Eerste busstop: Rotterdam

‘Ik wil weten waar het goed gaat. En waar het beter kan.’ In Rotterdam sprak André Rouvoet gisteren met professionals, ouders en jongeren over ‘veilig opgroeien’.

Achter gesloten deuren praatte hij met alle hulpverleners die in het Centrum voor Jeugd en Gezin JONG in Delfshaven werken. Ook de GGZ en het bureau Jeugdzorg hebben er onderdak. De hulpverleners vertelden aan de hand van voorbeelden hoe ze te werk gaan als een van hen ‘een niet-pluisgevoel’ heeft bij een kind, ouder of gezinssituatie.

In het Rebound Centre in de Rotterdamse wijk Schiehaven, een van de stops, krijgen zo’n dertig jongeren per jaar praktisch onderwijs. Jongeren die in de problemen zaten of al tijden weinig meer uitvoerden. In een grote hal ziet Rouvoet hoe ze van ervaren instructeurs leren lassen, schilderen, meubels maken of een heftruck bedienen. Ze trekken er ook op uit om voor de Woonbond huurwoningen geschikt te maken voor nieuwe huurders.

Dagritme

'De jongeren leren hoe het is weer in een vast dagritme te leven', vertelt een instructeur. 'Ze moeten vier dagen per week zes uur per dag aanwezig zijn. Zijn ze er niet, dan weten wij ze te vinden. Maar het is net zo goed belangrijk dat ze weer plezier krijgen in het leren. Na een jaar gaan deze jongeren verder met een vervolgopleiding, een stage of een baan.'

In het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling krijgt Rouvoet in beslotenheid aan de hand van twee casussen uitgelegd hoe door de nauwe samenwerking de raad voor de kinderbescherming snel kon ingrijpen in twee gezinssituaties. Door een ondertoezichtstelling werd voor de kinderen snel een veilige situatie gecreëerd.

Debatmobiel

Later op straat, in het centrum, treft Rouvoet de jongeren van de Rotterdamse Jongerenraad. Eerder hebben die samen met wethouder Leonard Geluk de Rotterdamse Agenda voor de Jeugd tot stand gebracht. Geluk trekt deze dag met Rouvoet op.
Op het trottoir staat een debatmobiel geparkeerd met beeldschermen. Er zijn T-shirts met opschriften: ‘Wat wil jij met Nederland? Laat Rouvoet en Geluk voor je werken.’

Steven van de Rotterdamse Jongerenraad: 'We peilen de meningen van passerende jongeren. Hier reageren ze spontaan. Ook jongeren met weinig scholing doen mee. Ze vertellen wat ze in hun vrije tijd doen. Of ze de ruimte hebben om hun huiswerk te maken. Of ze veilig over straat kunnen. Van hun meningen maken wij een rapport en een film.'
Veerle spreekt enige tijd met Rouvoet. 'Het is goed dat hij hier geweest is. Betrek jongeren bij je beleid. Dan krijgen zij het idee dat het echt over hen gaat.'

Jeugdambassadeurs

In het stadhuis volgt een afsluiting, maar nog zonder conclusies. Aan een groep leerlingen van de basisschool belooft hij te zorgen voor honderd jeugdambassadeurs in zijn eerste honderd dagen: jongeren die aan beleidsmensen vertellen wat de opvattingen van kinderen zijn.

Rouvoet toont zich tevreden over de inspirerende verhalen. Hij is blij precies te hebben gehoord hoe de zaken in de jeugdsector in elkaar steken. En ook hem is de enorme aandacht van de media niet ontgaan. 'Nederland weet nu dat er een minister voor Jeugd en Gezin aan de slag is.'

Foto's: Martijn Beekman