanzelfsprekend", stelt NIVEL-programmaleider Joke Korevaar. "Vooral leefstijlaanpassingen vragen om grote inzet en doorzettingsvermogen. Dat kunnen mensen niet zonder steun van zorgverleners,
zorgverzekeraars, de overheid, en draagvlak in de samenleving."
Lastig bij preventie is dat het resultaat - gezondheid - pas zichtbaar wordt op de langere termijn. En zeker is dat ook niet. Terwijl de inspanning geleverd moet worden op een moment dat iemand nog nergens last van heeft. Zorgverleners blijken wel in te zijn voor preventie, maar zijn huiverig
door de onzekere financiering en het wisselende beleid. Zonder op continuiteit te kunnen vertrouwen is het afbreukrisico te groot. Maar zodra de overheid en zorgverzekeraars die continuiteit bieden, lijken veel huisartsen en andere zorgverleners bereid zich in te spannen voor
preventieprogramma's.

Maatschappelijk debat
Maar voor het zover is, moet eerst een maatschappelijk debat worden gevoerd, volgens de onderzoekers. "Hoever willen we gaan om gezond te zijn en te blijven? Accepteren we ook dat dit een inperking betekent van onze vrijheid of de vrijheid van anderen? Moeten we verder gaan dan het garanderen
van een rookvrije werkplek vanwege de gezondheid van niet-rokers, of moeten we gezonde keuzes goedkoper maken dan ongezonde keuzes", betoogt Joke Korevaar. "De helft van de bevolking vindt dat de overheid niet mag ingrijpen in onze leefstijl. Tegelijkertijd geeft bijna 40% aan dat de
zorgverzekeraar ongezond levende landgenoten een hogere premie mag laten betalen. Zolang de keuze voor deelname aan preventieprogramma's vrijblijvend is of een individuele aangelegenheid blijft, zullen de preventieprogramma's niet meer gezondheidswinst gaan opleveren."

Overzichtstudie
De enorme groei van het aantal informatiebronnen doet de behoefte toenemen aan synthese van al die informatie. Het NIVEL komt met overzichtstudies en kennisvragen tegemoet aan deze behoefte. Er zijn inmiddels studies verschenen over de eerste lijn, de zorg voor mensen met een chronische
ziekte, de opbrengsten van vijf jaar CQ-index en de toekomst van de praktijkondersteuner in de huisartsenpraktijk (POH).