Conferentie van de Paedagogische Austausch Dienst

Ik lees u om te beginnen een passage voor uit het boek ‘Mijn Duitsland’ van de Belgische schrijver Geert van Istendael.

‘Zeventien jaar was ik, en zeer verward. Mijn vader gaf me een boek. ‘Dat moet je eens lezen’, zei hij. Het boek viel open op bladzijde 402. Het was Duits. Het was Hölderlin. Ik las het woord ‘Andenken’, de titel van een gedicht. En begon te lezen.

Der Nordost wehet,
Der liebste unter den Winden
Mir, weil er feurigen Geist
Und gute Fahrt verheisset den Schiffern.
Geh aber nun…

Mir…Een vuistslag in mijn gezicht. Geh…Een stomp in mijn maag. Ik hapte naar adem, vluchtte van vers naar vers. Ik waadde door het weerstrevende Duits naar de schaarse eilanden van betekenis die ik hier en daar zag opdoemen… en na de laatste regel slaakte ik een diepe zucht.’

Zo gaat dit verhaal nog een tijdje door. Om te eindigen met de woorden:

‘Hölderlin was de eerste. Hölderlin heeft me meegerukt, de poëzie in. En Duitsland in. Meegezogen, meegezongen. Dankzij Hölderlin ben ik voor altijd beschonken van de koppige drank die Duitsland heet.’

Dames en heren,

Zonder u allen voor dronkaards te willen uitmaken: die beschonkenheid, die passie voor de Duitse taal, de cultuur en het land waar de Belg Istendael het over heeft: dat zullen ook de Néderlanders hier in de zaal herkennen. De drijvende krachten achter het Prämienprogramm, de begeleiders van de jaarlijkse Duitslandreis. En natuurlijk de voormalig Preisträger zelf. Uit uw verslagen die ik van de organisatie mocht inzien, blijkt dat de snaar op diverse momenten inderdaad geraakt werd.

Duitsland is de omgang met het pijnlijke verleden nooit uit de weg gegaan. En heeft er tegelijk voor willen waken dat die inktzwarte bladzijde voor altijd het zicht zou ontnemen op de mooiere, kleurrijke pagina’s. Dat het Prämienprogramm wortelt in die ambitie, vind ik een heel mooie gedachte.
Ik feliciteer u allen heel hartelijk met het 25-jarig jubileum van dit initiatief. Dat het nog vele jaren mag doorgaan.

[In het Duits]:
Und darin werden Sie, Herr Botschafter, mir von Herzen zustimmen. Als höchster Vertreter Deutschlands setzen Sie sich dafür ein, die Beziehungen zwischen den Niederlanden und Deutschland weiter zu verbessern.
Aber heute sind Sie dabei nicht alleine. Sie haben Hilfe bekommen! Der ganze Saal sitzt voller Botschafter für Deutschland in den Niederlanden. Und umgekehrt.


[Einde Duits, weer verder in het Nederlands]

Dames en heren,

U heeft er met dit jubileum voor gekozen om vooruit te kijken. Wat doen we vandaag en in de toekomst aan de relatie met onze buren - binnen de context van een uitdijend Europa?

Daar ga ik graag wat dieper op in.

Onlangs zijn onderzoeken uitgevoerd naar het beeld van Duitsland in Nederland. Dat beeld bleek positief. Nederlanders zien Duitsland als een goede buur. ‘Ze lijken zelfs een beetje op ons’, was één van de constateringen. Van alle Europese landen heeft Nederland zelfs het positiefste Duitslandbeeld. En dat is nogal een verbetering ten opzichte van 1993, toen het beruchte Clingendael-onderzoek uitwees dat Nederlandse jongeren nog uitgesproken negatief waren over Duitsland. Uw programma heeft, samen met andere uitwisselingsprogramma’s, flink aan die positieve ontwikkeling bijgedragen. En dat geeft uw jubileum vandaag extra glans.

Dames en heren,

Betekent dat betere Duitslandbeeld nu, dat we klaar zijn met de uitwisselingsprogramma’s?
Nee, wat mij betreft niet, maar het is wel nodig om te kijken naar nieuwe vormen van samenwerking.

Duitsland ligt momenteel in het hart van Europa, wordt omringd door maar liefst negen buurlanden. Is de brug tussen oost en west, én de motor in de politieke eenwording en economische groei in Europa. Een vanzelfsprekend gevolg daarvan is dat Nederland zijn positie van naaste buur moet delen met veel andere lidstaten. En dat we dus nog meer ons best moeten doen om met elkaar samen te werken.

Mijn ministerie investeert in de wederzijdse samenwerking. Zo vond vorige week in Den Haag de 17e Ausschuss für den pädagogischen Austausch plaats. Dit is een jaarlijkse bijeenkomst, waarin gesproken wordt over de samenwerking op het gebied van onderwijs tussen beide landen.

Ook tijdens die bijeenkomst werd geconstateerd dat het primaire doel van de uitwisselingprogamma’s (het kweken van wederzijds begrip tussen onze beide landen) voor een groot deel is gehaald. En dat uitwisseling niet langer een doel op zich is, maar een middel moet zijn. Een middel bijvoorbeeld om de economische relatie tussen beide landen nog steviger te maken. Uit onderzoek blijkt dat de Nederlandse economie jaarlijks ruim 7 miljard euro aan handel laat liggen door een gebrek aan kennis van de Duitse taal en omgangsvormen. Uitwisselingsprogramma’s kunnen hier een belangrijke rol in spelen.

Daarom geef ik met mijn collega van Economisch Zaken, een extra impuls aan het Programma Internationalisering Beroepsonderwijs, dat het Duits een prominente plaats wil geven in het (V)MBO. Niet door alleen te leren, maar ook door met elkaar stages te doen, te werken en handel te drijven.

Ook kwam tijdens de bijeenkomst naar voren dat we verder willen investeren in taalonderwijs. In 2005 gaf minister Van der Hoeven (met haar collega uit Nordrhein-Westfalen) de aftrap van een aantal projecten voor tweetalig onderwijs en vroeg vreemdetalenonderwijs in het primair en voortgezet onderwijs. Die investeringen vind ik erg belangrijk. Het Duitse taalgebied is immers het grootste taalgebied van Europa. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de Nederlandse overheid en het bedrijfsleven behoefte hebben aan goed opgeleide medewerkers die de Duitse taal goed beheersen.

Maar dames en heren,

Het doel van onze samenwerking reikt natuurlijk verder dan economische motieven.

U, dames en heren Preisträger, heeft tijdens uw zomerverblijf in Duitsland met elkaar geleerd, en met elkaar gewerkt. U heeft kennis en ervaring uitgewisseld, met elkaar gediscussieerd en plezier gemaakt. Door deze uitwisseling heeft u geleerd dat uw school, uw stad en uw land niet op zich staan, maar onderdeel uitmaken van Europa. Uw verblijf zorgde kortom voor een verbreding van uw beeld van Duitsland en van Europa. Ik vind dat van vitaal belang. Alleen zo kunnen nieuwe inzichten en ideeën ontstaan. Alleen zo - door elkaar letterlijk en figuurlijk ‘echt te leren verstaan’ - kunnen we werkelijk binnen Europa samenwerken. En dat brengt mij tot een afronding.

Ik wil de docenten en de selectiecommissie van het Prämienprogramm bedanken. U hebt de kans gegrepen om jonge mensen (in de geest van Istendael) écht enthousiast te maken voor een serieuze verkenning van Duitsland. Ik wil u van harte uitnodigen om daarmee door te gaan. Hoewel u het de komende jaren zonder de drijvende kracht moet doen. Tot wie ik een laatste paar woorden in het bijzonder wil richten.

Geachte heer Van Mourik,

U bent van 1982 tot heden nauw betrokken geweest bij het Prämienprogramm. U was tussen 1982 en 1992 begeleidend docent van de studiereizen. Jaarlijks offerde u daar vier weken van uw vakantie voor op – met plezier naar ik heb begrepen. Vanaf 1992 trad u op als voorzitter van de selectiecommissie. En ook daarna bent u nog regelmatig als begeleider ingesprongen. U was de spil binnen het geheel, die de betrokken partijen in goede samenwerking bond.

U heeft zich al die jaren belangeloos ingezet met tomeloze inzet en groot enthousiasme. Daarbij geleid door drie hoofdmotieven:

- verbetering van de relatie met de Bondsrepubliek Duitsland
- het aantrekkelijker maken van het vak Duits in Nederland
- het bieden van een onvergetelijke ervaring aan een groep veel belovende jongeren.

Van Duitse kant heeft u al veel waardering gekregen. In 1991 heeft de Duitse Ambassadeur u het grootkruis van verdienste opgespeld. Van Nederlandse kant konden en wilden we niet langer achterblijven.
Vond de overheid. Vond het Europees Platform. Vonden al die mensen die de afgelopen jaren met u gewerkt hebben of door u begeleid zijn - en u inmiddels op handen dragen.

Ik ben vereerd u het volgende mee te delen. Vanwege uw bijzondere verdiensten heeft het Hare Majesteit behaagd u te benoemen tot Lid in de Orde van Oranje Nassau.

Ik wil u heel graag de bijbehorende versierselen opspelden.