Raadsleden bespreken bestuurlijke toekomst Hoeksche Waard


(10-09) Woensdagavond 9 september kwam de stuurgroep Onderzoek bestuurlijke toekomst Hoeksche Waard, waarin alle 35 fracties van de Hoeksche Waardse raden zijn vertegenwoordigd, bijeen. Tijdens de openbare. bijeenkomst werden de bevindingen toegelicht door onderzoeksbureau BMC. BMC maakt
gebruik van diverse bronnen zoals begrotingen, collegeprogramma's, en gezamenlijke visiedocumenten om de stuurgroep te adviseren. Inwoners, instellingen en betrokkenen vanuit de gemeenten (raden, burgemeesters, wethouders, secretarissen, raadsgriffiers) zijn ook bevraagd. Inwoners en
organisaties Over de gesprekken die met de gemeenten en maatschappelijke organisaties zijn gevoerd, heeft BMC de stuurgroep in juli al in grote lijnen geinformeerd. Ook de eerste resultaten van de burgerpeiling zijn aan de orde geweest. Voor de zomer zijn 11.700 enquetes verstuurd naar
inwoners van de Hoeksche Waard. Ruim 2700 inwoners, 23%, heeft de enquete ingevuld. Dat is voldoende om een representatief beeld te kunnen geven.

Financien

Inmiddels is ook een financiele scan van de Hoeksche Waard en van elke gemeente gemaakt. De gemeenten in de Hoeksche Waard hebben gezamenlijk een redelijk voldoende financiele positie. Wel zijn tussen de gemeenten verschillen te zien. De gemeenten Cromstrijen en Binnenmaas hebben een sterke
financiele positie. Gemeente Strijen neemt een tussenpositie in, terwijl de gemeenten Oud-Beijerland en Korendijk financieel gezien wat minder sterk zijn. Daarbij valt op dat de gemeente Korendijk zich financieel heeft versterkt in relatie tot de afgelopen jaren. In combinatie met de ruimte
die er is op het vlak van de lokale lasten en het (nog) efficienter maken van de vijf ambtelijke organisaties kunnen de vijf gemeenten financieel gezien hun zelfstandigheid behouden voor in elk geval de middellange termijn. De conclusie is dat de gemeenten er financieel gezien goed voor staan.

Financiele gevolgen bij samenwerken of samengaan

Als de gemeenten meer gaan samenwerken zullen de financiele middelen die daarbij horen worden overgedragen van de gemeenten naar het samenwerkingsorgaan. De mate waarin dat gebeurt zal door de lokale raden worden besloten. Wel zal er hierbij een regionale afspraak worden gemaakt zodat ieder de
afgesproken bijdrage zal leveren. Als de gemeenten samengaan dan komt de nieuwe gemeente in aanmerking voor een tijdelijke bijdrage ter dekking van frictiekosten. Bij frictiekosten kan worden gedacht aan incidentele kosten voor investeringen in ICT, huisvesting en projectkosten. Als de
gemeenten samengaan wordt de algemene uitkering van deze gemeente structureel lager dan de optelsom van de algemene uitkeringen van de vijf huidige gemeenten. Dit omdat deze gemeente slechts eenmaal de standaarduitkering ontvangt terwijl dat nu vijfmaal wordt toegekend. Hier tegenover staat
dat door de omvang van de nieuwe gemeente (> 80.000 inwoners) bepaalde specifieke uitkeringen in omvang toenemen. Aan de lastenkant zijn er echter besparingen te verwachten. Hierbij valt te denken aan besparingen op de kosten van bedrijfsvoering. De hoogte van deze besparingen hangt af van de
keuzes die het nieuwe gemeentebestuur maakt. Onderzoek laat zien dat de gemeentelijke bestuurskosten na een herindeling licht afnemen. Harmonisatie van het financiele beleid van de bij een herindeling betrokken gemeenten in de periode voorafgaand aan een herindeling is wel noodzakelijk. Een
analyse van de OZB-tarieven en andere woonlasten laat zien dat de onderlinge verschillen niet erg groot zijn, waardoor er in dit opzicht geen grote veranderingen te verwachten zijn.

Uitgangspunten/eisen

De onderzoeker van BMC heeft in de stuurgroep de presentatie opgebouwd volgens de lijn: uitgangssituatie (stand van zaken) en ontwikkelingen, die leiden tot uitgangspunten waar de nieuwe bestuurlijke vorm aan moet voldoen. In het eindrapport zal dezelfde opbouw worden gehanteerd. Dan zal de
onderzoeker hier de succes- en faalfactoren van de twee modellen (fusie of versterkte samenwerking met doorzettingsmacht) naast leggen. Dan zal hij aangeven wat de sterke punten van een bepaald model zijn en of de Hoeksche Waard die punten kan benutten. Hetzelfde zal hij doen ten aanzien van
de risico's en aangeven wat er in de Hoeksche Waard gedaan kan worden om die risico's te beperken.

Vervolg

Niet alle herindelingen of samenwerkingen werken op dezelfde manier. De stuurgroep heeft daarom besloten om de twee modellen waartussen de raden in december zullen kiezen (versterkte regionale samenwerking en fusie) nader uit te werken. Zodat concreet wordt over welke vorm we spreken. Als
voorbeeld hierbij: gaan we bij een samenwerking de huidige Gemeenschappelijke Regelingen onderbrengen in de samenwerking? Of gaan we bij een fusie werken met dorpsraden? Het onderzoeksrapport verschijnt in oktober. Vervolgens is het aan de raden om aan het einde van het jaar een keuze te maken
in welke bestuursvorm en onder welke voorwaarden de belangen en wensen van de bevolking het beste kunnen worden gediend.