In hoger beroep 14 jaar cel geeist voor doodslag op huisgenoot Zaandam


25 augustus 2015 - Ressortsparket

De advocaat-generaal in Amsterdam heeft in hoger beroep 14 jaar gevangenisstraf geeist tegen een 32-jarige man voor doodslag op diens huisgenoot. Het slachtoffer, een 51-jarige man, overleed op 17 augustus 2013 in Zaandam.

De verdachte, die destijds de melding bij de politie deed, woonde bij het slachtoffer in. Uit onder meer getuigenverklaringen is gebleken dat aan de doodslag een langere periode van ernstige mishandelingen is voorafgegaan. Het slachtoffer leefde onder een schrikbewind van zijn huisgenoot, de
verdachte. Hij moest doen wat hij zei, mocht behalve voor zijn werk niet of nauwelijks de woning uit en werd gedwongen op de grond te slapen.

Het slachtoffer heeft in de periode voor zijn gewelddadige dood het ziekenhuis meermalen bezocht om zich te laten behandelen aan zijn verwondingen. De man brak onder meer 18 ribben, zo is vastgesteld. Hij probeerde de buitenwereld te doen geloven dat al dit letsel het gevolg was van zijn
activiteiten als kickbokser, maar gebleken is dat hij niet aan enige vechtsport deed. Ruim een week voor zijn dood stelde het slachtoffer de politie nog gerust, nadat zij naar de woning was gegaan om poolshoogte te nemen; een anonieme melding over dagelijkse mishandeling van het slachtoffer
was daarvoor de aanleiding.

Ernstig letsel aan de lever is het slachtoffer uiteindelijk fataal geworden. De systematische zware mishandeling van het slachtoffer (onder meer slaan met ijzeren stangen) is de verdachte eveneens tenlastegelegd.

De verdachte stond ook terecht voor de mishandeling van een andere huisgenoot. Deze Engelsman heeft verklaard dat hij vanaf circa oktober 2011 tot aan zijn vertrek uit het huis in maart 2013 twee tot drie keer per week door de verdachte werd mishandeld. Hij heeft het latere slachtoffer
aangespoord ook weg te gaan, omdat hij vreesde dat een van hen de gewelddadigheden met de dood zou moeten bekopen.

De verdachte heeft bekennende verklaringen afgelegd over de mishandelingen van de beide slachtoffers. De doodslag heeft hij ontkend. Volgens de advocaat-generaal heeft de verdachte willens en wetens de kans aanvaard dat hij het latere slachtoffer, de hoofdbewoner van het pand, door al het
toegepaste geweld zou doden (in juridisch jargon: voorwaardelijk opzet).

De rechtbank veroordeelde de verdachte tot een gevangenisstraf van 12 jaar. De verdachte heeft tegen dit vonnis hoger beroep aangetekend.

De advocaat-generaal heeft betoogd dat verdachte groot leed heeft toegebracht aan de nabestaanden, dat hij de rechtsorde heeft geschokt en gezorgd voor gevoelens van onrust en onveiligheid in de maatschappij. Bij deze strafbare feiten, die voor de direct betrokkenen en de samenleving bijzonder
schokkend zijn, past daarom alleen een langdurige gevangenisstraf.

Het hof doet (naar verwachting) uitspraak over twee weken.

Deel dit op

*