Antwoorden op kamervragen van Agema over de oprichting van een eigen organisatie voor Marokkaanse artsen

De Voorzitter van de Tweede Kamer
der Staten-Generaal
Postbus 20018
2500 EA DEN HAAG

CZ-K-U-2830004

29 februari 2008


Antwoorden op kamervragen van het Kamerlid Agema over de oprichting van een eigen organisatie voor Marokkaanse artsen (2070809990)


Vraag 1
Bent u bekend met het bericht: “Marokkaanse artsen richten eigen organisatie op”? 1)

Antwoord 1
Ja.

Vraag 2
Deelt u de mening dat een organisatie die zich bezig houdt met het adviseren van instellingen en artsen over gezondheidszorg voor uitsluitend Marokkaanse patiënten ongewenst is? Zo neen, waarom niet?

Antwoord 2
Allereerst wil ik opmerken dat, zolang er geen sprake is van een behandelovereenkomst in het kader van de WGBO, het iedereen vrij staat om advies te geven over de gezondheidszorg. Hierin heeft de overheid geen rol.
Uw mening dat het ongewenst is dat een organisatie zich bezig houdt met het adviseren van instellingen en artsen over gezondheidszorg voor uitsluitend Marokkaanse patiënten deel ik niet. Integendeel, nNaar ik heb begrepen streeft AMAN naar aansluiting van haar leden bij de sociale omgeving waarin zij functioneren gedurende hun studie en later als uitvoerend medicus. Het onder de aandacht brengen van specifieke problematiek van Marokkaans-Nederlandse patiënten en het verbeteren van de relatie tussen de arts en de allochtone patiënt is naar ik begrijp een ander doel van de organisatie. Naar mijn mening kan de organisatie hiermee een waardevolle bijdrage leveren.

Wellicht ten overvloede merk ik op dat er meer organisaties zijn die specifieke doelgroepen van advies voorzien. Denk hierbij aan de Vereniging van Nederlandse Vrouwelijke Artsen (VNVA) en de Joodse GGZ instelling Sinai.


Vraag 3
Deelt u voorts de mening dat het een eigen verantwoordelijkheid van de Marokkaanse patiënten betreft om te weten welke zorg er voorhanden is, en om zich verstaanbaar te maken bij een Nederlandse arts en dat dit onder geen beding de verantwoordelijkheid is van de Nederlandse overheid?

Antwoord 3
Ik deel de visie dat dit, zoals voor iedere Nederlandse burger, in eerste instantie een eigen verantwoordelijkheid is. In principe is dit geen taak van de overheid, behoudens voorzover het gaat om bijvoorbeeld het aanbod van (verplichte) inburgeringscursussen.


Vraag 4
Deelt u bovendien de mening dat dit weer een voorbeeld is dat Marokkanen met betrekking tot zorg te veeleisend zijn?

Antwoord 4
Ik deel deze mening niet.


Vraag 5
Ontvangt de opgerichte organisatie AMAN op enigerlei wijze subsidie van de overheid en worden daar ook de initiatieven voor verbetering van de gezondheidszorg in Marokko uit bekostigd? Zo ja, wilt u deze subsidie dan per direct beëindigen?

Antwoord 5
De organisatie AMAN ontvangt vanuit VWS geen subsidie.

1) Elsevier.nl, Marokkaanse artsen richten eigen organisatie op, 25 januari 2008