Onderwijsgevenden onvoldoende in staat om vluchtelingenkinderen goed onderwijs te bieden

Ruim 60 procent van de onderwijsgevenden in het po vindt dat hun school onvoldoende is toegerust om kwalitatief goed onderwijs aan vluchtelingenkinderen te geven. In het vo is dat 36 procent. Ook maken onderwijsgevenden in po en vo zich zorgen of zij wel voldoende tijd hebben voor de specifieke begeleiding van de kinderen en vinden zij dat er te weinig geschikte leermiddelen hiervoor zijn. Dit blijkt uit een enquete van de CAOP onder 2.091 leraren, managers met lesgevende taken en onderwijsgevenden in po, vo en mbo.

Vooral in het po melden respondenten (60,5 procent) dat naar hun mening hun school onvoldoende is toegerust om kwalitatief goed onderwijs te geven aan vluchtelingenkinderen. Onderwijsgevenden in vo en mbo zijn positiever: daar zien respectievelijk 36 procent (vo) en 34 procent (mbo) knelpunten. Meer dan 60 procent van de onderwijsgevenden in po en vo maakt zich zorgen over of zij wel voldoende tijd heeft voor de specifieke begeleiding van de kinderen. Onderwijsgevenden in po en vo zijn van mening dat er te weinig geschikte leermiddelen zijn voor het onderwijs aan vluchtelingenkinderen. Ook vrezen zij communicatieproblemen door onvoldoende taalvaardigheid bij de kinderen. De onderwijsgevenden noemen het belang van voldoende taalklassen en internationale schakelklassen om eerst de taal goed te leren.

Oplossingen

Het werken met meer onderwijsassistenten en docenten Nederlands als Tweede Taal noemen de onderwijsgevenden als oplossing. Ook ondersteuning van `native speakers' is welkom. Ze vinden het noodzakelijk dat er nieuwe goede lesprogramma's komen en er extra tijd beschikbaar komt. Meer dan de helft van de onderwijsgevenden heeft verder behoefte aan ondersteuning bij traumaverwerking.