Kamervragen over vertrouwensbreuken in verzekeringssector

Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Postbus 20018
2500 EA DEN HAAG

Ons kenmerk: FM 2008-01260 M

Geachte voorzitter,

Bijgaand treft u de antwoorden op de vragen van lid Vos over vertrouwensbreuken in de verzekeringssector aan.

Hoogachtend,

de minister van Financiën,

Wouter Bos

2070819350

Vragen van het lid Vos (PvdA) aan de minister van Financiën over diverse gebleken vertrouwensbreuken in de verzekeringssector. (Ingezonden 28 april 2008)

1

Bent u bekend met de berichtgeving over het jaarverslag van de Ombudsman Financiële Dienstverlening, waaruit allerhande misstanden in de verzekeringssector naar voren komen?

1) 2)

2

Is het waar dat er sprake is van verkeerde adviezen en onnodige afkopen, premievrijmakingen en oversluitingen? Zo ja, wat vindt u daarvan? Zo nee, waarom bent u van mening van niet?

3

Is het waar dat deze adviezen achteraf gezien alleen in het belang van de financiële aanbieder of klant zijn geweest, zoals de Ombudsman stelt? Zo ja, wat vindt u daarvan? Zo neen, waarom bent u van mening van niet?

4

Is het waar dat de klachten onuitroeibaar lijken, zoals de Ombudsman stelt? Is het waar dat de terugkerende onmin voortkomt uit te grote productiedwang en winstbejag, zoals de Ombudsman stelt? Zo ja, wat vindt u daarvan? Zo neen, waarom bent u van mening van niet?

5

Is het waar dat betalingsverzekeringen, voor arbeidsongeschiktheid, werkloosheid en overlijden, zeer duur zijn en tevens vaak niet opzegbaar zoals de Ombudsman stelt? Zo ja, wat vindt u daarvan? Zo neen, waarom bent u van mening van niet?

6

Is het waar dat door het afsluiten van verzekeringen aan de hand van een minieme hoeveelheid vragen, later de verzekeraar niet tot uitkering wil overgaan, zogenaamd omdat relevante informatie zou zijn verzwegen? Is het waar dat dit ook voorkomt bij overlijdensverzekeringen? Deelt u de mening dat in dat geval sprake zou zijn van een ongekende misstand? Zo ja, wat vindt u daarvan en wat gaat u daaraan doen? Zo neen, waarom bent u van mening van niet?

7

Is het waar dat bij uitvaartverzekeringen, als gevolg van overname van een

verzekeringsbedrijf, niet het vooraf afgesproken bedrag uitkeren, danwel de vooraf afgesproken dienst verlenen?

8

Is het waar dat de voor consumenten zeer ongunstige en bloc clausules oneigenlijk worden ingezet om eenzijdig de polisvoorwaarden te veranderen? Zo ja, wat vindt u daarvan en wat gaat u daaraan doen? Zo neen, waarom bent u van mening van niet?

9

Deelt u de mening dat verzekeraars keer op keer, na eerder de aandelenlease-affaire en de beleggingspolissen, een bijdrage lijken te leveren aan het wantrouwen in hun eigen sector?Wat gaat u er aan doen om de consumenten voortaan te vrijwaren van dit soort misstanden?

1) FD, 23 april 2008: “Wabeke vreest wantrouwen: Ombudsman Financiële Dienstverlening ziet vertrouwensbreuk tussen bank en klant”, blz. 15.

2) NOS Journaal, 23 april 2008

Antwoorden

1)

Ja, ik ben bekend met de berichtgeving en ook met het jaarverslag zelf waarin de Ombudsman Financiële Dienstverlening verslag doet van zijn werkzaamheden gericht op geschillenbeslechting tussen consument en aanbieder van financiële producten. De Ombudsman zou de problemen niet beschrijven in zijn jaarverslag als het zou gaan om unieke klachten. Klachten moeten altijd eerst bij de aanbieder worden ingediend en als dat niet tot een bevredigende oplossing leidt, kan een consument de gang naar de Ombudsman kiezen. De problematiek heeft daarom zijn aandacht. Daarbij moet tegelijkertijd worden vastgesteld dat de klachten waarop de Ombudsman zich baseert, voortkomen uit financiële producten die in de periode voor de inwerkingtreding van de Wet financiële dienstverlening (Wfd) zijn verkocht. Door de inwerkingtreding van de Wfd (in januari 2007 opgenomen in de Wft) en het toezicht door de AFM is de markt in beweging gekomen. Recentelijk is ook de regelgeving met betrekking tot informatievoorziening richting klanten uitgebreid. Klanten kunnen daardoor beter hun eigen positie bepalen en keuzes maken.

2) en 3)

De Ombudsman constateert in zijn jaarverslag problemen met verkeerde adviezen en onnodige afkopen, premievrijmakingen en oversluitingen.

Verkeerde advisering kan verschillende achtergronden hebben. Het nastreven van het eigen belang van aanbieder en/of tussenpersoon is daar mogelijk ook een oorzaak van. Onvoldoende informatie over de wensen van de klant en het ontbreken van prikkels om die informatie boven tafel te krijgen spelen daarbij vermoedelijk ook een rol. Verkeerde advisering vind ik onwenselijk. Er zijn daarom zoals ik hierboven heb aangegeven, de afgelopen jaren maatregelen (bijvoorbeeld in de sfeer van informatievoorziening richting de consument) genomen om waar dat door middel van regelgeving kan verbetering in de situatie te brengen. In de sfeer van transparantieregels met betrekking tot de provisie van tussenpersonen bereid ik een geharmoniseerd pakket maatregelen voor.

4)

De Ombudsman stelt dat “aan de terugkerende onmin tussen consumenten en

aanbieders van financiële producten en diensten steevast een te grote

productiedwang en winstbejag bij de financiële aanbieders enerzijds en te

onoplettend en achteloos gedrag bij de consumenten anderzijds ten grondslag. ”

In een goed werkende markt zou winstbejag op zichzelf niet tot problemen hoeven leiden. Naast de hierboven reeds genoemde maatregelen om de markt beter te laten werken, blijkt hier overigens ook het belang van het verbeteren van het financiële inzicht van consumenten, waar mijn departement via CentiQ ook actief in is.

5)

Het is niet aan mij om een oordeel over het prijsniveau van producten te vellen. Het probleem dat de Ombudsman constateert in verband met betalingsverzekeringen voor arbeidsongeschiktheid, werkloosheid en overlijden is mijns inziens vooral dat deze verzekeringen vaak in combinatie verkocht worden met andere financiële producten (leningen). De Ombudsman spreekt in dit verband van koppelverkoop. Bovendien constateert de Ombudsman inderdaad dat dergelijke verzekeringen feitelijk vaak niet opzegbaar of afkoopbaar zijn als het andere product wordt beëindigd. Consumenten dienen zich voorafgaand aan het afsluiten van dergelijke verzekeringen goed te oriënteren op de noodzaak en keuzemogelijkheden om dergelijke verzekeringen af te sluiten. Hierbij dienen zij vooraf wel te kunnen beschikken over juiste en volledige informatie. Om die reden zullen vanaf 1 juli ook de adviesregels op dergelijke producten van toepassing zijn (aanpassing vrijstellingsregeling).

6)

Het is waar dat de Ombudsman problemen constateert omdat een verzekeraar niet tot uitbetaling wil overgaan als gevolg van vermeende ‘verzwijging’ door de polishouder. Hierover heeft de Ombudsman uitspraak gedaan en ik heb daar niets aan toe te voegen.

7)

De Ombudsman constateert dat verzekeraars in de uitvaartbranche overgaan tot premieverhoging en/of verandering van de toegezegde prestatie. Ook in dit verband heeft de Ombudsman een oordeel gegeven. Een grote aanbieder heeft aangegeven de aanbeveling van de Ombudsman op dit vlak te zullen opvolgen.

8)

De Ombudsman constateert een toenemend gebruik van en bloc clausules en spreekt daarover begrijpelijk zijn zorg uit. Met betrekking tot en bloc clausules stelt de AFM stelt zich op het volgende standpunt: het is onwenselijk dat en bloc clausules heel algemeen geformuleerd worden. Voor de verzekeringnemer moet voldoende duidelijk zijn in welke concrete gevallen de verzekeringspolis eenzijdig kan worden aangepast. De informatievoorziening moet zodanig zijn dat de consument in staat wordt gesteld het product te kennen. Daarbij hoort ook inzicht in de consequenties van tussentijds beëindigen van de verzekering.

9)

De door de Ombudsman gerapporteerde problemen dragen mijns inziens niet bij aan het vertrouwen in de sector. Het is in de eerste plaats de verantwoordelijkheid van de sector zelf om dat vertrouwen te bewaken en te bevorderen. Een adequate geschillenbeslechting is daarbij primair van belang. Aanvullend daarop zijn, zoals ik hierboven al aangaf, diverse maatregelen getroffen om verbeteringen te bewerkstelligen. Uiteraard ben ik alert op ontwikkelingen in de financiële markten, waaronder de verzekeringsmarkt en zal ik indien daar aanleiding toe is, passende maatregelen treffen.