de derde Nationale Conferentie PPS in Bouw en Infra


Alleen de uitgesproken tekst geldt.

Dames en heren,

Ons land staat voor grote opgaven, zeker ook op het terrein van mobiliteit en water, waar Verkeer en Waterstaat zich verantwoordelijk voor weet. We moeten het land bestendig maken tegen de gevolgen van de klimaatverandering en voorkomen dat het dichtslibt. Een teveel aan verkeer en een teveel aan water, voorwaar een opgave voor een econoom. In ons dichtbevolkte land hebben we niet de ruimte om die problemen zomaar eventjes op te lossen. Daarom moeten we al onze kennis en inventiviteit benutten en intensief met elkaar samenwerken. En dat is de reden waarom mijn ministerie de markt een grotere rol wil laten spelen dan in het verleden, bij de realisatie, maar ook bij de voorbereiding.

Er zijn allerlei manieren om de markt eerder én intensiever bij de oplossing van problemen te betrekken. Publiek-private samenwerking is eigenlijk een parapluterm voor al die verschillende manieren. In de komende minuten wil ik u laten zien welke ervaringen wij concreet met verschillende vormen van PPS hebben opgedaan, en hoe ik de toekomst zie. De conclusie wil ik u alvast verklappen, en dat is de ervaringen van de afgelopen jaren zoveel perspectief bieden, dat mijn ministerie een warm voorstander is van PPS en er dus graag mee doorgaat. Ik realiseer me daarbij heel goed dat het van belang is tempo te maken. We hebben de afgelopen jaren stagnatie gekend, onder andere door het probleem van de luchtkwaliteit. De recent ingestelde commissie Elverding moet ons de weg wijzen naar de noodzakelijke versnellers van aanleg. Het duurt allemaal veel te lang.

Dames en heren,

Ik vertel u graag in het kort hoe binnen VenW Rijkswaterstaat de uitdaging van PPS aanpakt. Allereerst laten we in een vroeg stadium voor alle projecten een marktscan uitvoeren; is er een maatschappelijke meerwaarde te verwachten? Voor alle projecten die meer kosten dan 112,5 miljoen euro onderzoeken we vervolgens of een PPS-contract financiële meerwaarde oplevert ten opzichte van een gewoon contract. Is dat inderdaad het geval, dan wordt er in principe voor een PPS-contract gekozen.

We hebben goed gekeken bij enkele landen uit de Europese Unie, omdat de regelgeving daar vergelijkbaar is. Grofweg zijn er twee groepen landen te onderscheiden. Je hebt landen die PPS zien als hét belangrijkste instrument om grote projecten aan te besteden. Dat zijn Engeland en Ierland als het gaat om contracten volgens het ‘Design, Build, Finance and Maintain’-model, dat zijn Spanje, Portugal en Frankrijk voor concessies en dat zijn Oost-Europese landen waar beide voorkomen. Tot de tweede groep landen behoren bijvoorbeeld Duitsland en België, die het beste te vergelijken zijn met ons land, waar voor PPS wordt gekozen als er een maatschappelijke meerwaarde van wordt verwacht. Wellicht heeft de politieke constellatie van coalitieland daar iets mee te maken. Verder zijn medewerkers van Rijkswaterstaat in Engeland en in Frankrijk gedetacheerd om te leren. Daarmaast hebben we onze eigen Kennispool.

We leren niet alleen van het buitenland, maar de afgelopen jaren ook steeds meer van onze eigen ervaringen. In 2001 sloten wij het eerste grootschalige ‘Design, Build, Finance and Maintain’-contract, en wel voor de bovenbouw van de HSL-Zuid. We hebben daar een paar nuttige lessen uit getrokken, zoals u zult begrijpen. De complexe constructie die toenertijd is gekozen, heeft niet mijn voorkeur.

Een belangrijke les was dat het essentieel is om in PPS-contracten een effectieve wijzigingsclausule op te nemen. We moeten kunnen inspelen op de veranderende actualiteit. In de huidige contracten is deze clausule verder aangescherpt.

Een tweede les is dat we eerst het karakter van de werkzaamheden goed moeten inschatten voordat we voor een bepaalde contractvorm kiezen. Gaat het om de ontwikkeling van een product of om het gebruik van technologie die zijn waarde nog moet bewijzen, dan is een ‘Design, Build, Finance and Maintain’-contract, waarin de prestatie centraal staat, niet de meest voor de hand liggende contractvorm.

Van de lessen van dat eerste contract hebben we gebruik gemaakt bij het contract voor het pilotproject voor de A59 tussen Rosmalen en Geffen, waarvan de provincie Noord-Brabant de aanbestedende partij was. De A59 is binnen budget en volgens de planning opgeleverd en bevindt zich nu in de exploitatiefase. De kwaliteit is goed, de afspraken waren helder en de samenwerking verliep prima. De lessen die we met dat contract hebben geleerd, hebben we vervolgens weer toegepast bij de N31 tussen Zürich en Harlingen, waar ik een paar weken geleden op werkbezoek was. De N31 wordt in het najaar van 2007 opgeleverd, binnen het budget en eerder dan gepland.

De Tweede Coentunnel is het eerste project dat is aanbesteed met behulp van een modelcontract voor Design, Build, Finance and Maintain. Net als bij eerdere aanbestedingen is ook bij dit project gebleken dat de markt daadwerkelijk met creatieve, bruikbare oplossingen komt.

Er worden ook andere PPS-formules benut: zo loopt op dit moment de aanbesteding van het zogeheten Alliantiecontract voor de A2 bij Hooggelegen nabij Utrecht. Ook daar heb ik recent mijn licht opgestoken; ik was onder de indruk van het hele werk Utrecht-Amsterdam en de aanpak. In het deel onder het Alliantiecontract dragen de overheid en de marktpartij samen de risico’s, die zij samen het beste kunnen beheersen. De partijen werken samen door hun eigen specifieke expertise in te brengen en delen in winst dan wel verlies. Alles draait om vertrouwen.

Ook voor de Hollandse Brug zijn we recent een alliantie met de aannemer aangegaan. Het voordeel daarvan is dat er sneller en efficiënter gereageerd kan worden op de wijzigingen die zich voordoen – en dat waren er nogal wat! De tijdwinst die dat oplevert is zeker bij dit project heel belangrijk. Toch is de uitgangspositie bij dit project niet ideaal voor een alliantie. Echte samenwerking heeft tijd en ruimte nodig en er moet sprake zijn van voldoende gedeelde belangen. Daarvan is bij dit project door de gewijzigde omstandigheden maar beperkt sprake.

In het project voor de A2 bij Maastricht wordt de zogeheten Vervlechtingsprocedure toegepast. Daarin lopen de Tracéwetprocedure en de aanbestedingsprocedure parallel. De marktpartijen worden zó vroeg ingeschakeld dat hun ideeën, al in de besluitvorming kunnen worden meegenomen.

Of neem het project Amsterdam Zuidas. Hier gaat het om een combinatie van infrastructuur en gebiedsontwikkeling. Het rijk gaat daar risicodragend participeren in de PPS.

Tot slot het Project Mainportcorridor Zuid, dat is bedoeld om te onderzoeken hoe we de bereikbaarheid en de leefomgeving in de A4-corridor tussen Rotterdam en Antwerpen kunnen verbeteren door middel van publiek-private samenwerking. Vanaf het allereerste begin denken andere overheden, belangenorganisaties en het bedrijfsleven mee over de formulering van de problemen, over mogelijke oplossingen en over de vorm waarin de samenwerking tussen overheid en bedrijfsleven het beste gestalte kan krijgen. De zeven private partijen die in de marktconsultatie meedoen, leggen op dit moment de laatste hand aan hun rapportages. Ik sprak vijf van hen tijdens mijn werkbezoeken. U hoort er straks vast meer over als projectdirecteur Huub van Zwam zijn presentatie over het Project Mainportcorridor Zuid zal geven. Ik vind dit een bijzondere aanpak die mijn volle steun heeft.

Dames en heren,

Elk project dat ik heb genoemd, brengt ons een stap verder. We bouwen geleidelijk steeds meer ervaring op, die we gebruiken bij nieuwe projecten. Zo kunnen we steeds beter een afgewogen keuze maken voor de vorm van publiek-private samenwerking die het beste bij een bepaald type project past. En zo leren we ook dat PPS zich niet hoeft te beperken tot infastructuurprojecten op de weg of het spoor. Ik zie namelijk ook kansen voor waterprojecten, bijvoorbeeld als het gaat om de versterking van de Afsluitdijk, om de ontwikkeling van de kust en om projecten in het kader van het programma Ruimte voor de Rivier. En er is veel ervaring opgebouwd bij gebiedsgerichte projecten en meer recent ook met gebouwgebonden PPS. Die kennis delen wij binnen het Rijk met elkaar. En als het PPS-Netwerk Nederland, waar de heer Vermeend zojuist over heeft gesproken, een bijdrage kan leveren aan de ondersteuning van publieke partijen op dit terrein, dan juich ik dat uiteraard van harte toe.

De Taskforce PPS, die ik met veel ambitie mag leiden, en waar vertegenwoordigers van marktpartijen en betrokken departementen zitting hebben, wil een stevige rol vervullen bij de verdere uitbouw van PPS. Ik wil daarin leerpunten uit de praktijk over en weer delen, vooruitkijken, kennis en expertise verbinden en zoeken naar nieuwe mogelijkheden en kansen.

Dames en heren,

Tot slot. U weet ongetwijfeld dat minister Eurlings momenteel op verzoek van de Tweede Kamer een commissie voor de private financiering van infrastructuur samenstelt, die onder leiding zal komen te staan van de heer Onno Ruding. De gedachte achter die commissie is dat het mogelijk moet zijn om met private initiatieven of financiering projecten sneller uit te voeren of mogelijk extra middelen voor de uitvoering beschikbaar te krijgen. Het zou een van de manieren kunnen zijn om voor meer daadkracht te zorgen om de opgaven waar wij voor staan, sneller te helpen.

De commissie zal niet alleen de mogelijkheden voor private financiering onderzoeken, maar ook aangeven aan welke voorwaarden in zo’n geval moet worden voldaan, wat de gevolgen zijn voor de publieke belangen en wat de implicaties kunnen zijn voor bijvoorbeeld het wegbeheer.

Ook buiten de commissie moeten we de dialoog met elkaar aangaan en vooral werken aan vertrouwen in elkaar. Ik heb zelf ervaren in een bespreking tussen opdrachtgevers RWS en ProRail met vertegenwoordigers uit de bouwwereld dat er veel energie in gestoken moet worden, over en weer, om in elkaars positie te investeren, begrip voor elkaar kweken. Het helpt om te doelstellingen benoemen, om van daaruit te werken aan een zo goed mogelijk eindresultaat. Even de tijd nemen – voor een project begint – om elkaars positie te verhelderen. De overheid wil een maatschappelijk effect behalen met een investering van belastinggeld, de aannemer wil geld verdienen en de continuïteit van zijn bedrijf versterken. Dat lijkt een open deur voor u en mij; dat moet ook op de bouwplaats normaal worden.

Na de bouwfraude is er een nieuwe fase aangebroken. Integriteit staat meer dan ooit voorop. Overheid en bedrijfsleven hebben nadien een tijdje kopschuw om elkaar heen gedraaid, maar het is inmiddels hoog tijd om weer open met elkaar te communiceren, zo nodig in de etalage zodat iedereen het kan zien. We hebben niets te verbergen. We hebben elkaar hard nodig om de opgaven ter hand te nemen waar Nederland voor staat.

Ik dank u voor uw aandacht.