Tuchtrecht | Onjuiste verklaring of rapport | ECLI:NL:TGZRZWO:2017:52

ECLI: ECLI:NL:TGZRZWO:2017:52

Datum uitspraak: 27-02-2017

Datum publicatie: 27-02-2017

Zaaknummer(s): 062/2016

Onderwerp: Onjuiste verklaring of rapport

Beroepsgroep: Arts

Beslissingen: Ongegrond/afwijzing

Inhoudsindicatie: Klacht tegen huisarts kennelijk ongegrond. Verweerster heeft de gezondheidstoestand van klager in aanmerking genomen en die gewogen met als uitkomst dat er geen contra-indicatie was voor plaatsing van klager op een meerpersoonscel. Het college is van oordeel dat verweerster in redelijkheid tot die beslissing heeft kunnen komen en haar beslissing kan de tuchtrechtelijke toets doorstaan.

------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

REGIONAAL TUCHTCOLLEGE TE ZWOLLE

Beslissing d.d. 27 februari 2017 naar aanleiding van de op 25 maart 2016 bij het Regionaal Tuchtcollege te Zwolle ingekomen klacht van

A, destijds verblijvende te B,

bijgestaan door mr. M.G. Doornbos, advocaat te Assen,

k l a g e r

-tegen-

C, huisarts, werkzaam te B,

v e r w e e r s t e r

1. HET VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Dat blijkt uit de volgende stukken:

- het klaagschrift;

- het verweerschrift met de bijlagen;

- de repliek;

- de dupliek;

- het schrijven van verweerster, met bijlage, binnengekomen op 1 november 2016.

Partijen hebben geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid mondeling gehoord te worden in het vooronderzoek.

2. FEITEN

Op grond van de stukken dient, voor zover van belang voor de beoordeling van de klacht, van het volgende te worden uitgegaan.

Klager, geboren in 1961, is tijdens zijn detentie in de penitentiaire inrichting (hierna: P.I.) te B gezien door verweerster, als inrichtingsarts verbonden aan de P.I. te B, op

11 maart 2016.

Op 23 januari 2016 is klager met de ambulance naar de spoedeisende hulpafdeling van het D gebracht.

De arts-assistent SEH E, heeft omtrent dit incident een brief, die akkoord is bevonden door supervisor F, neuroloog, naar de huisarts gezonden. In de brief is als voorgeschiedenis opgetekend: "Alcohol- en drugsgebruik en mogelijk eerdere insulten waarvoor een tijd Depakine werd gegeven." Als conclusie werd opgenomen "zeer waarschijnlijk een alcohol onttrekkingsinsult".

De neuroloog F heeft geadviseerd bij aanhouden van de insulten een anti epileptica te starten. Omdat de bron van dit insult de alcoholonttrekking was diende dat in eerste instantie te worden behandeld.

Op 18 februari 2016 ondertekende klager in de P.I. een toestemmingsverklaring tot het opvragen van informatie bij het D ,afdeling spoedeisende hulp en neurologie.

Op 11 maart 2016 vond een consult bij verweerster plaats in verband met het verzoek van klager om een medische contra-indicatie voor een meerpersoonscel in verband met klagers epilepsie. Klager verwees naar het insult op 23 januari 2016.

Verweerster heeft klager meegedeeld dat epilepsie geen contra-indicatie was voor plaatsing op een meerpersoonscel.

3. HET STANDPUNT VAN KLAGER EN DE KLACHT

Klager verwijt verweerster -zakelijk weergegeven- dat zij liegt over het opvragen van informatie bij de neuroloog wat betreft een insult van klager. Verweerster gaat er zonder nader onderzoek van uit dat dit een ontrekkingsinsult is geweest terwijl klager epilepsie heeft. Daarmee had rekening moeten worden gehouden bij verweersters beslissing omtrent plaatsing in een meerpersoonscel.

4. HET STANDPUNT VAN VERWEERSTER

Verweerster voert -zakelijk weergegeven- aan dat klager tijdens een consult op 11 maart 2016 en een medische contra-indicatie voor plaatsing in een meerpersoonscel wenste in verband met epilepsie. Klager kwam dreigend over en zou verweerster aanklagen als zijn wens niet werd ingewilligd. Epilepsie is geen contra-indicatie voor plaatsing in een meerpersoonscel en verweerster heeft dit terecht geoordeeld. De klacht van klager is feitelijk ongegrond wat betreft het liegen door verweerster dat het op 23 januari 2016 om een alcoholontrekkingsinsult ging. De informatie uit het D is met toestemming van klager opgevraagd.

5. DE OVERWEGINGEN VAN HET COLLEGE

5.1

Het college wijst er allereerst op, dat het bij de tuchtrechtelijke toetsing van professioneel handelen er niet om gaat of dat handelen beter had gekund, maar om het geven van een antwoord op de vraag of de beroepsbeoefenaar bij het beroepsmatig handelen is gebleven binnen de grenzen van een redelijk bekwame beroepsuitoefening, rekening houdend met de stand van de wetenschap ten tijde van het klachtwaardig geachte handelen en met hetgeen toen in de beroepsgroep ter zake als norm of standaard was aanvaard.

5.2

Verweerster heeft in deze procedure de toestemmingsverklaring en de informatie van het D bij verweer aan het college overgelegd. Over die informatie beschikte zij tijdens het consult met klager op 11 maart 2016. Daarmee staat vast dat er wel informatie is verzocht aan de spoedeisende hulpafdeling en de afdeling neurologie van het D. De stelling van klager dat verweerster liegt dat sprake is van een alcoholonthoudingsinsult mist derhalve feitelijke grondslag, gelet op de informatie van het D. Het college deelt evenmin de mening van gemachtigde van klager dat verweerster meer informatie over epilepsie van klager had moeten opvragen. Verweerster heeft van de juistheid van de medische informatie mogen uitgaan, zeker nu bij de behandeling van klager op de spoedeisende hulpafdeling op 23 januari 2016 een neuroloog betrokken is geweest en zich in de P.I. geen insult had voorgedaan. Overigens heeft verweerster haar oordeel dat geen sprake was van een contra-indicatie voor plaatsing op een meerpersoonscel niet aan de informatie van het D ontleend.

Verweerster heeft aangevoerd dat epilepsie (bij klager) geen contra-indicatie oplevert voor plaatsing van klager in een meerpersoonscel.

Het uitgangspunt is dat iedere gedetineerde in aanmerking komt voor plaatsing op een meerpersoonscel, tenzij er sprake is van contra-indicaties. Bij een contra-indicatie is sprake van dusdanige problematiek bij de gedetineerde dat verblijf op een eenpersoonscel noodzakelijk is. Deze contra-indicaties zien op de psychische gestoordheid van een gedetineerde, diens verslavingsproblematiek, gezondheidstoestand en gedragsproblematiek en dienen door de medische staf van de inrichting te worden beoordeeld. De contra-indicaties zijn slechts wegingsfactoren en geen absolute uitsluitingsgronden voor de directeur van de inrichting om te komen tot al dan niet plaatsen van een gedetineerde in een meerpersoonscel.

De mate van relevantie van de contra-indicaties zal per gedetineerde verschillen. Verweerster heeft de gezondheidstoestand van klager in aanmerking genomen en die gewogen met als uitkomst dat er geen contra-indicatie was voor plaatsing van klager op een meerpersoonscel. Het college is van oordeel dat verweerster in redelijkheid tot die beslissing heeft kunnen komen en haar beslissing kan de tuchtrechtelijke toets doorstaan.

5.3

Gelet op het voorgaande is de klacht kennelijk ongegrond en dient als volgt te worden beslist.

6. DE BESLISSING

Het college wijst de klacht af.

Aldus gedaan in raadkamer door mr. A.L. Smit, voorzitter, R.O. Rischen en

dr. A.P.E. Sachs, leden-artsen, in tegenwoordigheid van mr. J.W. Sijnstra-Meijer, secretaris, en uitgesproken in het openbaar op 27 februari 2017 door mr. A.L. Smit, voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. H. van der Poel-Berkovits, secretaris.

voorzitter

secretaris

Tegen deze beslissing kan binnen zes weken na de dag van verzending van het afschrift ervan schriftelijk hoger beroep worden ingesteld bij het Centrale Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg door:

a. de klager en/of klaagster, voor zover de klacht is afgewezen, of voor zover hij/zij niet-ontvankelijk is verklaard;

b. degene over wie is geklaagd;

c. de hoofdinspecteur of de regionale inspecteur van de volksgezondheid, wie de aangelegenheid uit hoofde van de hun toevertrouwde belangen aangaat.

Het tot het Centrale Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg gerichte beroepschrift wordt ingezonden bij de secretaris van het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Zwolle, door wie het binnen de beroepstermijn moet zijn ontvangen.