Vijf vragen over onderwijs aan vluchtelingenkinderen


14-01-2016
School, kind & omgeving

Het organiseren van goed onderwijs aan vluchtelingenkinderen blijft om de aandacht van de sector primair onderwijs vragen. Op welke regelingen kan de school ook alweer aanspraak maken bij het verzorgen hiervan? En aan welke voorwaarden moet het onderwijs aan vluchtelingenkinderen voldoen? Vijf
vragen en antwoorden.

Hoeveel vluchtelingenkinderen zijn in 2015 ingestroomd in het primair onderwijs? en hoeveel verwachten we in 2016?

Tot en met november 2015 zijn er vorig jaar in totaal 59.100 vluchtelingen naar ons land gereisd. Zo'n tien procent hiervan heeft de basisschoolleeftijd. Dit betekent dat we voor het jaar 2015 over ruim 5000 kinderen spreken die recht hebben op basisonderwijs. Duidelijke voorspellingen voor
2016 zijn niet bekend, maar er wordt rekening gehouden met een vergelijkbare instroom als vorig jaar. Hierdoor zal het basisonderwijs, naar verwachting, wederom 5000 nieuwe leerlingen verwelkomen. Daarnaast zullen nog eens 5000 leerlingen instromen wanneer de gebruikelijke regelgeving rondom
gezinshereniging worden toegepast op de huidige instroom.

Hebben vluchtelingenkinderen recht op onderwijs?

Alle kinderen vanaf vijf jaar die in Nederland verblijven zijn leerplichtig, dit geldt voor vluchtelingen met en zonder status. Dit recht wordt bevestigd door Europese regelgeving. Na aankomst in Nederland moeten leerplichtige kinderen dus zo snel mogelijk onderwijs krijgen. Een belangrijk
praktisch uitgangspunt hierbij is dat er sprake moet zijn van enige stabiliteit in de omstandigheden waarin het vluchtelingenkind wordt opgevangen.

Op welke (financierings)regelingen kan de school aanspraak maken bij het verzorgen van onderwijs aan vluchtelingenkinderen?

Als absoluut minimum voor de bekostiging van het onderwijs aan vluchtelingenkinderen geldt de standaardbekostiging. Dit betekend de reguliere bekostiging aangevuld met onderwijsachterstandsmiddelen, regeling voor nieuwkomers die korter dan een jaar in Nederland verblijven en bekostiging voor
kinderen uit opvangcentra (artikelen 36 tm 38 van de regeling personele bekostiging PO). In de praktijk maken scholen echter hogere kosten, waardoor de standaardbekostiging ontoereikend is. Om het toch mogelijk te maken dat schoolbesturen in deze situatie onderwijs bieden heeft het Ministerie
van Onderwijs een regeling voor maatwerkbekostiging ingesteld. Scholen dienen hiervoor in overleg te treden met het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (OCW) en kunnen uiteindelijk een bedrag van maximaal EUR9.000 per leerling, per jaar ontvangen.

Aan welke voorwaarden moet het onderwijs aan vluchtelingenkinderen voldoen?

Het onderwijs aan vluchtelingenkinderen moet aan de zelfde voorwaarden voldoen als het onderwijs aan andere leerlingen. Daarbij wordt geadviseerd om, gezien de specifieke problematiek, gedurende een schooljaar deze kinderen onder te brengen in speciale klassen waar er extra aandacht voor
taalverwerving en de sociaal-emotionele ontwikkeling van het kind mogelijk is.

Waar pleit de PO-Raad voor?

*De PO-Raad vindt dat kinderen na aankomst in Nederland, zo snel mogelijk, stabiliteit geboden dient te worden. Zij wil daarom dat het aantal verhuisbewegingen tussen opvanglocaties beperkt wordt. Op die wijze is het geven van goed onderwijs ook het meest haalbaar. Schoolbesturen die het
onderwijs aan vluchtelingenkinderen verzorgen dienen hier gedurende twee jaar een vast bedrag per leerling van minimaal EUR9.000 per leerling per schooljaar voor te krijgen vanuit het ministerie van OCW. Daarnaast zou de PO-Raad graag zien dat de kinderen in deze doelgroep in aanmerking komen
voor voor- en vroegschoolse educatie (VVE), zodat ze een goede start geboden wordt. Bij oudere kinderen zie je vaak dat zij hun talenten onvoldoende kunnen ontwikkelen, omdat zij met een te grote achterstand instromen. Voor deze groep is het zaak dat er per kind kan worden gekeken naar hoe we
ervoor kunnen zorgen dat het kind aan het einde van zijn of haar `onderwijs carriere' minimaal een startkwalificatie op zak heeft en wanneer haalbaar het liefst meer dan dat.

Om stabiliteit te vergoten pleit de PO-Raad daarnaast voor een integrale aanpak per gezin. Het is zaak dat ouders snel Nederlands leren en in de samenleving aan het werk gaan. Dit bevordert integratie en stabiliteit en het geeft de kinderen bovendien een goed voorbeeld. Het is wenselijk dat
per gezin een plan wordt gemaakt waarin de ouders de kans krijgen om hun buitenlandse diploma's en vaardigheden om te zetten naar een Nederlands equivalent (eventueel met bijscholing) en waarin onderwijs, maatschappelijk werk en gezondheidszorg samenwerken aan een optimale integratie voor een
dergelijk gezin. Asielzoekers die in de jaren `90 zijn ingestroomd zijn nu voor circa 2/3^e werkeloos en dat is absoluut onacceptabel, onnodig en onwenselijk; er moet alles aan gedaan worden dat de huidige instromers het beter gaan doen. Dat is in ieders belang.

Laatst gewijzigd:
donderdag 14 januari 2016