Centrale bank houdt vinger aan de pols bij geldschepping


Weinig mensen zullen bij het afrekenen van de dagelijkse boodschappen stilstaan bij de vraag wat de definitie is van geld en hoe geld ontstaat. Toch gaat het hier om een economisch verschijnsel dat van grote invloed is op het functioneren van de economie en onze samenleving. Dat is ook de
reden waarom de hoeveelheid geld in het economisch systeem scherp in de gaten wordt gehouden door centrale banken.

IFrame

Wat is geld?

Geld is het medium dat in een economie als betaalmiddel algemeen geaccepteerd wordt, en gebruikt wordt als rekeneenheid en oppotmiddel. Centrale banken hanteren een heel concrete definitie om de geldhoeveelheid in een economie te meten. Daarbij gaat het om financiele activa in handen van
huishoudens en bedrijven die gemakkelijk als betaalmiddel ingezet kunnen worden. Uit de figuur blijkt dat volgens deze definitie de geldhoeveelheid slechts voor een klein deel bestaat uit munten en bankbiljetten. Voor het overgrote deel bestaat de geldhoeveelheid uit banktegoeden, vooral
betaal- en spaarrekeningen. De hoeveelheid geld in het economisch systeem verandert continu. Het toenemen van de geldhoeveelheid heet geldschepping. Banken spelen een centrale rol bij het ontstaan van geld. Daarom worden banken ook wel geldscheppende instellingen genoemd.

Figuur: Samenstelling van de geldhoeveelheid

Figuur Samenstelling van de geldhoeveelheid

Geldschepping door wederzijdse schuldaanvaarding tussen bank en klant

Geldschepping is een gevolg van het aangaan van een lening bij een bank. Wanneer een bank en een klant een kredietovereenkomst afsluiten, gebeuren tegelijkertijd twee dingen op de balans van de betreffende bank. Aan de bezittingenkant schrijft de bank bij dat een vordering op de klant is
ontstaan, bijvoorbeeld een hypotheek of een bedrijfslening. Aan de verplichtingenkant schrijft de bank bij dat de betreffende klant de beschikking heeft over een tegoed ter grootte van de lening. Dit nieuwe tegoed valt onder de definitie van de geldhoeveelheid, en dus is nieuw geld gecreeerd.

Tabellen 1 en 2 laten aan de hand van een versimpelde bankbalans zien hoe dat werkt. De voorbeeldbank heeft in de uitgangssituatie EUR 500 miljoen aan leningen aan huishoudens en bedrijven uitstaan. Daar tegenover staat EUR 500 miljoen aan deposito's van huishoudens en bedrijven. Tabel 2 maakt
inzichtelijk dat ten gevolge van een kredietovereenkomst ter grootte van EUR 10 miljoen zowel aan de bezittingen- als aan de verplichtingenkant van de bankbalans veranderingen optreden. Er ontstaan derhalve boekhoudkundig wederzijds verplichtingen tussen bank en klant. Enerzijds krijgt de
klant een schuldverplichting aan de bank. Anderzijds heeft de bank een schuldverplichting aan de klant in de vorm van een tegoed. Economen noemen dit dan ook geldschepping door wederzijdse schuldaanvaarding. Op het moment dat het krediet wordt afgelost, vindt een omgekeerde mutatie plaats op
de bankbalans en wordt gesproken over geldvernietiging.

Tabel 1 - Bankbalans voor kredietovereenkomst (mln euro)
Bezittingen Uitstaand bedrag Verplichtingen Uitstaand bedrag
Leningen aan huishoudens en bedrijven 500 Deposito's van huishoudens en bedrijven 500



Tabel 2 - Bankbalans na kredietovereenkomst (mln euro)
Bezittingen Uitstaand bedrag Verandering Verplichtingen Uitstaand bedrag Verandering
Leningen aan huishoudens en bedrijven 510 +10 Deposito's van huishoudens en bedrijven 510 +10

Geldschepping vindt niet ongebreideld plaats

Uit het bovenstaande zou kunnen worden afgeleid dat de hoeveelheid geld in de economie vrijelijk door banken kan worden bepaald. Dat is niet het geval en zou bovendien onwenselijk zijn. Ongebreidelde geldschepping kan bijvoorbeeld leiden tot hoge inflatie, dat wil zeggen een sterke toename van
het algemene prijspeil. De centrale bank heeft het mandaat om te zorgen voor prijsstabiliteit. Daartoe voert zij monetair beleid, waarmee het geldscheppend vermogen van banken wordt beheerst. Dit gebeurt door het sturen van de prijs van geld en krediet: de rente. Wanneer de prijsstabiliteit in
het geding dreigt te komen zal de centrale bank de rente aanpassen, wat vervolgens de vraag naar geld en krediet zal stimuleren of juist afremmen. Als de rente hoog is, zullen immers minder mensen willen lenen. Bij een lage rente neemt de vraag naar leningen juist toe. Het huidige
aankoopprogramma voor staatsobligaties, ook wel aangeduid als kwantitatieve verruiming, is een alternatieve manier om de geld- en kredietgroei te stimuleren. Het Eurosysteem injecteert hierbij geld direct in de economie door de staatsobligaties aan te kopen met nieuw gecreeerd elektronisch
geld.

Tegelijkertijd wordt ook het toezicht instrumentarium ingezet om te bevorderen dat banken voldoende solide zijn om hun belangrijke functie op een goede wijze te kunnen vervullen. Sinds de crisis zijn veel toezichteisen aangescherpt om de stabiliteit van het bankwezen te waarborgen en te
verstevigen. Tenslotte hebben banken ook een eigen belang om de geld- en kredietgroei te beheersen. Een bank zal immers uitsluitend willen overgaan tot wederzijdse schuldaanvaarding met een klant die voldoende kredietwaardig is.