Wijziging van de Embryowet

De Voorzitter van de Tweede Kamer
Der Staten-Generaal
Postbus 20018
2500 EA DEN HAAG

PG/E-2781539

28 juni 2007

Op 27 juni 2007 is het heropende debat gevoerd over de wijziging van de Embryowet in verband met het schrappen van de termijn waarbinnen een voordracht moet worden gedaan voor een koninklijk besluit op grond waarvan artikel 24, onderdeel a, vervalt. In het debat heeft het lid Kant in het licht van de door haar ingediende motie (Kamerstukken II, 2006/07, 31 046, nr. 14) gevraagd hoe het kabinet om zal gaan met een initiatief tot ongevraagd advies van de Gezondheidsraad over stamcelonderzoek.


De wijze waarop het kabinet dient om te gaan met gevraagde dan wel ongevraagde adviezen van de Gezondheidsraad, is geregeld in de Kaderwet adviescolleges.
Op grond van artikel 18 van deze wet kan de Gezondheidsraad uit eigen beweging adviseren. Op een dergelijk advies neemt het kabinet ex artikel 24 lid 1, sub b, binnen drie maanden een standpunt in indien het advies over hoofdlijnen van beleid gaat.
Op grond van artikel 26 van de Kaderwet adviescolleges stelt de Gezondheidsraad een ontwerp voor een werkprogramma voor het volgende kalenderjaar op. Voorts bepaalt het tweede lid van dit artikel dat in het werkprogramma rekening wordt gehouden met de bevoegdheid tot advisering uit eigen beweging.
Op de derde dinsdag van september ontvangt de Kamer het werkprogramma van de Gezondheidsraad.

De Staatssecretaris van Volksgezondheid,
Welzijn en Sport,

Mw. dr. J. Bussemaker