Nationaal Transportdiner

Alleen de uitgesproken tekst geldt.

Dames en heren,

Het is goed om hier vanavond aanwezig te zijn. Prettig gezelschap, lekker eten, wat kan iemand zich nog meer wensen. En ook het thema van dit vijfde Nationaal Transport Diner is er een naar mijn hart: innovatie in mobiliteit. Ik ben erg benieuwd hoe u allemaal daar over denkt, welke mogelijkheden u ziet en wat uw bedrijf of organisatie al dóét. Eén ding is me in elk geval duidelijk, namelijk dat er in de diverse sectoren keihard aan wordt gewerkt om Nederland mobiel en bereikbaar te houden.

Ik hoef u eigenlijk niet meer uit te leggen voor welke opgave we op dat gebied staan. De bottom line is dat er veel files in Nederland zijn, en dat is slecht voor de economie en het milieu. En voor de geestelijke gezondheid van de Nederlander, natuurlijk. Dat laatste zeg ik met een knipoog, maar ik ben bloedserieus. Het is echt mijn ambitie om in deze kabinetsperiode gróte stappen te zetten om de bereikbaarheid in Nederland te verbeteren. Volgens mij heb ik het afgelopen half jaar al laten zien dat ik het serieus meen.

Het voorlopige hoogtepunt is, wat mij betreft, de plannen om de wegen tussen Amsterdam, Almere en Schiphol te verbeteren. Een paar weken geleden is het gelukt om die plannen door het kabinet te krijgen. Zowel voor het personen- als het goederenvervoer zullen ze groot verschil maken. Overmorgen kom ik bovendien naar buiten met mijn actieplan voor het spoor. U weet dat dit kabinet het spoorvervoer in Nederland met vijf procent per jaar wil laten groeien, en ik heb daar keer op keer de aandacht op gevestigd. Hóé we dat willen gaan doen, hoort u dus zeer binnenkort. In het actieplan gaan we uiteraard ook in op de vraag hoe we het goederenvervoer per spoor de ruimte kunnen geven om te groeien en te bloeien. Kortom, ik zet me er voor de volle honderd procent voor in om het verkeer in Nederland door te laten stromen.

Bij het streven naar een bereikbaar Nederland speelt innovatie een grote rol. Een nieuw idee of een frisse blik op een oud probleem betekent vaak een doorbraak in het vinden van een oplossing. Soms blijkt de oplossing voor een lastig probleem allang te bestaan, maar dan in een sector waar je die oplossing in eerste instantie helemaal niet had verwacht. En soms dienen oplossingen zich pas aan als we het probleem eerst breder trekken, bijvoorbeeld door meer partijen aan tafel te vragen, die elk hun eigen vragen meebrengen. Juist dán komen er ook echt nieuwe oplossingen in beeld. Want wat voor de één een groot probleem vormt, blijkt soms voor een ander weer een nieuw perspectief op te leveren.

Daar heb ik wel een voorbeeld van. Denkt u eens aan de waterproblematiek in de stadsregio Haaglanden, een onderwerp dat onder staatssecretaris Huizinga valt. In Haaglanden is het moeilijk om de mensen bij hevige regenval droge voeten te garanderen. Aan de andere kant hebben de tuinders daar niet genoeg zoet water als het langere tijd droog is. Door die problemen aan elkaar te knopen, komt iedereen er beter uit. Dan blijkt dat wateropslag onder de kassen een oplossing is voor beide problemen. Dat is allemaal innovatie, en daar moeten we ook op het gebied van transport voor zien te zorgen.

Als ik hier en nu aan transport en innovatie denk, denk ik vooral aan Anders Betalen voor Mobiliteit. Dat plan is in de strikte zin van het woord misschien geen innovatie, want het idee bestaat natuurlijk al langer, maar we gaan het binnenkort wél in de praktijk invoeren. En wat daarbij vooral bijzonder is, is de schaal van onze plannen. In steden als Londen, Singapore en Stockholm zien we al dat beprijzing werkt, en as we speak is er wereldwijde belangstelling omdat wij het in héél Nederland gaan invoeren.

Het Ruimtelijk Planbureau heeft onlangs aangegeven dat een vlakke kilometerprijs vooral de drukte zal verminderen in congestiegebieden op het hoofdwegennet. Gemiddeld zal het aantal gereden kilometers met tien procent afnemen. Als we de kilometerprijs gecombineerd met congestieheffing invoeren, is dat zelfs vijftien procent minder. Dat levert economisch voordeel op, van naar schatting in totaal 26,5 miljard euro. Afgezien daarvan is de verwachting dat de kooldioxide-uitstoot door beprijzing met tien tot achttien procent afneemt. Dat is dus overduidelijk een steun in de rug dat we de juiste weg zijn ingeslagen.

Beprijzing is natuurlijk niet het enige innovatieve waar Verkeer en Waterstaat aan werkt. In zijn rol van voortrekker en grote opdrachtgever stimuleert mijn ministerie allerlei innovaties op het gebied van mobiliteit, bereikbaarheid, en, uiteraard, watermanagement.

Overmorgen ben ik in Maarssen, waar we voor de tweede keer de zogenaamde Dag van Maarssen houden. Dat is een bijeenkomst van alle innovatieve partijen die samen met VenW aan het werk zijn om Nederland bereikbaar, schoon, veilig én concurrerend te houden. En dat is ook een heel geschikt platform om nieuwe allianties te sluiten en plannen te presenteren. Twee jaar geleden hebben we bijvoorbeeld afgesproken dat we de A2 versneld gaan verbreden door innovatieve technieken en nieuwe vormen van samenwerking toe te passen. Daarmee halen we de verbreding van de A2 zeker vier jaar naar voren. En dat scheelt al gauw zo’n dertig miljoen euro aan filekosten per jaar. Op déze Dag van Maarssen zal ik het kabinetsprogramma ‘De auto van de Toekomst’ lanceren, en dat is slechts één voorbeeld van wat er morgen allemaal gebeurt.

Tot zover innovatie vanuit mijn optiek. Het is vooral zaak dat de sectoren zich zélf blijven inzetten om nieuwe producten, methodes en technieken te bedenken. De Nederlandse economie floreert als nooit tevoren, maar toch verliest de internationale wegvervoersector terrein aan de omringende landen.

Daar staat tegenover dat een innovatieve wegvervoerder al lang dochtervestigingen heeft in de landen met lagere lonen, omdat hij daar beter de verplaatste productiebedrijven kan bedienen. De overheid schept de randvoorwaarden om het vestigingsklimaat zo aantrekkelijk mogelijk te maken en te houden. Daarbij zetten we instrumenten als belastingen, ruimtelijk beleid en wet- en regelgeving zo creatief mogelijk in. Maar bedrijven moeten vooral zichzelf blijven vernieuwen, zodat hun organisatie en hun product zo goed mogelijk aansluiten bij wat de klant wenst. Vergeet daarbij vooral niet te investeren in kennis en opleiding, want dan haal je als het ware die frisse kijk op de zaken binnenshuis. Zoals Jos Nijhuis van PriceWaterhouseCoopers in zijn advertentie in de landelijke dagbladen stelde: de bijl moet aan de wortel van de zesjesmentaliteit, en ik lees dat als de boodschap dat alle partijen hun best moeten doen om slim te innoveren en dat de overheid dat moet dat ondersteunen.

Hiermee bedoel ik niet dat we nu op punt nul staan en nog naar honderd moeten. Zoals ik in het begin al aangaf: de sector doet al hartstikke veel op het gebied van innovatie. Koninklijk Nederlands Vervoer heeft bijvoorbeeld een Innovatiecommissie ingesteld, die helpt om Nederland zijn positie als logistiek marktleider van Europa te laten behouden. Transport en Logistiek Nederland investeert bijvoorbeeld fors in zijn koeriers door ICT-innovaties in te zetten als antwoord op de moordende concurrentie. Dat zijn natuurlijk supergoede initiatieven, maar laten we elkaar vooral scherp houden om nóg beter te presteren, om nóg slimmer te werken.

Dames en heren,

We krijgen de files in Nederland alleen korter als we het probleem van verschillende kanten tackelen. Er moet aandacht zijn voor de capaciteit van infrastructuur, voor de inrichting van de wegen, voor gedragsverandering én voor álle vervoersmodaliteiten. Maar dan nog maken we volgens mij de slag alleen als we innovatie hoog in het vaandel blijven houden. Daar moeten we ons allemaal hard voor maken. Ik reken daarbij op uw inzet en enthousiasme, zoals u op de mijne mag rekenen.

Dank u wel.