Einde dreigt voor Meldpunt De-radicalisering

Einde dreigt voor Meldpunt De-radicalisering

Op drie middelbare scholen in Amsterdam kwamen gisteren bommeldingen binnen. Burgemeester Van der Laan sprak tegen de gemeenteraad over ‘dreigingsmelding, uit terroristische hoek’. “Gelukkig bleek het loos alarm,” zegt Ahmed El Mesri, van het Meldpunt De-radicalisering in Amsterdam. “Toch zie ik dit als een waarschuwing. De onrust wordt steeds groter. Amsterdam moet juist nu heel alert blijven.” Het Meldpunt De-radicalisering van de organisatie Assadaaka heeft in haar tienjarige bestaan al veel radicale jongeren met afwijkend gedrag in Amsterdam geholpen, maar ondanks de toenemende terroristische dreiging, dreigt nu toch het einde voor het Meldpunt.

Telefoon stil

Normaal rinkelt de hele dag de telefoon bij het Meldpunt De-radicalisering in Amsterdam-Oost, maar de afgelopen weken is het stil. Want sinds 1 januari 2016 zijn de telefoon- en internetfaciliteiten stopgezet. En vanaf 31 maart moet het Meldpunt De-radicalisering ook haar kantoorruimte in Amsterdam-Oost verlaten. De gemeente Amsterdam heeft nog geen oplossing gevonden. “We hebben daardoor nu al weken nauwelijks contact meer met mensen die onze hulp hard nodig hebben,” vertelt Ahmed El Mesri. “Zonder faciliteiten kunnen we weinig doen.”

Meldpunt De-radicalisering

Het Meldpunt De-radicalisering is voor mensen die zich zorgen maken over een jongere in hun nabije omgeving met afwijkend gedrag. Na de aanslagen, onder andere in Parijs vorig jaar, werd het Meldpunt De-radicalisering soms wel 30 keer per dag gebeld. “Dan gaat het over jongeren die zich op een afwijkende manier bezig houden met hun geloof, of crimineel of anderszins lastig gedrag vertonen,” legt Ahmed El Mesri uit. “Ons Meldpunt De-radicalisering werkt hier al meer dan 10 jaar aan, al sinds de aanslag op Theo van Gogh. Daardoor hebben wij inmiddels een sterke vertrouwensrelatie binnen onze doelgroep en een breed netwerk van contacten.”

Vroegtijdig contact

“Naar ons Meldpunt De-radicalisering bellen vooral migranten,” vertelt Ahmed El Mesri. “Het is voor iedereen moeilijk om de stap te zetten om te bellen. Onze bellers maken zich zorgen over een dierbare, zoals een familielid of vriend. Een meldpunt van de gemeente of politie zullen zij niet snel bellen, omdat ze bang zijn dat er meteen stappen worden ondernomen tegen de jongere. Dat deze uit huis wordt geplaatst, of wordt opgepakt.” Het Meldpunt De-radicalisering moedigt mensen daarom aan om in een vroeg stadium contact op te nemen, zodat een vroegtijdig hulptraject mogelijk is. “En dat gebeurt,” legt El Mesri uit. “We hebben inmiddels al heel wat mensen succesvol kunnen begeleiden.” Het meldpunt van de gemeente Amsterdam richt zich op professionals, zoals hulpverleners, leerkrachten en welzijnswerkers. “Daarom is ons Meldpunt De-radicalisering van belangrijke toegevoegde waarde in Amsterdam,” zegt Ahmed El Mesri. “Juist nu.”

Studievertraging

Inmiddels werken er tientallen vrijwillige vertrouwenspersonen en ongeveer 15 stagiaires bij het Meldpunt De-radicalisering. Nu de faciliteiten zijn stopgezet kunnen de stagiaires hun stage opdrachten niet afronden, die ze in juni moeten inleveren. Ze hebben een brief geschreven aan de Gemeente Amsterdam, om hun studievertraging onder de aandacht te brengen. “We hebben helaas nog geen antwoord gekregen, terwijl we inmiddels al weken achter lopen,” vertelt één van de stagiaires bezorgd.

Met spoed kantoorruimte nodig

“We hebben heel dringend kantoorruimte voor overdag nodig,” zegt Ahmed El Mesri. “Het Meldpunt De-radicalisering heeft een ruimte nodig heeft met aparte kamers, legt El Mesri uit. “Onze vertrouwenspersonen voeren vertrouwelijke gesprekken, en vaak komen mensen ook langs. Mensen met zulke problemen gaan niet vertellen wat er echt aan de hand is, in een zaal of buurthuis. En dan kunnen wij hen niet meer helpen” Het Meldpunt De-radicalisering hoopt dat de Gemeente Amsterdam of een organisatie een oplossing kan vinden. “Anders betekent dit het einde van het Meldpunt De-radicalisering. Daarmee gaat een belangrijk netwerk aan contacten en informatie binnen de doelgroep verloren.”